Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
Landbouw - Gemeenschappelijke ordening der markten - Pluimveevlees - Restituties bij uitvoer - Ad-hocindeling in nomenclatuur van product dat door versnijding ontstaat
(Verordening nr. 3846/87 van de Commissie)
Samenvatting
Delen van hanen of kippen bestaande uit twee achtervierendelen die door de rughuid nog bijeen worden gehouden, zijn "kwarten" (code 0207 41 11 000) in de zin van de bij verordening nr. 3846/87 vastgestelde landbouwproductennomenclatuur voor de uitvoerrestituties.
In de eerste plaats beantwoorden de betrokken producten wat hun samenstelling betreft, precies aan de definitie van achtervierendelen, met dit verschil, dat de twee kwarten door de gebruikte snijmethode niet volledig van elkaar gescheiden zijn, maar door de rughuid nog bijeen worden gehouden, en in de tweede plaats doet deze omstandigheid niet af aan het essentiële kenmerk van het product in de zin van algemene regel 2a voor de interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur, namelijk dat het uit twee achtervierendelen van een haan of kip bestaat.
Partijen
In zaak C-290/97,
betreffende een verzoek aan het Hof krachtens artikel 177 EG-Verdrag van het Bundesfinanzhof (Duitsland), in het aldaar aanhangig geding tussen
G. Bruner, handeldrijvend onder de naam "Georg Bruner",
en
Hauptzollamt Hamburg-Jonas,
om een prejudiciële beslissing over de uitlegging van verordening (EEG) nr. 3846/87 van de Commissie van 17 december 1987 tot vaststelling van de landbouwproductennomenclatuur voor de uitvoerrestituties (PB L 366, blz. 1),
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE
(Derde kamer),
samengesteld als volgt: J.-P. Puissochet (rapporteur), kamerpresident, J. C. Moitinho de Almeida en C. Gulmann, rechters,
advocaat-generaal: N. Fennelly
griffier: L. Hewlett, administrateur
gelet op de schriftelijke opmerkingen ingediend door:
- de Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door F. Castillo de la Torre, lid van haar juridische dienst, en K. Schreyer, bij die dienst gedetacheerd nationaal ambtenaar, als gemachtigden, bijgestaan door H.-J. Rabe, G. M. Berrisch en M. Núñez Müller, advocaten te Brussel,$
gezien het rapport ter terechtzitting,
gehoord de mondelinge opmerkingen van G. Bruner, vertegenwoordigd door M. Buch, advocaat te München, en de Commissie, vertegenwoordigd door K. Schreyer en M. Núñez Müller, ter terechtzitting van 11 juni 1998,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 16 juli 1998,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij beschikking van 26 juni 1997, binnengekomen bij het Hof op 4 augustus daaraanvolgend, heeft het Bundesfinanzhof krachtens artikel 177 EG-Verdrag een prejudiciële vraag gesteld over de uitlegging van verordening (EEG) nr. 3846/87 van de Commissie van 17 december 1987 tot vaststelling van de landbouwproductennomenclatuur voor de uitvoerrestituties (PB L 366, blz. 1).
2 Die vraag is gerezen in een geding tussen Bruner, handeldrijvend onder de naam "Georg Bruner", en het Hauptzollamt Hamburg-Jonas (hierna: "HZA"), over de verlening van restituties bij de uitvoer, tussen 21 juni 1988 en 16 januari 1989 uit Duitsland, van pluimveevlees naar Equatoriaal-Guinea.
De toepasselijke regeling
3 Artikel 9 van verordening (EEG) nr. 2777/75 van de Raad van 29 oktober 1975 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector slachtpluimvee (PB L 282, blz. 77), laatstelijk gewijzigd bij verordening (EEG) nr. 3907/87 van de Raad van 22 december 1987 (PB L 370, blz. 14), voorzag in de verlening van uitvoerrestituties in die sector, ter overbrugging van het verschil tussen de wereldmarktprijzen van genoemde producten en de prijzen in de Gemeenschap.
