Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
1 Lidstaten - Verplichtingen - Uitvoering van richtlijnen - Niet-betwiste niet-nakoming
(EG-Verdrag, art. 169)
2 Procedure - Kosten - Afstand van instantie gerechtvaardigd door houding van wederpartij
(Reglement voor de procesvoering van het Hof, art. 69, lid 5)
Partijen
In zaak C-385/97,
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door M. Kontou- Durande, lid van haar juridische dienst, als gemachtigde, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij C. Gómez de la Cruz, lid van die dienst, Centre Wagner, Kirchberg,
verzoekster,
tegen
Helleense Republiek, vertegenwoordigd door N. Dafniou, juridisch medewerker bij de bijzondere dienst communautaire geschillen van het Ministerie van Buitenlandse zaken, D. Papageorgopoulos, juridisch adviseur bij de juridische dienst van de staat, en F. Dedousi, procesgemachtigde bij die dienst, als gemachtigden, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg ter Griekse ambassade, Val Sainte-Croix 117,
verweerster,
"betreffende een verzoek aan het Hof om vast te stellen dat de Helleense Republiek, door niet binnen de gestelde termijn de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan de richtlijnen
- 93/118/EG van de Raad van 22 december 1993 tot wijziging van richtlijn 85/73/EEG inzake de financiering van de keuringen en sanitaire controles van vers vlees en van vlees van pluimvee (PB L 340, blz. 15), en
- 94/59/EG van de Commissie van 2 december 1994 houdende derde wijziging van de bijlagen bij richtlijn 77/96/EEG van de Raad inzake het opsporen van trichinen bij de invoer van vers vlees van varkens, huisdieren, uit derde landen (PB L 315, blz. 18),
de krachtens het EG-Verdrag en die richtlijnen op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen,
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE
(Zesde kamer),
samengesteld als volgt: P. J. G. Kapteyn, kamerpresident, G. Hirsch, G. F. Mancini, H. Ragnemalm en R. Schintgen (rapporteur), rechters,
advocaat-generaal: P. Léger
griffier: R. Grass
gezien het rapport van de rechter-rapporteur,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 25 juni 1998,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van het Hof op 11 november 1997, heeft de Commissie van de Europese Gemeenschappen het Hof krachtens artikel 169 EG-Verdrag verzocht vast te stellen dat de Helleense Republiek, door niet binnen de gestelde termijn de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan de richtlijnen
- 93/118/EG van de Raad van 22 december 1993 tot wijziging van richtlijn 85/73/EEG inzake de financiering van de keuringen en sanitaire controles van vers vlees en van vlees van pluimvee (PB L 340, blz. 15), en
- 94/59/EG van de Commissie van 2 december 1994 houdende derde wijziging van de bijlagen bij richtlijn 77/96/EEG van de Raad inzake het opsporen van trichinen bij de invoer van vers vlees van varkens, huisdieren, uit derde landen (PB L 315, blz. 18),
de krachtens het EG-Verdrag en die richtlijnen op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen.
2 Volgens artikel 3, lid 1, eerste alinea, van richtlijn 93/118 moesten de lidstaten de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking doen treden om, wat de eisen van de bijlage en van artikel 5 betreft, uiterlijk op 31 december 1993 en, wat de overige bepalingen betreft, uiterlijk op 31 december 1994 aan deze richtlijn te voldoen. Ingevolge de derde alinea moesten de lidstaten de Commissie onverwijld van de vastgestelde bepalingen in kennis stellen.
3 Volgens artikel 2, eerste alinea, van richtlijn 94/59 moesten de lidstaten de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke maatregelen in werking doen treden om uiterlijk op 1 januari 1995 aan de richtlijn te voldoen, en de Commissie daarvan onverwijld in kennis stellen.
4 Daar de Commissie geen enkele mededeling over de omzetting van de richtlijnen 93/118 en 94/59 in Grieks recht had ontvangen en over geen enkel gegeven beschikte waaruit zij kon opmaken dat de Helleense Republiek aan die verplichting had voldaan, maande zij die staat bij brief van 16 mei 1995 aan om binnen een termijn van twee maanden zijn opmerkingen te maken.
