Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
1. Landbouw - Gemeenschappelijke ordening van markten - Oliën en vetten - Olijfolie - Consumptiesteun - Controles door lidstaten - Beschikbaarheid van documenten betreffende boekhouding van ondernemingen bij onaangekondigde controles
(Verordening nr. 3089/78 van de Raad, art. 7, eerste alinea; verordening nr. 2677/85 van de Commissie, art. 12, lid 1)
Samenvatting
1. Uit artikel 7, eerste alinea, van verordening (EEG) nr. 3089/78 van de Raad van 19 december 1978 tot vaststelling van de algemene voorschriften voor de toekenning van consumptiesteun voor olijfolie, en uit artikel 12, lid 1, van verordening nr. 2677/85 houdende uitvoeringsbepalingen van de consumptiesteunregeling voor olijfolie, volgt dat de stukken betreffende de voorraadboekhouding en de financiële boekhouding in de ondernemingen beschikbaar moeten zijn op het moment van de controle door de bevoegde instantie ook al vindt die controle onaangekondigd plaats.
( cf. punt 18 )
2. De Commissie kan alle uitgaven van financiering door het EOGFL uitsluiten wanneer zij vaststelt dat er geen toereikende controlemechanismen bestaan.
( cf. punt 24 )
Partijen
In zaak C-45/97,
Koninkrijk Spanje, vertegenwoordigd door R. Silva de Lapuerta, abogado del Estado, als gemachtigde, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg ter Spaanse ambassade, Boulevard E. Servais 4-6,
verzoeker,
tegen
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door A. M. Alves Viera, lid van de juridische dienst, en B. Vilá Costa, bij die dienst gedetacheerd nationaal ambtenaar, als gemachtigden, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij C. Gómez de la Cruz, lid van dezelfde dienst, Centre Wagner, Kirchberg,
verweerster,
betreffende een verzoek tot gedeeltelijke nietigverklaring van beschikking 96/701/EG van de Commissie van 20 november 1996 tot wijziging van beschikking 96/311/EG betreffende de goedkeuring van de rekeningen die de lidstaten voor het begrotingsjaar 1992 hebben ingediend in verband met door het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw (EOGFL), afdeling Garantie, gefinancierde uitgaven alsook voor bepaalde uitgaven voor het begrotingsjaar 1993 (PB L 323, blz. 26), voor het gedeelte ervan dat het Koninkrijk Spanje betreft,
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE (Zesde kamer),
samengesteld als volgt: P. J. G. Kapteyn, waarnemend voor de president van de Zesde kamer, G. Hirsch (rapporteur) en H. Ragnemalm, rechters,
advocaat-generaal: P. Léger
griffier: R. Grass
gezien het rapport van de rechter-rapporteur,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 20 mei 1999,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van het Hof op 4 februari 1997, heeft het Koninkrijk Spanje krachtens artikel 173, eerste alinea, EG-Verdrag (thans, na wijziging, artikel 230, eerste alinea, EG) verzocht om gedeeltelijke nietigverklaring van beschikking 96/701/EG van de Commissie van 20 november 1996 tot wijziging van beschikking 96/311/EG betreffende de goedkeuring van de rekeningen die de lidstaten voor het begrotingsjaar 1992 hebben ingediend in verband met door het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw (EOGFL), afdeling Garantie, gefinancierde uitgaven alsook voor bepaalde uitgaven voor het begrotingsjaar 1993 (PB L 323, blz. 26; hierna: bestreden beschikking"), voor het hem betreffende gedeelte.
2 Het beroep strekt tot nietigverklaring van de bestreden beschikking, voor zover daarin is bepaald dat uitgaven ten bedrage van 721 255 271 ESP uit hoofde van consumptiesteun voor olijfolie niet voor vergoeding door het EOGFL in aanmerking komen.
3 Blijkens de stukken heeft het Koninkrijk Spanje voor het beheer en de controle op het gebied van consumptiesteun voor olijfolie een stelsel ingevoerd waarbij twee instanties zijn betrokken. De Servicio Nacional de Productos Agrarios (hierna: Senpa") is belast met de erkenning van de begunstigde ondernemingen, de rechtstreekse uitbetalingen van steun en van voorschotten, mits de vereiste zekerheid is gesteld, en met het opleggen van eventuele sancties. De Agencia para el Aceite de Oliva (het agentschap voor olijfolie; hierna: AAO") is de controle-instantie die bevoegd is voor de uitvoering van de door de gemeenschapsregeling voorgeschreven inspecties.
4 Met het oog op de goedkeuring van de rekeningen voor het begrotingsjaar 1992 voerden de diensten van de Commissie in Spanje bij de AAO twee inspecties uit, op 30 september en 1 oktober 1993, en van 14 tot en met 18 maart 1994, teneinde na te gaan of de consumptiesteun voor olijfolie goed werd beheerd, alsmede of het door die lidstaat ingevoerde controlestelsel doeltreffend en nauwkeurig was.
5 Volgens het controleverslag van 31 mei 1994 (hierna: controleverslag"), kwamen bij die inspecties ernstige lacunes aan het licht. Bij brief van 22 september 1994 deelde de Commissie de Spaanse autoriteiten mee, dat het EOGFL, rekening houdend met alle bij het beheer van de regeling vastgestelde tekortkomingen, een correctie voorstelde gelijk aan 50 % van het totale bedrag van de aan Spanje verschuldigde consumptiesteun voor olijfolie, overeenkomend met een bedrag van 15 447 431 500 ESP.
6 Na talrijke contacten en twee bilaterale vergaderingen stelde de Commissie de Spaanse autoriteiten bij brief van 13 juni 1995 voor om de aanvankelijk door haar voorgenomen forfaitaire financiële correctie achterwege te laten en het bedrag van de vermindering van de werkelijk aan het Koninkrijk Spanje verschuldigde steun te baseren op de 27 daadwerkelijk door de EOGFL-inspecteurs gecontroleerde dossiers, waardoor het bedrag van de niet voor vergoeding door het EOGFL in aanmerking komende uitgaven tot 721 255 271 ESP zou dalen.
7 Dat bedrag was gebaseerd op de onregelmatigheden die in dertien ondernemingen waren geconstateerd, op grond waarvan correcties van 10 % en van 100 % van de gedeclareerde uitgaven werden verricht. Voor de ondernemingen Lorenzo Sandúa, Hurtado Tenorio, Olivar de Segura et Agroalimentaria Minerva kwam de voorgestelde correctie overeen met 100 % van de steun, en voor de ondernemingen Sagarra Bascompte SA, Amador Rodríguez SL, Fernández y Ruiz de Aguilar SA, Uteco Jaén, Aragonesa de Aceite de Oliva, Martínez Henarejos, Hispanoliva, Hijos de Joaquín Sequí en Emiliano Vivas, met 10 %.
8 Het Koninkrijk Spanje aanvaardde dit voorstel van de Commissie niet en wendde zich tot het bemiddelingsorgaan, dat is ingesteld bij beschikking 94/442/EG van de Commissie van 1 juli 1994 inzake de instelling van een bemiddelingsprocedure in het kader van de goedkeuring van de rekeningen betreffende het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw (EOGFL), afdeling Garantie (PB L 182, blz. 45). In zijn rapport van 5 december 1995 stelde dat orgaan de Commissie voor om met de Spaanse autoriteiten opnieuw de mogelijkheid te onderzoeken om voor elke betrokken onderneming de correctiepercentages verder te preciseren, dan wel om de door de Commissie voorgestelde financiële correctie te vervangen door een forfaitaire correctie van 2 % van alle door die lidstaat over 1992 gedeclareerde uitgaven.
9 De Commissie ging evenwel op die suggestie niet in, en gaf de bestreden beschikking, waarin het in de brief van 13 juni 1995 geformuleerde voorstel is overgenomen.
10 Tot staving van zijn beroep voert het Koninkrijk Spanje twee middelen aan, in de eerste plaats schending van de bepalingen betreffende de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en de gemeenschappelijke ordening van de markt in de sector oliën en vetten, en in de tweede plaats schending van het evenredigheidsbeginsel. In dat verband preciseert het dat, aangezien de Commissie op basis van de in het controleverslag vastgestelde feiten een financiële correctie voorstelt voor dertien ondernemingen, waarbij aan vier alle aanvankelijk toegekende steun wordt geweigerd en aan negen andere 10 % ervan, voor elke betrokken onderneming zal worden aangegeven waarom zijns inziens de steun in strijd met het gemeenschapsrecht niet is verleend. De twee aangevoerde middelen moeten dus worden onderzocht in het licht van de situatie van elk van die ondernemingen.
