Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
Gemeenschappelijk douanetarief - Vrijstellingen voor goederen die deel uitmaken van persoonlijke bagage van reizigers - Harmonisatie van wetgevingen - Vrijstellingen van omzetbelastingen en accijnzen - Goederen die deel uitmaken van persoonlijke bagage van reizigers - Nationale regeling die invoer van bepaalde goederen door reizigers die uit derde landen komen, verbiedt of beperkt ter bescherming van vereisten van algemeen belang - Toelaatbaarheid - Beperkingen van invoer van alcoholische dranken naar gelang van duur van reis - Evenredigheid
(Verordening nr. 918/83 van de Raad; richtlijn 69/169 van de Raad)
Samenvatting
$$Verordening nr. 918/83 betreffende de instelling van een communautaire regeling inzake douanevrijstellingen, en richtlijn 69/169 inzake de vrijstellingen van omzetbelastingen en accijnzen die bij invoer worden geheven in het internationale reizigersverkeer, staan niet in de weg aan een nationale regeling die de invoer van bepaalde goederen door reizigers die uit derde landen komen, verbiedt of beperkt uit hoofde van de openbare zedelijkheid, de openbare orde, de openbare veiligheid of de bescherming van de gezondheid en het leven van personen, en in beginsel evenmin aan een nationale regeling die de invoer van alcoholische dranken door dergelijke reizigers beperkt om de handhaving van de openbare orde te verzekeren. Die verordening en die richtlijn staan ook niet in de weg aan een nationale regeling die de invoer van alcoholische dranken door reizigers die uit derde landen komen, naar gelang van de duur van de reis beperkt om verstoringen van de openbare orde ten gevolge van alcoholverbruik te voorkomen.
De verordening noch de richtlijn, die respectievelijk tot doel hebben, de verschillen ter zake van de vrijstellingen op te heffen en de vrijstellingen van omzetbelastingen en accijnzen die bij invoer worden geheven in het internationale reizigersverkeer te harmoniseren, vormt een beletsel voor de toepassing door de lidstaten van verboden of beperkingen van in- of uitvoer welke om bovengenoemde redenen gerechtvaardigd zijn. Wat inzonderheid de beperkingen van de invoer naar gelang van de duur van de reis betreft, is een dergelijke regeling in overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel wanneer zij enerzijds passend is omdat zij slechts in een beperkte afwijking van het communautaire stelsel van douanerechtelijke en fiscale vrijstellingen voor reizigers voorziet, en anderzijds noodzakelijk is omdat alternatieve maatregelen niet doeltreffend genoeg lijken om het nagestreefde doel te bereiken.
Partijen
In zaak C-394/97,
betreffende een verzoek aan het Hof krachtens artikel 177 EG-Verdrag (thans artikel 234 EG) van de Helsingin käräjäoikeus (Finland), in de aldaar dienende strafzaak tegen
S. Heinonen,
">om een prejudiciële beslissing over de uitlegging van verordening (EEG) nr. 918/83 van de Raad van 28 maart 1983 betreffende de instelling van een communautaire regeling inzake douanevrijstellingen (PB L 105, blz. 1), en van richtlijn 69/169/EEG van de Raad van 28 mei 1969 inzake de harmonisatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen met betrekking tot de vrijstellingen van omzetbelastingen en accijnzen die bij invoer worden geheven in het internationale reizigersverkeer (PB L 133, blz. 6),
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE
(Vijfde kamer),
samengesteld als volgt: J.-P. Puissochet, kamerpresident, P. Jann (rapporteur), J. C. Moitinho de Almeida, C. Gulmann en M. Wathelet, rechters,
advocaat-generaal: A. Saggio
griffier: H. von Holstein, adjunct-griffier
gelet op de schriftelijke opmerkingen ingediend door:
- de Finse regering, vertegenwoordigd door H. Rotkirch, ambassadeur, hoofd van de dienst juridische zaken van het Ministerie van Buitenlandse zaken, en T. Pynnä, juridisch adviseur bij dezelfde dienst, als gemachtigden,
- de Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door R. Tricot en K. Leivo, leden van haar juridische dienst, als gemachtigden,
gezien het rapport ter terechtzitting,
gehoord de mondelinge opmerkingen van de Finse regering en de Commissie ter terechtzitting van 12 december 1998,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 19 januari 1999,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij beschikking van 5 november 1997, ten Hove ingekomen op 25 november daaraanvolgend, heeft de Helsingin käräjäoikeus krachtens artikel 177 EG-Verdrag (thans artikel 234 EG) drie prejudiciële vragen gesteld over de uitlegging van verordening (EEG) nr. 918/83 van de Raad van 28 maart 1983 betreffende de instelling van een communautaire regeling inzake douanevrijstellingen (PB L 105, blz. 1), en van richtlijn 69/169/EEG van de Raad van 28 mei 1969 inzake de harmonisatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen met betrekking tot de vrijstellingen van omzetbelastingen en accijnzen die bij invoer worden geheven in het internationale reizigersverkeer (PB L 133, blz. 6).
