Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
Lid-Staten - Verplichtingen - Uitvoering van richtlijnen - Niet-betwiste niet-nakoming
(EG-Verdrag, art. 169)
Partijen
In zaak C-43/97,
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door P. Stancanelli, lid van haar juridische dienst, als gemachtigde, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij C. Gómez de la Cruz, lid van deze dienst, Centre Wagner, Kirchberg,
verzoekster,
tegen
Italiaanse Republiek, vertegenwoordigd door professor U. Leanza, hoofd van de dienst diplomatieke geschillen van het Ministerie van Buitenlandse zaken, als gemachtigde, bijgestaan door I. M. Braguglia, avvocato dello Stato, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg ter Italiaanse ambassade, Rue Marie-Adélaïde 5,
verweerster,
betreffende een verzoek om vast te stellen dat de Italiaanse Republiek, door niet binnen de gestelde termijn de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 93/36/EEG van de Raad van 14 juni 1993 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor leveringen (PB 1993, L 199, blz. 1), en door deze bepalingen niet mee te delen, de krachtens artikel 34, lid 1, eerste alinea, van die richtlijn op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen,
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE
(Zesde kamer),
samengesteld als volgt: G. F. Mancini, kamerpresident, J. L. Murray, G. Hirsch, H. Ragnemalm (rapporteur) en R. Schintgen, rechters,
advocaat-generaal: C. O. Lenz
griffier: R. Grass
gezien het rapport van de rechter-rapporteur,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 12 juni 1997,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van het Hof op 3 februari 1997, heeft de Commissie van de Europese Gemeenschappen het Hof krachtens artikel 169 EG-Verdrag verzocht vast te stellen dat de Italiaanse Republiek, door niet binnen de gestelde termijn de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 93/36/EEG van de Raad van 14 juni 1993 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor leveringen (PB 1993, L 199, blz. 1), en door deze bepalingen niet mee te delen, de krachtens artikel 34, lid 1, eerste alinea, van die richtlijn op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen.
2 Volgens artikel 34, lid 1, eerste alinea, van richtlijn 93/36 moesten de Lid-Staten de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking doen treden om vóór 14 juni 1994 aan deze richtlijn te voldoen, en de Commissie daarvan onverwijld in kennis stellen.
3 Daar de Commissie geen kennisgeving van de maatregelen tot omzetting van richtlijn 93/36 had ontvangen en over geen enkel ander gegeven beschikte waaruit zij kon opmaken dat de Italiaanse Republiek haar verplichtingen was nagekomen, maande zij de Italiaanse regering bij brief van 9 augustus 1994 aan om binnen een termijn van twee maanden haar opmerkingen te maken.
4 Toen die brief onbeantwoord bleef, deed de Commissie de Italiaanse regering op 25 oktober 1995 een met redenen omkleed advies toekomen met het verzoek, binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving ervan de nodige maatregelen vast te stellen.
5 Daar de Commissie van de Italiaanse autoriteiten geen enkel antwoord had ontvangen, heeft zij het onderhavige beroep ingesteld.
6 De Italiaanse Republiek betwist de haar verweten niet-nakoming niet, en kondigt enkel aan, dat de nodige maatregelen eerlang zullen worden genomen. Dienaangaande wijst zij erop, dat het ontwerp van wet betreffende gemeenschapsaangelegenheden voor 1995/1996, in behandeling bij het Italiaanse parlement, de regering machtigt, richtlijn 93/36 in nationaal recht om te zetten door middel van een decreto legislativo, dat zal worden vastgesteld zodra de wet betreffende gemeenschapsaangelegenheden voor 1995/1996 in werking treedt.
7 Daar de omzetting van richtlijn 93/36 niet binnen de daarin gestelde termijn heeft plaatsgevonden, moet de ter zake door de Commissie aangevoerde niet-nakoming worden vastgesteld.
8 Aan die conclusie wordt niets afgedaan door het argument van de Italiaanse regering, dat de haar telastgelegde niet-nakoming niet zo belangrijk is, aangezien de fundamentele bepalingen inzake procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor leveringen reeds lang in de nationale rechtsorde zijn opgenomen in het kader van de uitvoering van richtlijn 77/62/EEG van de Raad van 21 december 1976 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor leveringen (PB 1977, L 13, blz. 1), zoals herhaaldelijk gewijzigd.
9 De Italiaanse regering betwist immers niet, dat richtlijn 93/36 de Lid-Staten nieuwe verplichtingen oplegt, waaraan deze uiterlijk op 14 juni 1994 moesten voldoen.
10 Anders dan de Commissie heeft geconcludeerd, behoeft het Hof daarentegen niet in aanmerking te nemen, dat de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen die moesten worden vastgesteld om aan richtlijn 93/36 te voldoen, niet zijn meegedeeld, aangezien de Italiaanse Republiek deze bepalingen nu juist niet binnen de in het met redenen omkleed advies gestelde termijn heeft vastgesteld (zie arrest van 6 april 1995, zaak C-147/94, Commissie/Spanje, Jurispr. 1995, blz. I-1015, r.o. 7).
11 Mitsdien moet worden vastgesteld dat de Italiaanse Republiek, door niet binnen de gestelde termijn de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om aan richtlijn 93/36 te voldoen, de krachtens artikel 34, lid 1, eerste alinea, van die richtlijn op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen.
Beslissing inzake de kosten
Kosten
12 Volgens artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering wordt de in het ongelijk gestelde partij in de kosten verwezen. Aangezien de Italiaanse Republiek in het ongelijk is gesteld, moet zij in de kosten worden verwezen.
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE (Zesde kamer),
rechtdoende, verstaat:
1) Door niet binnen de gestelde termijn de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 93/36/EEG van de Raad van 14 juni 1993 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor leveringen, is de Italiaanse Republiek de krachtens artikel 34, lid 1, eerste alinea, van die richtlijn op haar rustende verplichtingen niet nagekomen.
2) Het beroep wordt voor het overige verworpen.
3) De Italiaanse Republiek wordt verwezen in de kosten.
Full & Egal Universal Law Academy