Het geval van de ondernemingen waarvoor de financiële correctie 100 % bedraagt
De onderneming Lorenzo Sandúa
11 Het controleverslag maakt melding van de volgende inbreuken: bij de jaarlijkse controle is niet nauwkeurig vermeld hoeveel olijfolie is ontvangen; wat betreft de over eenzelfde periode geleverde hoeveelheden olijfolie, is enkel de maand vermeld, zonder enige precisering; de inspecteurs vermoeden, dat de facturen zijn vervalst, maar hebben aan die vermoedens geen consequenties verbonden; in de voorraadboekhouding ontbreken de 25-literverpakkingen, die op de laatste 5 facturen staan en die overeenkomen met de niet-verpakte olie; die 5 facturen zijn door de onderneming niet overgelegd, evenmin als de registers, de berekeningen van de belasting over de toegevoegde waarde (BTW) en de financiële boekhouding; alle documenten bevinden zich buiten de onderneming; op verzoek van de AAO zijn zij door de onderneming opgestuurd, maar met een vertraging van 3 maanden; de AAO vermeldt niets over de verbetering van de toegezonden documenten en met name over de mogelijkheid dat zij, gelet op de vertraging, waren geprepareerd". Bijgevolg heeft de Commissie een financiële correctie van 100 % op de gedeclareerde steun toegepast.
12 Spanje betoogt, dat die steun in overeenstemming met de gemeenschapsregeling is uitbetaald.
13 In het bijzonder met betrekking tot de vermoedens dat de facturen zijn vervalst, wijst Spanje erop, dat de AAO, toen er redenen voor twijfel aan de regelmatigheid daarvan ontstonden, Senpa heeft voorgesteld de voor indiening van zijn rapport vastgestelde termijn te verlengen overeenkomstig artikel 9, lid 3, van verordening (EEG) nr. 2677/85 van de Commissie van 24 september 1985 houdende uitvoeringsbepalingen van de consumptiesteunregeling voor olijfolie (PB L 254, blz. 5), zoals gewijzigd bij de verordeningen (EEG) van de Commissie nr. 571/91 van 8 maart 1991 (PB L 63, blz. 19), nr. 1008/92 van 23 april 1992 (PB L 106, blz. 12), en nr. 643/93 van 19 maart 1993 (PB L 69, blz. 19; hierna: verordening nr. 2677/85"). Gedurende die periode heeft de AAO een onderzoek verricht, zijn gegevens aangevuld en de resultaten geanalyseerd, en is het tot de slotsom gekomen dat het, ook al heeft het feitenonderzoek niet uitgewezen dat bepaalde steunaanvragen niet aan de voorwaarden voldeden, toch nuttig zou zijn om in de toekomst de verificatie van de registers en van de boekhouding te completeren met horizontale controles bij marktdeelnemers en klanten, wat in casu ook is gebeurd.
14 Tenslotte verklaart Spanje, dat er inzake de vastgestelde feiten niet alleen controles zijn geweest, maar ook extra inspecties, dat de problemen waarover twijfel was gerezen zijn opgelost, dat de voorraadboekhouding wel in de onderneming beschikbaar was, daar alleen de financiële boekhouding door deskundigen buiten de onderneming wordt gevoerd, en dat de AAO-afdeling die is belast met de beoordeling van de inspectieprocedures, rekening houdend met alle verrichte controles en de resultaten ervan, haar rapport heeft ingediend in de vorm van een voorstel betreffende de steunaanvragen, welk rapport aan Senpa is gezonden.
15 Er zij aan herinnerd, dat de lidstaten volgens artikel 7, eerste alinea, van verordening (EEG) nr. 3089/78 van de Raad van 19 december 1978 tot vaststelling van de algemene voorschriften voor de toekenning van consumptiesteun voor olijfolie (PB L 369, blz. 12), een controlesysteem instellen om te waarborgen, dat het product waarvoor steun wordt aangevraagd, voldoet aan de voorwaarden om voor die steun in aanmerking te komen.
16 Artikel 12, lid 1, eerste alinea, van verordening nr. 2677/85 bepaalt, dat de lidstaten met het oog op de in artikel 7 van verordening nr. 3089/78 bedoelde controle overgaan tot verificatie van de voorraadboekhouding van alle erkende bedrijven. Zij controleren ook steekproefsgewijze de financiële bewijsstukken betreffende alle activiteiten van deze bedrijven.
17 Hetzelfde artikel 12, lid 1, bepaalt in de derde, de vierde en de vijfde alinea, dat de lidstaten bij ieder in de eerste alinea bedoeld bezoek in de eerste plaats de overeenstemming nagaan tussen de totale hoeveelheden onverpakte en verpakte olijfolie, alsmede het lege verpakkingsmateriaal in het bedrijf en in de opslagplaats als bedoeld in artikel 7, en in de tweede plaats de uit de voorraadboekhouding blijkende gegevens. In geval van twijfel over de juistheid van de in de steunaanvraag vermelde gegevens controleren de lidstaten ook de financiële boekhouding van de erkende bedrijven. De lidstaat kan bovendien bij die bedrijven onaangekondigd controles van dezelfde aard als hiervoor bedoeld verrichten.
18 Uit deze regeling blijkt, dat de stukken betreffende de voorraadboekhouding en de financiële boekhouding op het moment van de controle door de bevoegde instantie in de ondernemingen beschikbaar moeten zijn, ook al vindt die controle onaangekondigd plaats.
19 In casu betwist Spanje niet, dat de financiële boekhouding op het moment van de door de AAO-inspecteurs verrichte controles niet beschikbaar was. De in artikel 12, lid 1, eerste en vierde alinea, van verordening nr. 2677/85 bedoelde controle was dus niet mogelijk.
20 Bovendien moet eraan worden herinnerd, dat de lidstaat overeenkomstig artikel 12, lid 1, zevende alinea, van verordening nr. 2677/85 bij wijze van horizontale controle en met name in geval van twijfel over de juistheid van de in de steunaanvragen vermelde gegevens, regelmatig aanvullende controles bij de leverancier van de grondstoffen en van het verpakkingsmateriaal verricht, alsmede bij de handelaren aan wie de verpakte olie is geleverd.
21 Dienaangaande erkent Spanje, dat de Spaanse autoriteiten, ondanks twijfel aan de regelmatigheid van de facturen, geen enkele horizontale controle hebben verricht.
22 Uit het voorgaande blijkt, dat de in artikel 7 van verordening nr. 3089/78 en artikel 12, lid 1, van verordening nr. 2677/85 bedoelde controles in werkelijkheid niet hebben plaatsgevonden.
23 Met betrekking tot het bedrag van de financiële correctie verwijt Spanje de Commissie zich in casu niet te hebben gehouden aan de criteria die zij zelf heeft vastgesteld in haar mededeling van 3 juni 1993 aan het EOGFL-comité met betrekking tot de berekening van de financiële consequenties bij de voorbereiding van de beschikking tot goedkeuring van de EOGFL-rekeningen, afdeling Garantie (doc. VI/216/93). In die mededeling stelt de Commissie namelijk drie categorieën van forfaitaire correcties voor, die respectievelijk 2, 5 en 10 % bedragen naargelang de ernst van de gepleegde overtreding. In dat verband is een correctie van 100 % hoe dan ook kennelijk onevenredig.
24 Volgens vaste rechtspraak mag de Commissie alle uitgaven van financiering door het EOGFL uitsluiten, wanneer zij vaststelt, dat er geen toereikende controlemechanismen bestaan (zie arrest van 18 mei 2000, België/Commissie, C-242/97, Jurispr. blz. I-3421, punt 122).
25 In haar mededeling van 3 juni 1993 behoudt de Commissie zich dan ook de mogelijkheid voor om in buitengewone omstandigheden een correctiepercentage van meer dan 10 % toe te passen.
26 In casu moet worden vastgesteld, dat de lacunes bij de controles betreffende de onderneming Lorenzo Sandúa dermate ernstig zijn, dat de weigering om alle gedeclareerde uitgaven ten laste van het EOGFL te brengen, gerechtvaardigd is.
