Conclusie van de advocaat generaal
1 De bij verordening (EEG) nr. 1035/72 van de Raad van 18 mei 1972(1) ingestelde gemeenschappelijke ordening der markten in de sector groenten en fruit wordt onder meer gekenmerkt door de periodieke toepassing van compenserende heffingen om verstoringen als gevolg van invoer uit derde landen tegen abnormaal lage prijzen te voorkomen. Een compenserende heffing wordt ingesteld, wanneer de invoerprijzen met een bepaald bedrag zakken onder een jaarlijks vastgestelde referentieprijs.
2 In de onderhavige zaak weigerde een Duitse invoerder van zure kersen vanuit Roemenië, P. Luksch (hierna: "verzoeker in het hoofdgeding"), een dergelijke door de Duitse douane vastgestelde heffing te betalen, omdat de lage prijs van de ingevoerde producten niet het gevolg was van het prijsbeleid van het betrokken derde land, doch van het bederf van de producten door foutieve opslag vóór levering.
3 Het Finanzgericht München (Duitsland) wenst te vernemen, of dit argument rechtens juist is en stelt derhalve vragen over de uitlegging van de betrokken gemeenschapsregeling, met name om de werkingssfeer ervan af te bakenen.
Rechtskader
4 Op basis van artikel 2 van verordening nr. 1035/72, zoals gewijzigd bij verordening (EG) nr. 3669/93(2), stelde de Commissie op 17 juni 1994 verordening (EG) nr. 1395/94 tot vaststelling van een minimumprijs bij invoer van zure kersen(3) vast.
5 Volgens de eerste overweging van haar considerans strekt verordening nr. 1395/94 tot oplossing van de ernstige verstoringen van de gemeenschappelijke markt doordat producten van de GN-codes 0809 20 20 en 0809 20 60 (zure kersen) uit derde landen over een korte periode tegen abnormaal lage prijzen worden afgezet. Daartoe voorziet deze verordening in maatregelen ter voorkoming van invoer tegen lage prijzen, zoals de toepassing van compenserende heffingen en de instelling van een minimumprijsregeling die van toepassing is op producten waarvoor deze prijs niet in acht wordt genomen.(4)
6 Artikel 1 van deze verordening luidt als volgt:
"1. Bij invoer in de Gemeenschap van zure kersen geldt een minimumprijs die is vastgesteld op 40 ECU per 100 kg nettogewicht voor producten van GN-code 0809 20 20 en op 36 ECU per 100 kg nettogewicht voor producten van GN-code 0809 20 60.
2. Wanneer de prijs bij invoer lager is dan de in lid 1 bedoelde minimumprijs wordt een compenserende heffing toegepast die gelijk is aan het verschil tussen deze twee prijzen."
7 Verder bepaalt artikel 3, lid 2, van verordening (EEG) nr. 2707/72 van de Raad van 19 december 1972 houdende omschrijving van de wijze van toepassing van vrijwaringsmaatregelen in de sector groenten en fruit(5): "Deze maatregelen mogen slechts worden getroffen voor zover en zolang dit strikt noodzakelijk is." Dienaangaande wordt in de vijfde overweging van de considerans van deze verordening gepreciseerd, "dat deze maatregelen op de omstandigheden afgestemd moeten worden, om te voorkomen dat zij andere dan de gewenste gevolgen hebben".
8 Volgens de gecombineerde nomenclatuur (hierna: "GN"), zoals gewijzigd bij verordening (EEG) nr. 2551/93 van de Commissie van 10 augustus 1993 tot wijziging van bijlage I bij verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief(6) worden de in de periode van 1 mei tot en met 15 juli en de in de periode van 16 juli tot en met 30 april in de Gemeenschap geïmporteerde zure kersen onder postonderverdeling 0809 20 20 respectievelijk postonderverdeling 0809 20 60 ingedeeld.
9 In aantekening 1 bij hoofdstuk 8 GN, dat het opschrift draagt: "Fruit; schillen van citrusvruchten en van meloenen", heet het: "Vruchten die niet eetbaar zijn, worden niet onder dit hoofdstuk ingedeeld."