2 Deze vragen zijn gerezen in een strafzaak tegen S. Heinonen, die ervan wordt verdacht inbreuk te hebben gemaakt op § 10 van de alkoholilaki (hierna: "alcoholwet"), zoals gewijzigd bij wet nr. 287/96, en op § 8, lid 1, van de alkoholijuomista ja väkiviinasta annettu asetus (decreet betreffende alcoholische dranken en gedistilleerd, zoals gewijzigd bij decreet nr. 288/96; hierna: "decreet").
Het gemeenschapsrecht
3 Verordening (EG) nr. 3285/94 van de Raad van 22 december 1994 betreffende de gemeenschappelijke invoerregeling en tot intrekking van verordening (EG) nr. 518/94 (PB L 349, blz. 53), is volgens artikel 1 van toepassing "op de invoer van producten van oorsprong uit derde landen, met uitzondering van (...) de producten van oorsprong uit bepaalde derde landen, genoemd in verordening (EG) nr. 519/94 betreffende de gemeenschappelijke regeling voor de invoer uit bepaalde derde landen". Artikel 24, lid 2, sub a-i, van verordening nr. 3285/94 luidt als volgt:
"2. a) Onverminderd andere communautaire bepalingen vormt deze verordening geen beletsel voor de vaststelling of toepassing door de lidstaten:
i) van verboden, kwantitatieve beperkingen of toezichtmaatregelen die zijn ingesteld uit hoofde van de bescherming van de openbare zeden, de openbare orde, de openbare veiligheid, de gezondheid of het leven van personen, dieren of planten, het nationale artistieke, historische of archeologische erfgoed of de industriële of commerciële eigendom."
4 Artikel 19, lid 2, sub a-i, van verordening (EG) nr. 519/94 van de Raad van 7 maart 1994 betreffende de gemeenschappelijke regeling voor de invoer uit bepaalde derde landen en tot intrekking van de verordeningen (EEG) nr. 1765/82, (EEG) nr. 1766/82 en (EEG) nr. 3420/83 (PB L 67, blz. 89), bevat een overeenkomstige bepaling.
5 Verordening nr. 918/83 bepaalt, volgens artikel 1 ervan, "de gevallen (...) waarin wegens bijzondere omstandigheden een vrijstelling van rechten bij invoer of rechten bij uitvoer wordt toegestaan". Volgens de tweede overweging van de considerans van die verordening gaat het daarbij om gevallen waarin "de bijzondere omstandigheden bij de invoer van de goederen de toepassing van de gebruikelijke maatregelen ter bescherming van de economie niet vereisen".
6 In de negende overweging van verordening nr. 918/83 wordt gepreciseerd, dat "deze verordening geen beletsel [vormt] voor de toepassing door de lidstaten van verboden of beperkingen van in- of uitvoer, welke gerechtvaardigd zijn uit hoofde van bescherming van de openbare zedelijkheid, de openbare orde, de openbare veiligheid, de bescherming van de gezondheid en het leven van personen en dieren of de instandhouding van planten, de bescherming van nationale rijkdommen met artistieke, historische of archeologische waarde of de bescherming van de industriële of commerciële eigendom".
7 Artikel 45 van verordening nr. 918/83 bepaalt:
"1. Behoudens het bepaalde in de artikelen 46 tot en met 49, zijn van rechten bij invoer vrijgesteld goederen die deel uitmaken van de persoonlijke bagage van reizigers afkomstig uit een derde land, voor zover het invoer betreft waaraan elk handelskarakter vreemd is.