De onderneming Hurtado Tenorio
27 Het controleverslag maakt melding van de volgende onregelmatigheden: de voorraden onverpakte olie stemmen niet overeen met de handelsdocumenten; er bestaan kwaliteitsverschillen; de categorie van de verkochte producten en de kwaliteit ervan zijn niet in de verkoopfacturen vermeld; een loutere verplaatsing van voorraden olie naar het verkooppunt is aangediend als een verkoop; er zijn bovengrondse opslagplaatsen gebruikt, die niet tot de installaties van het verpakkingsbedrijf, maar tot de molen behoren; uit de resultaten van verrichte analyses blijkt, dat het product 0,5 p.p.m. aan trichloorethyleen bevat, terwijl de maximaal toegestane hoeveelheid 0,1 p.p.m. bedraagt; een vermindering van 5 936 kg is op de steunaanvraag toegepast voor verkochte hoeveelheden die niet aan de kwaliteitsnormen voldeden, hoewel de AAO er in zijn rapport op wijst, dat volledige intrekking van de steun en een sanctie kunnen worden voorgesteld, wanneer afwijkingen inzake de zuiverheid van de olie zijn vastgesteld. Bijgevolg heeft de Commissie een financiële correctie van 100 % van de gedeclareerde steun toegepast.
28 Spanje betwist de bevindingen van het EOGFL.
29 Met betrekking tot het eerste bezwaar, betreffende verschillen in de voorraden onverpakte olie, verklaart Spanje, dat de kwaliteit van de olie een natuurlijke evolutie ondergaat, en kan evolueren van extra fijn" naar fijn". Die verandering kan in de voorraadboekhouding worden vermeld onder de post kwaliteitscorrecties", maar heeft geen enkele invloed op het steunbedrag. Het betrokken verschil in de voorraden onverpakte olie, komt door het feit dat er volgens de boekhoudkundige gegevens met betrekking tot de voorraden in de opslagplaats 872 liter extra fijne olie ontbrak, terwijl er tegelijkertijd een overschot van 934 liter fijne olie bestond. Het verschil tussen de aanwezige voorraden en de boekhoudkundige voorraden bedraagt dus 62 liter, een hoeveelheid die in het licht van de omvang van de voorraden te verwaarlozen is.
30 Dienaangaande moet eraan worden herinnerd, dat elk verpakkingsbedrijf volgens artikel 3, eerste alinea, sub a, b en f, van verordening nr. 2677/85 een dagelijkse voorraadboekhouding voert die gegevens bevat betreffende de voorraad olijfolie, ingedeeld naar oorsprong en verpakkingsvorm, op de dag van erkenning, de hoeveelheid en de kwaliteit van elke in het bedrijf aangevoerde partij olijfolie, ingedeeld naar oorsprong en verpakkingsvorm, en de hoeveelheid en de kwaliteit van de verpakte olijfolie. De bevindingen van het controleverslag volgens welke de verschillende kwaliteiten van de voorraden olijfolie niet correct in de voorraadboekhouding zijn weergegeven, worden in casu door Spanje niet betwist.
31 Met betrekking tot het tweede bezwaar, dat er geen overeenstemming was tussen de voorraden en de handelsdocumenten, wijst Spanje erop, dat het verschil tussen de gegevens in het hulpregister en die in de handelsdocumenten 5 liter bedraagt, zijnde 4,58 kg. De AAO heeft in haar rapport de kleinste hoeveelheid vermeld maar, gelet op het onbeduidende verschil, geen sancties getroffen.
32 Dienaangaande moet worden vastgesteld, dat Spanje het zijns inziens onbeduidende" verschil tussen de gegevens in de voorraadboekhouding en die in de handelsdocumenten erkent. Verder blijkt uit de stukken, dat er tussen de geboekte en de aanwezige voorraden onverpakte olie en ook tussen de voorraden verpakte olie onverklaarbare verschillen bestaan. Op dat punt voldoet de voorraadboekhouding dus niet aan de gemeenschapsregeling.
33 Met betrekking tot het derde bezwaar, dat in de verkoopfacturen niets is vermeld over de categorie der verkochte producten, hun kwaliteit en hun verpakkingsvorm, stelt Spanje, dat een eenvoudig onderzoek van die facturen aantoont, dat zij alle door de betrokken regeling vereiste gegevens bevatten. De voorgeschreven zakelijke en fiscale gegevens van de transactie zijn in de facturen getrouw weergegeven, ook al hadden zij wellicht beter wat gedetailleerder kunnen zijn. Hoe het ook zij, die details zijn de AAO bekend dankzij de boekhoudkundige informatie over de producten, waarin naar de handelsdocumenten is verwezen.
34 Dienaangaande moet eraan worden herinnerd, dat de dagelijkse voorraadboekhouding volgens artikel 3, eerste alinea, sub g en h, van verordening nr. 2677/85 eveneens per partij de hoeveelheid en de kwaliteit van de olijfolie die het bedrijf heeft verlaten moet vermelden, alsook, voor elke partij, het nummer van de verkoopfactuur. De bevindingen van het controleverslag volgens welke de kwaliteit van de verkochte olijfolie in de facturen niet was vermeld, worden door Spanje niet weersproken. Aangezien die vermelding onontbeerlijk is om de categorie van de verkochte producten te identificeren, is de gemeenschapsregeling niet in acht genomen.
35 Met betrekking tot het vierde bezwaar, dat een verplaatsing van voorraden naar een verkooppunt is aangediend als een levering van de olie, betoogt Spanje, dat de onderneming inderdaad van mening was, dat de verplaatsing naar een verkooppunt het recht op steun deed ontstaan; in die omstandigheden is gedurende enkele maanden steun aangevraagd voor een grotere hoeveelheid dan die waarop de onderneming recht had, maar is, omgekeerd, gedurende andere maanden steun aangevraagd voor een geringere hoeveelheid, zodat, toen de AAO deze periode van meerdere maanden onderzocht, aan het licht kwam dat de werkelijk verkochte en geleverde hoeveelheden waarvoor het recht op steun bestond groter waren dan die waarvoor de steun was aangevraagd. Uiteindelijk heeft de door de onderneming gevolgde praktijk niet geleid tot uitbetaling van steun voor olie die niet was verkocht en niet daadwerkelijk was geleverd.
36 Uit artikel 9, lid 1, van verordening nr. 2677/85 volgt, dat elke steunaanvraag betrekking moet hebben op de totale hoeveelheid olijfolie die het bedrijf in een bepaalde maand heeft verlaten. Ingeval de minimumhoeveelheid van 15 ton tijdens een bepaalde maand niet wordt bereikt, moet de aanvraag worden ingediend uiterlijk aan het einde van de tweede maand na die waarin de minimumhoeveelheid wordt bereikt. Volgens lid 3 van die bepaling keert de lidstaat de steun uit binnen 150 dagen na de dag van indiening van de aanvraag.
37 In casu staat vast, dat de onderneming Hurtado Tenorio gedurende meerdere maanden voor hoeveelheden olijfolie meer steun heeft aangevraagd dan waarop zij recht had. Die gedraging is in strijd met de gemeenschapsregeling, en een dergelijke overtreding kan niet worden gecompenseerd door een evenredige vermindering van de aangevraagde steun tijdens andere maanden. Overigens heeft Spanje geen enkel bewijs geleverd voor haar bewering, dat de tijdens de betrokken periode ontvangen steun niet meer bedroeg dan die waarop die onderneming aanspraak had.
38 Met betrekking tot het vijfde bezwaar, dat bovengrondse opslagplaatsen zijn gebruikt die niet tot de installaties van het verpakkingsbedrijf maar tot de molen behoren, verklaart Spanje, dat het verpakkingssysteem en de molen deel uitmaken van een geheel van installaties waarmee de onderneming haar werkzaamheden verricht. Wanneer de opslagplaatsen binnen dit geheel als deel van de molen zijn aangemeld, is er, teneinde doublures te vermijden, geen enkele reden om ze als gedeelte van het verpakkingsbedrijf aan te melden. Bovendien zijn alle opslagplaatsen aangemeld, ongeacht of zij de verpakkingsactiviteit of de activiteit van de molen betreffen, en staat de inhoud ervan vast en is de controle gewaarborgd door de voor elke activiteit gevoerde voorraadboekhouding en door metingen.
