Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
Landbouw - Gemeenschappelijke ordening der markten - Wijn - Verbod van aanplant van nieuwe wijnstokken - Rassen bestemd voor productie van tafeldruiven - Ingevolge verordening nr. 1325/90 daaronder begrepen tot en met 31 augustus 1996
(Verordening nr. 822/87 van de Raad, art. 6, lid 1, zoals gewijzigd bij verordening nr. 1325/90)
Samenvatting
Het verbod van aanplant van nieuwe wijnstokken in artikel 6, lid 1, van verordening nr. 822/87 houdende een gemeenschappelijke ordening van de wijnmarkt, zoals gewijzigd bij verordening nr. 1325/90, omvatte ingevolge laatstgenoemde verordening en tot en met 31 augustus 1996 de voor de productie van tafeldruiven bestemde wijnstokken. Tijdens de jaren 1991 en 1992 gold dit verbod dus voor de rassen die voor de productie van dergelijke druiven bestemd waren.
Partijen
In zaak C-308/97,
betreffende een verzoek aan het Hof krachtens artikel 177 EG-Verdrag van de Pretura circondariale di Bari (Italië), in het aldaar aanhangig geding tussen
G. Manfredi
en
Regione Puglia,
"om een prejudiciële beslissing over de uitlegging van artikel 6, lid 1, van verordening (EEG) nr. 822/87 van de Raad van 16 maart 1987 houdende een gemeenschappelijke ordening van de wijnmarkt (PB L 84, blz. 1),
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE
(Zesde kamer),
samengesteld als volgt: P. J. G. Kapteyn (rapporteur), kamerpresident, G. Hirsch, G. F. Mancini, H. Ragnemalm en K. M. Ioannou, rechters,
advocaat-generaal: D. Ruiz-Jarabo Colomer
griffier: L. Hewlett, administrateur
gelet op de schriftelijke opmerkingen ingediend door:
- G. Manfredi, vertegenwoordigd door D. Bellantuono en G. Stea, advocaten te Bari,
- de Italiaanse regering, vertegenwoordigd door U. Leanza, hoofd van de dienst diplomatieke geschillen van het Ministerie van Buitenlandse zaken, als gemachtigde, bijgestaan door O. Fiumara, avvocato dello Stato,
- de Griekse regering, vertegenwoordigd door I. Chalkias, assistent juridisch adviseur bij de juridische dienst van de staat, en C. Tsiavou, procesgemachtigde bij die dienst, als gemachtigden,
- de Franse regering, vertegenwoordigd door K. Rispal-Bellanger, onderdirecteur bij de directie juridische zaken van het Ministerie van Buitenlandse zaken, en F. Pascal, attaché d'administration centrale bij die directie, als gemachtigden,
- de Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door A. M. Alves Vieira en F. Ruggeri Laderchi, leden van haar juridische dienst, als gemachtigden,
gezien het rapport ter terechtzitting,
gehoord de mondelinge opmerkingen van G. Manfredi, vertegenwoordigd door D. Bellantuono; de Italiaanse regering, vertegenwoordigd door F. Quadri, avvocato dello Stato; de Griekse regering, vertegenwoordigd door I. Chalkias, en de Commissie, vertegenwoordigd door F. Ruggeri Laderchi, ter terechtzitting van 9 juli 1998,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 14 juli 1998,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij beschikking van 19 augustus 1997, ingekomen bij het Hof op 3 september daaraanvolgend, heeft de Pretura circondariale di Bari krachtens artikel 177 EG-Verdrag een prejudiciële vraag gesteld over de uitlegging van artikel 6, lid 1, van verordening (EEG) nr. 822/87 van de Raad van 16 maart 1987 houdende een gemeenschappelijke ordening van de wijnmarkt (PB L 84, blz. 1).
2 Deze vraag is gerezen in een door G. Manfredi ingesteld beroep tegen aanschrijving nr. 2387/96/A van 3 december 1996 van de Regione Puglia, ufficio regionale del contenzioso, waarbij hem was bevolen de wijnstokken voor tafeldruiven van de soort "Italia" te rooien, die hij in de jaren 1991 en 1992 zonder administratieve vergunning had aangeplant op een hem toebehorend, 2,7331 hectare groot perceel in de streek Mola di Bari, en waarbij hem een administratieve boete van 2 763 100 LIT was opgelegd.
