Samenvatting
Trefwoorden
Procedure - Verdeling van bevoegdheden tussen Hof en Gerecht van eerste aanleg - Beroep tot nietigverklaring - Beroep van Lid-Staten - Begrip - Beroep, bij Hof ingesteld door gewestelijke autoriteit van deelstaat - Kennelijke onbevoegdheid van Hof - Verwijzing naar Gerecht van eerste aanleg
(EGKS-Verdrag, art. 33; EG-Verdrag, art. 173; 's Hofs Statuut-EGKS, art. 47, tweede alinea; 's Hofs Statuut-EG, art. 47, tweede alinea; besluiten 88/591, 93/350 en 94/149 van de Raad)
Samenvatting
Sinds de inwerkingtreding van besluit 94/149 is de bevoegdheid van het Hof beperkt tot de door een Lid-Staat of een gemeenschapsinstelling ingestelde beroepen.
In dit verband blijkt duidelijk uit het algemene stelsel van de Verdragen, dat het begrip Lid-Staat, in de zin van de institutionele bepalingen en inzonderheid die betreffende de beroepen in rechte, enkel slaat op de regeringsautoriteiten van de Lid-Staten van de Europese Gemeenschappen, en niet kan worden uitgebreid tot de regeringen van gewesten of autonome gemeenschappen, ongeacht de omvang van de hun toegekende bevoegdheden. Anders zou het institutionele evenwicht worden verstoord dat is neergelegd in de Verdragen, die onder meer de voorwaarden bepalen, waaronder de Lid-Staten, dat wil zeggen de staten die partij waren bij de oprichtings- en toetredingsverdragen, aan de werking van de gemeenschapsinstellingen deelnemen. De Europese Gemeenschappen kunnen immers niet méér Lid-Staten omvatten, dan het aantal staten waartussen zij zijn opgericht.
Wanneer bij het Hof van Justitie, op grond van artikel 33 EGKS-Verdrag en onder verwijzing naar artikel 173 EG-Verdrag, beroep tot nietigverklaring wordt ingesteld door een rechtspersoon zoals een gewestelijke autoriteit van een deelstaat, is het Hof dus kennelijk onbevoegd om er kennis van te nemen, en moet het het krachtens artikel 47, tweede alinea, van zijn Statuten-EG en EGKS naar het Gerecht van eerste aanleg verwijzen.
Full & Egal Universal Law Academy