Samenvatting
Trefwoorden
Hogere voorziening - Middelen - Verkeerde beoordeling van feiten - Niet-ontvankelijkheid - Toetsing door Hof van beoordeling van bewijs - Uitgesloten, behoudens geval van verkeerde opvatting
(EG-Verdrag, art. 168 A; 's Hof Statuut-EG, art. 51)
Samenvatting
Een hogere voorziening kan krachtens artikel 168 A EG-Verdrag en artikel 51, eerste alinea, van 's Hofs Statuut-EG slechts worden gebaseerd op middelen inzake schending van rechtsregels door het Gerecht, met uitsluiting van iedere feitelijke beoordeling.
Het Gerecht is derhalve als enige bevoegd de feiten vast te stellen - behoudens in het geval van een uit de overgelegde processtukken blijkende materiële onjuistheid in zijn vaststellingen - en deze feiten te beoordelen. Bovendien staat het enkel aan het Gerecht te beoordelen, welke waarde moet worden gehecht aan de hem voorgelegde bewijsmiddelen, wanneer deze bewijzen regelmatig zijn verkregen en de rechtsregels en algemene rechtsbeginselen inzake de bewijslast en de procedureregels inzake de bewijsvoering zijn gerespecteerd. De beoordeling van dit bewijs door het Gerecht levert dus geen rechtsvraag op die als zodanig vatbaar is voor toetsing door het Hof, behoudens het geval van een verkeerde opvatting van dit bewijs.
Full & Egal Universal Law Academy