Feiten en procesverloop
10 Verzoeker in het hoofdgeding liet op 4 juli 1994 bij het Hauptzollamt Weiden drie partijen van in totaal 42 286 kg zure kersen, van oorsprong uit Roemenië, onder GN-code 0809 20 20 voor het vrije verkeer inklaren. Als prijs bij invoer werd een bedrag van 65 DM per 100 kg opgegeven. Aangezien die prijs iets lager was dan de bij artikel 1, lid 1, van verordening nr. 1395/94 vastgestelde minimumprijs van 40 ECU per 100 kg, vorderde het Hauptzollamt 2 414,80 DM aan compenserende heffing.
11 Bij levering bleken de vruchten reeds vergaand bedorven, hetgeen volgens een expert te wijten was aan opslag tegen te hoge temperatuur. Daardoor heeft verzoeker in het hoofdgeding de producten aan een distilleerderij moeten verkopen tegen de prijs van 10 DM per 100 kg in plaats van 105 DM per 100 kg, zoals voorzien. Daardoor ontstond een minderwaarde van 75 %.
12 Bij wijzigingsaanslag van 8 februari 1995 bracht het Hauptzollamt de compenserende heffing op 34 726,86 DM. Na Luksch' bezwaar hiertegen verhoogde het Hauptzollamt deze tot 40 124,02 DM.
13 Verzoeker in het hoofdgeding ging tegen deze beschikking in beroep bij de verwijzende rechter, het Finanzgericht München, in hoofdzaak stellende dat de regeling inzake de minimumprijs niet van toepassing kon zijn op bedorven waar. Volgens het Hauptzollamt daarentegen is het gemeenschapsrecht van strikte toepassing, zodat niet kan worden voorbijgegaan aan de tekst van artikel 1 van verordening nr. 1395/94 en dus niet van de inning van de compenserende heffing kan worden afgezien. Onder postonderverdeling 0809 20 20 moeten ook bedorven vruchten worden ingedeeld.
14 Volgens de verwijzende rechter is de bij verordening nr. 1395/94 ingestelde compenserende heffing niet van toepassing op situaties zoals die in het hoofdgeding waarbij er geen verstoringen zijn door invoer van abnormaal goedkope producten uit derde landen. Bovendien vallen de door verzoeker in het hoofdgeding geleverde bedorven zure kersen zijns inziens niet onder postonderverdeling 0809 20 20 of 0809 20 60, aangezien deze vruchten ongeschikt zijn voor menselijke consumptie.
15 Wegens twijfel aan de uitlegging van het voor de oplossing van het voor hem aanhangige geding toepasselijke gemeenschapsrecht heeft de verwijzende rechter de volgende prejudiciële vragen gesteld:
"1) Moet artikel 1 van verordening nr. 1395/94 van de Commissie van 17 juni 1994 aldus worden uitgelegd, dat de compenserende heffing ook geldt voor zure kersen die door schimmelvorming en beginnende gisting zodanig zijn bedorven, dat zij alleen voor distilleerderijen nog economisch nuttig bruikbaar zijn?
Indien de eerste vraag bevestigend wordt beantwoord:
2) Moet bijlage I bij verordening nr. 2658/87, zoals gewijzigd bij verordening nr. 2551/93 van 10 augustus 1993, in het bijzonder aantekening 1 bij hoofdstuk 8 van de gecombineerde nomenclatuur, aldus worden uitgelegd, dat de in de eerste vraag bedoelde goederen moeten worden ingedeeld onder postonderverdeling 0809 20 20, respectievelijk onder postonderverdeling 0809 20 60?"
16 Met de eerste prejudiciële vraag wenst de nationale rechter te vernemen, of artikel 1 van verordening nr. 1395/94 van toepassing is op zure kersen met de hierbedoelde eigenschappen. Met de tweede vraag wenst hij te vernemen, of beschimmelde zure kersen nog als eetbare vruchten in de zin van aantekening 1 bij hoofdstuk 8 GN kunnen worden beschouwd. Aangezien artikel 1 van verordening nr. 1395/94 volgens aantekening 1 bij hoofdstuk 8 GN alleen op "eetbare" vruchten van toepassing is, stel ik voor de tweede vraag eerst te beantwoorden.
