Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
Lidstaten - Verplichtingen - Uitvoering van richtlijnen - Niet-betwiste niet-nakoming
(EG-Verdrag, art. 169)
Partijen
In zaak C-386/97,
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door M. Kontou- Durande, lid van haar juridische dienst, als gemachtigde, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij C. Gómez de la Cruz, lid van die dienst, Centre Wagner, Kirchberg,
verzoekster,
tegen
Helleense Republiek, vertegenwoordigd door N. Dafniou, juridisch medewerker bij de bijzondere dienst communautaire geschillen van het Ministerie van Buitenlandse zaken, I. Chalkias, juridisch adviseur bij de juridische dienst van de staat, en F. Dedousi, procesgemachtigde bij die dienst, als gemachtigden, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg ter Griekse ambassade, Val Sainte-Croix 117,
verweerster,
betreffende een verzoek aan het Hof om vast te stellen dat de Helleense Republiek, door niet binnen de gestelde termijn de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 95/23/EG van de Raad van 22 juni 1995 tot wijziging van richtlijn 64/433/EEG betreffende de gezondheidsvoorschriften voor de productie en het in de handel brengen van vers vlees (PB L 243, blz. 7), de krachtens het EG-Verdrag en die richtlijn op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen,
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE
(Zesde kamer),
samengesteld als volgt: P. J. G. Kapteyn, kamerpresident, G. Hirsch, G. F. Mancini, H. Ragnemalm en R. Schintgen (rapporteur), rechters,
advocaat-generaal: A. La Pergola
griffier: R. Grass
gezien het rapport van de rechter-rapporteur,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 18 juni 1998,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van het Hof op 12 november 1997, heeft de Commissie van de Europese Gemeenschappen het Hof krachtens artikel 169 EG-Verdrag verzocht vast te stellen dat de Helleense Republiek, door niet binnen de gestelde termijn de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 95/23/EG van de Raad van 22 juni 1995 tot wijziging van richtlijn 64/433/EEG betreffende de gezondheidsvoorschriften voor de productie en het in de handel brengen van vers vlees (PB L 243, blz. 7; hierna: "richtlijn"), de krachtens het EG-Verdrag en die richtlijn op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen.
2 Volgens artikel 2, lid 1, eerste alinea, van de richtlijn moesten de lidstaten de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking doen treden om per 1 juli 1995 aan deze richtlijn te voldoen, en de Commissie daarvan onverwijld in kennis stellen.
3 Daar de Commissie geen enkele mededeling over de omzetting van de richtlijn in Grieks recht had ontvangen en over geen enkel gegeven beschikte waaruit zij kon opmaken dat de Helleense Republiek aan die verplichting had voldaan, maande zij die staat bij brief van 27 februari 1996 aan om binnen een termijn van twee maanden zijn opmerkingen te maken.
4 Toen de Griekse autoriteiten niet antwoordden, deed de Commissie de Helleense Republiek op 17 maart 1997 een met redenen omkleed advies toekomen met het verzoek, binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving ervan de nodige maatregelen vast te stellen om de uit de richtlijn voortvloeiende verplichtingen na te komen.
5 Bij brief van 17 april 1997 deelde de Griekse regering de Commissie mee, dat zij ter uitvoering van de richtlijn een ontwerp van presidentieel decreet had opgesteld, dat ter ondertekening was voorgelegd.
6 Daar zij echter geen enkele mededeling over de vaststelling van de maatregelen tot uitvoering van de richtlijn ontving, heeft de Commissie het onderhavige beroep ingesteld.
7 De Helleense Republiek betwist niet, dat de richtlijn niet binnen de gestelde termijn is uitgevoerd.
8 Daar de uitvoering van de richtlijn niet binnen de daarin gestelde termijn heeft plaatsgevonden, moet het beroep van de Commissie gegrond worden geacht.
9 Mitsdien moet worden vastgesteld dat de Helleense Republiek, door niet binnen de gestelde termijn de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om aan de richtlijn te voldoen, de krachtens die richtlijn op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen.
Beslissing inzake de kosten
Kosten
10 Volgens artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering wordt de in het ongelijk gestelde partij in de kosten verwezen, voor zover dit is gevorderd. Aangezien de Commissie zulks heeft gevorderd en de Helleense Republiek in het ongelijk is gesteld, moet zij in de kosten worden verwezen.
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE (Zesde kamer),
rechtdoende, verstaat:
1) Door niet binnen de gestelde termijn de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 95/23/EG van de Raad van 22 juni 1995 tot wijziging van richtlijn 64/433/EEG betreffende de gezondheidsvoorschriften voor de productie en het in de handel brengen van vers vlees, is de Helleense Republiek de krachtens die richtlijn op haar rustende verplichtingen niet nagekomen.
2) De Helleense Republiek wordt verwezen in de kosten.
Full & Egal Universal Law Academy