Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
Lidstaten - Verplichtingen - Uitvoering van richtlijnen - Niet-betwiste niet-nakoming
(EG-Verdrag, art. 169)
Partijen
In zaak C-214/97,
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door F. de Sousa Fialho, lid van haar juridische dienst, als gemachtigde, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij C. Gómez de la Cruz, lid van haar juridische dienst, Centre Wagner, Kirchberg,
verzoekster,
tegen
Portugese Republiek, vertegenwoordigd door L. Fernandes, directeur van de juridische dienst van het directoraat-generaal Europese Gemeenschappen van het Ministerie van Buitenlandse zaken, en J. Lopes Fernandes, directeur van de juridische dienst van het Nationaal Waterinstituut, als gemachtigden, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg ter Portugese ambassade, Allée Scheffer 33,
verweerster,
betreffende een verzoek aan het Hof om vast te stellen, primair, dat de Portugese Republiek, door geen organisch actieplan met een tijdschema ter sanering van het oppervlaktewater vast te stellen, en subsidiair, door de Commissie niet onverwijld van die maatregelen in kennis te stellen, niet heeft voldaan aan de verplichtingen die op haar rusten krachtens artikel 189, derde alinea, EG-Verdrag en de bepalingen van richtlijn 75/440/EEG van de Raad van 16 juni 1975 betreffende de vereiste kwaliteit van het oppervlaktewater dat is bestemd voor productie van drinkwater in de lidstaten (PB L 194, blz. 34),
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE
(Zesde kamer),
samengesteld als volgt: H. Ragnemalm, kamerpresident, G. F. Mancini, J. L. Murray, G. Hirsch en K. M. Ioannou (rapporteur), rechters,
advocaat-generaal: D. Ruiz-Jarabo Colomer
griffier: R. Grass
gezien het rapport van de rechter-rapporteur,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 10 maart 1998,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van het Hof op 4 juni 1997, heeft de Commissie van de Europese Gemeenschappen het Hof krachtens artikel 169 EG-Verdrag verzocht vast te stellen, primair, dat de Portugese Republiek, door geen organisch actieplan met een tijdschema ter sanering van het oppervlaktewater vast te stellen, en subsidiair, door de Commissie niet onverwijld van die maatregelen in kennis te stellen, niet heeft voldaan aan de verplichtingen die op haar rusten krachtens artikel 189, derde alinea, EG-Verdrag en de bepalingen van richtlijn 75/440/EEG van de Raad van 16 juni 1975 betreffende de vereiste kwaliteit van het oppervlaktewater dat is bestemd voor productie van drinkwater in de lidstaten (PB L 194, blz. 34).
2 Richtlijn 75/440 heeft volgens artikel 1 ervan tot doel, de eisen vast te stellen waaraan de kwaliteit van zoet oppervlaktewater dat gebruikt wordt of bestemd is om te worden gebruikt voor de productie van drinkwater, na passende behandelingen moet voldoen.
3 Artikel 4, lid 2, van richtlijn 75/440 bepaalt:
"2. (...) treffen de lidstaten de nodige maatregelen om een gestadige verbetering van het leefmilieu te waarborgen. Te dien einde stellen zij een organisch actieplan met een tijdschema vast ter sanering van het oppervlaktewater (...) Daarbij moeten de komende tien jaar in het kader van de nationale programma's wezenlijke verbeteringen tot stand worden gebracht.
(...)
De Commissie zal de in de eerste alinea bedoelde actieplannen, met inbegrip van de tijdschema's, grondig bestuderen en zal in voorkomend geval hieromtrent passende voorstellen bij de Raad indienen."
4 Voorts moesten de lidstaten ingevolge artikel 10 van richtlijn 75/440 de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke maatregelen in werking doen treden om binnen een termijn van twee jaar volgende op de kennisgeving van de richtlijn aan deze richtlijn te voldoen, en de Commissie daarvan onverwijld in kennis stellen.
5 Overeenkomstig artikel 395 en bijlage XXXVI van de Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden voor het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek en de aanpassing van de Verdragen (PB 1985, L 302, blz. 23), is richtlijn 75/440 sinds 1 januari 1989 in Portugal van toepassing.
6 Bij brief van 12 augustus 1991 verzocht de Commissie de Portugese regering, haar een afschrift van het organisch actieplan bedoeld in artikel 4, lid 2, van richtlijn 75/440 toe te zenden.
7 Toen een antwoord uitbleef, herinnerde de Commissie bij brief van 13 november 1992 en bij telex van 22 januari 1993 de Portugese regering aan de brief van 12 augustus 1991.
8 Bij schrijven van 19 mei 1993 deed de Portugese regering de Commissie een lijst van "Programma's tot vermindering van de verontreiniging" toekomen.
9 Van mening dat dit document niet voldeed aan de eisen van het door artikel 4, lid 2, van richtlijn 75/440 verlangde plan, leidde de Commissie de niet-nakomingsprocedure van artikel 169 van het Verdrag in en zond zij de Portugese Republiek op 13 januari 1994 een aanmaningsbrief.
10 Eerst bij brief van 10 juni 1994 kondigden de Portugese autoriteiten aan dat de nodige maatregelen tot omzetting van richtlijn 75/440 in voorbereiding waren, en verzocht zij om een extra termijn daarvoor. Vervolgens deed de Commissie de Portugese regering bij brief van 10 juli 1995 een met redenen omkleed advies toekomen met het verzoek, binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving ervan de nodige maatregelen te nemen.