4 Het restitutiebedrag wordt periodiek vastgesteld op basis van een nomenclatuur landbouwproducten. Verordening nr. 3846/87 bevat de ten tijde van de betrokken periode geldende nomenclatuur. In sector 8 (pluimveevlees) onderscheidt deze verordening, met betrekking tot delen en slachtafvallen van pluimvee, andere dan levers, bevroren, met been:
- "helften en kwarten"code 0207 41 11 000 - "hele vleugels, ook indien zonder spits"code 0207 41 21 000 - "borsten en delen daarvan"code 0207 41 41 000 - "dijen en delen daarvan"code 0207 41 51 000 - "andere": - "helften en vierendelen, zonder staarten"code 0207 41 71 100 - "andere"code 0207 41 71 900
5 Ingevolge de verordeningen (EEG) nrs. 717/88 van de Commissie van 18 maart 1988 (PB L 74, blz. 37) en 3216/88 van de Commissie van 19 oktober 1988 (PB L 286, blz. 17), houdende vaststelling van de uitvoerrestituties in de sector slachtpluimvee, bestaat er recht op restitutie voor producten van de post "helften en kwarten" (code 0207 41 11 000), maar niet voor producten van de onderverdeling "andere" (code 0207 41 71 900).
6 Na de in casu relevante periode werd bij verordening (EEG) nr. 96/89 van de Commissie van 17 januari 1989 tot vaststelling van de uitvoerrestituties in de sector slachtpluimvee (PB L 14, blz. 7), de rubriek "andere" (0207 41 71) onderverdeeld, met name door invoeging van een onderverdeling "delen bestaande uit de beide niet van elkaar gescheiden achtervierendelen, met of zonder staart" (code 0207 41 71 300), waarvoor recht op restitutie bestaat.
7 Artikel 11 van verordening nr. 2777/75 preciseert, dat de algemene bepalingen voor de toepassing van het gemeenschappelijk douanetarief (hierna: "GDT") en de bijzondere regels voor de toepassing ervan, van toepassing zijn voor de classificatie van de producten die door de gemeenschappelijke marktordening in de sector slachtpluimvee worden omvat. Voor de uitlegging van de begrippen in de landbouwproductennomenclatuur moet daarom, indien nodig, met name worden gezien naar de algemene regels voor de interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur, opgenomen in verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (PB L 256, blz. 1).
8 Algemene regel 2a, opgenomen in het eerste deel van bijlage I bij die verordening, luidt:
"2. a) De vermelding van een goed in een post heeft eveneens betrekking op dat goed in niet-complete of in niet-afgewerkte staat, voor zover dit de essentiële kenmerken van het complete of het afgewerkte goed vertoont. Deze vermelding heeft eveneens betrekking op een compleet of een afgewerkt goed of een op grond van de voorgaande volzin als zodanig aan te merken goed, indien het wordt aangeboden in gedemonteerde of in niet-gemonteerde staat."
9 Indien goederen vatbaar zijn voor indeling onder twee of meer posten, geschiedt de indeling ingevolge algemene regel 3 als volgt:
"a) De post met de meest specifieke omschrijving heeft voorrang boven posten met een meer algemene strekking. Indien echter twee of meer posten elk afzonderlijk slechts betrekking hebben op een gedeelte van de stoffen of bestanddelen waaruit een mengsel of een goed is samengesteld of op een gedeelte van de artikelen, in het geval van goederen in stellen of assortimenten opgemaakt voor de verkoop in het klein, worden die posten, met betrekking tot bedoelde mengsels en goederen, aangemerkt als even specifiek, zelfs indien een van de andere posten daarvan een volledigere of nauwkeurigere omschrijving geeft;
b) mengsels, werken die zijn samengesteld uit of met verschillende stoffen dan wel zijn vervaardigd door samenvoeging van verschillende goederen, zomede goederen in stellen of assortimenten opgemaakt voor de verkoop in het klein, waarvan de indeling niet mogelijk is aan de hand van het bepaalde onder a), worden ingedeeld naar de stof of naar het goed waaraan de mengsels, de werken, de stellen of de assortimenten hun wezenlijk karakter ontlenen, indien dit kan worden bepaald."