2. In de zin van lid 1 wordt verstaan onder:
a) (...)
b) $invoer waaraan elk handelskarakter vreemd is', invoer die:
- een incidenteel karakter draagt, en
- uitsluitend betrekking heeft op goederen bestemd voor persoonlijk gebruik van de reizigers dan wel voor gebruik door leden van hun gezin of bestemd om ten geschenke te worden aangeboden, mits uit de aard of de hoeveelheid der goederen geen commerciële bijbedoelingen blijken."
8 Artikel 46 van die verordening bepaalt, tot welke maximumhoeveelheden de in artikel 45, lid 1, bedoelde vrijstelling voor een aantal goederen beperkt is. Het bepaalt geen maximumhoeveelheid voor bier.
9 Voor andere dan de in artikel 46 genoemde goederen beperkt artikel 47, eerste alinea, van verordening nr. 918/83, in de versie van verordening (EG) nr. 355/94 van de Raad van 14 februari 1994 (PB L 46, blz. 5), de vrijstelling tot een totale waarde van ten hoogste 175 ECU per reiziger.
10 Artikel 49, lid 1, van verordening nr. 918/93 bepaalt:
"1. De lidstaten kunnen de waarde en/of de hoeveelheden van de vrij te stellen goederen beperken wanneer deze worden ingevoerd door:
- personen die in het grensgebied wonen;
- grensarbeiders;
- personeel van vervoermiddelen die in het verkeer tussen derde landen en de Gemeenschap worden gebruikt.
(...)"
11 Artikel 1 van richtlijn 69/169, in de versie voortvloeiend uit de Vierde richtlijn (78/1033/EEG) van de Raad van 19 december 1978 (PB L 366, blz. 31) en uit richtlijn 94/4/EG van de Raad van 14 februari 1994 tot wijziging van de richtlijnen 69/169/EEG en 77/388/EEG en houdende verhoging van het niveau van de vrijstellingen voor reizigers uit derde landen en van de grenzen voor belastingvrije aankopen tijdens intracommunautaire reizen (PB L 60, blz. 14), luidt als volgt:
"1. Goederen die deel uitmaken van de persoonlijke bagage van uit derde landen komende reizigers zijn vrijgesteld van omzetbelastingen en accijnzen die bij invoer worden geheven, mits het invoer betreft waaraan elk handelskarakter vreemd is en de totale waarde van die goederen per persoon niet meer dan 175 ECU bedraagt."
12 Ingevolge artikel 4 van richtlijn 69/169 stelt iedere lidstaat kwantitatieve beperkingen in voor de belastingvrije invoer van de door hem genoemde goederen. Deze bepaling stelt geen kwantitatieve beperking voor de invoer van bier vast en voert ook geen aan de duur van de reis gerelateerde beperking van de invoer van alcoholische dranken in.
13 Artikel 3 van richtlijn 69/169 omschrijft invoer waaraan elk handelskarakter vreemd is, op dezelfde wijze als artikel 45 van verordening nr. 918/83.
14 Ingevolge artikel 5 van richtlijn 69/169 kunnen de lidstaten de waarde en/of de hoeveelheid van de voor vrijstelling in aanmerking komende goederen beperken in dezelfde gevallen als die welke in artikel 49 van verordening nr. 918/83 worden genoemd.
De nationale regeling
15 De Republiek Finland voert van oudsher een restrictief alcoholbeleid. Zo was volgens de regeling die van 1 juli 1992 tot 31 december 1994 van kracht was, de invoer van alcohol naar aanleiding van een reis naar het buitenland in beginsel slechts toegestaan wanneer de reis meer dan 24 uur had geduurd en dan nog slechts voor zeer geringe hoeveelheden. Die regeling is gewijzigd in het vooruitzicht van de toetreding tot de Europese Unie. Begin 1995 werden de aan de duur van de reis gerelateerde beperkingen afgeschaft.
16 In 1996 is de invoer van alcohol evenwel opnieuw beperkt. Bij wet nr. 287/96 is de alcoholwet per 1 mei 1996 gewijzigd. § 10 van die wet bepaalt:
"Het recht voor personen die uit landen buiten de Europese Economische Ruimte komen, om naar aanleiding van reizen van korte duur voor eigen gebruik alcoholische dranken in te voeren, mag bij decreet worden beperkt uit hoofde van bescherming van de openbare orde, de openbare veiligheid en de volksgezondheid."