Beantwoording van de vragen
De tweede vraag
17 Moeten zure kersen die bij levering zo bedorven zijn, dat zij niet geschikt zijn voor menselijke consumptie, worden beschouwd als eetbare vruchten in de zin van aantekening 1 bij hoofdstuk 8 GN, of vallen zij gelet op hun toestand onder een ander hoofdstuk van de GN en vallen zij onder een andere postonderverdeling dan de postonderverdelingen 0809 20 20 of 0809 20 60, zodat de litigieuze verordening buiten toepassing blijft?
18 Een GN-post moet naar inhoud en doel worden uitgelegd.
19 Volgens vaste rechtspraak moet "in het belang van de rechtszekerheid en van een gemakkelijke controle (...) het beslissende criterium voor de tariefindeling van goederen in beginsel worden gezocht in hun objectieve kenmerken en eigenschappen, zoals deze in de tekst van de GN-posten zijn omschreven (...) Bovendien bestaan er voor de GN toelichtingen van de Europese Commissie, en voor het geharmoniseerde systeem betreffende de omschrijving en de codering van goederen, van de Internationale Douaneraad, die belangrijke hulpmiddelen vormen bij de uitlegging van de draagwijdte van de verschillende tariefposten, maar rechtens niet bindend zijn (...)."(7)
20 De postonderverdelingen 0809 20 20 en 0809 20 60 staan in hoofdstuk 8 GN met als opschrift "Fruit; schillen van citrusvruchten of van meloenen" waaruit blijkt dat niet-eetbare vruchten niet onder dit hoofdstuk kunnen worden ingedeeld, hetgeen aantekening 1 bij dit hoofdstuk uitdrukkelijk bevestigt.
21 Om uit te maken of een vrucht "eetbaar" is, moet dus worden nagegaan, of zij objectief gesproken geschikt is voor menselijke consumptie. Hier staan twee opvattingen tegenover elkaar.
22 Volgens de verwijzende rechter en verzoeker in het hoofdgeding is de vrucht niet eetbaar, wanneer zij op het tijdstip van de beoordeling wegens haar bijzondere toestand (bijvoorbeeld vergaand bederf) als zodanig niet direct door mensen kan worden geconsumeerd.
23 Volgens de Commissie daarentegen is een vrucht die wegens haar aard in het algemeen voor menselijke consumptie geschikt is, eetbaar ongeacht of zij deze eigenschap op het tijdstip van de beoordeling reeds bezit (bijvoorbeeld een nog niet rijpe vrucht, zoals groene bananen) of reeds heeft verloren (bijvoorbeeld bedorven vruchten). Met andere woorden de eetbaarheid van een vrucht moet worden beoordeeld naar haar algemene geschiktheid voor menselijke consumptie ongeacht of zij direct door de mens kan worden geconsumeerd. Daartoe volstaat, dat het product na verwerking kan worden geconsumeerd, ook al is het vóór verwerking niet smakelijk, ja zelfs een gevaar voor de menselijke gezondheid. De Commissie verwijst naar de toelichtingen bij de GN van de Europese Gemeenschappen(8) en bij het geharmoniseerd systeem inzake de omschrijving en de codering van goederen van de Internationale Douaneraad.(9)
24 In de algemene toelichtingen op hoofdstuk 8 GN van de Europese Gemeenschappen heet het: "Dit hoofdstuk bevat eveneens voor distillatie bestemde vruchtenpulp, ook indien in natuurlijke gisting."
25 Dit zijn juist de kenmerken van de aan verzoeker in het hoofdgeding geleverde zure kersen.
26 Bovendien bevestigen de toelichtingen betreffende hoofdstuk 8 op het geharmoniseerd systeem inzake de omschrijving en codering van goederen de door de Commissie voorgestane uitlegging volgens welke de vruchten onder hoofdstuk 8 blijven vallen, ook al zijn zij niet meer geschikt voor directe en onmiddellijke menselijke consumptie, doch zulks na verwerking zullen zijn.
