Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
Lidstaten - Verplichtingen - Uitvoering van richtlijnen - Niet-betwiste niet-nakoming
(EG-Verdrag, art. 169)
Partijen
In zaak C-229/97,
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door F. de Sousa Fialho, lid van haar juridische dienst, als gemachtigde, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij C. Gómez de la Cruz, lid van die dienst, Centre Wagner, Kirchberg,
verzoekster,
tegen
Portugese Republiek, vertegenwoordigd door L. Fernandes, directeur van de juridische dienst van het directoraat-generaal Europese Gemeenschappen van het Ministerie van Buitenlandse zaken, en J. Lopes Fernandes, directeur van de juridische dienst van het Nationaal Waterinstituut, als gemachtigden, Rua da Cova da Moura 1, Lissabon,
verweerster,
"betreffende een verzoek aan het Hof om vast te stellen dat de Portugese Republiek, door niet binnen de gestelde termijn alle wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 79/869/EEG van de Raad van 9 oktober 1979 inzake de meetmethodes en de frequentie van de bemonstering en de analyse van het oppervlaktewater dat is bestemd voor productie van drinkwater in de lidstaten (PB L 271, blz. 44), en, subsidiair, door de Commissie niet onverwijld van die maatregelen in kennis te stellen, de verplichtingen niet is nagekomen die op haar rusten krachtens artikel 189, derde alinea, EG-Verdrag en artikel 13 van genoemde richtlijn junctis artikel 395 en bijlage XXXVI van de Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden van het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek en de aanpassingen van de Verdragen (PB 1985, L 302, blz. 23),
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE
(Zesde kamer),
samengesteld als volgt: P. J. G. Kapteyn, kamerpresident, G. Hirsch, G. F. Mancini, H. Ragnemalm en R. Schintgen (rapporteur), rechters,
advocaat-generaal: S. Alber
griffier: R. Grass
gezien het rapport van de rechter-rapporteur,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 16 juli 1998,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van het Hof op 24 juni 1997, heeft de Commissie van de Europese Gemeenschappen het Hof krachtens artikel 169 EG-Verdrag verzocht vast te stellen dat de Portugese Republiek, door niet binnen de gestelde termijn alle wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 79/869/EEG van de Raad van 9 oktober 1979 inzake de meetmethodes en de frequentie van de bemonstering en de analyse van het oppervlaktewater dat is bestemd voor productie van drinkwater in de lidstaten (PB L 271, blz. 44; hierna: "richtlijn"), en, subsidiair, door de Commissie niet onverwijld van die maatregelen in kennis te stellen, de verplichtingen niet is nagekomen die op haar rusten krachtens artikel 189, derde alinea, EG-Verdrag en artikel 13 van de richtlijn junctis artikel 395 en bijlage XXXVI van de Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden van het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek en de aanpassingen van de Verdragen (PB 1985, L 302, blz. 23; hierna: "Toetredingsakte").
2 Volgens artikel 13 van de richtlijn moesten de lidstaten de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking doen treden om binnen een termijn van twee jaar te rekenen vanaf de kennisgeving aan de richtlijn te voldoen, en de Commissie daarvan onverwijld in kennis stellen.
3 Van de richtlijn is op 11 oktober 1979 aan de lidstaten kennisgegeven.
4 Ingevolge artikel 395 juncto bijlage XXXVI, III, punt 5, van de Toetredingsakte verstreek de uitvoeringstermijn van de richtlijn voor de Portugese Republiek op 1 januari 1989.
5 Bij brief van 14 maart 1990 deelde de Portugese Republiek de Commissie mee, dat de richtlijn bij besluitwet nr. 74/90 van 7 maart 1990 in nationaal recht was omgezet.
6 Van mening dat bij deze besluitwet de richtlijn niet volledig in Portugees recht was omgezet, doordat de uitvoering van de verplichtingen die voortvloeien uit de artikelen 3, lid 3, 4, lid 2, en 5 alsook uit de kolommen C, D en E en voetnoot 10 van bijlage I bij de richtlijn niet was verzekerd, maande de Commissie de Portugese Republiek bij brief van 6 juli 1993 aan om binnen een termijn van twee maanden haar opmerkingen te maken.
7 Bij brief van 10 juni 1994 antwoordde de Portugese Republiek, dat een procedure tot herziening van besluitwet nr. 74/90 gaande was, om de uitvoering van de richtlijn te voltooien. Volgens de Portugese autoriteiten was daartoe reeds een ontwerp van besluit betreffende de kwaliteit van de bronnen van het leidingwater opgesteld. De aanvullende bepalingen die nodig waren om aan alle krachtens de richtlijn op de Portugese Republiek rustende verplichtingen te voldoen, zouden binnen drie maanden worden vastgesteld en aan de Commissie meegedeeld.
8 Toen de Commissie geen verdere informatie van de Portugese autoriteiten ontving, deed zij de Portugese Republiek op 10 juni 1996 een met redenen omkleed advies toekomen met het verzoek, binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving ervan de nodige maatregelen vast te stellen om te voldoen aan de verplichtingen die voortvloeien uit de artikelen 3, lid 3, 4, lid 2, en 5 alsook uit de kolommen C, D en E en voetnoot 10 van bijlage I bij de richtlijn.
9 Bij brief van 9 december 1996 antwoordde de Portugese Republiek, dat de nationale wettelijke regeling om de uitvoering van de richtlijn te voltooien, aan een nieuwe grondige technische analyse was onderworpen, maar dat, wegens de na de laatste verkiezingen opgetreden wijzigingen, de ontwerpen door de diensten van de bevoegde ministers opnieuw moesten worden onderzocht.
10 Daar de Portugese Republiek aan het met redenen omkleed advies geen enkel gevolg gaf, heeft de Commissie het onderhavige beroep ingesteld.
11 De Portugese Republiek betwist de niet-nakoming, zoals zij door de Commissie wordt beschreven, niet, maar beperkt zich ertoe te stellen, dat een ontwerp tot herziening van besluitwet nr. 74/90 binnenkort in de Diário da República zal worden bekendgemaakt.
12 Daar de uitvoering van de richtlijn niet volledig binnen de gestelde termijn heeft plaatsgevonden, moet het beroep van de Commissie gegrond worden geacht.
13 Mitsdien moet worden vastgesteld dat de Portugese Republiek, door niet binnen de gestelde termijn alle wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om aan de richtlijn te voldoen, de krachtens die richtlijn juncto de Toetredingsakte op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen.
Beslissing inzake de kosten
Kosten
14 Volgens artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering wordt de in het ongelijk gestelde partij in de kosten verwezen, voor zover dit is gevorderd. Aangezien de Commissie zulks heeft gevorderd en de Portugese Republiek in het ongelijk is gesteld, moet zij in de kosten worden verwezen.
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE (Zesde kamer),
rechtdoende, verstaat:
1) Door niet binnen de gestelde termijn alle wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 79/869/EEG van de Raad van 9 oktober 1979 inzake de meetmethodes en de frequentie van de bemonstering en de analyse van het oppervlaktewater dat is bestemd voor productie van drinkwater in de lidstaten, is de Portugese Republiek de krachtens die richtlijn en de Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden van het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek en de aanpassingen van de Verdragen, op haar rustende verplichtingen niet nagekomen.
2) De Portugese Republiek wordt verwezen in de kosten.
Full & Egal Universal Law Academy