Conclusie van de advocaat generaal
1 Met haar op 9 december 1997 tegen de Italiaanse Republiek ingestelde beroep wegens niet-nakoming verzoekt de Commissie het Hof vast te stellen dat die lidstaat, door niet de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan de richtlijnen
- 93/119/EG van de Raad van 22 december 1993 inzake de bescherming van dieren bij het slachten of doden(1),
- 94/42/EG van de Raad van 27 juli 1994 tot wijziging en bijwerking van richtlijn 64/432/EEG inzake veterinairrechtelijke vraagstukken op het gebied van het intracommunautaire handelsverkeer in runderen en varkens(2),
- 94/16/EG van de Commissie van 22 april 1994 tot wijziging van richtlijn 74/63/EEG van de Raad inzake ongewenste stoffen en producten in diervoeding(3), en
- 93/118/EG van de Raad van 22 december 1993 tot wijziging van richtlijn 85/73/EEG inzake de financiering van de keuringen en sanitaire controles van vers vlees en van vlees van pluimvee(4),
of, in ieder geval, door haar die bepalingen niet mee te delen, de krachtens die richtlijnen op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen. Zij verzoekt tevens, de Italiaanse Republiek in de kosten van de procedure te verwijzen.
2 In haar verzoekschrift schetst de Commissie de verschillende stadia van de precontentieuze procedure van artikel 169 EG-Verdrag.
3 In haar op 14 februari 1998 neergelegde verweerschrift betwist de Italiaanse Republiek noch de regelmatigheid van die procedure noch de gestelde niet-nakoming. Zij verschaft slechts gegevens over de laatste stand van het vastgestelde tijdschema voor omzetting van de betrokken richtlijnen. De richtlijnen 93/119 en 93/118 zullen worden omgezet bij wetgevend decreet zodra de communautaire wet voor 1995-1997, waarvan de parlementaire behandeling weldra zal zijn voltooid, zal zijn goedgekeurd en in werking zal zijn getreden. Richtlijn 94/42 zal worden omgezet bij op grond van die communautaire wet vastgestelde bestuursrechtelijke handeling en richtlijn 94/16 bij een ministerieel decreet waarover de betrokken nationale bestuursinstanties thans overleg voeren.
4 De Commissie achtte indiening van repliek overbodig en partijen hebben afgezien van een mondelinge behandeling.
5 Derhalve kan ik het Hof slechts in overweging geven, het beroep van de Commissie in zijn geheel toe te wijzen en bijgevolg:
1) vast te stellen dat de Italiaanse Republiek, door niet de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan de richtlijnen 93/119/EG van de Raad van 22 december 1993 inzake de bescherming van dieren bij het slachten of doden, 94/42/EG van de Raad van 27 juli 1994 tot wijziging en bijwerking van richtlijn 64/432/EEG inzake veterinairrechtelijke vraagstukken op het gebied van het intracommunautaire handelsverkeer in runderen en varkens, 94/16/EG van de Commissie van 22 april 1994 tot wijziging van richtlijn 74/63/EEG van de Raad inzake ongewenste stoffen en producten in diervoeding, en 93/118/EG van de Raad van 22 december 1993 tot wijziging van richtlijn 85/73/EEG inzake de financiering van de keuringen en sanitaire controles van vers vlees en van vlees van pluimvee, of, in ieder geval, door die bepalingen niet mee te delen, de krachtens die richtlijnen op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen;
2) de Italiaanse Republiek te verwijzen in de kosten.
(1) - PB L 340, blz. 21.
(2) - PB L 201, blz. 26.
(3) - PB L 104, blz. 32.
(4) - PB L 340, blz. 15.
Full & Egal Universal Law Academy