3 Volgens de Italiaanse administratie had Manfredi artikel 6, lid 1, van verordening nr. 822/87 overtreden.
Het gemeenschapsrecht
4 Verordening (EEG) nr. 337/79 van de Raad van 5 februari 1979 houdende een gemeenschappelijke ordening van de wijnmarkt (PB L 54, blz. 1), is gewijzigd bij verordening (EEG) nr. 454/80 van de Raad van 18 februari 1980 (PB L 57, blz. 7). Bij artikel 1, lid 1, van laatstbedoelde verordening is titel III van verordening nr. 337/79 vervangen door een nieuwe titel III, met het opschrift "Voorschriften betreffende de productie en de controle op de ontwikkeling van het wijnbouwpotentieel".
5 Artikel 30 van verordening nr. 337/79, zoals gewijzigd bij artikel 1, lid 1, van verordening nr. 454/80, dat tot titel III behoort, bepaalt:
"1. Behalve (...) is elke nieuwe aanplant van wijnstokken verboden tot en met 30 november 1986, met uitzondering van nieuwe aanplant op oppervlakten die bestemd zijn voor de productie van druiven van rassen, die voor de betrokken administratieve eenheid uitsluitend zijn ingedeeld in de categorie tafeldruivenrassen."
6 Deze bepaling is gewijzigd bij verordening (EEG) nr. 1208/84 van de Raad van 27 april 1984 (PB L 115, blz. 77). De achtste overweging van de considerans van deze verordening luidt:
"Overwegende dat het productiepotentieel van het huidige tafeldruivenareaal de behoeften overtreft, zodat het wenselijk is nieuwe aanplant voor het volledige wijnbouwareaal te verbieden (...)"
7 Artikel 30 van verordening nr. 337/79, zoals gewijzigd bij artikel 1, sub 11, van verordening nr. 1208/84 bepaalt:
"1. Elke nieuwe aanplant van wijnstokken is verboden tot en met 31 augustus 1990.
De lidstaten kunnen evenwel vergunningen tot nieuwe aanplant verlenen voor arealen die zijn bestemd voor de productie van vqprd waarvoor de Commissie heeft erkend dat de productie, gezien haar kwaliteitskenmerken, ver bij de vraag achterblijft."
8 Op 16 maart 1987 stelde de Raad verordening nr. 822/87 vast, die, zoals in de eerste overweging van de considerans wordt gezegd, de eerdere regelgeving beoogt te codificeren.
9 Artikel 6 van deze verordening bepaalt:
"1. Tot en met 31 augustus 1990 is elke nieuwe aanplant van wijnstokken verboden.
De lidstaten kunnen evenwel vergunningen tot nieuwe aanplant verlenen voor oppervlakten die zijn bestemd voor de productie van vqprd waarvoor de Commissie heeft erkend dat de productie, gezien haar kwaliteitskenmerken, ver bij de vraag achterblijft.
2. In afwijking van lid 1 kunnen de lidstaten vergunningen voor nieuwe aanplant verlenen:
- voor oppervlakten die bestemd zijn voor de teelt van moederplanten voor het enten van wijnstokken;
- voor oppervlakten die bestemd zijn voor nieuwe aanplant in het kader van ruilverkavelingen of onteigeningen ten algemenen nutte krachtens de geldende nationale wetgevingen;
- in de lidstaten waar de productie van vqprd in de wijnoogstjaren 1975/1976, 1976/1977 en 1977/1978 minder bedroeg dan 60 % van de totale wijnproductie, voor de oppervlakten die bestemd zijn voor nieuwe aanplant ter uitvoering van ontwikkelingsplannen voor landbouwbedrijven onder de in richtlijn 72/159/EEG omschreven voorwaarden;
- voor oppervlakten die bestemd zijn voor wijnbouwexperimenten.
3. Van druiven afkomstig van wijnstokken die in strijd met de communautaire of nationale bepalingen inzake nieuwe aanplanten in de zin van bijlage V zijn geplant, mag geen tafelwijn worden bereid. De van deze druiven bereide producten mogen uitsluitend voor distillatie in het verkeer worden gebracht. Op basis van deze producten mag echter geen alcohol worden bereid met een alcohol-volumegehalte van 80 % vol of minder.
4. Tot de in lid 1, tweede alinea, bedoelde erkenning wordt op verzoek van een lidstaat volgens de procedure van artikel 83 besloten.
De uitvoeringsbepalingen van dit artikel worden volgens dezelfde procedure vastgesteld."