17 § 8, lid 1, van het decreet, zoals gewijzigd met ingang van dezelfde datum, bepaalt:
"Personen die in Finland wonen, mogen bij hun aankomst uit een land buiten de Europese Economische Ruimte na een reis die 20 uur of minder heeft geduurd, geen alcoholische dranken in Finland invoeren, behalve wanneer zij met het vliegtuig aankomen."
18 In de voorstukken zijn ter rechtvaardiging van de wijziging van de alcoholwet de volgende gronden aangevoerd:
- de prijs van de alcoholische dranken is in Finland veel hoger dan in buurlanden als Rusland en Estland;
- de toepassing van de communautaire bepalingen betreffende de invoer van goederen door reizigers die uit derde landen komen, heeft in Finland grote sociale problemen en moeilijkheden op het gebied van de volksgezondheid en de ordehandhaving veroorzaakt;
- in die periode is het aantal reizigers dat uit Rusland alcoholische dranken en tabaksproducten meebracht, zo sterk gestegen, dat vrachtauto's en grensarbeiders daardoor werden gehinderd bij het overschrijden van de grens;
- in het Russische grensgebied werden winkels geopend die gespecialiseerd waren in de belastingvrije verkoop van alcoholische dranken en tabaksproducten;
- het totale alcoholverbruik in Finland steeg in 1995 met ongeveer 10 % en deze stijging ging gepaard met een toename van de sociale problemen en de gezondheidsproblemen;
- de openbare orde en openbare veiligheid in Finland werden aangetast (het rijden in dronken toestand nam toe; er gebeurden meer en ergere gewelddadigheden, vooral in bepaalde grensgebieden en in de havens bij de aankomst van de schepen uit Estland; er ontstonden steeds meer onwettige markten, ook in de buurt van scholen; aan minderjarigen en aan dronken personen werden op straat alcoholische dranken verkocht, en bij al die ongeregeldheden moest de politie ingrijpen, waardoor deze haar andere taken moeilijker kon vervullen);
- de verkoop in de winkels van de Finse onderneming met het alcoholmonopolie daalde aanzienlijk;
- de Republiek Finland verloor 400 miljoen FIM aan belastinginkomsten.
Het hoofdgeding
19 Op 14 juni 1997 ging Heinonen, die in Finland woont, aan boord van een lijnschip naar Tallinn (Estland). Hij keerde dezelfde dag over zee terug na een reis van minder dan 20 uur.
20 Bij zijn terugkeer werd hij door de douane routinematig gecontroleerd en daarbij werd vastgesteld, dat hij 19 blikjes bier van 0,33 liter bij zich had. De douane stelde een proces-verbaal op waarbij hem een geldboete werd opgelegd wegens frauduleuze invoer in Finland van een licht alcoholische stof en waarbij de inbeslagname van die stof werd gelast.
21 Op 16 juni 1997 zond Heinonen de procureur van de republiek een brief waarin hij opkwam tegen dat proces-verbaal. Daarop bracht de procureur de zaak voor de Helsingin käräjäoikeus, waar hij veroordeling van Heinonen vorderde. Deze laatste stelde dat hij geen strafbaar feit had gepleegd omdat hij naar gemeenschapsrecht op zijn minst de betrokken hoeveelheid bier vrij mocht invoeren.
22 De Helsingin käräjäoikeus heeft de behandeling van de zaak geschorst en het Hof de volgende prejudiciële vragen gesteld:
"1) Kunnen de verordening inzake de douanevrijstellingen en de richtlijn inzake het internationale reizigersverkeer aldus worden uitgelegd, dat zij niet eraan in de weg staan dat de lidstaten de invoer van bier en andere alcoholische dranken door reizigers beperken op de in de negende overweging van de considerans van de verordening inzake de douanevrijstellingen en artikel 36 EG-Verdrag genoemde gronden of op andere dwingende gronden verband houdend met het algemeen belang?
2) Kunnen de in punt IV. 6, sub a tot en met h, van de verwijzingsbeschikking [punt 18 van dit arrest] uiteengezette feiten om reden waarvan de lidstaat die beperkingen heeft ingevoerd, meebrengen dat die beperkingen verenigbaar zijn met de in de eerste vraag genoemde verordening en richtlijn?
3) Kan een aan de reisduur gerelateerde beperking van de invoer van alcoholische dranken - waaronder bier - door reizigers verenigbaar worden geacht met bovengenoemde verordening en richtlijn?"
