Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
Lidstaten - Verplichtingen - Uitvoering van richtlijnen - Niet-betwiste niet-nakoming
(EG-Verdrag, art. 169)
Partijen
In zaak C-354/97,
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door X. Lewis, lid van haar juridische dienst, als gemachtigde, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij C. Gómez de la Cruz, lid van die juridische dienst, Centre Wagner, Kirchberg,
verzoekster,
tegen
Franse Republiek, vertegenwoordigd door K. Rispal-Bellanger, onderdirecteur bij de directie juridische zaken van het Ministerie van Buitenlandse zaken, en C. Vasak, adjunct-secretaris bij dezelfde directie, als gemachtigden, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg ter Franse ambassade, Boulevard Joseph II 8B,
verweerster,
betreffende een verzoek aan het Hof om vast te stellen dat de Franse Republiek, door niet binnen de gestelde termijnen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen, daaronder begrepen eventuele sancties, in werking te doen treden om te voldoen aan:
- richtlijn 93/74/EEG van de Raad van 13 september 1993 betreffende diervoeders met bijzonder voedingsdoel (PB L 237, blz. 23),
- richtlijn 94/28/EG van de Raad van 23 juni 1994 tot vaststelling van de beginselen inzake de zoötechnische en genealogische voorschriften voor de invoer uit derde landen van dieren, alsmede van sperma, eicellen en embryo's en tot wijziging van richtlijn 77/504/EEG betreffende raszuivere fokrunderen (PB L 178, blz. 66),
- richtlijn 94/39/EG van de Commissie van 25 juli 1994 tot vaststelling van de lijst van bestemmingen voor diervoeders met bijzonder voedingsdoel (PB L 207, blz. 20),
- richtlijn 95/9/EG van de Commissie van 7 april 1995 houdende wijziging van richtlijn 94/39 (PB L 91, blz. 35), en
- richtlijn 95/10/EG van de Commissie van 7 april 1995 tot vaststelling van de methode ter berekening van de energiewaarde van honden- en kattenvoeders met bijzonder voedingsdoel (PB L 91, blz. 39),
en/of door deze niet ter kennis van de Commissie te brengen, de krachtens artikel 12 van richtlijn 93/74, artikel 13 van richtlijn 94/28, artikel 2 van richtlijn 94/39, artikel 2 van richtlijn 95/9 en artikel 3 van richtlijn 95/10 op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen,
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE
(Eerste kamer),
samengesteld als volgt: P. Jann, kamerpresident, D. A. O. Edward (rapporteur) en L. Sevón, rechters,
advocaat-generaal: D. Ruiz-Jarabo Colomer
griffier: R. Grass
gezien het rapport van de rechter-rapporteur,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 11 november 1998,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij op 14 oktober 1997 ter griffie van het Hof neergelegd verzoekschrift heeft de Commissie van de Europese Gemeenschappen het Hof krachtens artikel 169 EG-Verdrag verzocht vast te stellen dat de Franse Republiek, door niet binnen de gestelde termijnen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen, daaronder begrepen eventuele sancties, in werking te doen treden om te voldoen aan:
- richtlijn 93/74/EEG van de Raad van 13 september 1993 betreffende diervoeders met bijzonder voedingsdoel (PB L 237, blz. 23),
- richtlijn 94/28/EG van de Raad van 23 juni 1994 tot vaststelling van de beginselen inzake de zoötechnische en genealogische voorschriften voor de invoer uit derde landen van dieren, alsmede van sperma, eicellen en embryo's en tot wijziging van richtlijn 77/504/EEG betreffende raszuivere fokrunderen (PB L 178, blz. 66),
- richtlijn 94/39/EG van de Commissie van 25 juli 1994 tot vaststelling van de lijst van bestemmingen voor diervoeders met bijzonder voedingsdoel (PB L 207, blz. 20),
- richtlijn 95/9/EG van de Commissie van 7 april 1995 houdende wijziging van richtlijn 94/39 (PB L 91, blz. 35), en
- richtlijn 95/10/EG van de Commissie van 7 april 1995 tot vaststelling van de methode ter berekening van de energiewaarde van honden- en kattenvoeders met bijzonder voedingsdoel (PB L 91, blz. 39) (hierna tezamen: "de vijf richtlijnen"),
en/of door deze niet ter kennis van de Commissie te brengen, de krachtens artikel 12 van richtlijn 93/74, artikel 13 van richtlijn 94/28, artikel 2 van richtlijn 94/39, artikel 2 van richtlijn 95/9 en artikel 3 van richtlijn 95/10 op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen.
2 Ingevolge artikel 13 van richtlijn 94/28 moesten de lidstaten de nodige bepalingen vaststellen om vóór 1 juli 1995 aan deze richtlijn te voldoen. Volgens artikel 12 van richtlijn 93/74, artikel 2 van richtlijn 94/39, artikel 2 van richtlijn 95/9 en artikel 3 van richtlijn 95/10 dienden de lidstaten de nodige bepalingen vast te stellen om uiterlijk op 30 juni 1995 aan deze richtlijnen te voldoen. Ingevolge deze bepalingen moesten zij de Commissie onverwijld van deze bepalingen in kennis stellen.
3 Nadat de Commissie had vastgesteld dat deze termijnen waren verstreken, zonder dat de Franse Republiek haar had meegedeeld dat omzettingsmaatregelen waren vastgesteld, maande zij bij brief van 27 oktober 1995 overeenkomstig de procedure van artikel 169 van het Verdrag de Franse regering aan, haar opmerkingen binnen een termijn van twee maanden na ontvangst van deze brief kenbaar te maken.
