Samenvatting
Trefwoorden
Beroep tot nietigverklaring - Voor beroep vatbare handelingen - Begrip - Handelingen die bindende rechtsgevolgen in het leven roepen - Besluit van Commissie tot inleiding van antidumpingprocedure - Voorbereidende handeling
(EG-Verdrag, art. 173; verordening nr. 384/96 van de Raad)
Samenvatting
Als voor een beroep tot nietigverklaring vatbare handelingen in de zin van artikel 173 van het Verdrag zijn te beschouwen maatregelen die bindende rechtsgevolgen in het leven roepen, welke de belangen van de verzoeker kunnen aantasten doordat zij diens rechtspositie aanmerkelijk wijzigen. Bij handelingen die in verscheidene fasen tot stand komen, zijn in beginsel slechts voor beroep vatbaar de maatregelen die aan het einde van de procedure het standpunt van de instelling definitief vastleggen; hiertoe behoren dus niet voorlopige maatregelen die tot doel hebben de eindbeslissing voor te bereiden, en waarvan de onwettigheid gevoeglijk zou kunnen worden opgeworpen in een beroep tegen de eindbeslissing. Voorts kan enkel in het geval van handelingen die de rechtspositie van de betrokken ondernemingen onmiddellijk en onherroepelijk aantasten, een nog vóór de beëindiging van de administratieve procedure ingesteld beroep tot nietigverklaring ontvankelijk worden geacht.
Een besluit van de Commissie om een antidumpingprocedure in te leiden is derhalve als zuiver voorbereidende handeling niet voor beroep vatbaar. Blijkens de bepalingen van verordening nr. 384/96 is het immers de taak van de Commissie, onderzoeken in te stellen en op basis daarvan te beslissen de procedure af te sluiten dan wel ze voort te zetten door ofwel voorlopige maatregelen te nemen, ofwel de Raad voorstellen te doen met betrekking tot definitieve maatregelen.
Aan deze conclusie kan niet worden afgedaan door de omstandigheid, dat nog voordat de klacht was ingediend, de Commissie bij monde van haar woordvoerder had verklaard dat zij, zo er een klacht werd ingediend, een nieuwe procedure zou inleiden, noch ook door de meer of minder grote zekerheid dat er voorlopige antidumpingrechten zullen worden ingesteld, aangezien de inleiding van een antidumpingprocedure rechtens niet noodzakelijkerwijs daartoe moet leiden. Daarenboven heeft het bericht van inleiding van een antidumpingprocedure niet tot rechtsgevolg, dat de betrokken ondernemingen hun handelspraktijken moeten wijzigen of aan de procedure moeten meewerken.
Full & Egal Universal Law Academy