27 Aldus heet het in de algemene opmerkingen bij deze toelichtingen: "Dit hoofdstuk omvat vruchten (...), die doorgaans bestemd zijn voor menselijke consumptie, hetzij als zodanig hetzij na te zijn bereid. Zij kunnen vers zijn (...), bevroren (...) of gedroogd (...) Zij mogen eveneens voorlopig zijn verduurzaamd, bijvoorbeeld door middel van zwaveldioxide of in water waaraan zout, zwavel of andere stoffen met conserverende werking zijn toegevoegd, een en ander voor zover zij aldus niet voor dadelijke consumptie geschikt zijn."
28 Verder heet het, dat colanoten die hoofdzakelijk worden gebruikt om erop te kauwen, en die tevens dienen als grondstof voor vervaardiging van bepaalde dranken, tafelappelen en tafelperen, appelen of peren voor het vervaardigen van drank (cider of appeldrank en perendrank) of voor industriële doeleinden (appelen voor het vervaardigen van appelmoes, appelen en peren voor het vervaardigen van jam, gelei, pectine, enz.), onder hoofdstuk 8 vallen.
29 Ten slotte geven deze toelichtingen voorbeelden van vruchten die uit hun aard in het algemeen ongeschikt zijn voor menselijke consumptie en dus van hoofdstuk 8 zijn uitgesloten. Het betreft kopra, dat wil zeggen het gedroogde vruchtvlees van de kokosnoot dat ongeschikt is voor menselijke consumptie en bestemd is voor de vervaardiging van kokosolie. Hetzelfde geldt voor orangettes, zijnde oneetbare sinaasappelen, die kort na de vruchtvorming van de boom zijn gevallen en in droge staat worden verzameld, voornamelijk met het oog op de extractie van de etherische olie (petit-grain).
30 Hoofdstuk 8 moet dus aldus worden uitgelegd, dat het alleen de vruchten uitsluit die naar hun aard en ongeacht hun toestand volledig voor menselijke consumptie ongeschikt zijn, doch dat het alle vruchten omvat die, zij het slechts in een bepaalde toestand, voor menselijke consumptie geschikt zijn.
31 Aangezien de litigieuze zure kersen na verwerking in de distilleerderij voor menselijke consumptie geschikt zijn, vallen zij dus onder hoofdstuk 8 GN.
32 Bovendien zijn zij blijkens de voorgelegde feitelijke gegevens tussen 1 mei en 15 juli ingevoerd en voor het vrije verkeer ingeklaard, zodat zij onder postonderverdeling 0809 20 20 moeten worden ingedeeld.
33 Mitsdien stel ik het Hof voor deze vraag te beantwoorden als volgt: bijlage I bij verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987(10), zoals gewijzigd bij verordening nr. 2551/93, en in het bijzonder aantekening 1 bij hoofdstuk 8 GN moeten aldus worden uitgelegd, dat zure kersen die door schimmelvorming en beginnende gisting zodanig zijn bedorven, dat zij alleen voor distilleerderijen nog economisch bruikbaar zijn, als eetbaar fruit in de zin van hoofdstuk 8 GN zijn te beschouwen en, naar gelang van het tijdstip waarop de inklaring voor het in het vrije verkeer brengen wordt aanvaard, onder de postonderverdelingen 0809 20 20 of 0809 20 60 moeten worden ingedeeld.
De eerste vraag
34 Met deze vraag wenst de verwijzende rechter te vernemen, of artikel 1 van verordening nr. 1395/94 aldus moet worden uitgelegd, dat de compenserende heffing in omstandigheden als die van het hoofdgeding moet worden geïnd.
35 Ik herinner eraan, dat volgens artikel 1 van verordening nr. 1395/94 de in zijn lid 1 vastgestelde minimumprijs bij invoer en de volgens zijn lid 2 toe te passen compenserende heffing, wanneer de prijs bij invoer lager is dan deze minimuminvoerprijs, gelden voor alle zure kersen van de postonderverdelingen 0809 20 20 en 0809 20 60.
