Conclusie van de advocaat generaal
1. De Audiencia Provincial de Palma de Mallorca heeft het Hof verzocht om een prejudiciële beslissing over de vraag of de Zesde richtlijn van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting - Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag, juist is omgezet in de Spaanse wettelijke regeling die de verpachting en de verhuur van onroerende goederen waarin bedrijfsactiviteiten worden uitgeoefend algemeen aan de belasting over de toegevoegde waarde (hierna: BTW") onderwerpt.
2. Bij beschikking van 19 januari 1999 besloot het Hof om overeenkomstig artikel 44 bis van het Reglement voor de procesvoering zonder mondelinge behandeling uitspraak te doen. De conclusie is genomen op 18 maart 1999.
3. Bij beschikking van 24 september 1999 besloot het Hof met toepassing van artikel 61 van het Reglement voor de procesvoering, de mondelinge behandeling te heropenen. Partijen zijn echter niet ter terechtzitting verschenen.
4. Aangezien zich feitelijk of rechtens geen enkel nieuw element aandient, moet ik verwijzen naar de conclusie die op 18 maart 1999 is genomen.
5. Bijgevolg geef ik het Hof in overweging op de vragen van de Audiencia Provincial de Palma de Mallorca te antwoorden als volgt:
De Zesde richtlijn (77/388/EEG) van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting - Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag, staat de lidstaten toe de werkingssfeer van de uitzonderingen op de vrijstellingen uit te breiden tot niet geregelde gevallen, zoals in casu de verhuur van onroerende goederen die voor de uitoefening van een economische activiteit zijn bestemd."
Full & Egal Universal Law Academy