Het hoofdgeding
10 Tussen 21 juni 1988 en 16 januari 1989 voerde de te München (Duitsland) gevestigde onderneming Georg Bruner partijen bevroren delen van pluimvee met been uit naar Equatoriaal-Guinea. Elk van de delen bestond uit achtervierendelen, "als zodanig door de rughuid bijeengehouden".
11 Aanvankelijk ontving de exporteur restituties van het HZA, aangezien dit de producten kwalificeerde als "helften en kwarten van pluimvee (met been)" van code 0207 41 11 000.
12 Na onderzoek stelde het HZA zich echter op het standpunt, dat het niet ging om "helften en kwarten", maar om "andere" delen (code 0207 41 71 900), waarvoor geen recht op restitutie bestond. Bij beschikking van 18 juli 1990, bevestigd op 27 oktober 1994, trok het daarom de aanvankelijke restitutiebeschikking in en vorderde het terugbetaling van de uit dien hoofde betaalde bedragen.
13 Het Finanzgericht verwierp het door Bruner tegen de beschikkingen van 18 juli 1990 en 27 oktober 1994 ingestelde beroep, op grond dat de uitgevoerde delen "helften" noch "kwarten" in de zin van de gecombineerde nomenclatuur waren, doch "andere" delen (delen bestaande uit de beide niet van elkaar gescheiden achtervierendelen, met of zonder staart), waarvoor pas sinds de inwerkingtreding van verordening nr. 96/89, dat wil zeggen na de betrokken uitvoer, restitutie kon worden verleend.
14 In zijn bij het Bundesfinanzhof ingestelde hogere voorziening ("Revision") tegen dat vonnis betoogt Bruner, dat de uitgevoerde goederen een typisch Italiaans product waren en volgens verkeersopvatting als gescheiden kwarten moesten worden aangemerkt, dat dit zowel door verordening nr. 96/89 als door de algemene regels voor de interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur en door de rechtspraak van het Hof werd bevestigd en, ten slotte, dat een Nederlandse rechterlijke instantie dit punt in zijn voordeel had beslist.
15 In zijn verwijzingsbeschikking zet de nationale rechter uiteen, dat hij om drie redenen ertoe neigt, zich bij het oordeel van het Finanzgericht aan te sluiten.
16 De eerste reden is, dat een "helft" volgens de toelichtingen op de gecombineerde nomenclatuur wordt verkregen door overlangse doorsnede langs de wervelkolom, terwijl een "kwart" de helft daarvan is. Twee door de huid verbonden achterdelen die in kwarten kunnen worden gescheiden, zijn dus geen "kwarten" in de betekenis van de nomenclatuur.
17 De tweede door het Bundesfinanzhof genoemde reden berust op de gedachte, dat de door verzoeker ingeroepen algemene regels voor de interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur, afgezien van het feit dat deze slechts subsidiair gelden en niet in strijd mogen zijn met de bewoordingen van de gecombineerde nomenclatuur, in casu niet van toepassing zijn. Algemene regel 2a, eerste volzin, is immers praktisch niet van toepassing op goederen van de eerste hoofdstukken (arrest van 3 juni 1992, Boehringer Mannheim, C-318/90, Jurispr. blz. I-3495) en aan de voorwaarde voor toepassing van algemene regel 3, namelijk dat de goederen vatbaar moeten zijn voor indeling onder meer dan één post, is niet voldaan.
18 Ten slotte baseert het Bundesfinanzhof zich op verordening nr. 96/89, waarbij voor de periode na 18 januari 1989 een onderverdeling is ingevoerd die juist betrekking heeft op "delen bestaande uit de beide niet van elkaar gescheiden achtervierendelen", welke onderverdeling is opgenomen in de rubriek "andere" en niet in de rubriek "helften en kwarten". Deze indeling zou de uitlegging die het Finanzgericht voor de voorafgaande periode heeft aanvaard, bevestigen.