36 Wil de bij verordening nr. 1395/94 ingevoerde vrijwaringsmaatregel toepassing vinden, moet volgens haar artikel 1 dus zijn voldaan aan twee cumulatieve en objectieve voorwaarden: in de eerste plaats moet het gaan om de invoer van zure kersen van de postonderverdelingen 0809 20 20 en 0809 20 60; in de tweede plaats is deze compenserende heffing slechts verschuldigd, wanneer de prijs bij invoer van deze kersen lager is dan de vastgestelde minimuminvoerprijs.
37 Blijkens de feitelijke gegevens in de verwijzingsbeschikking is aan deze twee voorwaarden voldaan. Er zij evenwel aan herinnerd dat de nationale rechter dit moet beoordelen.
38 Volgens de Commissie, de nationale rechter en verzoeker in het hoofdgeding moet aan een derde, niet uitdrukkelijk in artikel 1 van verordening nr. 1395/94 vermelde, doch rechtstreeks uit de rechtsgrondslag van deze verordening voortvloeiende voorwaarde zijn voldaan om de daarin bedoelde vrijwaringsmaatregel te kunnen toepassen. De compenserende heffing kan namelijk slechts worden geïnd, voor zover zij noodzakelijk is ter bereiking van het doel van deze verordening of met andere woorden indien zij het evenredigheidsbeginsel eerbiedigt.
39 Dienaangaande beroept verzoeker in het hoofdgeding zich op 's Hofs arrest van 2 augustus 1993, Dinter.(11)
40 In die zaak ging het om de uitlegging van een aantal bepalingen van verordening (EEG) nr. 1626/85 van de Commissie van 14 juni 1985 houdende beschermende maatregelen inzake de invoer van morellen(12), en meer bepaald om de vaststelling van de wijze van berekening van de prijs bij invoer van deze vruchten vanuit derde landen, wanneer de importeur in de Gemeenschap de producten bij een niet in het land van oorsprong gevestigde tussenhandelaar koopt. Om de ernstige verstoringen van de gemeenschappelijke markt te verhelpen wegens het in de handel brengen vanuit derde landen van ingevoerde morellen tegen abnormaal lage prijzen stelt deze verordening die op basis van verordening nr. 1035/72 is vastgesteld, een minimumprijs bij invoer van morellen in de Gemeenschap vast en voorziet in de inning van een compenserende heffing voor de producten die boven de vastgestelde prijs liggen. Het rechtskader van de zaak Dinter (reeds aangehaald) komt dus overeen met dat van de onderhavige zaak.
41 De bevoegde Duitse douanedienst vorderde van de firma Hans Dinter, verzoekster in het hoofdgeding, de betaling van een compenserende heffing, omdat de aankoopprijs van de diepgevroren zure kersen van oorsprong uit Joegoslavië die de Oostenrijkse tussenhandelaar had betaald, lager was dan de in de gemeenschapsverordening vastgestelde minimumprijs, hoewel vaststond, dat de door verzoekster in het hoofdgeding aan de tussenhandelaar betaalde prijs en haar wederverkoopprijs telkens boven de minimumprijs lagen.
42 Onder verwijzing naar het doel van de betrokken gemeenschapsregeling stelde het Hof vast dat de "vrijwaringsmaatregelen slechts mogen worden getroffen $in de mate en voor de tijdsduur die strikt noodzakelijk zijn'. Hieruit volgt, dat de toepassing van een compenserende heffing onwettig is wanneer het beschermingsdoel van de vrijwaringsmaatregelen is bereikt."(13)
43 De redenering van het Hof in dat arrest kan wegens de overeenstemming van de met de betrokken gemeenschapsregelingen nagestreefde doelstellingen hier perfect worden toegepast.
44 Zoals ik zei, beoogt verordening nr. 1395/94 met de vaststelling van passende beschermende maatregelen zoals de invoering van een minimumprijsregeling bij invoer en van compenserende heffingen op waren waarvan de prijs lager is, eveneens de ernstige verstoringen uit te schakelen die wegens het in de handel brengen tegen te lage prijzen van zure kersen van GN-codes 0809 20 20 en 0809 20 60 uit derde landen de doelstellingen van artikel 39 EG-Verdrag in gevaar kunnen brengen.