De eerste vraag
23 Met zijn eerste vraag wenst de verwijzende rechter in wezen te vernemen, of verordening nr. 918/83 en richtlijn 69/169 in de weg staan aan een nationale regeling die de invoer van bepaalde goederen door reizigers die uit derde landen komen, verbiedt of beperkt uit hoofde van de openbare zedelijkheid, de openbare orde, de openbare veiligheid of de bescherming van de gezondheid en het leven van personen.
24 Blijkens de vierde overweging van haar considerans heeft verordening nr. 918/83 tot doel, in overeenstemming met de vereisten van de douane-unie de verschillen ter zake van de vrijstellingen op te heffen. De artikelen 45 tot en met 49 hebben inzonderheid tot doel, de inklaring te vereenvoudigen van de goederen die deel uitmaken van de bagage van reizigers die uit derde landen komen (zie, in die zin, arrest van 7 juli 1981, Rewe, 158/80, Jurispr. blz. 1805, punt 11), en derhalve het reizigersverkeer te vergemakkelijken.
25 Richtlijn 69/169 heeft volgens de titel ervan tot doel, de vrijstellingen van omzetbelastingen en accijnzen die bij invoer worden geheven in het internationale reizigersverkeer te harmoniseren. Blijkens de considerans van deze richtlijn en van de richtlijnen waarbij zij is gewijzigd, ging het erom de belastingheffing bij invoer in het reizigersverkeer verder te liberaliseren om dit verkeer te vergemakkelijken.
26 In de negende overweging van de considerans van verordening nr. 918/83 wordt evenwel gepreciseerd, dat deze verordening geen beletsel vormt voor de toepassing door de lidstaten van verboden of beperkingen van in- of uitvoer, welke gerechtvaardigd zijn uit hoofde van bescherming van de openbare zedelijkheid, de openbare orde, de openbare veiligheid en de gezondheid en het leven van personen, te weten gronden die volgens artikel 36 EG-Verdrag (thans, na wijziging, artikel 30 EG) ook in het kader van het intracommunautaire handelsverkeer beperkingen van het vrije verkeer van goederen kunnen rechtvaardigen.
27 Deze uitlegging moet ook worden gevolgd voor richtlijn 69/169, die net als verordening nr. 918/83, enkel voorziet in een vrijstellingsregeling voor goederen waarvan de invoer niet op een van de in het vorige punt genoemde gronden is verboden.
28 Opgemerkt zij in dit verband, dat in artikel 24, lid 2, sub a-i, van verordening nr. 3285/94, net als in artikel 19, lid 2, sub a-i, van verordening nr. 519/94, uitdrukkelijk wordt bepaald, dat die verordeningen geen beletsel vormen voor de vaststelling of toepassing door de lidstaten van verboden, kwantitatieve beperkingen of toezichtmaatregelen die zijn ingesteld uit hoofde van de bescherming van de openbare zedelijkheid, de openbare orde, de openbare veiligheid en de gezondheid en het leven van personen.
29 Uit het voorgaande volgt, dat al zijn verordening nr. 918/83 en richtlijn 69/169 erop gericht de douanerechtelijke en fiscale regeling te bepalen welke van toepassing is op invoer waaraan elk handelskarakter vreemd is en die wordt verricht door reizigers die uit derde landen komen, deze harmonisatieregeling niet specifiek de in artikel 24, lid 2, sub a-i, van verordening nr. 3285/94 en artikel 19, lid 2, sub a-i, van verordening nr. 519/94 bedoelde aspecten van het algemeen belang beoogt te beschermen, zodat de lidstaten bevoegd blijven om de maatregelen te treffen die nodig zijn om die aspecten van het algemeen belang te beschermen.
30 Mitsdien moet op de eerste vraag worden geantwoord, dat verordening nr. 918/83 en richtlijn 69/169 niet in de weg staan aan een nationale regeling die de invoer van bepaalde goederen door reizigers die uit derde landen komen, verbiedt of beperkt uit hoofde van de openbare zedelijkheid, de openbare orde, de openbare veiligheid of de bescherming van de gezondheid en het leven van personen.
De tweede vraag
31 Met zijn tweede vraag wenst de verwijzende rechter in wezen te vernemen, of de in punt 18 van dit arrest beschreven omstandigheden een beperking kunnen rechtvaardigen van de invoer van alcoholische dranken door reizigers die uit derde landen komen.
