Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
Lidstaten - Verplichtingen - Uitvoering van richtlijnen - Niet-betwiste niet-nakoming
(EG-Verdrag, art. 169)
Partijen
In zaak C-284/97,
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door F. Castillo de la Torre, lid van haar juridische dienst, en O. Couvert-Castéra, bij deze dienst gedetacheerd nationaal ambtenaar, als gemachtigden, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij C. Gómez de la Cruz, lid van die dienst, Centre Wagner, Kirchberg,
verzoekster,
tegen
Franse Republiek, vertegenwoordigd door K. Rispal-Bellanger, onderdirecteur bij de directie juridische zaken van het Ministerie van Buitenlandse zaken, en F. Pascal, chargé de mission bij dezelfde directie, als gemachtigden, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg ter Franse ambassade, Boulevard Joseph II 8B,
verweerster,
betreffende een verzoek aan het Hof om vast te stellen dat de Franse Republiek, door niet de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 93/40/EEG van de Raad van 14 juni 1993 tot wijziging van de richtlijnen 81/851/EEG en 81/852/EEG betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik (PB L 214, blz. 31), de krachtens het EG-Verdrag en die richtlijn op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen,
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE
(Zesde kamer),
samengesteld als volgt: P. J. G. Kapteyn, kamerpresident, G. Hirsch, G. F. Mancini, H. Ragnemalm en R. Schintgen (rapporteur), rechters,
advocaat-generaal: A. Saggio
griffier: R. Grass
gezien het rapport van de rechter-rapporteur,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 25 juni 1998,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van het Hof op 1 augustus 1997, heeft de Commissie van de Europese Gemeenschappen het Hof krachtens artikel 169 EG-Verdrag verzocht vast te stellen dat de Franse Republiek, door niet de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 93/40/EEG van de Raad van 14 juni 1993 tot wijziging van de richtlijnen 81/851/EEG en 81/852/EEG betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik (PB L 214, blz. 31; hierna: "richtlijn"), de krachtens het EG-Verdrag en die richtlijn op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen.
2 Volgens artikel 3, eerste alinea, van de richtlijn moesten de lidstaten de nodige maatregelen treffen om vóór 1 januari 1995 aan de richtlijn, met uitzondering van artikel 1, punt 7, te voldoen, en de Commissie daarvan onverwijld in kennis stellen.
3 Daar de Commissie geen enkele mededeling over de omzetting van de richtlijn in Frans recht had ontvangen en over geen enkel gegeven beschikte waaruit zij kon opmaken dat de Franse Republiek aan die verplichting had voldaan, maande zij die staat bij brief van 2 augustus 1995 aan om binnen een termijn van twee maanden zijn opmerkingen te maken.
4 Op 25 oktober 1995 stelde de Franse Republiek de Commissie ervan in kennis, dat de maatregelen ter uitvoering van de richtlijn in voorbereiding waren.
5 Toen zij echter geen informatie over de vaststelling van dergelijke maatregelen ontving, deed de Commissie de Franse Republiek op 26 september 1996 een met redenen omkleed advies toekomen met het verzoek, binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving ervan de nodige maatregelen vast te stellen om de uit de richtlijn voortvloeiende verplichtingen na te komen.
6 Daar dit met redenen omkleed advies zonder gevolg bleef, heeft de Commissie het onderhavige beroep ingesteld.
7 De Franse Republiek betwist niet, dat de richtlijn niet binnen de gestelde termijn is uitgevoerd.
8 Daar de uitvoering van de richtlijn niet binnen de daarin gestelde termijn heeft plaatsgevonden, moet het beroep van de Commissie gegrond worden geacht.
9 Mitsdien moet worden vastgesteld dat de Franse Republiek, door niet binnen de gestelde termijn de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om aan de richtlijn te voldoen, de krachtens die richtlijn op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen.
Beslissing inzake de kosten
Kosten
10 Volgens artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering wordt de in het ongelijk gestelde partij in de kosten verwezen, voor zover dit is gevorderd. Aangezien de Commissie zulks heeft gevorderd en de Franse Republiek in het ongelijk is gesteld, moet zij in de kosten worden verwezen.
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE (Zesde kamer),
rechtdoende, verstaat:
1) Door niet binnen de gestelde termijn de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 93/40/EEG van de Raad van 14 juni 1993 tot wijziging van de richtlijnen 81/851/EEG en 81/852/EEG betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik, is de Franse Republiek de krachtens die richtlijn op haar rustende verplichtingen niet nagekomen.
2) De Franse Republiek wordt verwezen in de kosten.
Full & Egal Universal Law Academy