Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
Lidstaten - Verplichtingen - Uitvoering van richtlijnen - Niet-betwiste niet-nakoming
(EG-Verdrag, art. 169)
Partijen
In zaak C-213/97,
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door F. de Sousa Fialho, lid van haar juridische dienst, als gemachtigde, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij C. Gómez de la Cruz, lid van haar juridische dienst, Centre Wagner, Kirchberg,
verzoekster,
tegen
Portugese Republiek, vertegenwoordigd door L. Fernandes, directeur van de juridische dienst van het directoraat-generaal Europese Gemeenschappen van het Ministerie van Buitenlandse zaken, en J. Lopes Fernandes, directeur van de juridische dienst van het Nationale Waterinstituut, als gemachtigden, Rua da Cova da Moura 1, Lissabon,
verweerster,
betreffende een verzoek aan het Hof om vast te stellen dat de Portugese Republiek, primair, door niet alle wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn voor een volledige en juiste uitvoering van richtlijn 86/280/EEG van de Raad van 12 juni 1986 betreffende grenswaarden en kwaliteitsdoelstellingen voor lozingen van bepaalde onder lijst I van de bijlage van richtlijn 76/464/EEG vallende gevaarlijke stoffen (PB L 181, blz. 16), zoals gewijzigd bij richtlijn 88/347/EEG van de Raad van 16 juni 1988 (PB L 158, blz. 35), en, subsidiair, door de Commissie niet onverwijld van die maatregelen in kennis te stellen, niet heeft voldaan aan de verplichtingen die op haar rusten krachtens artikel 189, derde alinea, EG-Verdrag, alsmede krachtens artikel 7, lid 1, van richtlijn 86/280, respectievelijk artikel 2, eerste alinea, van richtlijn 88/347,
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE
(Zesde kamer),
samengesteld als volgt: H. Ragnemalm, kamerpresident, G. F. Mancini, P. J. G. Kapteyn, J. L. Murray en K. M. Ioannou (rapporteur), rechters,
advocaat-generaal: F. G. Jacobs
griffier: R. Grass
gezien het rapport van de rechter-rapporteur,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 12 maart 1998,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van het Hof op 4 juni 1997, heeft de Commissie van de Europese Gemeenschappen het Hof krachtens artikel 169 EG-Verdrag verzocht vast te stellen, dat de Portugese Republiek, primair, door niet alle wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn voor een volledige en juiste uitvoering van richtlijn 86/280/EEG van de Raad van 12 juni 1986 betreffende grenswaarden en kwaliteitsdoelstellingen voor lozingen van bepaalde onder lijst I van de bijlage van richtlijn 76/464/EEG vallende gevaarlijke stoffen (PB L 181, blz. 16), zoals gewijzigd bij richtlijn 88/347/EEG van de Raad van 16 juni 1988 (PB L 158, blz. 35), en, subsidiair, door de Commissie niet onverwijld van die maatregelen in kennis te stellen, niet heeft voldaan aan de verplichtingen die op haar rusten krachtens artikel 189, derde alinea, EG-Verdrag, alsmede krachtens artikel 7, lid 1, van richtlijn 86/280, respectievelijk artikel 2, eerste alinea, van richtlijn 88/347.
2 Richtlijn 86/280, zoals gewijzigd bij richtlijn 88/347, is een bijzondere richtlijn ter uitvoering van richtlijn 76/464/EEG van de Raad van 4 mei 1976 betreffende de verontreiniging veroorzaakt door bepaalde gevaarlijke stoffen die in het aquatisch milieu van de Gemeenschap worden geloosd (PB L 129, blz. 23). Bijlage I bij richtlijn 86/280 bevat de algemene bepalingen betreffende de vaststelling van de grenswaarden voor de emissienormen, de kwaliteitsdoelstellingen en de referentiemeetmethoden, terwijl deze algemene bepalingen in bijlage II nader worden uitgewerkt en aangevuld met een reeks van bijzondere bepalingen die voor elke stof afzonderlijk gelden.
3 Zo worden in richtlijn 86/280 de grenswaarden en de kwaliteitsdoelstellingen vastgesteld voor drie van de stoffen van lijst I van richtlijn 76/464, te weten tetrachloorkoolstof, DDT en pentachloorfenol (bijlage II), waaraan bij richtlijn 88/347 aldrin, dieldrin, endrin, isodrin, alsmede hexachloorbenzeen, hexachloorbutadieen en chloroform zijn toegevoegd.