39 Dienaangaande zij eraan herinnerd, dat de buiten het terrein gelegen opslagplaats volgens artikel 7, lid 2, tweede alinea, van verordening nr. 2677/85 voldoende waarborgen moet bieden met het oog op de controle van de opgeslagen producten en vooraf door de controle-instantie moet zijn erkend. In casu heeft Spanje niet aangetoond, dat aan die vereisten is voldaan.
40 Met betrekking tot het zesde bezwaar, dat de olie trichloorethyleen bevatte, betoogt Spanje, dat het EOGFL er ten onrechte van is uitgegaan, dat het om een probleem van de zuiverheid van de olie ging, terwijl de aanwezigheid van die stof eerder een vervuiling van de olie vormt, van ongeveer 0,5 p.p.m. Die situatie valt niet onder artikel 5 van verordening nr. 2677/85 met betrekking tot kwaliteitscontroles, maar moet worden beschouwd als een overtreding van de bepalingen van artikel 4 van verordening nr. 3089/78 met betrekking tot de definitie van olijfolie.
41 Dienaangaande moet erop worden gewezen, dat de lidstaten volgens artikel 5, lid 1, van verordening nr. 2677/85 steekproefsgewijze moeten nagaan, of de in een onmiddellijke verpakking verpakte olie beantwoordt aan één van de definities bedoeld in artikel 4, lid 1, sub a, van verordening nr. 3089/78. Artikel 5, lid 2, eerste alinea, van verordening nr. 2677/85 bepaalt dat, wanneer de bevoegde instantie van de lidstaat vaststelt, dat de betrokken olie door vermenging of door toepassing van een scheikundig procédé met het doel de olie onrechtmatig voor consumptiesteun in aanmerking te laten komen, niet beantwoordt aan één van de in lid 1 bedoelde definities, de lidstaat de erkenning van het betrokken bedrijf onverwijld voor een periode van een tot vijf jaar intrekt, naargelang de ernst van de overtreding, onverminderd andere eventuele strafmaatregelen.
42 Spanje erkent, dat de aanwezigheid van een chemische stof in een partij van 5 936 kg olijfolie niet verenigbaar is met de in de gemeenschapsregeling vastgestelde definitie van olijfolie. Het heeft de verklaring van de Commissie, dat de olijfolie die stof bevatte in een verhouding die 5 keer hoger was dan de vastgestelde waarden, niet weersproken. De overtreding van de gemeenschapsregeling staat dus vast.
43 Uit het voorgaande volgt, dat het Koninkrijk Spanje geen van de aan de onderneming Hurtado Tenorio verweten onregelmatigheden heeft weerlegd. Gelet op de ernst van sommige van de gepleegde overtredingen, is de correctie van 100 % van de gedeclareerde uitgaven niet onevenredig en dus gerechtvaardigd.
De coöperatie Olivar de Segura
44 Het controleverslag maakt melding van de volgende onregelmatigheden: er zijn geen details met betrekking tot de controle van de financiële boekhouding en de ontvangen hoeveelheden olijfolie, omdat slechts naar de desbetreffende registers is verwezen; het eindrapport van de inspecteur is ontoereikend, omdat hij zich beperkt tot de verklaring dat alles in orde is, hoewel in een mededeling aan de Senpa staat, dat 4 580 kg is afgetrokken in verband met vergissingen bij het overnemen van de boekhoudkundige gegevens in de steunaanvraag. Bijgevolg heeft de Commissie een financiële correctie van 100 % van de gedeclareerde steun toegepast.
45 Spanje stelt in de eerste plaats, dat het betoog van het EOGFL niet met de werkelijkheid overeenstemt, omdat de AAO-inspecteurs de boekhouding hebben gecontroleerd en er details bekend zijn over hun verificaties. Bovendien heeft de inspecteur voorgesteld om de aangevraagde steun te verminderen met een bedrag dat overeenkomt met 4 580 kg, het equivalent van 5 000 liter olijfolie, voor een partij die de onderneming als verkocht heeft aangemeld, voor welke bewering evenwel in de voorraadboekhouding geen steun is te vinden; overeenkomstig zijn criteria heeft de inspecteur dat gedeelte van de aanvraag, dat niet door een bewijsstuk was gestaafd, dus niet aanvaard.
46 Bovendien is volgens Spanje de uitbetaling van de steun voor die 4 580 kg olijfolie in het AAO-rapport afgeraden; uit het onderzoek van de voorraadboekhouding was immers gebleken, dat die hoeveelheid tijdens de betrokken periode niet was geregistreerd als een levering. Volgens de boekhouding was die hoeveelheid in juni 1992 geleverd, en had de onderneming ze bij vergissing in de aanvraag voor mei opgenomen.
47 In de tweede plaats stelt Spanje, dat de Commissie door de intrekking van de erkenning te verlangen en door een correctiepercentage van 100 % toe te passen, het evenredigheidsbeginsel heeft geschonden. De verplichting tot tijdelijke intrekking van de erkenning, als bedoeld in artikel 3, lid 1, van verordening nr. 3089/78, volgt niet automatisch uit het feit dat steun is aangevraagd voor een grotere hoeveelheid dan die waarop de onderneming recht heeft, of voor olie die niet aan de specificaties voldoet. In de eerste plaats is het noodzakelijk, dat de hoeveelheid olie waarvoor ten onrechte steun is aangevraagd, aanzienlijk is, wat volgens artikel 12, lid 6, tweede alinea, van verordening nr. 2677/85 wil zeggen dat zij tenminste 20 % van de gecontroleerde hoeveelheid overschrijdt, en in de tweede plaats dat het om bedrog en niet om een eenvoudige vergissing gaat.
48 In het geval van de coöperatie Olivar de Segura valt de sanctie van intrekking van de erkenning volgens Spanje niet te rechtvaardigen door de omvang van de betrokken overschrijding, die een hoeveelheid van 4 % van alle gecontroleerde olie vormt, en evenmin door bedrog, want de vergissing was in de boekhouding van de steunaanvrager terug te vinden.
49 Volgens de Commissie wordt de erkenning automatisch ingetrokken, wanneer niet meer is voldaan aan een van de voorwaarden van artikel 2, lid 1, van verordening nr. 3089/78. Enerzijds kan artikel 12, lid 6, van verordening nr. 2677/85, in de versie van verordening nr. 643/93, niet worden toegepast op het betrokken begrotingsjaar dat voorafgaat aan de datum van inwerkingtreding van die gewijzigde bepaling. Anderzijds is de intrekkingsmaatregel ook niet afhankelijk van het bewijs dat de steunontvanger de overtreding opzettelijk heeft begaan.
50 In casu staat vast, dat de door de betrokken coöperatie ingediende steunaanvraag voor de consumptie van olijfolie betrekking had op een hoeveelheid die 4 580 kg groter was dan die waarvoor het recht op de steun is erkend.
51 Dienaangaande bepaalt het genoemde artikel 12, lid 6, in de in het onderhavige geval toepasselijke versie dat, wanneer door de bevoegde autoriteit wordt geconstateerd, dat de steunaanvraag betrekking heeft op een hoeveelheid die groter is dan die waarvoor het recht op steun is erkend, de lidstaat de erkenning onverwijld intrekt voor een periode van één tot vijf jaar, gelet op de ernst van de overtreding, en onverminderd eventuele andere sancties.
52 Uit die bepaling volgt, dat de bevoegde autoriteit de ernst van de gepleegde overtreding in aanmerking dient te nemen, en dus alleen al daarom verplicht is om het evenredigheidsbeginsel in acht te nemen.
53 Dienaangaande moet erop worden gewezen, dat de Commissie bij verordening nr. 643/93 artikel 12, lid 6, van verordening nr. 2677/85 aldus heeft gewijzigd, dat wanneer bij besluit van de bevoegde autoriteit wordt geconstateerd, dat de steunaanvraag betrekking heeft op een hoeveelheid die groter is dan die waarvoor het recht op de steun is erkend, de lidstaat het verpakkingsbedrijf een sanctie oplegt waarvan het bedrag, naargelang de ernst van de overtreding, overeenkomt met drie tot acht maal de ten onrechte aangevraagde steun. Wanneer de hoeveelheid waarvoor ten onrechte steun is aangevraagd echter groter is dan tenminste 20 % van de hoeveelheid waarvoor na controle het recht op steun is erkend, past de lidstaat niet alleen de financiële sanctie toe, doch trekt hij bovendien de erkenning in voor een periode van één tot drie jaar, naargelang de ernst van de overtreding.
