Samenvatting
Trefwoorden
1 Harmonisatie van wetgevingen - Procedures voor plaatsen van overheidsopdrachten in sectoren water, energie, transport en telecommunicatie - Richtlijn 93/38 - Klacht van inschrijver tegen handelwijze van aanbestedende dienst wegens schending van richtlijn en belemmering van mededinging - Onderzoek door Commissie volgens niet-nakomingsprocedure - Toelaatbaarheid - Mogelijkheid voor Commissie om ambtshalve inbreuk op mededingingsregels van Verdrag vast te stellen - Irrelevantie
(EG-Verdrag, art. 169; verordening nr. 17 van de Raad, art. 3, lid 1; richtlijn 93/38 van de Raad)
2 Hogere voorziening - Middelen - Middel voor het eerst aangevoerd in hogere voorziening - Niet-ontvankelijkheid
('s Hofs Statuut-EG, art. 51)
3 Harmonisatie van wetgevingen - Procedures voor plaatsen van overheidsopdrachten in sectoren water, energie, transport en telecommunicatie - Richtlijn 93/38 - Handelingen van aanbestedende diensten - Handelingen toerekenbaar aan lidstaten - Toepasselijkheid van niet-nakomingsprocedure
(EG-Verdrag, art. 169; richtlijn 93/38 van de Raad)
4 Beroep wegens niet-nakoming - Procedure - Onafhankelijkheid van procedure inzake mededinging
(EG-Verdrag, art. 169; verordening nr. 17 van de Raad)
5 Beroep wegens niet-nakoming - Recht van beroep van Commissie - Discretionaire uitoefening - Procedurele positie van klagers verschillend van die in mededingingszaken
(EG-Verdrag, art. 169; verordening nr. 17 van de Raad)
Samenvatting
6 In het kader van een klacht die bij de Commissie is ingediend door de inschrijver op een overheidsopdracht die onder richtlijn 93/38 valt, waarbij hij de handelwijze van de aanbestedende dienst laakt, volstaat de loutere vermelding van een belemmering van de mededinging niet om een schending van de mededingingsregels van artikel 86 van het Verdrag vast te stellen, wanneer die belemmering ter sprake wordt gebracht in het kader van een schending van de regels van die richtlijn, doch kan rechtmatig worden uitgelegd als bedoeld ter aanvulling van deze klacht. Dat de Commissie krachtens artikel 3, lid 1, van verordening nr. 17 de bevoegdheid heeft om ambtshalve een eventuele inbreuk op de mededingingsregels van het Verdrag vast te stellen, kan aan deze conclusie niet afdoen.
7 Een voor het eerst in hogere voorziening voor het Hof voorgedragen middel moet niet-ontvankelijk worden verklaard. Zou een partij een middel dat zij niet voor het Gerecht heeft aangevoerd, voor het eerst voor het Hof mogen aanvoeren, dan zou zij in feite bij het Hof, waarvan de bevoegdheid ter zake van hogere voorziening beperkt is, een geschil aanhangig kunnen maken met een ruimere strekking dan het geschil waarvan het Gerecht kennis heeft genomen. In hogere voorziening is het Hof dus enkel bevoegd om te oordelen over de rechtsbeslissing die is gegeven ten aanzien van de middelen die voor de rechter in eerste aanleg zijn aangevoerd.
8 Uit het systeem van toepassing van de gemeenschapsregels inzake overheidsopdrachten, in casu die welke onder richtlijn 93/38 vallen, volgt dat de handelingen van de aanbestedende diensten zijn toe te rekenen aan de lidstaten waaronder zij ressorteren, zodat daartegen in het kader van de niet-nakomingsprocedure van artikel 169 van het Verdrag kan worden opgetreden.
9 De procedure van verordening nr. 17 inzake mededinging staat los van die van artikel 169 van het Verdrag, die ertoe strekt een met het gemeenschapsrecht strijdige handelwijze van een lidstaat te doen vaststellen en te doen beëindigen, aangezien de twee procedures verschillende doelstellingen nastreven en door verschillende regels worden beheerst, zodat de inleiding van een procedure van artikel 169 van het Verdrag niet automatisch de vaststelling van een beschikking krachtens verordening nr. 17 meebrengt. Derhalve is het besluit van de Commissie om een klacht in het kader van een niet-nakomingsprocedure af te leggen, uitsluitend een onderdeel van deze procedure en is zij geen stilzwijgende afwijzing van een klacht op grond van verordening nr. 17.
10 De procedurele positie van partijen die bij de Commissie een klacht hebben ingediend, verschilt in het kader van een procedure krachtens artikel 169 van het Verdrag fundamenteel van hun positie in het kader van een procedure krachtens verordening nr. 17 inzake mededinging. De Commissie is niet verplicht om eerstgenoemde procedure in te leiden, doch beschikt over een discretionaire bevoegdheid, waardoor het is uitgesloten, dat particulieren het recht zouden hebben om van die instelling te eisen, dat zij een bepaald standpunt inneemt. Degenen die een klacht hebben ingediend in het kader van een procedure krachtens artikel 169 van het Verdrag, kunnen dus bij de gemeenschapsrechter geen beroep instellen tegen een eventueel besluit om hun klacht af te leggen en genieten geen procedurele rechten die vergelijkbaar zijn met die waarover zij kunnen beschikken in het kader van een procedure krachtens verordening nr. 17, waarin zij van de Commissie kunnen verlangen dat zij worden ingelicht en gehoord.
Full & Egal Universal Law Academy