10 Artikel 6 van verordening nr. 822/87 is gewijzigd bij verordening (EEG) nr. 1325/90 van de Raad van 14 mei 1990 (PB L 132, blz. 19). De tweede overweging van de considerans van deze verordening luidt:
"Overwegende dat het voornoemde verbod van nieuwe aanplant, gekoppeld aan de beperking van de uitoefening van het recht op herbeplanting op het bedrijf voor tafelwijn, tafeldruiven alsmede moederplanten voor het enten van wijnstokken, het risico doet ontstaan op deze gebieden de aanpassing van het aanbod aan de ontwikkeling van de vraag onmogelijk te maken (...)"
11 Artikel 6, lid 1, van verordening nr. 822/87, zoals gewijzigd bij artikel 1, sub 2, van verordening nr. 1325/90, bepaalt:
"1. Tot en met 31 augustus 1996 is elke nieuwe aanplant van wijnstokken verboden.
De lidstaten kunnen voor het wijnoogstjaar 1990/1991 evenwel vergunningen tot nieuwe aanplant verlenen voor oppervlakten die zijn bestemd voor de productie van vqprd waarvoor de Commissie heeft erkend dat de productie, gezien haar kwaliteitskenmerken, ver bij de vraag achterblijft."
12 Deze versie van artikel 6 van verordening nr. 822/87 is nadien gewijzigd bij verordening (EG) nr. 1592/96 van de Raad van 30 juli 1996 (PB L 206, blz. 31), waarvan de eerste overweging van de considerans luidt:
"Overwegende dat elke nieuwe aanplant van wijngaarden tot en met 31 augustus 1996 verboden is; dat het gezien de marktsituatie in de wijnbouwsector, dienstig is om, in afwachting van de besluiten van de Raad over de hervorming van de sector, het bestaande verbod met twee jaar te verlengen; dat onder dit verbod evenwel niet dienen te worden begrepen de oppervlakten die bestemd zijn voor de productie van tafeldruiven en dat ervan af dient te worden geweken ten gunste van bepaalde wijnen waarnaar er op grond van hun kwalitatieve kenmerken op de markt vraag is."
13 Artikel 6 van verordening nr. 822/87, zoals gewijzigd bij artikel 1, sub 1, van verordening nr. 1592/96, bepaalt:
"1. Elke nieuwe aanplant van wijnsoorten andere dan die voor de betrokken administratieve eenheid uitsluitend geklasseerd zijn bij de tafeldruifsoorten, is tot en met 31 augustus 1998 verboden.
(...)"
De prejudiciële vraag
14 Van oordeel dat het door Manfredi tegen aanschrijving nr. 2387/96/A ingestelde beroep een probleem van uitlegging van het gemeenschapsrecht doet rijzen, heeft de Pretura circondariale di Bari de behandeling van de zaak geschorst en het Hof verzocht om een prejudiciële beslissing over de vraag, of "het verbod van de aanplant van nieuwe wijnstokken van artikel 6, lid 1, van verordening (EEG) nr. 822/87 van de Raad van 16 maart 1987 ook geldt voor wijnstokken die bestemd zijn voor de productie van tafeldruiven".
15 Voor een antwoord op deze vraag dienen in de eerste plaats de wijzigingen te worden onderzocht, die de gemeenschapswetgever heeft aangebracht in verordening nr. 337/79 zoals deze na verordening nr. 454/80 was komen te luiden.
16 Uit artikel 30, lid 1, van deze verordening volgt, dat elke nieuwe aanplant van wijnstokken, uitgezonderd van rassen bestemd voor de productie van tafeldruiven, tot en met 30 november 1986 verboden was.
17 Bij verordening nr. 1208/84 is deze uitzondering per 1 mei 1984 opgeheven. In artikel 30 van verordening nr. 337/79, zoals gewijzigd bij artikel 1, sub 11, van verordening nr. 1208/84, werd namelijk tot en met 31 augustus 1990 alle nieuwe wijnstokkenaanplant verboden. Blijkens de achtste overweging van de considerans van die verordening was de gemeenschapswetgever van mening, dat aangezien het productiepotentieel van het tafeldruivenareaal de behoeften overtrof, het wenselijk was het verbod van nieuwe aanplant uit te breiden tot de voor de productie van dergelijke druiven bestemde rassen.