32 Allereerst zij erop gewezen, dat overwegingen van economische aard, zoals de laatste twee in punt 18 van dit arrest genoemde omstandigheden, niet voorkomen onder de gronden die volgens artikel 24, lid 2, sub a-i, van verordening nr. 3285/94 en artikel 19, lid 2, sub a-i, van verordening nr. 519/94 een beperking van de invoer van producten uit derde landen kunnen rechtvaardigen (zie, bij analogie, met betrekking tot artikel 36 van het Verdrag, arrest van 9 juni 1982, Commissie/Italië, 95/81, Jurispr. blz. 2187, punt 27).
33 De handhaving van de openbare orde en de vrijwaring van de binnenlandse veiligheid behoren evenwel tot de belangen waarop artikel 24, lid 2, sub a-i, van verordening nr. 3285/94 en artikel 19, lid 2, sub a-i, van verordening nr. 519/94 in de eerste plaats doelen. Hetzelfde geldt voor de bescherming van de gezondheid en het leven van personen, waartoe de strijd tegen het alcoholmisbruik bijdraagt (zie, in de context van artikel 36 van het Verdrag, arrest van 23 oktober 1997, Franzén, C-189/95, Jurispr. blz. I-5909, punt 76).
34 In die omstandigheden moet op de tweede vraag worden geantwoord, dat verordening nr. 918/83 en richtlijn 69/169 in beginsel niet in de weg staan aan een nationale regeling die de invoer van bepaalde goederen door reizigers die uit derde landen komen, beperkt om de handhaving van de openbare orde te verzekeren.
De derde vraag
35 Met zijn derde vraag wenst de verwijzende rechter in wezen te vernemen, of verordening nr. 918/83 en richtlijn 69/169 in de weg staan aan een nationale regeling die de invoer van alcoholische dranken, daaronder begrepen dranken met een gering alcoholgehalte, door reizigers die uit derde landen komen, naar gelang van de duur van de reis beperkt om verstoringen van de openbare orde ten gevolge van alcoholverbruik te voorkomen.
36 Om de zin van die vraag nader toe te lichten, dient eraan te worden herinnerd, dat het Hof in het kader van de artikelen 30 EG-Verdrag (thans, na wijziging, artikel 28 EG) en 36 van het Verdrag heeft gepreciseerd, dat het weliswaar aan de lidstaten staat te beslissen in welke mate en op welke wijze zij de in artikel 36 van het Verdrag bedoelde belangen willen beschermen, doch dat zij daarbij binnen de door het Verdrag getrokken grenzen moeten blijven en inzonderheid het evenredigheidsbeginsel in acht moeten nemen (arrest Franzén, reeds aangehaald, punt 75).
37 Gelijk de advocaat-generaal in punt 28 van zijn conclusie heeft opgemerkt, dient in casu derhalve te worden nagegaan, of de maatregel van de Finse wetgever evenredig is aan het nagestreefde doel.
38 Waar de artikelen 30 en 36 van het Verdrag tot doel hebben, de eerbiediging van een fundamentele vrijheid als het vrije verkeer van goederen binnen de interne markt te verzekeren, hebben de communautaire douanerechtelijke en fiscale bepalingen die in het hoofdgeding aan de orde zijn, een beperkter doel, namelijk het verkeer van reizigers die uit derde landen komen, te vergemakkelijken met inachtneming van de eisen van de douane-unie.
39 Tegen de achtergrond van die overwegingen moet worden nagegaan, of de in het hoofdgeding aan de orde zijnde regeling passend en nodig is.
40 Met betrekking tot de vraag of die regeling passend is, dient te worden vastgesteld, dat zij slechts in een beperkte afwijking van het communautaire stelsel van douanerechtelijke en fiscale vrijstellingen voor reizigers voorziet, aangezien zij enkel betrekking heeft op een welbepaalde categorie van goederen, namelijk alcoholische dranken. Die afwijking wordt nog beperkt door het feit dat zij alleen geldt voor reizen die aan welbepaalde criteria voldoen, te weten reizen over land of over zee die minder dan 20 uur duren.
41 Die beperkingen beantwoorden aan de door de Finse autoriteiten vastgestelde type-omstandigheden waarin de sociale en gezondheidsproblemen waarmee zij te kampen hebben, ontstaan. De Finse regering heeft overigens beklemtoond, dat zodra de in het hoofdgeding aan de orde zijnde regeling werd toegepast, een verbetering van de situatie werd vastgesteld. Op grond van deze elementen mag worden aangenomen dat die regeling passend is.
