Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
Lidstaten - Verplichtingen - Uitvoering van richtlijnen - Niet-nakoming - Rechtvaardiging - Ontoelaatbaarheid
(EG-Verdrag, art. 169)
Samenvatting
Een lidstaat kan zich niet beroepen op nationale bepalingen, praktijken of situaties ter rechtvaardiging van de niet-nakoming van door een richtlijn voorgeschreven verplichtingen of termijnen.
Partijen
In zaak C-339/97,
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door G. zur Hausen, juridisch adviseur, als gemachtigde, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij C. Gómez de la Cruz, lid van haar juridische dienst, Centre Wagner, Kirchberg,
verzoekster,
tegen
Groothertogdom Luxemburg, vertegenwoordigd door N. Schmit, directeur internationale economische betrekkingen en samenwerking bij het Ministerie van Buitenlandse zaken, als gemachtigde, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij dat ministerie,
verweerder,
betreffende een verzoek aan het Hof om vast te stellen dat het Groothertogdom Luxemburg, door niet binnen de gestelde termijnen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen ter uitvoering van
- richtlijn 94/15/EG van de Commissie van 15 april 1994 betreffende aanpassing, voor de eerste maal, aan de technische vooruitgang van richtlijn 90/220/EEG van de Raad inzake de doelbewuste introductie van genetisch gemodificeerde organismen in het milieu (PB L 103, blz. 20), en
- richtlijn 94/51/EG van de Commissie van 7 november 1994 betreffende aanpassing aan de technische vooruitgang van richtlijn 90/219/EEG van de Raad inzake het ingeperkte gebruik van genetisch gemodificeerde micro-organismen (PB L 297, blz. 29),
de krachtens deze richtlijnen op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen,
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE
(Zesde kamer),
samengesteld als volgt: H. Ragnemalm (rapporteur), kamerpresident, R. Schintgen, P. J. G. Kapteyn, J. L. Murray en K. M. Ioannou, rechters,
advocaat-generaal: A. La Pergola
griffier: R. Grass
gezien het rapport van de rechter-rapporteur,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 5 mei 1998,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij verzoekschrift, op 30 september 1997 neergelegd ter griffie van het Hof, heeft de Commissie van de Europese Gemeenschappen het Hof krachtens artikel 169 EG-Verdrag verzocht vast te stellen, dat het Groothertogdom Luxemburg, door niet binnen de gestelde termijnen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen ter uitvoering van
- richtlijn 94/15/EG van de Commissie van 15 april 1994 betreffende aanpassing, voor de eerste maal, aan de technische vooruitgang van richtlijn 90/220/EEG van de Raad inzake de doelbewuste introductie van genetisch gemodificeerde organismen in het milieu (PB L 103, blz. 20), en
- richtlijn 94/51/EG van de Commissie van 7 november 1994 betreffende aanpassing aan de technische vooruitgang van richtlijn 90/219/EEG van de Raad inzake het ingeperkte gebruik van genetisch gemodificeerde micro-organismen (PB L 297, blz. 29),
de krachtens deze richtlijnen op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen.
2 Ingevolge artikel 2 van elk van de richtlijnen 94/15 en 94/51 moesten de lidstaten de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking doen treden om uiterlijk op 30 juni 1994 respectievelijk 30 april 1995 aan de richtlijn te voldoen, en de Commissie daarvan onverwijld in kennis stellen.
3 Omdat zij bij afloop van die termijnen van het Groothertogdom Luxemburg geen enkele mededeling of andere inlichting over maatregelen tot uitvoering van de richtlijnen had ontvangen, zond de Commissie overeenkomstig artikel 169 van het Verdrag de Luxemburgse regering op 9 augustus 1994 met betrekking tot richtlijn 94/15, en op 2 augustus 1995 met betrekking tot richtlijn 94/51, een aanmaningsbrief met het verzoek binnen twee maanden haar opmerkingen te maken.
4 Toen ook nadien iedere mededeling van officiële maatregelen tot omzetting van de richtlijnen 94/15 en 94/51 in Luxemburgs recht uitbleef, zond de Commissie op 27 december 1996 de Luxemburgse regering twee met redenen omklede adviezen, waarin zij haar uitnodigde de nodige maatregelen te treffen om haar verplichtingen krachtens de richtlijnen 94/15 en 94/51 binnen twee maanden na te komen.