18 Nadien is bij artikel 6 van verordening nr. 822/87 het verbod op alle nieuwe aanplant van wijnstokken verlengd tot en met 31 augustus 1990, welke datum bij verordening nr. 1325/90 is gewijzigd. Bij artikel 1, sub 2, van deze laatste verordening is het verbod van artikel 6 van verordening nr. 822/87 tot en met 31 augustus 1996 verlengd.
19 Daaruit volgt, dat de voor de productie van tafeldruiven bestemde rassen in de jaren 1991 en 1992 onder het verbod op alle nieuwe aanplant van wijnstokken vielen.
20 Deze uitlegging vindt steun in verordening (EEG) nr. 1442/88 van de Raad van 24 mei 1988 inzake de toekenning van premies voor definitieve stopzetting van de wijnbouw op wijnbouwareaal in de wijnoogstjaren 1988/1989 tot en met 1995/1996 (PB L 132, blz. 3). Blijkens artikel 1 van deze verordening kwamen immers onder meer de wijnbouwproducenten waarvan het wijnbouwareaal voor de productie van tafeldruiven was bestemd, in aanmerking voor een premie voor definitieve stopzetting. Volgens de tweede overweging van de considerans van deze verordening diende de werkingssfeer van de stopzettingsregeling tot alle categorieën wijnbouwareaal te worden verruimd, teneinde de beperking van het wijnbouwpotentieel te intensiveren.
21 Indien artikel 6, lid 1, van verordening nr. 822/87, zoals gewijzigd bij verordening nr. 1325/90, aldus werd uitgelegd dat de aanplant van nieuwe, voor de productie van tafeldruiven bestemde wijnstokken niet verboden was, dan zou dat in strijd zijn met het doel van de in verordening nr. 1442/88 geregelde maatregelen inzake definitieve stopzetting. Gelijk de advocaat-generaal in de punten 23 tot en met 26 van zijn conclusie heeft opgemerkt, valt immers moeilijk aan te nemen, dat de gemeenschapswetgever enerzijds zou hebben nagelaten de aanplant van voor de productie van tafeldruiven bestemde wijnstokken te verbieden, terwijl hij anderzijds wel het rooien van die wijnstokken door middel van premies voor definitieve stopzetting aanmoedigt.
22 Voorts moeten de argumenten worden onderzocht die voor de verwijzende rechter tegen die uitlegging zijn aangevoerd.
23 Verzoeker in het hoofdgeding betoogt in de eerste plaats, dat verordening nr. 822/87, zoals gewijzigd bij verordening nr. 1325/90, alleen van toepassing is op voor de wijnbereiding bestemde druiven, en niet op tafeldruiven, daar deze niet worden genoemd bij de in artikel 1, lid 2, van die verordening opgesomde producten die onder de gemeenschappelijke ordening van de wijnmarkt vallen.
24 Inderdaad spreekt artikel 1, lid 2, niet van tafeldruiven; dat neemt echter niet weg, dat die bepaling betrekking heeft op de producten die onder de bij die verordening ingevoerde marktordening vallen. Gelijk de Commissie terecht heeft opgemerkt, betreft verordening nr. 822/87 niet alleen de wijnbouw stricto sensu, maar de gehele wijnbouwsector.
25 Opgemerkt zij, dat volgens artikel 1, lid 1, die verordening met name voorschriften omvat betreffende de productie en de controle op de ontwikkeling van het wijnbouwpotentieel, waaronder - naar ook uit de considerans blijkt - voorschriften betreffende de aanplant van de wijngaarden en de indeling van de wijnstokken, zonder dat de voor de productie van tafeldruiven bestemde wijngaarden of rassen van wijnstokken ter zake zijn uitgesloten.
26 Voorts heeft de gemeenschapswetgever, gelijk de advocaat-generaal in punt 30 van zijn conclusie heeft opgemerkt, in het kader van de gemeenschappelijke ordening van de wijnmarkt bij verschillende verordeningen controlemaatregelen voor bepaalde aspecten van de productie van tafeldruiven getroffen.
27 In de tweede plaats beroept verzoeker in het hoofdgeding zich op de zestiende overweging van de considerans van verordening nr. 822/87, volgens welke een vrijstelling van het verbod van nieuwe aanplant "gerechtvaardigd is, op grond van hun bestemming, voor de nieuwe aanplant van wijnstokrassen die uitsluitend in de categorie tafeldruivenrassen zijn ingedeeld".
