Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
Lidstaten - Verplichtingen - Uitvoering van richtlijnen - Niet-betwiste niet-nakoming
(EG-Verdrag, art. 169)
Partijen
In zaak C-195/97,
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door P. Stancanelli, lid van haar juridische dienst, als gemachtigde, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij C. Gómez de la Cruz, lid van die dienst, Centre Wagner, Kirchberg,$
verzoekster,
tegen
Italiaanse Republiek, vertegenwoordigd door U. Leanza, hoofd van de dienst diplomatieke geschillen van het Ministerie van Buitenlandse zaken, als gemachtigde, bijgestaan door P. G. Ferri, avvocato dello Stato, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg ter Italiaanse ambassade, Rue Marie-Adélaïde 5,
verweerster,
betreffende een verzoek om vast te stellen dat de Italiaanse Republiek, door niet binnen de gestelde termijn de bepalingen vast te stellen en mee te delen die nodig zijn om richtlijn 91/676/EEG van de Raad van 12 december 1991 inzake de bescherming van water tegen verontreiniging door nitraten uit agrarische bronnen (PB L 375, blz. 1), in nationaal recht om te zetten, en door met name niet aan de verplichting van artikel 3, lid 2, van die richtlijn te voldoen, de krachtens het gemeenschapsrecht op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen,
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE
(Zesde kamer),
samengesteld als volgt: P. J. G. Kapteyn, kamerpresident, G. F. Mancini, J. L. Murray (rapporteur), H. Ragnemalm en K. M. Ioannou, rechters,
advocaat-generaal: P. Léger
griffier: R. Grass
gezien het rapport van de rechter-rapporteur,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 12 november 1998,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij op 20 mei 1997 ter griffie van het Hof neergelegd verzoekschrift heeft de Commissie van de Europese Gemeenschappen het Hof krachtens artikel 169 EG-Verdrag verzocht vast te stellen dat de Italiaanse Republiek, door niet binnen de gestelde termijn de bepalingen vast te stellen en aan haar mee te delen die nodig zijn om richtlijn 91/676/EEG van de Raad van 12 december 1991 inzake de bescherming van water tegen verontreiniging door nitraten uit agrarische bronnen (PB L 375, blz. 1; hierna: "richtlijn"), in nationaal recht om te zetten, en door met name niet aan de verplichting van artikel 3, lid 2, van die richtlijn te voldoen, de krachtens het gemeenschapsrecht op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen.
2 Artikel 12, lid 1, van de richtlijn bepaalt, dat de lidstaten de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking doen treden om binnen een termijn van twee jaar te rekenen vanaf de kennisgeving van de richtlijn, aan de bepalingen ervan te voldoen, en dat zij de Commissie daarvan onverwijld in kennis stellen. Daar de richtlijn op 19 december 1991 aan de lidstaten is bekendgemaakt, is deze uitvoeringstermijn op 19 december 1993 verstreken.
3 Volgens artikel 3, lid 2, van de richtlijn moeten de lidstaten binnen diezelfde termijn alle hun bekende stukken land op hun grondgebied, die afwateren in wateren die door verontreiniging worden beïnvloed of zouden kunnen worden beïnvloed, als kwetsbare zones aanwijzen, en dienen zij binnen zes maanden aan de Commissie mededeling te doen van deze eerste aanwijzing.
4 Overeenkomstig artikel 3, lid 5, zijn de lidstaten ontheven van de verplichting specifieke kwetsbare zones aan te wijzen, indien zij hun gehele nationale grondgebied als kwetsbare zone beschouwen en zij actieprogramma's ter vermindering en voorkoming van waterverontreiniging door nitraten uit agrarische bronnen opstellen en op hun gehele nationale grondgebied toepassen.
5 Volgens artikel 4 van de richtlijn dienden de lidstaten, teneinde voor alle wateren een algemeen beschermingsniveau tegen verontreiniging te bieden, vóór 19 december 1993 een of meer codes van goede landbouwpraktijken op te stellen, die de landbouwers vrijwillig in acht dienden te nemen.
6 Daar de Commissie geen enkele mededeling had ontvangen over, in de eerste plaats, de uitvoering van deze richtlijn in Italiaans recht en, in de tweede plaats, de aanwijzing van specifieke kwetsbare zones of het voornemen het gehele nationale grondgebied krachtens artikel 3, lid 5, als kwetsbare zone aan te wijzen, en zij evenmin over enige andere informatie beschikte om te kunnen concluderen, dat de Italiaanse Republiek aan haar verplichtingen had voldaan, maande zij de Italiaanse regering bij brief van 10 juli 1995 aan om binnen twee maanden haar opmerkingen kenbaar te maken.
7 Omdat zij geen enkele mededeling van de Italiaanse Republiek had ontvangen, zond de Commissie haar op 26 juli 1996 een met redenen omkleed advies waarin zij haar verzocht, de nodige maatregelen te nemen om zich binnen een termijn van twee maanden naar dit advies te voegen.
8 Bij brief van 20 januari 1997 deelde de Italiaanse Republiek mee, dat zij weliswaar nog geen specifieke bepalingen ter uitvoering van de richtlijn had vastgesteld, doch dat zij op de belangrijkste punten aan de verplichtingen van de richtlijn, met name aan die van de artikelen 3, lid 2, en 4, had voldaan.