42 Met betrekking tot de vraag, of de in het hoofdgeding toepasselijke regeling noodzakelijk is, heeft de Commissie aangevoerd, dat de Finse autoriteiten meer nut hadden kunnen halen uit de door de gemeenschapsregeling geboden mogelijkheden door een striktere controle van de reizigersstroom, zoals een strikte toepassing van het begrip "invoer waaraan elk handelskarakter vreemd is", een vermindering van de vrijstellingen toegekend aan de bewoners van grensgebieden en aan het personeel van de vervoermiddelen, en het weigeren van elke vrijstelling aan reizigers wier verblijf in een ander land slechts symbolisch was. De Finse regering heeft daarop geantwoord, dat het benutten van die mogelijkheden niet zou hebben volstaan om de problemen op te lossen. Bovendien zou dit materiële middelen, met name op het gebied van informatica, hebben gevergd die niet of althans niet onmiddellijk beschikbaar waren, terwijl de autoriteiten te kampen hadden met ernstige verstoringen van de openbare orde te wijten aan een plotse stijging van het alcoholverbruik.
43 Opgemerkt zij, dat de lidstaten, die bij uitsluiting bevoegd blijven ter zake van de handhaving van de openbare orde en de vrijwaring van de binnenlandse veiligheid (arrest van 9 december 1997, Commissie/Frankrijk, C-265/95, Jurispr. blz. I-6959, punt 33), enige beoordelingsvrijheid genieten om naar gelang van de specifieke sociale context en het belang dat zij hechten aan een naar gemeenschapsrecht wettig doel, zoals de strijd tegen de verschillende vormen van met alcoholverbruik verband houdende criminaliteit, te bepalen met welke maatregelen concrete resultaten kunnen worden bereikt.
44 In de in punt 18 van dit arrest beschreven omstandigheden moet worden aangenomen, dat een aan de duur van de reis gerelateerde beperking van de invoer van alcoholische dranken door reizigers die uit derde landen komen, noodzakelijk is daar de door de Commissie voorgestelde maatregelen niet doeltreffend genoeg lijken om het nagestreefde doel te bereiken.
45 Mitsdien moet op de derde vraag worden geantwoord, dat verordening nr. 918/83 en richtlijn 69/169 niet in de weg staan aan een nationale regeling die de invoer van alcoholische dranken, daaronder begrepen dranken met een gering alcoholgehalte, door reizigers die uit derde landen komen, naar gelang van de duur van de reis beperkt om verstoringen van de openbare orde ten gevolge van alcoholverbruik te voorkomen.
Beslissing inzake de kosten
Kosten
46 De kosten door de Finse regering en de Commissie wegens indiening van hun opmerkingen bij het Hof gemaakt, kunnen niet voor vergoeding in aanmerking komen. Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de nationale rechterlijke instantie over de kosten heeft te beslissen.
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE (Vijfde kamer),
uitspraak doende op de door de Helsingin käräjäoikeus bij beschikking van 5 november 1997 gestelde vragen, verklaart voor recht:
1) Verordening (EEG) nr. 918/83 van de Raad van 28 maart 1983 betreffende de instelling van een communautaire regeling inzake douanevrijstellingen, en richtlijn 69/169/EEG van de Raad van 28 mei 1969 inzake de harmonisatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen met betrekking tot de vrijstellingen van omzetbelastingen en accijnzen die bij invoer worden geheven in het internationale reizigersverkeer, staan niet in de weg aan een nationale regeling die de invoer van bepaalde goederen door reizigers die uit derde landen komen, verbiedt of beperkt uit hoofde van de openbare zedelijkheid, de openbare orde, de openbare veiligheid of de bescherming van de gezondheid en het leven van personen.
2) Verordening nr. 918/83 en richtlijn 69/169 staan in beginsel niet in de weg aan een nationale regeling die de invoer van bepaalde goederen door reizigers die uit derde landen komen, beperkt om de handhaving van de openbare orde te verzekeren.
3) Verordening nr. 918/83 en richtlijn 69/169 staan niet in de weg aan een nationale regeling die de invoer van alcoholische dranken, daaronder begrepen dranken met een gering alcoholgehalte, door reizigers die uit derde landen komen, naar gelang van de duur van de reis beperkt om verstoringen van de openbare orde ten gevolge van alcoholverbruik te voorkomen.
Full & Egal Universal Law Academy