Conclusie van de advocaat generaal
1 Het onderhavige beroep van de Commissie strekt tot vaststelling dat de Helleense Republiek, door niet binnen de gestelde termijn de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen en aan de Commissie mee te delen, die nodig zijn om te voldoen aan de richtlijnen
- 93/118/EG van de Raad van 22 december 1993 tot wijziging van richtlijn 85/73/EEG inzake de financiering van de keuringen en sanitaire controles van vers vlees en van vlees van pluimvee(1), en
- 94/59/EG van de Commissie van 2 december 1994 houdende derde wijziging van de bijlagen bij richtlijn 77/96/EEG van de Raad inzake het opsporen van trichinen bij de invoer van vers vlees van varkens, huisdieren, uit derde landen(2),
de krachtens het EG-Verdrag en die richtlijnen op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen.
2 Ingevolge artikel 3, lid 1, van richtlijn 93/118 moesten de lidstaten de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking doen treden om, wat de eisen van haar bijlage en van artikel 5, gewijzigd, van richtlijn 85/73 betreft, uiterlijk op 31 december 1993 en, wat de overige bepalingen betreft, uiterlijk op 31 december 1994 aan deze richtlijn te voldoen. Volgens die tekst moesten de lidstaten de Commissie onverwijld van de vastgestelde bepalingen in kennis stellen.
3 Op dezelfde wijze moesten krachtens artikel 2, eerste alinea, van richtlijn 94/59 de lidstaten de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke maatregelen in werking doen treden om uiterlijk op 1 januari 1995 aan de richtlijn te voldoen, en de Commissie daarvan onverwijld in kennis stellen.
4 Toen de Commissie vaststelde, dat die termijnen waren verstreken, zonder dat zij op de hoogte was gebracht van het bestaan van door de Helleense Republiek genomen uitvoeringsmaatregelen, leidde zij overeenkomstig artikel 169 EG-Verdrag een niet-nakomingsprocedure in.
5 Bij brief van 16 mei 1995 maande zij de Griekse regering aan, haar opmerkingen te maken over het ontbreken van de nodige bepalingen om de richtlijnen 93/118 en 94/59 in nationaal recht om te zetten.
6 Toen de Griekse regering niet binnen de gestelde termijn op die brief antwoordde, deed de Commissie haar op 24 september 1996 een met redenen omkleed advies toekomen, waarin zij stelde, dat de Helleense Republiek de op haar rustende verplichtingen niet was nagekomen.
7 In haar memorie van antwoord heeft de Helleense Republiek erop gewezen, dat zij de uitvoering van richtlijn 94/59 had verzekerd door de vaststelling van presidentieel decreet nr. 345/97 houdende "Wijziging en aanvulling van de bepalingen van presidentieel decreet nr. 599/85 betreffende de sanitaire voorwaarden waaraan moet worden voldaan door vers vlees en vleesproducten, in Griekenland ingevoerd uit derde landen (FEK A 213), overeenkomstig richtlijn 94/59 van de Commissie (FEK A 233)", bekendgemaakt in het Grieks Staatsblad van 25 november 1997.
8 Bij brief van 10 maart 1998 heeft de Commissie verklaard, afstand te doen van haar beroep wegens niet-nakoming, voor zover het de niet-uitvoering van richtlijn 94/59 betrof.
9 Wat het onderdeel van het beroep inzake de niet-uitvoering van richtlijn 93/118 betreft, heeft de Helleense Republiek erop gewezen, dat zij een ontwerp van presidentieel decreet tot harmonisatie van het nationale recht en die richtlijn had uitgewerkt, maar dat het haar raadzaam leek, dat decreet aan te vullen, met het oog op de gelijktijdige uitvoering van richtlijn 93/118 en richtlijn 96/43/EG van de Raad van 26 juni 1996 tot wijziging en codificering van richtlijn 85/73 om de financiering van de keuringen en veterinaire controles van levende dieren en bepaalde dierlijke producten te garanderen en tot wijziging van de richtlijnen 90/675/EEG en 91/496/EEG.(3)
10 Het is dus duidelijk, dat de Helleense Republiek niet betwist dat de betrokken richtlijn niet binnen de gestelde termijn is uitgevoerd, zodat het door de Commissie ingestelde beroep wegens niet-nakoming van de door richtlijn 93/118 opgelegde verplichtingen, gegrond moet worden geacht.
11 Luidens artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering van het Hof wordt de in het ongelijk gestelde partij in de kosten verwezen.
12 Volgens lid 5 van dat artikel wordt de partij die afstand doet van instantie, in de kosten verwezen, behalve wanneer de afstand door de houding van de wederpartij wordt gerechtvaardigd.
13 De Commissie heeft afgezien van een onderdeel van haar beroep, nadat de Helleense Republiek, toen het beroep reeds aanhangig was, de nodige maatregelen tot omzetting van richtlijn 94/59 in nationaal recht had vastgesteld.
14 Daaruit volgt, dat de gedeeltelijke afstand van instantie van de Commissie wordt gerechtvaardigd door de houding van de Helleense Republiek, die bovendien voor het overige in het ongelijk is gesteld, zodat zij in de kosten moet worden verwezen.
Conclusie
15 Mitsdien geef ik het Hof in overweging te verklaren:
1) Door niet binnen de gestelde termijn de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen en aan de Commissie mee te delen, die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 93/118/EG van de Raad van 22 december 1993 tot wijziging van richtlijn 85/73/EEG inzake de financiering van de keuringen en sanitaire controles van vers vlees en van vlees van pluimvee, is de Helleense Republiek de krachtens artikel 3, lid 1, van die richtlijn op haar rustende verplichtingen niet nagekomen.
2) De Helleense Republiek wordt verwezen in de kosten.
(1) - PB L 340, blz. 15.
(2) - PB L 315, blz. 18.
(3) - PB L 162, blz. 1.
Full & Egal Universal Law Academy