5 Toen de Griekse autoriteiten niet antwoordden, deed de Commissie de Helleense Republiek op 24 september 1996 een met redenen omkleed advies toekomen met het verzoek, binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving ervan de nodige maatregelen vast te stellen om de uit de richtlijnen 93/118 en 94/59 voortvloeiende verplichtingen na te komen.
6 Daar dit met redenen omkleed advies zonder gevolg bleef, heeft de Commissie het onderhavige beroep ingesteld.
7 In bijlage bij haar verweerschrift heeft de Helleense Republiek de tekst meegedeeld van presidentieel decreet nr. 345/97 houdende "Wijziging en aanvulling van de bepalingen van presidentieel decreet nr. 599/85 betreffende de sanitaire voorwaarden waaraan moet worden voldaan door vers vlees en vleesproducten, in Griekenland ingevoerd uit derde landen, overeenkomstig richtlijn 94/59/EG van de Commissie", dat in het Grieks Staatsblad van 25 november 1997 was gepubliceerd. Wat richtlijn 93/118 betreft, heeft de Helleense Republiek uiteengezet, dat het ter zake bevoegde Ministerie van Landbouw reeds een ontwerp van presidentieel decreet ter uitvoering van de richtlijn had uitgewerkt, maar dat het, na de bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen van richtlijn 96/43/EG van de Raad van 26 juni 1996 tot wijziging en codificering van richtlijn 85/73/EEG om de financiering van de keuringen en veterinaire controles van levende dieren en bepaalde dierlijke producten te garanderen en tot wijziging van de richtlijnen 90/675/EEG en 91/496/EEG (PB L 162, blz. 1), raadzaam leek, het ontwerp aan te vullen, met het oog op de gelijktijdige uitvoering van de twee richtlijnen.
8 Bij op 13 maart 1998 bij het Hof neergelegde akte heeft de Commissie afstand gedaan van het onderdeel van haar beroep dat de niet-uitvoering van richtlijn 94/59 betreft, en overeenkomstig artikel 69, lid 5, van het Reglement voor de procesvoering het Hof verzocht, de Helleense Republiek in de kosten te verwijzen. Over de niet-uitvoering van die richtlijn binnen de daarin gestelde termijn behoeft dus geen uitspraak meer te worden gedaan.
9 Wat richtlijn 93/118 betreft, moet het beroep van de Commissie gegrond worden geacht, aangezien de uitvoering van de richtlijn niet binnen de daarin gestelde termijn heeft plaatsgevonden.
10 Mitsdien moet worden vastgesteld dat de Helleense Republiek, door niet binnen de gestelde termijn de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om aan richtlijn 93/118 te voldoen, de krachtens die richtlijn op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen.
Beslissing inzake de kosten
Kosten
11 Volgens artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering wordt de in het ongelijk gestelde partij in de kosten verwezen, voor zover dit is gevorderd. Aangezien de Commissie zulks heeft gevorderd en de Helleense Republiek in het ongelijk is gesteld, moet zij in de kosten worden verwezen, voor zover het beroep richtlijn 93/118 betreft.
12 Volgens artikel 69, lid 5, van het Reglement voor de procesvoering wordt op vordering van de partij die afstand doet van instantie, de wederpartij in de kosten veroordeeld, indien dit op grond van de houding van deze partij gerechtvaardigd lijkt. Gezien de gedraging van de Helleense Republiek, die de nationale maatregel ter uitvoering van richtlijn 94/59 pas laat heeft meegedeeld, moet zij in de kosten worden verwezen, voor zover het beroep deze richtlijn betreft.
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE (Zesde kamer),
rechtdoende, verstaat:
1) Door niet binnen de gestelde termijn de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 93/118/EG van de Raad van 22 december 1993 tot wijziging van richtlijn 85/73/EEG inzake de financiering van de keuringen en sanitaire controles van vers vlees en van vlees van pluimvee, is de Helleense Republiek de krachtens die richtlijn op haar rustende verplichtingen niet nagekomen.
2) De Helleense Republiek wordt verwezen in de kosten.
Full & Egal Universal Law Academy