4 Met betrekking tot richtlijn 93/74 antwoordde de Franse regering bij schrijven van 24 januari 1996, dat een ontwerp-decreet was opgesteld en dat dit in april 1996 zou worden bekendgemaakt. Vervolgens deelde de Franse regering bij schrijven van 30 januari 1996 een ontwerp-decreet mee, waarmee werd beoogd uitvoering te geven aan laatstgenoemde richtlijn. Voorts gaf zij te kennen, dat de uitvoering voor april 1996 was voorzien.
5 Met betrekking tot richtlijn 94/28 antwoordde de Franse regering bij brief van 24 januari 1996, dat de implementatie in voorbereiding was, en dat deze in de loop van het eerste kwartaal van 1996 zou zijn voltooid.
6 Wat betreft richtlijn 94/39, stelde de Franse regering bij brief van 24 januari 1996 de Commissie ervan in kennis, dat de implementatieprocedure waarschijnlijk in het eerste halfjaar van 1996 zou zijn afgerond. Vervolgens deelde zij de Commissie bij brief van 30 januari 1996 mede, dat de uitvoering van deze richtlijn voor mei 1996 was gepland.
7 Bij brief van 24 januari 1996 stelde de Franse regering de Commissie ervan in kennis, dat richtlijn 95/9 in april 1996 zou worden geïmplementeerd, tegelijk met richtlijn 93/74. Vervolgens deelde deze regering de Commissie bij schrijven van 30 januari 1996 mee, dat de implementatie in mei 1996 zou plaatsvinden.
8 Bij brief van 24 januari 1996 antwoordde de Franse regering met betrekking tot richtlijn 95/10, dat aan de richtlijn waarschijnlijk in het eerste halfjaar van 1996 uitvoering zou worden gegeven. Vervolgens deelden de Franse autoriteiten bij brief van 30 januari 1996 de Commissie mee, dat de uitvoering van deze richtlijn voor mei 1996 werd voorzien.
9 Toen zij geen enkele andere mededeling ontving, deed de Commissie de Franse Republiek met redenen omklede adviezen toekomen, waarin zij haar standpunt herhaalde, dat deze staat, door niet de nodige bepalingen voor de omzetting van de vijf richtlijnen vast te stellen, de krachtens deze richtlijnen op hem rustende verplichtingen niet was nagekomen. De met redenen omklede adviezen met betrekking tot de richtlijnen 93/74, 94/28, 94/39 en 95/9 zijn op 26 november 1996 verzonden en het met redenen omkleed advies betreffende richtlijn 95/10 op 22 november 1996.
10 Wat betreft richtlijn 94/28, deelde de Franse regering de Commissie bij brief van 12 maart 1997 mee, dat een wetsontwerp tot omzetting daarvan bij het Franse parlement in behandeling was. Daarna ontving de Commissie geen enkel bericht over het resultaat daarvan.
11 Op de andere met redenen omklede adviezen werd niet gereageerd. 12 De Commissie besloot daarop het onderhavig beroep in te stellen.
13 In haar verweerschrift betwist de Franse regering niet, dat de vijf richtlijnen niet binnen de gestelde termijnen zijn omgezet. Zij geeft evenwel te kennen, dat voortgang is gemaakt met de procedure ter uitvoering van deze richtlijnen, en bevestigt, dat zij onverwijld alle nodige bepalingen voor de omzetting in nationaal recht zal vaststellen.
14 Aangezien de vijf richtlijnen niet binnen de daarin gestelde termijnen in nationaal recht zijn omgezet, moet het beroep van de Commissie gegrond worden verklaard.
15 Mitsdien moet worden vastgesteld dat de Franse Republiek, door niet binnen de gestelde termijnen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen om te voldoen aan de richtlijnen 93/74, 94/28, 94/39, 95/9 en 95/10, de krachtens artikel 12 van richtlijn 93/74, artikel 13 van richtlijn 94/28, artikel 2 van richtlijn 94/39, artikel 2 van richtlijn 95/9 en artikel 3 van richtlijn 95/10 op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen.
Beslissing inzake de kosten
Kosten
16 Volgens artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering wordt de in het ongelijk gestelde partij in de kosten verwezen, voor zover dit is gevorderd. Aangezien de Franse Republiek in het ongelijk is gesteld, moet zij overeenkomstig de vordering van de Commissie in de kosten worden verwezen.
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE (Eerste kamer),
rechtdoende, verstaat:
1) Door niet binnen de gestelde termijnen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen om te voldoen aan:
- richtlijn 93/74/EEG van de Raad van 13 september 1993 betreffende diervoeders met bijzonder voedingsdoel,
- richtlijn 94/28/EG van de Raad van 23 juni 1994 tot vaststelling van de beginselen inzake de zoötechnische en genealogische voorschriften voor de invoer uit derde landen van dieren, alsmede van sperma, eicellen en embryo's en tot wijziging van richtlijn 77/504/EEG betreffende raszuivere fokrunderen,
- richtlijn 94/39/EG van de Commissie van 25 juli 1994 tot vaststelling van de lijst van bestemmingen voor diervoeders met bijzonder voedingsdoel,
- richtlijn 95/9/EG van de Commissie van 7 april 1995 houdende wijziging van richtlijn 94/39, en
- richtlijn 95/10/EG van de Commissie van 7 april 1995 tot vaststelling van de methode ter berekening van de energiewaarde van honden- en kattenvoeders met bijzonder voedingsdoel,
is de Franse Republiek de krachtens artikel 12 van richtlijn 93/74, artikel 13 van richtlijn 94/28, artikel 2 van richtlijn 94/39, artikel 2 van richtlijn 95/9 en artikel 3 van richtlijn 95/10 op haar rustende verplichtingen niet nagekomen.
2) De Franse Republiek wordt verwezen in de kosten.
Full & Egal Universal Law Academy