Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
Lidstaten - Verplichtingen - Uitvoering van richtlijnen - Niet-betwiste niet-nakoming
(EG-Verdrag, art. 169)
Partijen
In zaak C-431/97,
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door B. J. Drijber, lid van haar juridische dienst, als gemachtigde, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij C. Gómez de la Cruz, lid van die dienst, Centre Wagner, Kirchberg,
verzoekster,
tegen
Ierland, vertegenwoordigd door M. A. Buckley, Chief State Solicitor, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg ter Ierse ambassade, Route d'Arlon 28,
verweerder,
betreffende een verzoek aan het Hof om vast te stellen dat Ierland, door niet de nodige wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen om te voldoen aan richtlijn 94/57/EG van de Raad van 22 november 1994 inzake gemeenschappelijke voorschriften en normen voor met de inspectie en controle van schepen belaste organisaties en voor de desbetreffende werkzaamheden van maritieme instanties (PB L 319, blz. 20), de krachtens deze richtlijn en het EG-Verdrag op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen,
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE
(Vijfde kamer),
samengesteld als volgt: C. Gulmann, kamerpresident, M. Wathelet (rapporteur), J. C. Moitinho de Almeida, D. A. O. Edward en J.-P. Puissochet, rechters,
advocaat-generaal: F. G. Jacobs
griffier: R. Grass
gezien het rapport van de rechter-rapporteur,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 16 juli 1998,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij op 19 december 1997 ter griffie van het Hof neergelegd verzoekschrift heeft de Commissie van de Europese Gemeenschappen krachtens artikel 169 EG-Verdrag het Hof verzocht vast te stellen dat Ierland, door niet de nodige wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen om te voldoen aan richtlijn 94/57/EG van de Raad van 22 november 1994 inzake gemeenschappelijke voorschriften en normen voor met de inspectie en controle van schepen belaste organisaties en voor de desbetreffende werkzaamheden van maritieme instanties (PB L 319, blz. 20; hierna: "richtlijn"), de krachtens deze richtlijn en het EG-Verdrag op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen.
2 De richtlijn bevat voorschriften en normen voor met de inspectie en controle van schepen belaste organisaties en voor de desbetreffende werkzaamheden van maritieme instanties.
3 Ingevolge artikel 16, lid 1, dienden de lidstaten de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking te doen treden om uiterlijk op 31 december 1995 aan de richtlijn te voldoen.
4 Daar de Commissie geen kennisgeving had ontvangen over maatregelen tot omzetting van de richtlijn in het Ierse recht en zij over geen andere informatie beschikte om te kunnen concluderen, dat Ierland aan deze verplichting had voldaan, leidde zij bij aanmaningsbrief van 27 februari 1996 de niet-nakomingsprocedure van artikel 169 van het Verdrag tegen deze lidstaat in.
5 Daar antwoord uitbleef, bracht de Commissie op 6 december 1996 een met redenen omkleed advies uit, waarin zij Ierland verzocht de nodige maatregelen te treffen om aan de richtlijn te voldoen.
6 Bij brief van 3 april 1997 zond de Ierse regering de Commissie een afschrift van de ontwerpregeling die zij wilde invoeren.
7 Daar zij geen verdere informatie over Ierse omzettingsmaatregelen ontving, heeft de Commissie dit beroep ingesteld.
8 De Ierse regering betwist de niet-nakoming niet, doch stelt dat een ontwerp van ministerieel besluit in behandeling is.
9 Daar de omzetting van de richtlijn niet binnen de gestelde termijn heeft plaatsgevonden, moet het beroep van de Commissie terzake gegrond worden geacht.
10 Mitsdien moet worden vastgesteld dat Ierland, door niet binnen de gestelde termijn de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om aan de richtlijn te voldoen, de krachtens artikel 16, lid 1, van die richtlijn op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen.$
Beslissing inzake de kosten
Kosten
11 Volgens artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering wordt de in het ongelijk gestelde partij in de kosten verwezen. Aangezien Ierland in het ongelijk is gesteld, moet het in de kosten worden verwezen.
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE (Vijfde kamer),
rechtdoende, verstaat:
1) Door niet binnen de gestelde termijn de nodige wettelijke of bestuursrechtelijke maatregelen te treffen om te voldoen aan richtlijn 94/57/EG van de Raad van 22 november 1994 inzake gemeenschappelijke voorschriften en normen voor met de inspectie en controle van schepen belaste organisaties en voor de desbetreffende werkzaamheden van maritieme instanties, heeft Ierland niet voldaan aan de krachtens artikel 16, lid 1, van deze richtlijn op hem rustende verplichtingen.
2) Ierland wordt in de kosten verwezen.
Full & Egal Universal Law Academy