45 Deze doelstelling strookt volstrekt met die welke de gemeenschapswetgever in verordening nr. 1035/72 en met name in artikel 29, lid 2, ervan de rechtsgrondslag van verordening nr. 1395/94, nastreeft. Volgens artikel 29, lid 2, van verordening nr. 1035/72 beslist de Commissie namelijk ter zake van de noodzakelijke maatregelen in het handelsverkeer met derde landen, indien de markt als gevolg van de invoer of uitvoer ernstige verstoringen ondergaat of dreigt te ondergaan die de doelstellingen van artikel 39 van het Verdrag in gevaar kunnen brengen.
46 De Commissie moet bovendien bij haar optreden het evenredigheidsbeginsel in acht nemen.(14)
47 Wij weten dat dit beginsel - dat volgens vaste rechtspraak van het Hof tot de algemene beginselen van het gemeenschapsrecht behoort - de rechtmatigheid van maatregelen die de marktdeelnemers financiële lasten opleggen, afhankelijk stelt van de voorwaarde dat deze maatregelen geschikt zijn en noodzakelijk zijn ter bereiking van de met de betrokken regeling rechtmatig nagestreefde doelstellingen, met dien verstande dat wanneer kan worden gekozen tussen verschillende geschikte maatregelen, de minst belastende moet worden gekozen en de opgelegde lasten niet onevenredig mogen zijn aan het nagestreefde doel.(15)
48 De vaststelling van de beschermende maatregelen waarin verordening nr. 1395/94 voorziet, is dus alleen rechtmatig, wanneer de lage prijs het gevolg is van een beleid van derde landen dat ernstige verstoringen op de gemeenschappelijke markt meebrengt. Volgens artikel 1 van verordening nr. 1395/94 kunnen met andere woorden alleen maatregelen worden genomen die ertoe strekken de afzet van zure kersen op de gemeenschappelijke markt tegen lage prijzen ten gevolge van het beleid van derde landen te voorkomen. Bovendien moeten deze maatregelen, ook al is aan deze voorwaarden voldaan, worden toegepast met inachtneming van het evenredigheidsbeginsel.
49 In casu moet worden uitgemaakt, of de invoer van zure kersen die zodanig bedorven zijn, dat zij alleen voor distilleerderijen nog economisch nuttig bruikbaar zijn, nadat zij hieraan tegen een prijs onder de inkoopprijs zijn verkocht, een gevaar van verstoring van de markt voor zure kersen opleveren die kan worden bestreden door toepassing van de beschermende maatregelen waarin artikel 1 van verordening nr. 1395/94 voorziet. Opgemerkt zij dat de referentieprijs niet alleen tot de markt van verse vruchten of industrieel tot levensmiddelen te verwerken vruchten [jam, vruchtensappen, (...), enz.] is beperkt, maar ook de markt van de in distilleerderijen verwerkte vruchten omvat. De markt van de in distilleerderijen verwerkte zure kersen is met andere woorden in het kader van deze verordening eveneens tegen de gevaren van verstoringen door invoer tegen lage prijs van zure kersen uit derde landen beschermd.
50 Opgemerkt zij dat de litigieuze zure kersen in voorkomend geval in concurrentie kunnen staan met de voor distillatie bestemde vruchten en niet met de verse vruchten.
51 Derhalve dient in de eerste plaats te worden nagegaan, of de prijs van de door verzoeker in het hoofdgeding ingevoerde vruchten onder de minimumprijs lag en, zo ja, of de gemeenschappelijke referentiemarkt daardoor is verstoord of dreigt te worden verstoord.
52 In de tweede plaats moeten ook de redenen worden vastgesteld, waarom een dergelijke prijs is toegepast en met name of dit lage prijsniveau het gevolg is van omstandigheden buiten de wil van het derde uitvoerende land en van verzoeker in het hoofdgeding.
53 Het dossier bevat geen enkel element ter beoordeling van de vraag, of de gemeenschappelijke markt door deze transactie is verstoord of dreigt te worden verstoord.
