Samenvatting
Trefwoorden
1 Gemeenschappelijke handelspolitiek - Verdediging tegen dumpingpraktijken - Instelling van definitieve rechten - Bevoegdheid van Raad - Beoordeling van belangen van Gemeenschap - Rechterlijke toetsing - Grenzen - Verzoek in kort geding, strekkende tot bevel aan Raad om voorstel van Commissie tot instelling van definitieve anti-dumpingrechten goed te keuren - Afwijzing
(EG-Verdrag, art. 185 en 186; verordening nr. 384/96 van de Raad, art. 9, lid 4, en 10, lid 2)
2 Kort geding - Opschorting van tenuitvoerlegging - Voorlopige maatregelen - Verzoek tot opschorting van negatieve handeling - Afwijzing
(EG-Verdrag, art. 185 en 186)
3 Kort geding - Opschorting van tenuitvoerlegging - Voorlopige maatregelen - Voorwaarden - Spoedeisendheid - Ernstige en onherstelbare schade - Financiële schade
(EG-Verdrag, art. 185 en 186; Reglement voor de procesvoering van het Gerecht, art. 104, lid 2)
4 Kort geding - Opschorting van tenuitvoerlegging - Voorlopige maatregelen - Voorwaarden - Spoedeisendheid - Eigen belang van verzoeker - Ondernemingen uit betrokken sector - Verenigingen ter behartiging van collectieve belangen van ondernemingen uit betrokken sector
(EG-Verdrag, art. 185 en 186; Reglement voor de procesvoering van het Gerecht, art. 104, lid 2)
Samenvatting
5 Op grond van de artikelen 9, lid 4, en 10, lid 2, van basis-anti-dumpingverordening nr. 384/96 staat het aan de Raad om in overeenstemming met de aldaar geregelde procedure een besluit te nemen over de instelling van definitieve anti-dumpingrechten en, in voorkomend geval, over de definitieve inning van de voorlopige rechten. Door hem deze bevoegdheid te verlenen, heeft de gemeenschapswetgever het aan de Raad overgelaten om te beslissen, of en in welke mate hij moet instemmen met het voorstel van de Commissie, zodat hij op het eerste gezicht niet verplicht is, het voorstel hoe dan ook te aanvaarden.
In dit stadium van de in deze verordening geregelde procedure bezit de Raad de ruime beoordelingsvrijheid waarover de communautaire autoriteiten beschikken wanneer zij een besluit nemen over beschermingsmaatregelen krachtens deze verordening, nadat zij in het bijzonder de belangen van de Gemeenschap hebben geëvalueerd, waarvoor ingewikkelde economische situaties moeten worden beoordeeld. Zonder dat de rechter in kort geding de grenzen van deze beoordelingsvrijheid van de Raad behoeft te bepalen, in het bijzonder ten aanzien van die waarover de Commissie in het kader van het onderzoek beschikt, vormt het bevel aan de Raad om het voorstel van de Commissie tot instelling van definitieve anti-dumpingrechten goed te keuren, op het eerste gezicht een inbreuk op deze bevoegdheid van de Raad, die onverenigbaar is met de bevoegdheidsverdeling tussen de verschillende instellingen van de Gemeenschap en dus niet in overweging kan worden genomen.
6 Wanneer een opschorting van de tenuitvoerlegging een negatieve handeling betreft en inzonderheid niet tot gevolg heeft, dat de betrokken instelling wordt verplicht de gevraagde maatregelen vast te stellen, hebben verzoekers geen belang bij de opschorting en kan de rechter in kort geding dus geen opschorting gelasten.
7 De spoedeisendheid van een verzoek om opschorting van de tenuitvoerlegging of om voorlopige maatregelen moet worden getoetst aan de vraag, of een voorlopige beslissing noodzakelijk is ter voorkoming van ernstige en onherstelbare schade voor de partij die om de voorlopige maatregel verzoekt. Deze partij dient dus aan te tonen, dat zij niet op de uitspraak in de hoofdzaak kan wachten zonder dergelijke schade te lijden.
Een zuiver financiële schade kan, uitzonderlijke omstandigheden daargelaten, niet als onherstelbaar of zelfs moeilijk herstelbaar worden beschouwd, wanneer zij later financieel kan worden vergoed.
8 In het kader van het onderzoek van de voorwaarden voor de opschorting van de tenuitvoerlegging of voor voorlopige maatregelen kan de verzoeker, om de spoedeisendheid van zijn verzoek aan te tonen, niet ermee volstaan, als particulier, onderneming uit de betrokken sector of vereniging ter behartiging van de collectieve belangen van deze ondernemingen, een beroep te doen op andere dan zijn eigen belangen of, met name wat een vereniging betreft, op belangen die niet op zijn minst en naar gelang van het geval overeenstemmen met die welke zij moet behartigen. Het staat aan de rechter in kort geding om bij de beslissing of er termen aanwezig zijn om het verzoek in kort geding toe te wijzen, rekening te houden met andere betrokken belangen, bijvoorbeeld het belang bij het behoud van de werkgelegenheid.
Full & Egal Universal Law Academy