4 Artikel 3 van richtlijn 86/280 stelt onder meer regels betreffende de in artikel 3 van richtlijn 76/464 bedoelde vergunningen die de lidstaten verlenen voor de lozingen van voornoemde stoffen door reeds bestaande of nieuwe bedrijven.
5 In het bijzonder moeten ingevolge artikel 3, lid 3, van richtlijn 86/280 de in artikel 3 van richtlijn 76/464 bedoelde vergunningen voorschriften bevatten die ten minste even streng zijn als die welke in rubriek A van de bijlagen zijn vastgesteld, behoudens wanneer een lidstaat voldoet aan artikel 6, lid 3, van die richtlijn, zulks op basis van rubriek B van de bijlagen. Deze vergunningen worden ten minste om de vier jaar aan een nieuw onderzoek onderworpen.
6 Bovendien bepaalt artikel 3, lid 5, van richtlijn 86/280, dat de referentiemeetmethode voor het vaststellen van de aanwezigheid van de in artikel 2, onder a, bedoelde stoffen is aangegeven in rubriek C van bijlage II. Er mogen andere methoden worden toegepast, mits de waarnemingsdrempels, de precisie en de nauwkeurigheid van deze methoden ten minste gelijkwaardig zijn aan die welke voorkomen in deze rubriek C.
7 Ingevolge artikel 5 van richtlijn 86/280 zijn de lidstaten verplicht, voor de stoffen die in bijlage II met name worden genoemd, specifieke programma's op te stellen ter voorkoming of wegneming van de verontreiniging die afkomstig is uit andere significante bronnen van deze stoffen (met inbegrip van meervoudige en diffuse bronnen) dan de lozingsbronnen die onderworpen zijn aan het stelsel van communautaire grenswaarden of nationale emissienormen. Deze specifieke programma's worden volgens lid 3 van deze bepaling uiterlijk vijf jaar na de datum van kennisgeving van de specifiek voor de betrokken stoffen geldende richtlijn van kracht.
8 Richtlijn 86/280 moest overeenkomstig artikel 7, lid 1, vóór 1 januari 1988 in nationaal recht zijn omgezet.
9 Krachtens artikel 2, eerste alinea, van richtlijn 88/347 moest deze richtlijn vóór 1 januari 1989 in nationaal recht zijn omgezet voor wat betreft aldrin, dieldrin, endrin en isodrin, en vóór 1 januari 1990 voor wat betreft de aan bijlage II bij richtlijn 86/280 toegevoegde andere stoffen.
10 Nadat de Portugese regering de Commissie ervan in kennis had gesteld, dat richtlijn 86/280, zoals gewijzigd bij richtlijn 88/347, in nationaal recht was omgezet bij Decreto-Lei nr. 74/90 van 7 maart 1990, vestigde de Commissie bij brief van 4 februari 1993 haar aandacht op het feit dat deze richtlijnen niet konden worden geacht volledig en correct in de Portugese rechtsorde te zijn omgezet.
11 In haar antwoord van 24 juni 1993 lichtte de Portugese regering Decreto-Lei nr. 74/90 nader toe.
12 Van mening dat op grond van deze toelichting niet kon worden aanvaard, dat de Portugese Republiek aan de betrokken richtlijnen had voldaan, leidde de Commissie de niet-nakomingsprocedure van artikel 169 van het Verdrag in en zond zij haar op 16 mei 1994 een aanmaningsbrief toe.
13 Toen de Commissie geen enkel schriftelijk bericht ontving, behalve een brief van 12 juli 1995 waarbij de Portugese autoriteiten voor de beantwoording van de aanmaningsbrief om verlenging van de termijn van 90 dagen verzochten, deed zij de Portugese Republiek bij brief van 2 juli 1996 een met redenen omkleed advies toekomen met het verzoek, de nodige maatregelen te nemen om binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van deze brief aan de uit de richtlijnen 86/280 en 88/347 voortvloeiende verplichtingen te voldoen.
