Conclusie van de advocaat generaal
1 De onderhavige conclusie betreft twee onbetwiste beroepen wegens niet-nakoming door de Commissie ingesteld tegen de Italiaanse Republiek respectievelijk het Koninkrijk België, op grond dat die lidstaten niet hebben voldaan aan artikel 2 van richtlijn 95/27/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 juni 1995 tot wijziging van richtlijn 86/662/EEG betreffende de beperking van geluidsemissies van hydraulische graafmachines, kabelgraafmachines, dozers, laders en graaflaadmachines(1) (hierna: "richtlijn").
2 Luidens artikel 2 van de richtlijn doen de lidstaten de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk op 31 december 1995 aan deze richtlijn te voldoen. Daar de Commissie bij het verstrijken van de gestelde termijn van die twee lidstaten geen kennisgeving van dergelijke maatregelen heeft ontvangen, leidde zij tegen elk van hen de procedure van artikel 169 EG-Verdrag in, door hun op 27 februari 1996 een aanmaningsbrief te zenden. Toen geen van beide lidstaten antwoordde, bracht de Commissie op 5 maart 1997 in iedere zaak een met redenen omkleed advies uit, en stelde zij op 15 september 1997 beroep in bij het Hof, bij verzoekschriften die beide op 17 september 1997 in het register van het Hof werden ingeschreven.
3 Geen van beide lidstaten heeft de gestelde niet-nakoming betwist. In haar verweerschrift heeft de Italiaanse Republiek beloofd, de regeling tot uitvoering van de richtlijn versneld goed te keuren, terwijl het Koninkrijk België in zijn verweerschrift erop heeft gewezen, dat de uitvoeringsprocedure zich in de eindfase bevond.
Conclusie
4 Mitsdien geef ik het Hof in overweging:
- In zaak C-324/97 vast te stellen dat de Italiaanse Republiek, door niet de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen of aan de Commissie mee te delen, die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 95/27/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 juni 1995 tot wijziging van richtlijn 86/662/EEG betreffende de beperking van geluidsemissies van hydraulische graafmachines, kabelgraafmachines, dozers, laders en graaflaadmachines, de krachtens die richtlijn en de artikelen 189 en 5 EG-Verdrag op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen, en de Italiaanse Republiek in de kosten te verwijzen; en
- in zaak C-326/97 een overeenkomstige beslissing te geven, wat het Koninkrijk België betreft.
(1) - PB L 168, blz. 14.
Full & Egal Universal Law Academy