54 Die nieuwe versie van dat artikel 12, lid 6, verduidelijkt slechts de criteria die volgens de Commissie de toepassing van het evenredigheidsbeginsel in het geval van het opleggen van sancties moeten beheersen, wat overigens ook uit de vierde overweging van de considerans van verordening nr. 643/93 volgt.
55 De verklaring van Spanje dat de hoeveelheid waarvoor ten onrechte steun is aangevraagd, 4 % van alle door de betrokken coöperatie ingediende aanvragen bedraagt, wordt door de Commissie niet betwist. Ook wanneer in aanmerking wordt genomen, dat in de nieuwe versie van die bepaling de sanctie van intrekking van de erkenning, die enkel van toepassing is wanneer de hoeveelheid waarvoor de steun ten onrechte is aangevraagd, de gecontroleerde hoeveelheid waarvoor het recht op steun is erkend met tenminste 20 % overschrijdt, is gekoppeld aan een systeem van geldboeten dat van toepassing is op elke onregelmatige steunaanvraag en dat voordien niet bestond, kan een overschrijding van 4 % van de hoeveelheid waarvoor het recht op steun is erkend hoe dan ook de intrekking van de erkenning niet rechtvaardigen.
56 Aangezien de financiële correctie van 100 % van de gedeclareerde steun in wezen is gebaseerd op de onjuiste zienswijze van de Commissie, dat de onregelmatigheid van de steunaanvraag voor 4 580 kg olie tot de intrekking van de erkenning van de coöperatie Olivar de Segura had moeten leiden, dient de bestreden beschikking op dat punt nietig te worden verklaard.
De onderneming Agroalimentaria Minerva
57 Het controleverslag maakt melding van de volgende onregelmatigheden: tussen de aanwezige en de boekhoudkundige voorraden bestaan onverklaarbare verschillen; de steunaanvraag heeft betrekking op een hoeveelheid die groter is dan die waarvoor recht op steun bestaat, om een reden die niet eenvoudig kan worden gelijkgesteld met een boekhoudkundige rekenfout, welke overtreding intrekking van de erkenning kan teweegbrengen. Bijgevolg heeft de Commissie een financiële correctie van 100 % van de gedeclareerde steun toegepast.
58 Met name met betrekking tot de door het EOGFL voorgestelde intrekking van de erkenning verklaart Spanje, dat de steun voor 3 069 kg olie ten onrechte is aangevraagd als gevolg van een vergissing in de optelling van de in de voorraadboekhouding geregistreerde hoeveelheden olie die in de maand december 1991 met het oog op consumptie de verkooppunten hebben verlaten. Vergeleken met de hoeveelheid olijfolie waarvoor het recht op steun ten gunste van die onderneming is erkend, zijnde 480 011 kg, betreft de vergissing slechts 0,64 % ervan; aangezien geen enkele valse declaratie weloverwogen of ten gevolge van een ernstige nalatigheid is ingediend, zou een dergelijke vergissing niet volstaan om de sanctie van artikel 12, lid 6, van verordening nr. 2677/85 toe te passen.
59 Zoals in de punten 55 en 56 van het onderhavige arrest met betrekking tot de coöperatie Olivar de Segura is geoordeeld, kan worden volstaan met de vaststelling, dat in casu een overschrijding met 0,64 % van de hoeveelheid olie waarvoor het recht op steun is ontstaan, welk percentage door de Commissie niet wordt betwist, geen grond kan opleveren voor de intrekking van de erkenning van de betrokken onderneming.
60 Aangezien de Commissie de financiële correctie van 100 % in wezen heeft gebaseerd op de vermeende overtreding van de bepalingen van artikel 12, lid 6, van verordening nr. 2677/85, moet de bestreden beschikking op dat punt nietig worden verklaard.
Het geval van de ondernemingen waarvoor de financiële correctie 10 % bedraagt
De onderneming Sagarra Bascompte SA
61 Het controleverslag maakt melding van verschillen tussen de inspectieresultaten tijdens het bezoek van de inspecteurs aan die onderneming en de op het AAO-kantoor door hen uitgewerkte eindconclusies. Volgens het verslag van het inspectiebezoek is de voorraadboekhouding niet bijgewerkt, kunnen de theoretische voorraden niet worden gecontroleerd, bestaan er verschillen tussen de aanwezige en de geboekte voorraden verpakkingen, en is de inspecteurs geen enkel handelsdocument getoond, omdat de boekhoudkundige registers tijdens de controle niet beschikbaar waren. Daarentegen wordt in de op het hoofdkantoor van de AAO opgestelde eindconclusies vastgesteld, dat er tussen de voorraden en de boekhoudkundige gegevens, alsmede tussen de documenten en de registers overeenstemming bestaat. Bijgevolg heeft de Commissie een financiële correctie van 10 % van de gedeclareerde steun toegepast.
62 Spanje stelt, dat de beweringen van het EOGFL onjuist zijn en dat de inspecties correct zijn verlopen.
63 Wat de bewering betreft, dat de voorraadboekhouding niet bijgewerkt was, verklaart Spanje, dat eerst de stukken zijn gecontroleerd en dat de inspecteur toen de hem door de onderneming voorgelegde documenten betreffende de voorraadboekhouding heeft onderzocht. Vervolgens is de onderneming bezocht en zijn ter plaatse verificaties verricht; ten slotte zijn uit die procedure de conclusies getrokken, die zowel tijdens het bezoek als daarna op het AAO-kantoor kunnen zijn geformuleerd.
64 Volgens Spanje komt het soms voor, dat de onderneming tijdens het bezoek over bijgewerkte gegevens beschikt, maar dat de meest recente gegevens nog niet in de registers zijn verwerkt om volkomen geldige en in het verslag van de inspecteurs genoemde redenen, zoals in casu, ziekte van de met dit werk belaste persoon. Die omstandigheid is geenszins een beletsel om de boekhoudkundige voorraden tijdens de inspectie te controleren, wat blijkt uit het feit dat die controles bij de betrokken onderneming plaats hebben gevonden.
65 Dienaangaande volstaat het eraan te herinneren, dat elk verpakkingsbedrijf volgens artikel 3, lid 1, van verordening nr. 2677/85 vanaf de dag van erkenning een dagelijkse voorraadboekhouding voert. Spanje erkent, dat de voorraadboekhouding van de betrokken onderneming op het tijdstip van de controle niet volledig was. Vaststaat dus, dat die onderneming die bepaling heeft overtreden.
66 Wat de bij de controle van de verpakkingen ontdekte verschillen tussen de aanwezige en de boekhoudkundige voorraden betreft, verklaart Spanje, dat er geen enkel ernstig verschil aan het licht is gekomen. De nationale inspecteur heeft het onderzoek verricht op basis van de hem tijdens zijn bezoek voorgelegde registers en handelsdocumenten. Dat de fiscale bewijsstukken met betrekking tot de driemaandelijkse BTW-betalingen bij het bezoek niet beschikbaar waren, kwam doordat de volgens artikel 12, lid 1, van verordening nr. 2677/85 verrichte controle onaangekondigd plaatsvond. Dat die documenten in het bezit zijn van deskundigen die niet tot de onderneming behoren, is bij zelfstandigen en kleine ondernemingen een zeer gebruikelijke praktijk. Was gedurende de inspectie om een kopie van die fiscale bewijsstukken verzocht, dan had het bewijs dat de onderneming de BTW had betaald onmiddellijk per faxbericht kunnen worden geleverd.
67 Dienaangaande kan worden volstaan met eraan te herinneren dat, zoals volgt uit punt 18 van het onderhavige arrest, de stukken betreffende de voorraadboekhouding en de financiële boekhouding op het tijdstip van de controle door de bevoegde autoriteit in de ondernemingen beschikbaar moeten zijn, ook wanneer die controle onaangekondigd plaatsvindt. Dat was in casu niet het geval.
68 De bij de controles betreffende de onderneming Sagarra Bascompte SA aan het licht gekomen onregelmatigheden rechtvaardigen de financiële correctie van 10 % dus volledig. Gelet op de ernst van de gepleegde onregelmatigheden kan die correctie in geen geval onevenredig worden geacht.