14 Toen op dit met redenen omkleed advies niet werd gereageerd, heeft de Commissie het onderhavige beroep ingesteld.
15 In haar verzoekschrift preciseert de Commissie haar grieven tegen de Portugese Republiek en wijst zij erop dat:
- volgens artikel 44, lid 3, van Decreto-Lei nr. 74/90 de tot afgifte van vergunningen bevoegde instantie minder strenge emissienormen kan vaststellen dan zijn neergelegd in de rubrieken A van de bijlagen bij richtlijn 86/280, zoals gewijzigd, terwijl niet is voorzien in een verplichting tot heronderzoek van die vergunningen, zodat dit artikel in strijd is met artikel 3, lid 3, van richtlijn 86/280, zoals gewijzigd;
- Decreto-Lei nr. 74/90 geen grenswaarden voor de emissienormen vaststelt voor lozingen van bepaalde stoffen door industriële bedrijven die niet worden vermeld in bijlage II, rubriek A, bij de richtlijn;
- Decreto-Lei nr. 74/90 geen uitvoering geeft aan artikel 3, lid 5, van richtlijn 86/280, betreffende de referentiemeetmethode voor het bepalen van de aanwezigheid van de in artikel 2, sub a, van die richtlijn bedoelde stoffen;
- Decreto-Lei nr. 74/90 geen uitvoering geeft aan het bepaalde onder punt 5 van bijlage I, rubriek A, bij richtlijn 86/280, betreffende de controleprocedure die moet worden ingeleid om na te gaan of lozingen van de in artikel 2, sub a, van die richtlijn bedoelde stoffen aan de emissienormen voldoen;
- Decreto-Lei nr. 74/90 geen specifiek programma als bedoeld in artikel 5 van richtlijn 86/280, zoals gewijzigd, opstelt om vervuiling als gevolg van aanzienlijke hoeveelheden stoffen die in bijlage II uitdrukkelijk worden vermeld, te voorkomen of ongedaan te maken.
16 In haar verweerschrift gaat de Portugese Republiek niet in concreto op deze grieven in en betwist zij de verweten niet-nakoming niet. Zij deelt evenwel mede, dat voor volledige omzetting van de richtlijnen 86/280 en 88/347 zal worden gezorgd door een wijziging van Decreto-Lei nr. 74/90. Deze herziening, die in behandeling zou zijn, zou de omzetting van deze beide richtlijnen verbeteren en aanvullen.
17 Met betrekking tot de specifieke programma's ter voorkoming of wegneming van de verontreiniging die afkomstig is uit significante bronnen van stoffen die in bijlage II bij richtlijn 86/280, zoals gewijzigd, met name worden genoemd, betoogt de Portugese regering, dat zij haar best heeft gedaan, de bepalingen van artikel 5 van deze richtlijn uit te voeren. Gezien het ingewikkelde karakter van deze materie en de problemen van praktische en technische aard waarmee de bevoegde autoriteiten te kampen hadden, waren de werkzaamheden echter nog niet voltooid.
18 Uit het voorgaande volgt, dat de richtlijnen 86/280 en 88/347 niet binnen de voor elk daarvan gestelde termijn zijn omgezet.
19 Bijgevolg moet het beroep van de Commissie gegrond worden geacht.
20 Mitsdien moet worden vastgesteld dat de Portugese Republiek, door niet alle wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn voor de volledige en juiste uitvoering van richtlijn 86/280, zoals gewijzigd bij richtlijn 88/347, niet heeft voldaan aan de verplichtingen die op haar rusten krachtens artikel 7, lid 1, van richtlijn 86/280, respectievelijk artikel 2, eerste alinea, van richtlijn 88/347.
Beslissing inzake de kosten
Kosten
21 Volgens artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering wordt de in het ongelijk gestelde partij in de kosten verwezen. Aangezien de Portugese Republiek in het ongelijk is gesteld, moet zij in de kosten worden verwezen.
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE (Zesde kamer),
rechtdoende, verstaat:
1) Door niet alle wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn voor een volledige en juiste uitvoering van richtlijn 86/280/EEG van de Raad van 12 juni 1986 betreffende grenswaarden en kwaliteitsdoelstellingen voor lozingen van bepaalde onder lijst I van de bijlage van richtlijn 76/464/EEG vallende gevaarlijke stoffen, zoals gewijzigd bij richtlijn 88/347/EEG van de Raad van 16 juni 1988, heeft de Portugese Republiek niet voldaan aan de verplichtingen die op haar rusten krachtens artikel 7, lid 1, van richtlijn 86/280, respectievelijk artikel 2, eerste alinea, van richtlijn 88/347.
2) De Portugese Republiek wordt verwezen in de kosten.
Full & Egal Universal Law Academy