Conclusie van de advocaat generaal
1 Bij op 12 november 1997 ingediend verzoekschrift heeft de Commissie van de Europese Gemeenschappen het Hof verzocht vast te stellen dat de Helleense Republiek, door niet binnen de gestelde termijn de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 95/23/EG van de Raad van 22 juni 1995 tot wijziging van richtlijn 64/433/EEG betreffende de gezondheidsvoorschriften voor de productie en het in de handel brengen van vers vlees(1), de op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen.
2 De verwerende lidstaat heeft de door verzoekster tegen hem ingebrachte grief niet betwist, maar zich ertoe beperkt erop te wijzen, dat een presidentieel decreet dat de uitvoering van de betrokken richtlijn verzekert, in voorbereiding was. Deze laatste omstandigheid kan echter, volgens vaste rechtspraak van het Hof(2), de niet-nakoming niet rechtvaardigen.
3 Mitsdien geeft ik het Hof in overweging, het beroep van de Commissie gegrond te verklaren en de Helleense Republiek overeenkomstig artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering in de kosten te verwijzen.
(1) - PB L 243, blz. 7.
(2) - Zie, onder meer, arresten van 6 april 1995, Commissie/Spanje (C-147/94, Jurispr. blz. I-1015), en 20 maart 1997, Commissie/België (C-294/96, Jurispr. blz. I-1781).
Full & Egal Universal Law Academy