54 Wat het tweede wettelijk vereiste betreft, lijkt de bijzonder lage prijs waarvoor de invoerder de zure kersen heeft doorverkocht, volgens de inlichtingen van de verwijzende rechter het gevolg te zijn van omstandigheden die volledig buiten zijn wil staan en die onafhankelijk zijn van het prijsbeleid van het uitvoerende derde land. In deze omstandigheden ontbreekt een essentieel element voor de toepassing van de maatregel van artikel 1 van verordening nr. 1395/94. Het staat evenwel aan de verwijzende rechter deze verschillende elementen te beoordelen.
55 Uit een en ander volgt, dat de toepassing van de compenserende heffing in de omstandigheden, zoals die van het hoofdgeding, niet de mogelijkheid biedt het door de beschermende maatregelen nagestreefde beschermingsdoel te bereiken. Zij is dus onrechtmatig.
56 Mitsdien moet op de eerste prejudiciële vraag worden geantwoord, dat in de omstandigheden van de onderhavige zaak artikel 1 van verordening nr. 1395/94 geen toepassing vindt.
Conclusie
57 Mitsdien stel ik voor de vragen van het Finanzgericht München te beantwoorden als volgt:
"1) Bijlage I bij verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief, zoals gewijzigd bij verordening (EEG) nr. 2551/93 van de Commissie van 10 augustus 1993, in het bijzonder aantekening 1 bij hoofdstuk 8 van de gecombineerde nomenclatuur, moet aldus worden uitgelegd, dat zure kersen die door schimmelvorming en beginnende gisting zodanig zijn bedorven, dat zij alleen voor distilleerderijen nog economisch nuttig bruikbaar zijn, moeten worden beschouwd als eetbare vruchten in de zin van hoofdstuk 8 van de gecombineerde nomenclatuur en meer bepaald, naar gelang van de datum waarop de douaneaangifte voor het vrije verkeer van deze vruchten is aanvaard, onder de postonderafdelingen 0809 20 20 of 0809 20 60 moeten worden ingedeeld.
2) Artikel 1 van verordening (EG) nr. 1395/94 van de Commissie van 17 juni 1994 tot vaststelling van een minimumprijs bij invoer van zure kersen, moet aldus worden uitgelegd, dat de compenserende heffing niet kan worden toegepast op zure kersen die in de Gemeenschap tegen een abnormaal lage prijs in het vrije verkeer worden gebracht, wanneer deze prijs volledig onafhankelijk is van de wil van de importeur en niet het resultaat is van een prijsbeleid waarvoor het uitvoerende derde land verantwoordelijk is."
(1) - PB L 118, blz. 1.
(2) - Verordening van de Raad van 22 december 1993 tot wijziging van de verordeningen (EEG) nr. 2328/91, (EEG) nr. 866/90, (EEG) nr. 1360/78, (EEG) nr. 1035/72 en (EEG) nr. 449/69 voor een snellere aanpassing van de productie-, verwerkings- en afzetstructuur in het kader van de hervorming van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (PB L 338, blz. 26).
(3) - PB L 152, blz. 31.
(4) - Tweede overweging van de considerans.
(5) - PB L 291, blz. 3.
(6) - PB L 241, blz. 1.
(7) - Arrest van 12 maart 1998, Laboratoires Sarget (C-270/96, Jurispr. blz. I-1121, punt 16). Zie eveneens arrest van 6 november 1997, LTM (C-201/96, Jurispr. blz. I-6147, punt 17).
(8) - PB 1994, C 342, blz. 1.
(9) - Tweede uitgave 1996, deel I.
(10) - PB L 256, blz. 1.
(11) - C-81/92, Jurispr. blz. I-4601.
(12) - PB L 156, blz. 13.
(13) - Arrest Dinter (reeds aangehaald, punt 19).
(14) - Zie de vijfde overweging van de considerans van verordening nr. 2707/72 en artikel 3, lid 2, ervan.
(15) - Zie, bijvoorbeeld, arrest van 12 november 1998, Italië/Raad (C-352/96, Jurispr. blz. I-6937).
Full & Egal Universal Law Academy