Conclusie van de advocaat generaal
1 Met dit beroep krachtens artikel 169 EG-Verdrag verzoekt de Commissie het Hof vast te stellen dat de Franse Republiek, door niet binnen de gestelde termijn de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen om te voldoen aan:
a) richtlijn 93/74/EEG van de Raad van 13 september 1993 betreffende diervoeders met bijzonder voedingsdoel(1),
b) richtlijn 94/28/EG van de Raad van 23 juni 1994 tot vaststelling van de beginselen inzake de zoötechnische en genealogische voorschriften voor de invoer uit derde landen van dieren, alsmede van sperma, eicellen en embryo's en tot wijziging van richtlijn 77/504/EEG betreffende raszuivere fokrunderen(2),
c) richtlijn 94/39/EG van de Commissie van 25 juli 1994 tot vaststelling van de lijst van bestemmingen voor diervoeders met bijzonder voedingsdoel(3),
d) richtlijn 95/9/EG van de Commissie van 7 april 1995 houdende wijziging van richtlijn 94/39(4), en
e) richtlijn 95/10/EG van de Commissie van 7 april 1995 tot vaststelling van de methode ter berekening van de energiewaarde van honden- en kattenvoeders met bijzonder voedingsdoel(5),
en/of deze niet aan de Commissie mee te delen, de krachtens het Verdrag op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen.
2 In de loop van de precontentieuze procedures zond de Commissie de Franse Republiek even zovele aanmaningsbrieven de dato 27 oktober 1995 met het verzoek de nodige maatregelen vast te stellen om te voldoen aan de vijf voornoemde richtlijnen, welke maatregelen uiterlijk op 30 juni 1995 hadden moeten zijn getroffen. In antwoord op deze aanmaningen gaven de Franse autoriteiten de Commissie te kennen (24 januari 1996), dat aan de vaststelling van de nationale maatregelen ter zake werd gewerkt.
3 Toen zij nadien geen bericht ontving over de daadwerkelijke vaststelling van voornoemde maatregelen, deed de Commissie de Franse Republiek vijf met redenen omklede adviezen toekomen (16 december 1996) met het verzoek de nodige maatregelen voor het volgen van de richtlijnen vast te stellen. De Franse regering antwoordde (12 maart 1997) op het advies met betrekking tot richtlijn 94/28 en deelde de Commissie mee, dat een wetsontwerp ter zake bij de Nationale Vergadering en de Senaat in behandeling was.
4 Daar na deze data niet bleek, dat de Franse Republiek haar wetgeving aan voormelde richtlijnen had aangepast, heeft de Commissie op 14 oktober 1997 beroep bij het Hof ingesteld.
5 De Franse regering betwist in haar betoog voor het Hof de haar verweten niet-nakoming niet, en erkent dat zij de richtlijnen niet binnen de gestelde termijn in nationaal recht heeft omgezet. Zij stelt evenwel, dat zij verschillende ontwerpen van wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen heeft uitgewerkt waardoor de inhoud van deze richtlijnen in het nationale recht kan worden opgenomen.
6 Nu de door de Commissie aan de Franse Republiek verweten niet-nakoming vaststaat, moet het beroep worden toegewezen.
7 Ingevolge artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering moet verweerster de kosten dragen, indien verzoekster zulks heeft gevorderd.
Conclusie
8 Ik geef het Hof derhalve in overweging:
1) vast te stellen dat de Franse Republiek de krachtens het Verdrag op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen, door niet binnen de gestelde termijn de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen om te voldoen aan:
a) richtlijn 93/74/EEG van de Raad van 13 september 1993 betreffende diervoeders met bijzonder voedingsdoel,
b) richtlijn 94/28/EG van de Raad van 23 juni 1994 tot vaststelling van de beginselen inzake de zoötechnische en genealogische voorschriften voor de invoer uit derde landen van dieren, alsmede van sperma, eicellen en embryo's en tot wijziging van richtlijn 77/504/EEG betreffende raszuivere fokrunderen,
c) richtlijn 94/39/EG van de Commissie van 25 juli 1994 tot vaststelling van de lijst van bestemmingen voor diervoeders met bijzonder voedingsdoel,
d) richtlijn 95/9/EG van de Commissie van 7 april 1995 houdende wijziging van richtlijn 94/39, en
e) richtlijn 95/10/EG van de Commissie van 7 april 1995 tot vaststelling van de methode ter berekening van de energiewaarde van honden- en kattenvoeders met bijzonder voedingsdoel;
2) de Franse Republiek te verwijzen in de kosten.
(1) - PB L 237, blz. 23.
(2) - PB L 178, blz. 66.
(3) - PB L 207, blz. 20.
(4) - PB L 91, blz. 35.
(5) - PB L 91, blz. 39.
Full & Egal Universal Law Academy