28 Gelijk de Commissie heeft opgemerkt, is in verordening nr. 822/87, waarbij de eerdere regelgeving is gecodificeerd, de negende overweging van de considerans van verordening nr. 454/80 overgenomen, waarin werd gerefereerd aan de vrijstelling die in verordening nr. 337/79 voor tafeldruiven was voorzien voordat het verbod van nieuwe aanplant bij verordening nr. 1208/84 was uitgebreid tot voor de productie van tafeldruiven bestemde rassen.
29 Bijgevolg moet worden vastgesteld, dat nu de voor de productie van tafeldruiven bestemde rassen niet meer waren uitgesloten van het verbod van nieuwe aanplant toen verordening nr. 822/87 werd vastgesteld, het betrokken gedeelte van de zestiende overweging van de considerans van deze verordening met geen van de bepalingen daarvan overeenstemt. Zoals de advocaat-generaal in punt 36 van zijn conclusie heeft opgemerkt, gaat het daarbij om een vergissing bij de codificatie van de eerdere regelgeving.
30 Bijgevolg kan op die overweging van de considerans geen beroep worden gedaan om verordening nr. 822/87, zoals gewijzigd bij verordening nr. 1325/90, uit te leggen in een zin die kennelijk in strijd met haar bewoordingen is.
31 Ten slotte betoogt Manfredi, dat artikel 6, lid 1, van verordening nr. 822/87 is gewijzigd bij artikel 1, sub 1, van verordening nr. 1592/96, in die zin, dat vanaf 1 september 1996 de nieuwe aanplant van tafeldruifsoorten was toegestaan.
32 Dienaangaande zij opgemerkt, dat uit de vrijstelling van het verbod op de nieuwe aanplant van tafeldruivenrassen, waarin verordening nr. 1592/96 voorziet, blijkt, dat die aanplant vóór 1 september 1996 verboden was, wat ook uit de eerste overweging van de considerans van die verordening kan worden afgeleid.
33 Voorts voorziet artikel 1, sub 2, van verordening (EG) nr. 1595/96 van de Raad van 30 juli 1996 tot wijziging van verordening nr. 1442/88 (PB L 206, blz. 36) in de opheffing van de premies voor definitieve stopzetting voor de exploitanten van wijnbouwarealen die voor de productie van tafeldruiven bestemd zijn. Uit de derde overweging van de considerans van die verordening blijkt, dat de voor de productie van tafeldruiven bestemde oppervlakten moesten worden uitgesloten van de premies voor definitieve stopzetting, omdat die oppervlakten na 1 september 1996 niet meer waren begrepen onder het verbod van elke nieuwe wijnaanplant in de zin van artikel 6 van verordening nr. 822/87, zoals gewijzigd bij verordening nr. 1592/96.
34 Wat ten slotte het verzoek van de Italiaanse regering betreft, geen sancties op te leggen aan de wijnbouwers die het verbod van artikel 6, lid 1, van verordening nr. 822/87 hebben overtreden in de veronderstelling dat het niet voor tafeldruiven gold, volstaat het op te merken, dat het aan de nationale rechter staat te beslissen, of er sprake was van een verschoonbare dwaling, en de gevolgen daarvan te bepalen.
35 Gelet op het voorgaande moet op de gestelde vraag worden geantwoord, dat artikel 6, lid 1, van verordening nr. 822/87, zoals gewijzigd bij verordening nr. 1325/90, in de jaren 1991 en 1992 de aanplant van nieuwe, voor de productie van tafeldruiven bestemde wijnstokken verbood.
Beslissing inzake de kosten
Kosten
36 De kosten door de Italiaanse, de Griekse en de Franse regering alsmede de Commissie wegens indiening van hun opmerkingen bij het Hof gemaakt, kunnen niet voor vergoeding in aanmerking komen. Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de nationale rechterlijke instantie over de kosten heeft te beslissen.
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE (Zesde kamer),
uitspraak doende op de door de Pretura circondariale di Bari bij beschikking van 19 augustus 1997 gestelde vraag, verklaart voor recht:
In de jaren 1991 en 1992 was de aanplant van nieuwe, voor de productie van tafeldruiven bestemde wijnstokken verboden ingevolge artikel 6, lid 1, van verordening (EEG) nr. 822/87 van de Raad van 16 maart 1987 houdende een gemeenschappelijke ordening van de wijnmarkt, zoals gewijzigd bij verordening (EEG) nr. 1325/90 van de Raad van 14 mei 1990.
Full & Egal Universal Law Academy