11 Bij brief van 1 maart 1996 zond de Portugese regering in antwoord op dit met redenen omkleed advies de Commissie een document toe getiteld "Organisch actieplan", dat bestond uit actieplannen en programmacontracten betreffende de sanering van het oppervlaktewater.
12 Na analyse van dit document en de bijgevoegde programmacontracten heeft de Commissie het onderhavige beroep wegens niet-nakoming ingesteld.
13 De Commissie stelt, dat het op 1 maart 1996 door de Portugese autoriteiten toegezonden document ondanks zijn titel niet is aan te merken als een organisch actieplan in de zin van artikel 4, lid 2, van richtlijn 75/440, omdat het geen tijdschema voor de sanering van het oppervlaktewater bevat en geen passend kader vormt dat wezenlijke verbeteringen van de kwaliteit van het water en het milieu in geheel Portugal kan waarborgen. Volgens de Commissie gaat het enkel om een rapport van de directie hydrologische hulpbronnen van het Waterinstituut, waarin enkele projecten en acties worden beschreven die slechts dienen als voorbeelden van wat ondernomen is om de kwaliteit van het betrokken oppervlaktewater te verbeteren.
14 De schaarse projecten die in dit rapport worden genoemd, maken deel uit van dat programma, waaruit op zich al blijkt, dat dat document zelf niet het door richtlijn 75/440 verlangde actieplan is, maar dat het slechts enkele verspreide acties beschrijft, voor de uitvoering waarvan overigens geen enkele termijn is vastgesteld.
15 De Commissie voegt hieraan toe, dat de beschreven acties, waarvan sommige al zijn uitgevoerd, andere nog gaande zijn en weer andere nog op uitvoering wachten, uitsluitend betrekking hebben op de stroomgebieden van de Taag en de Ave. En zelfs voor dit kleine gedeelte van het Portugese grondgebied bevatten die documenten nog onvolledige gegevens en onvolledige informatie over de resultaten van de bijgevoegde programmacontracten. Zo is geen tijdschema vastgesteld voor de kwaliteit van het water in het waterwingebied van Valada, dat Lissabon van water voorziet, en voor de sanering van de rivier de Ave, die zeer sterk verontreinigd is. Het rapport vermeldt evenmin de resultaten van de sinds 1994 uitgevoerde werkzaamheden en ondernomen acties.
16 Ten slotte is het volgens de Commissie duidelijk, dat de overgelegde documenten niet alle waterlopen op het Portugese grondgebied bestrijken.
17 In haar verweerschrift gaat de Portugese Republiek niet concreet op de verschillende grieven van de Commissie in, maar wijst zij erop, dat de Portugese autoriteiten oprecht hun best hebben gedaan om de bepalingen van artikel 4, lid 2, van richtlijn 75/440 uit te voeren. Voorts voldoet haars inziens het op 1 maart 1996 aan de Commissie gezonden organisch actieplan in vele opzichten aan de criteria van richtlijn 75/440 en vormt het een belangrijke stap op weg naar de volledige uitvoering van de bepalingen van de richtlijn.
18 Volgens de Portugese Republiek maakt dit plan met verschillende andere maatregelen deel uit van een reeks van initiatieven van de bevoegde nationale autoriteiten, om de vaststelling mogelijk te maken van een organisch actieplan met een tijdschema ter sanering van het oppervlaktewater, als bedoeld in artikel 4, lid 2, van richtlijn 75/440. De Portugese Republiek erkent evenwel, dat als gevolg van de ingewikkelde en tijdrovende procedure de werkzaamheden enige vertraging hebben opgelopen en nog niet zijn voltooid.
19 Gelet op het voorgaande moet worden vastgesteld, dat de maatregelen van de Portugese Republiek niet ten volle voldoen aan de criteria van richtlijn 75/440. Derhalve kunnen deze maatregelen niet worden geacht een volledige omzetting van deze richtlijn binnen de gestelde termijn te waarborgen.
20 Bijgevolg is het beroep van de Commissie gegrond.
21 Mitsdien moet worden vastgesteld, dat de Portugese Republiek niet heeft voldaan aan de krachtens artikel 4, lid 2, van richtlijn 75/440 op haar rustende verplichtingen door geen organisch actieplan met een tijdschema ter sanering van het oppervlaktewater vast te stellen.
Beslissing inzake de kosten
Kosten
22 Volgens artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering wordt de in het ongelijk gestelde partij in de kosten verwezen. Aangezien de Portugese Republiek in het ongelijk is gesteld, moet zij in de kosten worden verwezen.
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE (Zesde kamer),
rechtdoende, verstaat:
1) Door geen organisch actieplan met een tijdschema ter sanering van het oppervlaktewater vast te stellen, heeft de Portugese Republiek niet voldaan aan de verplichtingen die op haar rusten krachtens artikel 4, lid 2, van richtlijn 75/440/EEG van de Raad van 16 juni 1975 betreffende de vereiste kwaliteit van het oppervlaktewater dat is bestemd voor productie van drinkwater in de lidstaten.
2) De Portugese Republiek wordt verwezen in de kosten.
Full & Egal Universal Law Academy