Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
1 Lidstaten - Verplichtingen - Uitvoering van richtlijnen - Niet-betwiste niet-nakoming (EG-Verdrag, art. 169) 2 Procedure - Kosten - Afstand van instantie gerechtvaardigd door houding van wederpartij (Reglement voor de procesvoering van het Hof, art. 69, lid 5)
Partijen
In zaak C-416/97,
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door F. P. Ruggeri Laderchi, lid van haar juridische dienst, als gemachtigde, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij C. Gómez de la Cruz, lid van deze dienst, Centre Wagner, Kirchberg,
verzoekster,
tegen
Italiaanse Republiek, vertegenwoordigd door U. Leanza, hoofd van de dienst diplomatieke geschillen van het Ministerie van Buitenlandse zaken, als gemachtigde, bijgestaan door I. M. Braguglia, avvocato dello Stato, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg ter Italiaanse ambassade, Rue Marie-Adélaïde 5,
verweerster,
"betreffende een verzoek om vast te stellen dat de Italiaanse Republiek, door niet binnen de gestelde termijnen de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan de richtlijnen
- 93/119/EG van de Raad van 22 december 1993 inzake de bescherming van dieren bij het slachten of doden (PB L 340, blz. 21),
- 94/42/EG van de Raad van 27 juli 1994 tot wijziging en bijwerking van richtlijn 64/432/EEG inzake veterinairrechtelijke vraagstukken op het gebied van het intracommunautaire handelsverkeer in runderen en varkens (PB L 201, blz. 26),
- 94/16/EG van de Commissie van 22 april 1994 tot wijziging van richtlijn 74/63/EEG van de Raad inzake ongewenste stoffen en producten in diervoeding (PB L 104, blz. 32), en
- 93/118/EG van de Raad van 22 december 1993 tot wijziging van richtlijn 85/73/EEG inzake de financiering van de keuringen en sanitaire controles van vers vlees en van vlees van pluimvee (PB L 340, blz. 15),
of, in ieder geval, door die bepalingen niet aan de Commissie mee te delen, de krachtens die richtlijnen op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen,
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE
(Vierde kamer),
samengesteld als volgt: P. J. G. Kapteyn, kamerpresident, J. L. Murray en H. Ragnemalm (rapporteur), rechters,
advocaat-generaal: J. Mischo
griffier: R. Grass
gezien het rapport van de rechter-rapporteur,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 13 oktober 1998,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van het Hof op 9 december 1997, heeft de Commissie van de Europese Gemeenschappen het Hof krachtens artikel 169 EG-Verdrag verzocht vast te stellen dat de Italiaanse Republiek, door niet binnen de gestelde termijnen de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan de richtlijnen
- 93/119/EG van de Raad van 22 december 1993 inzake de bescherming van dieren bij het slachten of doden (PB L 340, blz. 21),
- 94/42/EG van de Raad van 27 juli 1994 tot wijziging en bijwerking van richtlijn 64/432/EEG inzake veterinairrechtelijke vraagstukken op het gebied van het intracommunautaire handelsverkeer in runderen en varkens (PB L 201, blz. 26),
- 94/16/EG van de Commissie van 22 april 1994 tot wijziging van richtlijn 74/63/EEG van de Raad inzake ongewenste stoffen en producten in diervoeding (PB L 104, blz. 32), en
- 93/118/EG van de Raad van 22 december 1993 tot wijziging van richtlijn 85/73/EEG inzake de financiering van de keuringen en sanitaire controles van vers vlees en van vlees van pluimvee (PB L 340, blz. 15),
of, in ieder geval, door die bepalingen niet aan de Commissie mee te delen, de krachtens die richtlijnen op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen.
2 Volgens artikel 18, lid 1, eerste alinea, van richtlijn 93/119, artikel 2, lid 1, eerste alinea, van richtlijn 94/42 en artikel 2, eerste alinea, van richtlijn 94/16 moesten de lidstaten de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking doen treden om op 1 januari 1995 aan de eerste twee richtlijnen en uiterlijk op 1 maart 1995 aan de derde te voldoen. Volgens artikel 3, lid 1, eerste alinea, van richtlijn 93/118 moesten de lidstaten de nodige maatregelen in werking doen treden om uiterlijk op 31 december 1993 aan een aantal bepalingen en uiterlijk op 31 december 1994 aan de overige bepalingen te voldoen.