De onderneming Amador Rodríguez SL
69 Het controleverslag maakt melding van de volgende overtredingen: louter op grond van een verklaring van de onderneming bevestigen de inspecteurs dat de verpakkingsinstallaties geen verandering hebben ondergaan; een medewerker van de onderneming treedt op als haar wettelijk vertegenwoordiger, zonder dat daarvoor enig bewijsstuk is verlangd; er ontbreken 14 000 verpakkingen; verpakkingen van 25 liter ontbreken eveneens; de verpakkingen van 1 liter en van 5 liter zijn niet gecontroleerd; het onderzoek van de handelsdocumenten is uitgedrukt in percentages en niet in hoeveelheden; de rapporten over de bewegingen binnen de onderneming zijn voor 5 % geverifieerd; er ontbreken gegevens over de geleverde hoeveelheden olijfolie en over de opslagplaatsen van verpakte fijne olijfolie. Bijgevolg heeft de Commissie een financiële correctie van 10 % van de gedeclareerde steun toegepast.
70 Volgens Spanje getuigen die bezwaren niet van een juiste beoordeling van de conform artikel 12 van verordening nr. 2677/85 verrichte controlewerkzaamheden.
71 Met betrekking tot de bevestiging door de inspecteurs - die vertrouwen op een loutere verklaring van de vertegenwoordiger van de onderneming - dat de verpakkingsinstallaties geen verandering hadden ondergaan, betoogt Spanje, dat de kenmerken van de installaties bij het eerste bezoek aan een verpakkingsbedrijf altijd in het verslag worden vermeld. Het gaat daarbij om gegevens op grond van visuele waarneming, zoals het soort apparatuur, het model of de fabrikant, maar ook om andere goed geverifieerde gegevens zoals het rendement. Bij volgende bezoeken onderzoekt de inspecteur steeds de bestaande installaties en gaat hij na, of er sprake is van veranderingen ten opzichte van de gegevens die tijdens het vorige bezoek zijn vergaard. Is dat het geval, dan vermeldt hij dat in het verslag. Zo niet, gaat hij bij een vertegenwoordiger van de onderneming na, of er inderdaad geen enkele bij het visuele onderzoek eventueel onopgemerkt gebleven verandering is ingevoerd. Bij een ontkennend antwoord wordt de verklaring van die vertegenwoordiger in het verslag opgenomen, teneinde daarmee in voorkomend geval rekening te kunnen houden, indien later toch een verandering zou worden ontdekt.
72 Spanje stelt, dat de vereenvoudigde vorm van die procedure, waarvan het verslag melding maakt, voor niemand van de bij de opstelling van het dossier betrokken personen tot verwarring kan leiden. Desondanks zijn reeds instructies gegeven om voortaan duidelijker te formuleren en het verloop van de controleprocedure duidelijker weer te geven.
73 Dienaangaande moet eraan worden herinnerd, dat de bevoegde autoriteiten van de lidstaten volgens artikel 2, vijfde alinea, van verordening nr. 2677/85 met het oog op het verlenen van de erkenning ter plaatse een controle uitvoeren van de installaties van het bedrijf dat de erkenningsaanvraag heeft ingediend en van de verpakkingscapaciteit van die onderneming. Verder gaan de lidstaten bij de in artikel 12, lid 1, derde alinea, van dezelfde verordening bedoelde controles na, of de totale hoeveelheden onverpakte en verpakte olijfolie, alsmede het lege verpakkingsmateriaal in de onderneming overeenstemmen met de uit de voorraadboekhouding blijkende gegevens. Die controle houdt in, dat de bevoegde autoriteit bij elk van de controlebezoeken moet verifiëren in welke staat de verpakkingsinstallaties zijn.
74 In casu staat vast, dat Spanje niet aantoont, dat een dergelijke controle daadwerkelijk heeft plaatsgevonden.
75 Met betrekking tot het feit dat een medewerker van het bedrijf als wettelijk vertegenwoordiger fungeert, zonder dat voor die hoedanigheid een bewijsstuk is overgelegd, stelt Spanje, dat de representativiteit van degene die in naam van de onderneming handelt uiterst belangrijk is, wanneer het erom gaat namens de onderneming verklaringen af te leggen, doch minder belangrijk is, wanneer die persoon de inspecteur bij een controlebezoek enkel begeleidt.
76 Die redenering kan niet worden aanvaard. De in artikel 12, lid 1, van verordening nr. 2677/85 bedoelde controle kan slechts naar behoren worden verricht, wanneer een door de directie van de onderneming volgens de regels gevolmachtigd persoon de met die controle belaste inspecteur begeleidt en in voorkomend geval de in dat verband gestelde vragen beantwoordt.
77 Met betrekking tot de vaststelling in het controleverslag dat 14 000 verpakkingen ontbraken, voert Spanje aan, dat er van de 384 verpakkingen van 25 liter inderdaad 21 ontbraken, maar dat daarmee geen rekening is gehouden, omdat zij niet voor de verkoop van de olijfolie waren gebruikt. Wat het feit betreft dat 6 518 verpakkingen van 1 liter en 6 970 verpakkingen van 5 liter niet waren gecontroleerd, herinnert Spanje eraan, dat zij bij wege van een schatting zijn gecontroleerd en dat het aldus verkregen aantal in wezen met de gegevens van de boekhouding overeenstemde.
78 Dienaangaande blijkt uit de stukken, dat de inspecteurs hebben verklaard, dat zij de verpakkingen van 1 en 5 liter niet hebben kunnen tellen. Kennelijk hebben zij dus genoegen genomen met de vaststelling dat een controle van het aantal verpakkingen onmogelijk was, zonder daarvoor de redenen te noemen of andere berekeningswijzen te vermelden.
79 Zonder dat ook nog de overige in het controleverslag opgeworpen bezwaren behoeven te worden onderzocht, moet dus worden geconcludeerd, dat de vastgestelde onregelmatigheden op zich de financiële correctie van 10 % rechtvaardigen.
De onderneming Fernández y Ruiz de Aguilar SA
80 Het controleverslag maakt melding van de volgende onregelmatigheden: er bestaat geen enkele boekhouding van de voorraden verpakte olijfolie of van de verpakkingsvoorraden; het was onmogelijk de conformiteit te controleren, maar de inspecteurs hebben in hun rapport uiteindelijk wel verklaard, dat er niets te melden" was, hoewel vaststaat dat de conformiteitscontrole niet kon worden verricht. Bijgevolg heeft de Commissie een financiële correctie van 10 % van de gedeclareerde steun toegepast.
81 Met betrekking tot het ontbreken van de voorraadboekhouding verwijst Spanje naar de gegevens van het inspectieverslag.
82 Volgens dat verslag bestaat er wel een boekhouding van de voorraden verpakte olijfolie en de verpakkingsvoorraden, en is zij gecontroleerd. De beweringen van de Commissie op dit punt zijn dus ongegrond.
83 Met betrekking tot de onmogelijkheid om de overeenstemming van de voorraden te controleren, betoogt Spanje, dat de inspecteur bij de controleprocedure de overeenstemming tussen de aanwezige en de boekhoudkundige voorraden niet in zijn verslag heeft vermeld, maar naderhand wel in het door hem op het AAO-kantoor opgestelde rapport.
84 Dienaangaande volstaat de vaststelling dat een vermelding over de genoemde overeenstemming ontbreekt, zodat niet mag worden aangenomen, dat de noodzakelijke verificaties daadwerkelijk zijn verricht; weliswaar beweert Spanje, dat zij naderhand zijn verricht, maar het kan zulks niet bewijzen.
85 Gelet op het belang van dit controlebestanddeel, moet dus worden vastgesteld, dat de financiële correctie van 10 % gerechtvaardigd is.
De coöperatie Uteco Jaén
86 Het controleverslag maakt melding van de volgende onregelmatigheden: de inspecteurs hebben de machines, de vulinstallatie, het magazijn en het personeel goedgekeurd zonder controles te verrichten; er bestaat geen enkele voorraadboekhouding; het is niet mogelijk geweest te controleren of de voorraden verpakte olijfolie overeenstemmen met de verpakkingsvoorraden; geleverde hoeveelheden olie worden aangediend als verkocht, terwijl het enkel gaat om verplaatsingen van voorraden; de door de cliënten gerestitueerde hoeveelheden olie zijn niet in de boekhouding opgenomen. Bijgevolg heeft de Commissie een financiële correctie van 10 % van de gedeclareerde steun toegepast.
