Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
Lidstaten - Verplichtingen - Uitvoering van richtlijnen - Niet-nakoming - Rechtvaardiging ontleend aan vertraging bij omzetting van met betrokken richtlijn samenhangende oudere richtlijn - Ontoelaatbaarheid
(EG-Verdrag, art. 169)
Samenvatting
Wanneer de omzetting van een richtlijn door een lidstaat niet binnen de gestelde termijn heeft plaatsgevonden, moet de ter zake gestelde niet-nakoming gegrond worden geacht. Ter rechtvaardiging van de niet-omzetting kan niet worden aangevoerd, dat een oudere richtlijn, die samenhangt met de richtlijn in geding en zelf vóór het verstrijken van bedoelde termijn moest zijn omgezet, te laat ten uitvoer is gelegd.
Partijen
In zaak C-139/97,
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door P. Stancanelli, lid van haar juridische dienst, als gemachtigde, bijgestaan door M. Merola, advocaat te Rome, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij C. Gómez de la Cruz, lid van haar juridische dienst, Centre Wagner, Kirchberg,
verzoekster,
tegen
Italiaanse Republiek, vertegenwoordigd door U. Leanza, hoofd van de dienst diplomatieke geschillen van het Ministerie van Buitenlandse zaken, als gemachtigde, bijgestaan door D. Del Gaizo, avvocato dello Stato, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg ter Italiaanse ambassade, Rue Marie-Adélaïde 5,
verweerster,
betreffende een verzoek om vast te stellen dat de Italiaanse Republiek, door niet de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 94/2/EG van de Commissie van 21 januari 1994 houdende uitvoeringsbepalingen van richtlijn 92/75/EEG van de Raad wat de etikettering van het energieverbruik van huishoudelijke elektrische koelkasten, diepvriezers en combinaties daarvan betreft (PB L 45, blz. 1), en door in ieder geval te verzuimen de Commissie van die bepalingen in kennis te stellen, de krachtens die richtlijn op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen,
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE
(Vijfde kamer),
samengesteld als volgt: C. Gulmann, kamerpresident, D. A. O. Edward, J.-P. Puissochet, P. Jann (rapporteur) en L. Sevón, rechters,
advocaat-generaal: S. Alber
griffier: R. Grass
gezien het rapport van de rechter-rapporteur,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 11 december 1997,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van het Hof op 14 april 1997, heeft de Commissie van de Europese Gemeenschappen het Hof krachtens artikel 169 EG-Verdrag verzocht vast te stellen dat de Italiaanse Republiek, door niet de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 94/2/EG van de Commissie van 21 januari 1994 houdende uitvoeringsbepalingen van richtlijn 92/75/EEG van de Raad wat de etikettering van het energieverbruik van huishoudelijke elektrische koelkasten, diepvriezers en combinaties ervan betreft (PB L 45, blz. 1), en door in ieder geval te verzuimen haar van die bepalingen in kennis te stellen, de krachtens die richtlijn op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen.
2 Volgens artikel 4 van richtlijn 94/2 moesten de lidstaten de nodige bepalingen aannemen en bekendmaken om uiterlijk op 31 december 1994 aan deze richtlijn te voldoen, en de Commissie daarvan onverwijld in kennis stellen.
3 Daar de Commissie geen kennisgeving van de maatregelen tot omzetting van richtlijn 94/2 in Italiaans recht had ontvangen en over geen enkel gegeven beschikte waaruit zij kon opmaken dat de Italiaanse Republiek die verplichting was nagekomen, besloot zij de in artikel 169 van het Verdrag bedoelde niet-nakomingsprocedure tegen haar in te leiden.
4 Bij brief van 16 mei 1995 maande de Commissie de Italiaanse regering aan om binnen een termijn van twee maanden haar opmerkingen te maken.
5 Bij brief van 13 juli 1995 antwoordden de Italiaanse autoriteiten, dat een uitvoeringsregeling in voorbereiding was, die een spoedige omzetting van richtlijn 94/2 mogelijk zou maken.
6 Daar de Commissie echter geen kennisgeving van bedoelde omzettingsmaatregelen ontving, bracht zij op 8 mei 1996 een met redenen omkleed advies uit, waarin zij de Italiaanse regering verzocht, de nodige maatregelen te nemen om dit advies binnen twee maanden na kennisgeving ervan op te volgen.
7 Bij brief van 21 juni 1996 deelde de Italiaanse regering de Commissie mee, dat het ontwerp van uitvoeringsregeling van richtlijn 94/2 door de ministerraad werd onderzocht.
8 Daar de Commissie niet vernam dat dit ontwerp definitief was goedgekeurd, heeft zij het onderhavige beroep ingesteld.
9 De Italiaanse regering betwist niet, dat richtlijn 94/2 niet binnen de gestelde termijn is omgezet. Zij beperkt zich tot de mededeling, dat de maatregelen tot omzetting van die richtlijn eerlang zullen worden genomen. Anderzijds merkt zij op, dat voor zover richtlijn 94/2 uitvoeringsbepalingen bevat van richtlijn 92/95/EEG van de Raad van 22 september 1992 betreffende de vermelding van het energieverbruik en het verbruik van andere hulpbronnen op de etikettering en in de standaard-productinformatie van huishoudelijke apparaten (PB L 297, blz. 16), die nog niet formeel is omgezet, eerst tot uitvoering van richtlijn 94/2 zou kunnen worden overgegaan wanneer de procedure tot omzetting van richtlijn 92/75 zal zijn beëindigd, en dat de ontwerpregeling momenteel wordt onderzocht door de Raad van State.
10 Dienaangaande zij opgemerkt, dat richtlijn 92/75 uiterlijk op 30 juni 1993 in nationaal recht moest zijn omgezet, dat wil zeggen vóór het verstrijken van de voor omzetting van richtlijn 94/2 gestelde termijn. De Italiaanse Republiek kan bijgevolg ter rechtvaardiging van de niet-omzetting van laatstgenoemde richtlijn niet aanvoeren, dat richtlijn 92/75 te laat ten uitvoer is gelegd (zie arrest van 23 maart 1994, Commissie/Spanje, C-268/93, Jurispr. blz. I-947, punt 5).
11 Daar de omzetting van richtlijn 94/2 dus niet binnen de gestelde termijn heeft plaatsgevonden, moet het beroep van de Commissie gegrond worden geacht.
12 Mitsdien moet worden vastgesteld dat de Italiaanse Republiek, door niet binnen de gestelde termijn de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om aan richtlijn 94/2 te voldoen, de krachtens artikel 4 van die richtlijn op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen.
Beslissing inzake de kosten
Kosten
13 Volgens artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering wordt de in het ongelijk gestelde partij in de kosten verwezen. Aangezien de Italiaanse Republiek in het ongelijk is gesteld, moet zij in de kosten worden verwezen.
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE (Vijfde kamer),
rechtdoende, verstaat:
1) Door niet binnen de gestelde termijn de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 94/2/EG van de Commissie van 21 januari 1994 houdende uitvoeringsbepalingen van richtlijn 92/75/EEG van de Raad wat de etikettering van het energieverbruik van huishoudelijke elektrische koelkasten, diepvriezers en combinaties daarvan betreft, is de Italiaanse Republiek de krachtens artikel 4 van die richtlijn op haar rustende verplichtingen niet nagekomen.
2) De Italiaanse Republiek wordt verwezen in de kosten.
Full & Egal Universal Law Academy