9 Op basis van de door de Italiaanse Republiek verstrekte gegevens, trok de Commissie haar bezwaren ten aanzien van de niet-uitvoering van artikel 4 van de richtlijn in.
10 Met betrekking tot de artikelen 12 en 3, lid 2, van de richtlijn stelde de Commissie zich echter op het standpunt, dat de Italiaanse Republiek nog steeds niet aan haar verplichtingen had voldaan, waarop zij besloot het onderhavige beroep in te stellen.
11 De Commissie stelt, dat de Italiaanse Republiek heeft verzuimd overeenkomstig artikel 3, lid 1, de wateren aan te wijzen die door verontreiniging worden beïnvloed respectievelijk zouden kunnen worden beïnvloed. Zij stelt vast, dat de Italiaanse Republiek krachtens artikel 3, lid 5, van de richtlijn ontheven zou zijn geweest van de verplichting om de kwetsbare zones aan te wijzen, indien zij haar gehele nationale grondgebied als kwetsbare zone had aangemerkt.
12 De Italiaanse regering stelt, dat zij, nadat het met redenen omkleed advies was uitgebracht, de Commissie heeft meegedeeld, dat zij een reeks maatregelen ter uitvoering van de richtlijn had getroffen. Voorts heeft zij aan de Commissie haar voornemen kenbaar gemaakt, krachtens een volmacht van het Italiaanse parlement een wetgevend decreet vast te stellen om de in de richtlijn bedoelde materie volledig te regelen.
13 Volgens de Commissie is de belangrijkste doelstelling van de richtlijn, de vervuiling van de wateren die rechtstreeks of indirect door nitraten uit agrarische bronnen wordt veroorzaakt, te verminderen of te voorkomen. De correcte uitvoering van de richtlijn impliceert, dat een zekere logica in acht wordt genomen. Eerst moeten de lidstaten de wateren en zones aanwijzen die door vervuiling worden bedreigd. Daarna moeten zij de maatregelen vaststellen en toepassen die nodig zijn om de aldus vastgestelde vervuiling te bestrijden. De Commissie stelt vast, dat de Italiaanse Republiek volledig heeft verzuimd, eerst de kwetsbare zones aan te wijzen waarvoor de in de artikelen 4 en 5 genoemde maatregelen ter vermindering of voorkoming van de vervuiling van de wateren moeten worden getroffen.
14 Blijkens de artikelen 3 en 5 van de richtlijn moeten de lidstaten eerst voldoen aan de verplichting om kwetsbare zones aan te wijzen, alvorens maatregelen te treffen ter uitvoering van artikel 5, dat de vervuiling van de wateren beoogt te verminderen of te voorkomen. Volgens de bewoordingen van artikel 3, lid 5, zijn de lidstaten slechts ontheven van de verplichting specifieke kwetsbare zones aan te wijzen, indien zij binnen de gestelde termijn de in artikel 5 bedoelde actieprogramma's opstellen en op hun gehele nationale grondgebied toepassen.
15 De Italiaanse regering betwist niet, dat nog geen kwetsbare zones in de zin van artikel 3, lid 2, van de richtlijn zijn aangewezen.
16 In dupliek stelt zij, dat de stukken betreffende de maatregelen die ter uitvoering van artikel 5 van de richtlijn zijn vastgesteld, thans aan de Commissie zijn gezonden.
17 Zonder dat het noodzakelijk is die maatregelen te onderzoeken, volstaat het op te merken, dat blijkens het dossier geen maatregelen binnen de door de richtlijn voorgeschreven termijn zijn vastgesteld.
18 Uit de voorgaande overwegingen volgt, dat de maatregelen die nodig zijn om de correcte uitvoering van de richtlijn te verzekeren, noch binnen de gestelde termijn zijn vastgesteld noch aan de Commissie zijn meegedeeld.
19 Onder deze omstandigheden moet worden vastgesteld dat de Italiaanse Republiek, door niet binnen de gestelde termijn de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen en aan de Commissie mee te delen die nodig zijn voor de uitvoering van de richtlijn, en door met name niet aan de verplichting van artikel 3, lid 2, ervan te voldoen, de krachtens artikel 12, lid 1, van die richtlijn op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen.
Beslissing inzake de kosten
Kosten
20 Ingevolge artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering wordt de in het ongelijk gestelde partij in de kosten verwezen, voor zover zulks is gevorderd. Daar de Italiaanse Republiek in het ongelijk is gesteld, moet zij overeenkomstig de vordering van de Commissie in de kosten worden verwezen.
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE (Zesde kamer),
rechtdoende, verstaat:
1) Door niet binnen de gestelde termijn de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen en aan de Commissie mee te delen die nodig zijn voor de uitvoering van richtlijn 91/676/EEG van de Raad van 12 december 1991 inzake de bescherming van water tegen verontreiniging door nitraten uit agrarische bronnen, en door met name niet aan de verplichting van artikel 3, lid 2, ervan te voldoen, is de Italiaanse Republiek de krachtens artikel 12, lid 1, van die richtlijn op haar rustende verplichtingen niet nagekomen.
2) De Italiaanse Republiek wordt in de kosten verwezen.
Full & Egal Universal Law Academy