87 Wat het eerste bezwaar betreft, verwijst Spanje naar zijn opmerkingen over hetzelfde bezwaar tegen de onderneming Amador Rodríguez SL, die in de punten 70 en 71 van het onderhavige arrest zijn weergegeven.
88 Uit het proces-verbaal van de inspectie volgt, dat de AAO-inspecteurs in het gedeelte met de beschrijving van de kenmerken van de verpakkingsinstallatie en van de opslagplaats, enkel vertrouwend op de verklaring van de vertegenwoordiger van de onderneming, hebben bevestigd, dat de machines en de bedrijfsruimten sinds de laatste inspectie geen verandering hebben ondergaan. Zoals in punt 73 van het onderhavige arrest is verklaard, houdt de in artikel 12, lid 1, derde alinea, van verordening nr. 2677/85 bedoelde controle evenwel in, dat de bevoegde autoriteit tijdens elk controlebezoek de staat van de verpakkingsinstallaties nagaat.
89 In casu betwist Spanje niet, dat een dergelijke controle niet heeft plaatsgevonden.
90 Met betrekking tot de voorraadboekhouding voert Spanje aan, dat die boekhouding bestaat, ook al waren de goederenbewegingen in de dagen voorafgaand aan de controle wegens afwezigheid van de daarvoor verantwoordelijke medewerker niet verwerkt; desondanks waren de documenten waaruit die bewegingen bleken in de onderneming aanwezig; het was dus mogelijk om op het AAO-kantoor, dankzij ter plaatse gemaakte aantekeningen, de boekhoudkundige voorraden correct te onderzoeken en te vergelijken met de aanwezige voorraden.
91 Die redenering kan niet wegnemen, dat er sprake is van schending van artikel 3, eerste alinea, van verordening nr. 2677/85, dat bepaalt, dat elk verpakkingsbedrijf vanaf de dag van erkenning een dagelijkse voorraadboekhouding moet voeren.
92 Die onregelmatigheden zijn op zich ernstig genoeg om de in casu toegepaste financiële correctie van 10 % te rechtvaardigen.
De onderneming Aragonesa de Aceite de Oliva
93 Het controleverslag maakt melding van de volgende onregelmatigheden: de financiële boekhouding en de voorraadboekhouding zijn onvolledig; het aantal gecontroleerde documenten is niet gepreciseerd; details over de ontvangen en geleverde hoeveelheden olijfolie ontbreken; de onderneming verklaart, dat zij 20 560 kg olijfolie, alsmede 385 kg en 175 liter verpakte olijfolie, die haar niet toebehoren, in haar opslagplaatsen in voorraad heeft; geen van de van een erkende onderneming verlangde documenten is overgelegd; het is niet mogelijk geweest om te controleren, of de aanwezige voorraden overeenstemmen met de boekhoudkundige voorraden; het grootste gedeelte van de ontvangen hoeveelheden olijfolie is afkomstig van leden van de vennootschap; er bestaat een nota van de AAO aan Senpa met het oog op aftrek van 46 kg niet in de boekhouding opgenomen producten. Bijgevolg heeft de Commissie een financiële correctie van 10 % van de gedeclareerde steun toegepast.
94 Spanje stelt, dat de onnauwkeurigheden in de boekhouding verklaarbaar zijn uit het feit dat het gaat om een onlangs erkende onderneming waaraan voor het eerst een inspectiebezoek is gebracht.
95 Dienaangaande kan worden volstaan met de vaststelling, dat een dergelijke verklaring tegen de achtergrond van de toepasselijke gemeenschapsregeling geen geldige rechtvaardigingsgrond vormt en dus niet kan worden aanvaard.
96 Wat het ontbreken van de vermelding van het aantal gecontroleerde handelsdocumenten betreft, wijst Spanje erop, dat in het inspectieverslag, ook al is dat aantal daarin niet opgenomen, is gepreciseerd, dat 100 % van de documenten, waarvan de AAO de lijst bezit, zijn onderzocht. Ten kantore van de AAO zou dus via een onderzoek kunnen worden vastgesteld om hoeveel documenten het gaat. Wat het ontbreken van details over de ontvangen en geleverde hoeveelheden olie betreft, stelt Spanje, dat het verslag de gecontroleerde hoeveelheden ontvangen en geleverde onverpakte olijfolie noemt, zijnde die welke in de door de AAO onderzochte boekhoudkundige documenten zijn aangegeven. Bovendien is in dat verslag gepreciseerd, dat 100 % van de bewijsstukken voor de ontvangen en geleverde hoeveelheden zijn onderzocht.
97 Uit het door de AAO-inspecteurs opgestelde proces-verbaal volgt, dat de boekhoudkundige gegevens tijdens de controles niet beschikbaar waren, zodat zij niet konden controleren of de boekhoudkundige voorraden overeenstemden met de aanwezige voorraden. Bovendien bevat het proces-verbaal betreffende de onderneming Aragonesa de Aceita de Oliva, in tegenstelling tot de processen-verbaal betreffende andere ondernemingen, geen gegevens over de ontvangen en geleverde hoeveelheden olijfolie. Het argument dat 100 % van de bewijsstukken zijn gecontroleerd is dus niet voldoende onderbouwd.
98 Die onregelmatigheden rechtvaardigen op zich reeds de financiële correctie van 10 %.
De onderneming Martínez Henarejos
99 Het controleverslag maakt melding van de volgende onregelmatigheden: er bestaat geen boekhouding van de voorraden olijfolie, granen, verpakte olie en verpakkingen; of de aanwezige voorraden en de boekhoudkundige voorraden met elkaar overeenstemden is niet gecontroleerd, en de controle is pas achteraf op het AAO-kantoor verricht; de schriftelijke verklaring van de onderneming ter rechtvaardiging van de achterstand in de boekhouding komt niet overeen met haar verklaringen daarover in het verslag van het controlebezoek; er zijn nota's aan Senpa gezonden met het oog op het aftrekken van 435 kg olie die na onderzoek van slechte kwaliteit bleek te zijn, en van 398 kg olie die niet voldeed aan de kwaliteitsnormen van de gemeenschapsregeling. Bijgevolg heeft de Commissie een financiële correctie van 10 % van de gedeclareerde steun toegepast.
100 Volgens Spanje kunnen de na controle op het AAO-kantoor vastgestelde afwijkingen van de tijdens de controle ter plaatse feitelijk aanwezige voorraden niet als ernstig worden beschouwd, want zij betreffen ongeveer 1,17 % van de totale verpakte olie. Die afwijkingen zijn te wijten aan het feit dat de onderneming haar olie verpakt in 16 verschillende soorten verpakkingen, die bij de controle in voorraad waren. Afwijkingen zijn vastgesteld bij 7 verpakkingen, betreffende de hoeveelheden 2, 20, 4, 15, 6, 15 en 10 liter.
101 Dienaangaande kan worden volstaan met eraan te herinneren, dat zoals reeds uit punt 18 van het onderhavige arrest volgt, de stukken betreffende de voorraadboekhouding en de financiële boekhouding op het tijdstip van de controle door de bevoegde autoriteit in de ondernemingen beschikbaar moeten zijn, ook al vindt die controle onaangekondigd plaats. Dat was in casu niet het geval, nu uit het proces-verbaal van de AAO van 6 oktober 1992 volgt, dat de boekhoudkundige gegevens van elk van de categorieën van verpakkingen op de dag van de inspectie niet konden worden ingezien.
102 Wat het feit betreft, dat er tussen de boekhoudkundige voorraden en de aanwezige voorraden verschillen bestonden, die zich met betrekking tot de onverpakte olijfolie en de verpakkingen in alle gevallen voordeden, en in bijna de helft van de gevallen met betrekking tot de verpakte olie, kan de Spaanse regering niet verklaren in hoeverre dergelijke verschillen uit het grote aantal gebruikte verpakkingen voortvloeiden.