3 Daar de Commissie geen mededeling had ontvangen over de omzetting van die richtlijnen in Italiaans recht en over geen enkele andere informatie beschikte waaruit zij kon opmaken dat de Italiaanse Republiek die verplichtingen was nagekomen, leidde zij bij brieven van 2 augustus 1995, wat de eerste drie richtlijnen betreft, en 16 mei 1995, wat laatstgenoemde richtlijn betreft, de procedure van artikel 169 van het Verdrag in en maande zij die lidstaat aan om binnen een termijn van twee maanden zijn opmerkingen kenbaar te maken.
4 Bij brief van 26 september 1995 stelde de Italiaanse regering de Commissie ervan in kennis, dat de Italiaanse autoriteiten de nodige maatregelen om aan de richtlijnen 93/119, 94/42 en 94/16 te voldoen, aan het voorbereiden waren.
5 Toen verdere mededelingen van de Italiaanse autoriteiten uitbleven, bracht de Commissie op 19 september 1996 drie met redenen omklede adviezen uit, waarin zij de Italiaanse Republiek verzocht, binnen een termijn van twee maanden na kennisgeving van die adviezen de uit de betrokken richtlijnen voortvloeiende verplichtingen na te komen.
6 Daar de Italiaanse regering niet op die met redenen omklede adviezen reageerde, heeft de Commissie het onderhavige beroep ingesteld.
7 Nadat de Italiaanse Republiek haar had laten weten, dat de richtlijnen 94/16 en 93/119 bij ministerieel decreet van 11 mei 1998 respectievelijk wetgevend decreet van 1 september 1998 in Italiaans recht waren omgezet, heeft de Commissie evenwel bij op 20 oktober 1998 respectievelijk 10 december 1998 bij het Hof neergelegde akten afstand gedaan van het onderdeel van haar beroep dat de niet-omzetting van de richtlijnen 94/16 en 93/119 betreft. Overeenkomstig artikel 69, lid 5, van het Reglement voor de procesvoering heeft de Commissie het Hof verzocht, de Italiaanse Republiek in de kosten te verwijzen. Over de niet-omzetting van die richtlijnen binnen de daarin gestelde termijnen behoeft dus geen uitspraak meer te worden gedaan.
8 Wat de richtlijnen 94/42 en 93/118 betreft, verklaart de Italiaanse Republiek in haar verweer, dat zij bij wetgevend decreet of bij bestuursrechtelijke handeling zullen worden omgezet zodra de communautaire wet voor 1995-1997 zal zijn goedgekeurd en in werking zal zijn getreden.
9 Aangezien de omzetting van die twee richtlijnen niet binnen de daarin gestelde termijnen heeft plaatsgevonden, moet het door de Commissie daartegen ingestelde beroep gegrond worden geacht.
10 Mitsdien moet worden vastgesteld dat de Italiaanse Republiek, door niet binnen de gestelde termijnen de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om aan de richtlijnen 94/42 en 93/118 te voldoen, de krachtens die richtlijnen op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen.
Beslissing inzake de kosten
Kosten
11 Volgens artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering wordt de in het ongelijk gestelde partij in de kosten verwezen, voor zover zulks is gevorderd. Voorts wordt krachtens lid 5, eerste alinea, van dat artikel op vordering van de partij die afstand doet van instantie, de wederpartij in de kosten veroordeeld, indien dit op grond van de houding van deze partij gerechtvaardigd lijkt.
12 In de onderhavige zaak is de Italiaanse Republiek in het ongelijk gesteld met betrekking tot de richtlijnen 94/42 en 93/118. Het beroep betreffende de richtlijnen 94/16 en 93/119 en de latere afstand van instantie waren het gevolg van de houding van die staat, die de maatregelen tot omzetting van de richtlijnen eerst na de instelling van dit beroep aan de Commissie heeft meegedeeld.
13 Bijgevolg moet de Italiaanse Republiek in de kosten worden verwezen.
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE (Vierde kamer),
rechtdoende, verstaat:
1) Door niet binnen de gestelde termijnen de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan de richtlijnen
- 94/42/EG van de Raad van 27 juli 1994 tot wijziging en bijwerking van richtlijn 64/432/EEG inzake veterinairrechtelijke vraagstukken op het gebied van het intracommunautaire handelsverkeer in runderen en varkens, en
- 93/118/EG van de Raad van 22 december 1993 tot wijziging van richtlijn 85/73/EEG inzake de financiering van de keuringen en sanitaire controles van vers vlees en van vlees van pluimvee,
is de Italiaanse Republiek de krachtens die richtlijnen op haar rustende verplichtingen niet nagekomen.
2) De Italiaanse Republiek wordt verwezen in de kosten.
Full & Egal Universal Law Academy