Samenvatting
Trefwoorden
1 Hogere voorziening - Middelen - Onjuiste beoordeling van feiten - Niet-ontvankelijkheid - Afwijzing - Juridische kwalificatie van feiten - Juridische beoordeling van belang van rekwirant bij opschorting van tenuitvoerlegging van beschikking - Ontvankelijkheid
('s Hofs Statuut-EGKS, art. 51, eerste alinea)
2 Kort geding - Opschorting van tenuitvoerlegging - Voorlopige maatregelen - Voorwaarden - Ernstige en onherstelbare schade - Belang van verzoeker bij gevraagde opschorting - Negatieve administratieve beslissing
(EGKS-Verdrag, art. 39, tweede alinea)
Samenvatting
3 Weliswaar kan ingevolge artikel 51, eerste alinea, van 's Hofs Statuut-EGKS een hogere voorziening enkel gebaseerd zijn op middelen ontleend aan schending van rechtsregels, en is iedere beoordeling van de feiten uitgesloten, maar dit betekent niet, dat tot staving van een hogere voorziening geen middelen zouden mogen worden aangevoerd die betrekking hebben op de juridische beoordeling van die feiten en die beogen aan te tonen, dat het Gerecht heeft gedwaald ten aanzien van het recht.
Wanneer in een hogere voorziening tegen een beschikking in kort geding wordt gesteld, dat het belang van rekwirant bij opschorting van de tenuitvoerlegging van de litigieuze beschikking onvoldoende is onderzocht, wordt daarmee niet enkel opgekomen tegen hetgeen de rechter in kort geding feitelijk heeft vastgesteld. Dit betoog moet integendeel aldus worden opgevat, dat ermee wordt beoogd aan te tonen, dat de bestreden beschikking, wat de juridische beoordeling van die feiten betreft, op een rechtsdwaling berust.
4 De opschorting van de tenuitvoerlegging en de voorlopige maatregelen kunnen enkel door de rechter in kort geding worden toegestaan, indien onder meer vaststaat, dat zij spoedeisend zijn, in die zin dat zij noodzakelijk zijn ter voorkoming van ernstige en onherstelbare schade aan de belangen van de verzoeker en reeds vóór de beslissing in het hoofdgeding effect moeten sorteren. Voorlopige maatregelen die niet van dien aard zijn, dat zij de door de verzoeker gestelde ernstige en onherstelbare schade zouden kunnen voorkomen, kunnen daartoe zeker niet noodzakelijk zijn. Indien de verzoeker geen belang bij de gevraagde voorlopige maatregelen heeft, kunnen deze maatregelen dus niet voldoen aan het criterium van spoedeisendheid.
In beginsel kan niet worden verzocht om opschorting van de tenuitvoerlegging van een negatieve administratieve beslissing, daar die opschorting geen wijziging kan brengen in de situatie van de verzoeker.
Full & Egal Universal Law Academy