5 Bij brief van 10 februari 1997 deelde de Luxemburgse regering de Commissie mee, dat de maatregelen tot uitvoering van de beide richtlijnen werden voorbereid op de grondslag van een wet van 13 januari 1997.
6 Toen zij geen enkele nadere mededeling omtrent de implementatie van de twee richtlijnen ontving, besloot de Commissie het onderhavige beroep in te stellen.
7 Het Groothertogdom Luxemburg erkent, dat het de richtlijnen 94/15 en 94/51 niet tijdig heeft uitgevoerd. Het wijst er evenwel op, dat de daartoe strekkende wetgevingsprocedure pas kon beginnen na de vaststelling van de wet van 13 januari 1997 houdende tenuitvoerlegging van de richtlijnen 90/219/EEG van de Raad van 23 april 1990 inzake het ingeperkte gebruik van genetisch gemodificeerde micro-organismen (PB L 117, blz. 1), en 90/220/EEG van de Raad van 23 april 1990 inzake de doelbewuste introductie van genetisch gemodificeerde organismen in het milieu (PB L 117, blz. 15).
8 Bij brief van 14 mei 1998 heeft het Groothertogdom Luxemburg doen weten, dat het richtlijn 94/15 in nationaal recht had omgezet bij groothertogelijk besluit van 17 april 1998 (Mémorial van 28 april 1998, blz. 458).
9 Bij op 25 juni 1998 neergelegd schrijven heeft de Commissie akte van de vaststelling van dat besluit genomen en afstand gedaan van het desbetreffende onderdeel van haar beroep, maar met handhaving van dit beroep met betrekking tot richtlijn 94/51.
10 Wat richtlijn 94/51 betreft, moet worden vastgesteld dat een lidstaat zich volgens vaste rechtspraak niet kan beroepen op nationale bepalingen, praktijken of situaties ter rechtvaardiging van de niet-nakoming van door een richtlijn voorgeschreven verplichtingen of termijnen (zie, onder meer, arrest van 2 oktober 1997, Commissie/België, C-208/96, Jurispr. blz. I-5375, punt 9).
11 Daar richtlijn 94/51 niet binnen de daarin gestelde termijn in nationaal recht is omgezet, moet het beroep van de Commissie in zoverre gegrond worden geacht.
12 Mitsdien moet worden vastgesteld dat het Groothertogdom Luxemburg, door niet binnen de gestelde termijn de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen ter uitvoering van richtlijn 94/51 vast te stellen, de krachtens artikel 2 van die richtlijn op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen.
Beslissing inzake de kosten
Kosten
13 Volgens artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering wordt de in het ongelijk gestelde partij in de kosten verwezen.
14 Volgens artikel 69, lid 5, van het Reglement voor de procesvoering wordt de partij die afstand doet van instantie, in de kosten verwezen, tenzij die afstand door de houding van de wederpartij is gerechtvaardigd.
15 De Commissie heeft bepaalde in haar verzoekschrift omschreven grieven laten vallen, omdat het Groothertogdom Luxemburg na de instelling van het beroep de nodige maatregelen voor de uitvoering van richtlijn 54/15 heeft getroffen.
16 De gedeeltelijke afstand van instantie van de Commissie is dus gerechtvaardigd door de houding van het Groothertogdom Luxemburg, dat voorts voor het overige in het ongelijk is gesteld.
17 Mitsdien moet het Groothertogdom Luxemburg in de kosten worden verwezen.
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE (Zesde kamer),
rechtdoende, verstaat:
1) Door niet binnen de gestelde termijn de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen ter uitvoering van richtlijn 94/51/EG van de Commissie van 7 november 1994 betreffende aanpassing aan de technische vooruitgang van richtlijn 90/219/EEG van de Raad inzake het ingeperkte gebruik van genetisch gemodificeerde micro-organismen, is het Groothertogdom Luxemburg de krachtens artikel 2 van die richtlijn op hem rustende verplichtingen niet nagekomen.
2) Het Groothertogdom Luxemburg wordt verwezen in de kosten van de procedure.
Full & Egal Universal Law Academy