Samenvatting
Trefwoorden
Kort geding - Opschorting van tenuitvoerlegging - Voorwaarden - Ernstige en onherstelbare schade - Financiële schade - Beperkte geldigheidsduur van bestreden handeling
(EG-Verdrag, art. 185; Reglement voor de procesvoering van het Gerecht, art. 104, lid 2)
Samenvatting
In het kader van het onderzoek van de spoedeisendheid van een verzoek om opschorting van de tenuitvoerlegging, kan financiële schade in beginsel alleen dan als ernstig en onherstelbaar worden beschouwd, wanneer deze niet geheel kan worden goedgemaakt indien de verzoeker in zijn beroep in de hoofdzaak in het gelijk wordt gesteld. Dit kan onder meer het geval zijn, wanneer de gestelde schade het voortbestaan van het betrokken bedrijf bedreigt of wanneer de schade, indien deze zich verwezenlijkt, niet kan worden becijferd.
Wanneer de verzoeker niet aantoont dat hij ten gevolge van de toepassing van de bestreden verordening een onherstelbare schade lijdt, zou de eventuele nietigverklaring van deze verordening door het Gerecht in de hoofdzaak een passende vergoeding kunnen opleveren, zelfs indien de betrokken verordening slechts een beperkte geldigheidsduur heeft. De omstandigheid dat een verordening reeds is uitgevoerd en de daarin vastgestelde periode van toepassing is verstreken, belet de verzoeker niet zijn belangen behoorlijk te beschermen, voor zover de betrokken instelling gehouden zou zijn de maatregelen te nemen welke nodig zijn ter uitvoering van het arrest en aldus zou kunnen worden genoopt de situatie van de verzoeker op passende wijze te herstellen of te vermijden dat een identieke handeling wordt vastgesteld.
Full & Egal Universal Law Academy