19 Het Bundesfinanzhof merkt evenwel op, dat het College van Beroep voor het Bedrijfsleven (Nederland) op 29 april 1997 tot de tegenovergestelde conclusie is gekomen. Zich baserend op het arrest van het Hof van 5 oktober 1994, Voogd Vleesimport en -export (C-151/93, Jurispr. blz. I-4915), oordeelde het, dat producten als waar het in deze zaak om gaat, als gescheiden kwarten moesten worden behandeld.
20 Van oordeel dat er bijgevolg onzekerheid over de uitlegging van de gemeenschapsbepalingen bestond, heeft het Bundesfinanzhof de behandeling van de zaak geschorst en het Hof de volgende prejudiciële vraag voorgelegd:
"Moet de in de periode van 21 juni 1988 tot 16 januari 1989 geldende landbouwproductennomenclatuur voor de uitvoerrestituties - verordening (EEG) nr. 3846/87 van de Commissie van 17 december 1987 (PB L 366, blz. 1) -, sector 8 $ex 0207 41 11', aldus worden uitgelegd, dat onder het begrip $kwarten' (van hanen of kippen) ook nog niet volledig van elkaar gescheiden pluimveedelen ($posteriori') vallen, zoals in de motivering van deze beschikking nader omschreven?"
21 Met deze vraag wenst de nationale rechter in wezen van het Hof te vernemen, of delen van hanen of kippen bestaande uit twee achtervierendelen die door de rughuid nog bijeen worden gehouden, "kwarten" (code 0207 41 11 000) zijn in de zin van de bij verordening nr. 3846/87 vastgestelde landbouwproductennomenclatuur voor de uitvoerrestituties.
22 Daar in verordening nr. 3846/87 een omschrijving van het begrip "helften en kwarten" van bevroren hanen of kippen met been, van post 0207 41 11 000, ontbreekt, moet rekening worden gehouden zowel met de algemene regels voor de interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur als met, mutatis mutandis, de toelichtingen op de gecombineerde nomenclatuur, die beide die termen verklaren.
23 Volgens de toelichtingen op de gecombineerde nomenclatuur, waarnaar de Commissie en de verwijzende rechter verwijzen, wordt een "helft" verkregen door een overlangse doorsnede langs de wervelkolom van de haan of kip, en een kwart door deling van een "helft", zodat het "achtervierendeel" uit de onderdij, de dij, het achterste deel van de rug en de stuit bestaat.
24 Uitgaande van deze snijmethode stelt de Commissie, zich aansluitend bij de eerdere analyse van het Bundesfinanzhof, dat hetgeen met de hierboven omschreven begrippen wordt bedoeld, niet identiek is met achterdelen van pluimvee die, ofschoon de twee achtervierendelen omvattend, dwars op de wervelkolom zijn gesneden en niet overlangs. Waar het om duidelijke begrippen gaat en deze niet op de in geding zijnde producten kunnen worden toegepast, vallen die producten noodzakelijkerwijs onder de restpost "andere" (code 0207 41 71 900) en kan er geen restitutie voor worden verleend.
25 Deze uitlegging kan niet worden aanvaard. Vaststaat immers, dat de betrokken producten wat hun samenstelling betreft, precies beantwoorden aan de definitie van achtervierendelen, met dit verschil, dat de twee kwarten door de gebruikte snijmethode niet volledig van elkaar gescheiden zijn, maar door de rughuid nog bijeen worden gehouden. Waar weliswaar niet de aanbiedingsvorm, doch wel de samenstelling identiek is, dient aan de hand van de algemene regels voor de interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur te worden bepaald, of de producten in geding tot een specifieke categorie kunnen behoren of onder de restrubriek moeten worden ingedeeld.
26 Volgens algemene regel 2a hebben de essentiële kenmerken van het complete of het afgewerkte goed als indelingscriterium te gelden, ongeacht de eventueel niet complete, niet afgewerkte of niet gemonteerde staat waarin het wordt aangeboden.