103 In die omstandigheden is de financiële correctie van 10 % gerechtvaardigd.
De onderneming Hispanoliva
104 Het controleverslag maakt melding van de volgende onregelmatigheden: de installaties, de opslagplaats en de structuur van de onderneming zijn niet gecontroleerd, en haar verklaringen zijn zonder meer aanvaard; de recipiënten zijn evenmin gecontroleerd, want volgens de verklaring van de inspecteur zijn zij talrijk en slecht opgeslagen"; er is niet gecontroleerd of de verpakkingen aan de voorschriften voldeden; de hoeveelheden ontvangen en geleverde olie zijn niet gecontroleerd, evenmin als de uit derde landen ingevoerde hoeveelheden; de onderneming heeft tekeningen van de opslagplaatsen laten zien die niet zijn gecontroleerd; in zijn conclusies schrijft de inspecteur evenwel, dat de aanwezige voorraden overeenstemden met de boekhoudkundige voorraden, en dat voorts al het overige in orde" was. Bijgevolg heeft de Commissie een financiële correctie van 10 % van de gedeclareerde steun toegepast.
105 Spanje herinnert eraan dat de controles ter plaatse hoofdzakelijk betrekking moeten hebben op de juistheid van de belangrijkste aspecten van de gegevens in de steunaanvragen, en dat de installaties en machines van de verpakkingsbedrijven alleen worden gecontroleerd wanneer er veranderingen ten opzichte van eerdere controles worden vastgesteld. Wanneer er geen veranderingen worden vastgesteld, vragen de inspecteurs aan de onderneming of er eventueel onopgemerkt gebleven veranderingen hebben plaatsgevonden, en bij een ontkennend antwoord wordt daarvan een melding gemaakt in het inspectieverslag, voor het geval dat in werkelijkheid wél een verandering zou hebben plaatsgevonden.
106 Aangezien de gegevens van de voorraadboekhouding overeenstemden met de ten tijde van het onderzoek op het bedrijfsterrein daadwerkelijk aanwezige voorraden verpakte olijfolie, hebben de inspecteurs de zich aldaar bevindende verpakkingen niet nauwkeurig geteld; wel werd de inspecteur erop attent gemaakt dat het aantal ervan bij latere bezoeken nauwkeurig moest worden vastgesteld.
107 Zoals in punt 73 van het onderhavige arrest is gepreciseerd, houdt de in artikel 12, lid 1, derde alinea, van verordening nr. 2677/85 bedoelde controle in, dat de bevoegde autoriteit bij elk controlebezoek de staat van de verpakkingsinstallaties nagaat. Spanje erkent, dat die controle in casu niet heeft plaatsgevonden.
108 Spanje betwist evenmin de overige bevindingen van de EOGFL-inspecteurs.
109 In die omstandigheden kan de financiële correctie van 10 % niet ter discussie worden gesteld.
De onderneming Hijos de Joaquín Seguí
110 Het controleverslag maakt melding van de volgende onregelmatigheden: de factuurnummers zijn niet in de boekhouding opgenomen; de fluctuaties van hoeveelheden en kwaliteiten kloppen niet; er zijn vergissingen begaan bij de registratie van de hoeveelheden olijfolie of fijne olijfolie; de verpakkingsetiketten vermelden geen identificatienummers; op 12 april 1993 heeft de AAO aan Senpa voorgesteld om de erkenning van die onderneming in te trekken, omdat haar verpakkingscapaciteit minder bedroeg dan de bij de geldende regeling vereiste minimumhoeveelheid, welk voorstel op 6 juli 1993 is ingetrokken. Bijgevolg heeft de Commissie een financiële correctie van 10 % van de gedeclareerde steun toegepast.
111 Spanje voert aan, dat de bezwaren van het EOGFL niet voldoende gegrond zijn, omdat de bij de controle ter plaatse vastgestelde verschillen tussen de aanwezige voorraden en de boekhoudkundige voorraden verpakte olijfolie slechts betrekking hebben op in totaal 142 liter. Bovendien hebben de inspecteurs in het bij het verslag gevoegde rapport vermeld, dat zij speciale verificaties hebben verricht. In concreto hebben zij de voor de commerciële transacties opgestelde facturen en ontvangstbewijzen onderzocht, en gecontroleerd of de voorgelegde handelsdocumenten in de belastingregisters waren ingeschreven.
112 Zoals de advocaat-generaal in punt 153 van zijn conclusie opmerkt, wordt bij de door Spanje genoemde hoeveelheid van 142 liter geen rekening gehouden met alle bij de inspectie vastgestelde verschillen, want bij de vergelijking van de boekhoudkundige en de reëel aanwezige voorraden onverpakte olie met de verpakkingsvoorraden zijn verschillen van meerdere honderden eenheden ontdekt.
113 De overige bevindingen van het EOGFL worden door Spanje niet betwist.
114 In die omstandigheden is de financiële correctie van 10 % gerechtvaardigd.
De onderneming Emiliano Vivas
115 Het controleverslag maakt melding van de volgende onregelmatigheden: de inspectie ter plaatse heeft slechts 4 uur geduurd, namelijk van 16.00 tot 20.00 uur op 31 december 1993; er zijn geen voorraden; het is niet mogelijk geweest om de verpakkingen te controleren, omdat zij volgens de inspecteur niet correct waren opgeslagen; de financiële boekhouding bevat geen facturen, maar alleen fotokopieën, en vertoont dus ernstige lacunes; alleen de leveringsbonnen zijn gecontroleerd; uiteindelijke conclusie van de inspecteur: ondanks de ontdekte onregelmatigheden is de AAO-inspecteur tot de slotsom gekomen, dat zij geen gevolgen meebrachten voor de door de onderneming ontvangen consumptiesteun.
116 Met betrekking tot de duur van de inspectie voert Spanje aan, dat het om een klein verpakkingsbedrijf gaat dat slechts een gedeelte van het jaar werkt; het controlebezoek viel samen met een periode van technische werkloosheid en had tot doel de naleving van precieze punten te verifiëren. Ter plaatse zijn andere belangrijke controles verricht, doch door het ontbreken van voorraden onverpakte en verpakte olie kon een aanzienlijke tijdwinst worden geboekt.
117 Het ontbreken van voorraden was te wijten aan de geringe activiteit van de onderneming en kon in geen geval als een afwijking, een overtreding of een onregelmatigheid worden beschouwd.
118 Met betrekking tot de controle van lege verpakkingen had de inspecteur de voorkeur gegeven aan vaststelling van het aantal ervan door middel van een steekproef, die uitwees, dat zij overeenstemden met de boekhoudkundige voorraden; een definitieve telling van die verpakkingen was namelijk niet mogelijk geweest, omdat zij slecht waren opgeslagen; daarom is de onderneming verzocht die verpakkingen in de toekomst zorgvuldiger op te slaan, zodat zij gemakkelijker kunnen worden geteld, aan welk verzoek gehoor is gegeven, zoals bij het volgende bezoek is gebleken.
119 Spanje erkent, dat de in artikel 12, lid 1, derde alinea, van verordening nr. 2677/85 bedoelde controle niet heeft plaatsgevonden. Die overtreding is op zich ernstig genoeg om de in casu toegepaste financiële correctie van 10 % te rechtvaardigen.
120 Uit een en ander volgt, dat het Spanje betreffende gedeelte van de bestreden beschikking nietig moet worden verklaard, voor zover daarin is geweigerd om alle aan de coöperatie Olivar de Segura en de onderneming Agroalimentaria Minerva verleende steun ten laste van het EOGFL te brengen.
Beslissing inzake de kosten
Kosten
121 Ingevolge artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering wordt de in het ongelijk gestelde partij in de kosten verwezen, voor zover dit is gevorderd. Aangezien het Koninkrijk Spanje op de belangrijkste punten in het ongelijk gesteld is, moet het overeenkomstig de vordering van de Commissie in de kosten worden verwezen.
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE (Zesde kamer),
rechtdoende:
1) Verklaart nietig beschikking 96/701/EG van de Commissie van 20 november 1996 tot wijziging van beschikking 96/311/EG betreffende de goedkeuring van de rekeningen die de lidstaten voor het begrotingsjaar 1992 hebben ingediend in verband met door het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw (EOGFL), afdeling Garantie, gefinancierde uitgaven alsook voor bepaalde uitgaven voor het begrotingsjaar 1993, voor het gedeelte dat het Koninkrijk Spanje betreft, voor zover bij die beschikking is geweigerd om alle aan de coöperatie Olivar de Segura en de onderneming Agroalimentaria Minerva verleende steun ten laste van het EOGFL te brengen.
2) Verwerpt het beroep voor het overige.
3) Verwijst het Koninkrijk Spanje in de kosten.
Full & Egal Universal Law Academy