Conclusie van de advocaat generaal
1 Bij verzoekschrift, ingediend op 1 oktober 1997, verzoekt de Commissie het Hof vast te stellen dat het Koninkrijk België, door niet binnen de gestelde termijnen de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 90/220/EEG van de Raad van 23 april 1990 inzake de doelbewuste introductie van genetisch gemodificeerde organismen in het milieu(1), en richtlijn 94/51/EG van de Commissie van 7 november 1994 betreffende aanpassing aan de technische vooruitgang van richtlijn 90/219/EEG van de Raad inzake het ingeperkte gebruik van genetisch gemodificeerde micro-organismen(2), de op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen.
2 De verwerende lidstaat betwist de hem verweten inbreuken niet, maar merkt enkel op, dat de handelingen die ertoe strekken, de nationale regeling aan die richtlijnen aan te passen, in voorbereiding zijn. Dat doet echter volgens 's Hofs rechtspraak geen afbreuk aan de niet-nakoming.(3)
3 Mitsdien geef ik het Hof in overweging, het beroep gegrond te verklaren en de verwerende staat in de kosten te verwijzen.
(1) - PB L 117, blz. 15.
(2) - PB L 297, blz. 29.
(3) - Zie, onder meer, arrest van 6 april 1995, Commissie/Spanje (C-147/94, Jurispr. blz. I-1015).
Full & Egal Universal Law Academy