27 Welnu, het is duidelijk, dat voor de bepaling van de aard van het product de omstandigheid dat de twee achtervierendelen waaruit het bestaat, niet volledig gescheiden zijn, maar bijeen worden gehouden door een deel van de huid, niet afdoet aan het essentiële kenmerk van het product, namelijk dat het uit twee achtervierendelen van een haan of kip bestaat.
28 Evenals de verwijzende rechter is de Commissie echter van mening, dat algemene regel 2a in casu niet moet worden toegepast.
29 In de eerste plaats merkt zij op, dat deze regel "praktisch niet" van toepassing is op de producten van de afdelingen I tot en met VI, dat wil zeggen de hoofdstukken 1 tot en met 38 van de gecombineerde nomenclatuur.
30 Dienaangaande zij eraan herinnerd, dat het Hof in het arrest Boehringer Mannheim (reeds aangehaald, punt 18) heeft geoordeeld, dat op grond van de term "praktisch niet" in de toelichtingen met betrekking tot algemene regel 2a, niet volledig kan worden uitgesloten, dat deze uitleggingsregel van toepassing is op tariefposten van de hoofdstukken 1 tot en met 38 van het GDT. Verder preciseerde het Hof, dat het criterium essentiële kenmerken slechts betrekking kon hebben op een product "dat zoveel overeenkomsten met het afgewerkte product vertoont, dat het onder dezelfde tariefpost kan worden ingedeeld", en dit ongeacht de plaats van dat product in het GDT.
31 In de tweede plaats betoogt de Commissie, dat de in geding zijnde goederen niet door verwijzing naar een eventueel eindproduct kunnen worden gekarakteriseerd, aangezien het volgens de exporteur om een "typisch Italiaans product" gaat, dat niet bestemd is om andere bewerkingen te ondergaan, en dus zelf, in de vorm waarin het wordt uitgevoerd, een eindproduct is.
32 Dit argument kan evenmin worden aanvaard. Volgens de analyse ervan in het arrest Boehringer Mannheim (reeds aangehaald) beoogt algemene regel 2a immers de gelijkstelling mogelijk te maken van twee producten die zo op elkaar lijken, dat zij voor de gebruiker in wezen identiek zijn, afgezien van verschillen die enkel met de aanbiedingsvorm van die producten verband houden. In casu verkrijgt de consument die de rughuid die de twee achtervierendelen bijeenhoudt, in het midden doorsnijdt, twee losse kwarten, die in alle opzichten gelijk zijn aan wat in de toelichtingen op de gecombineerde nomenclatuur wordt bedoeld. Maar of er nu doorgesneden wordt of niet, de essentiële kenmerken van "helften en kwarten" zijn bij het betrokken product aanwezig.
33 Onder deze omstandigheden bestaat er geen aanleiding de andere argumenten van de Commissie te onderzoeken, die betrekking hebben op het belang van de nationale verkeersopvattingen, de toepassing van algemene regel 3 en de inwerkingtreding, na de hier relevante periode, van verordening nr. 96/89.
34 Mitsdien moet op de gestelde vraag worden geantwoord, dat delen van hanen of kippen bestaande uit twee achtervierendelen die door de rughuid nog bijeen worden gehouden, "kwarten" (code 0207 41 11 000) zijn in de zin van de bij verordening nr. 3846/87 vastgestelde landbouwproductennomenclatuur voor de uitvoerrestituties.
Beslissing inzake de kosten
Kosten
35 De kosten door de Commissie wegens indiening van haar opmerkingen bij het Hof gemaakt, kunnen niet voor vergoeding in aanmerking komen. Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de nationale rechterlijke instantie over de kosten heeft te beslissen.
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE (Derde kamer),
uitspraak doende op de door het Bundesfinanzhof bij beschikking van 26 juni 1997 gestelde vraag, verklaart voor recht:
Delen van hanen of kippen bestaande uit twee achtervierendelen die door de rughuid nog bijeen worden gehouden, zijn "kwarten" (code 0207 41 11 000) in de zin van de bij verordening (EEG) nr. 3846/87 van de Commissie van 17 december 1987 vastgestelde landbouwproductennomenclatuur voor de uitvoerrestituties.
Full & Egal Universal Law Academy