Conclusie van de advocaat generaal
1. Het geschil tussen Eridania SpA (hierna: "Eridania"), een Italiaanse suikerproducent, en Azienda Agricola San Luca di Rumagnoli Viannj over de prijs die Eridania aan laatstgenoemde verschuldigd is voor de gedurende het verkoopseizoen 1997/1998 aangekochte suikerbieten - ter beslechting waarvan het Hof een prejudiciële vraag is gesteld, leidend tot het arrest van 6 juli 2000 in zaak C-289/97(1), Eridania - heeft zich in het verkoopseizoen 1997/1998 opnieuw voorgedaan en tot een nieuw proces voor dezelfde rechter geleid.
2. Afgezien van de hoogte van het bedrag waarvan Eridania de terugbetaling eist, en van de gemeenschapsverordening krachtens welke zij een volgens haar onrechtvaardige prijs heeft moeten betalen, verschilt deze zaak in niets van de vorige, met inbegrip van de opstelling van de rechter aan wie de zaak werd voorgelegd, aangezien ook het huidige geschil voor deze aanleiding vormde voor het stellen van een prejudiciële vraag, die ingeschreven werd onder nummer C-160/98. Evenals in zaak C-289/97 stelt de nationale rechter twee vragen. De eerste heeft betrekking op de geldigheid van verordening (EG) nr. 1188/97 waarbij de Raad voor het verkoopseizoen 1997/1998 een afgeleide interventieprijs voor witte suiker en, bijgevolg, een hogere suikerbietenprijs heeft vastgesteld(2). De tweede vraag betreft de geldigheid van verordening (EEG) nr. 1785/81 van de Raad van 30 juni 1981 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector suiker(3) (hierna: "basisverordening"), gewijzigd bij verordening (EG) nr. 1101/95 van de Raad van 24 april 1995(4), voorzover het het daarin geregelde systeem van de afgeleide interventieprijs en van de verhoogde suikerbietenprijs in gebieden met een tekort betreft. Dit systeem staat bekend onder de naam regionalisatie.
3. Op het tijdstip waarop de nationale rechter zich tot het Hof wendde, had het Hof nog geen arrest gewezen in zaak C-289/97.
4. Dit arrest is intussen gewezen en ter kennis gebracht van de Giudice di pace te Genua, zodat hij kon bezien of, rekening houdend met de antwoorden van het Hof, er aanleiding was de prejudiciële vragen met betrekking tot het verkoopseizoen 1997/1998 in hun totaliteit te handhaven dan wel geheel of gedeeltelijk in te trekken.
5. De verwijzende rechter heeft laten weten toch graag een antwoord te willen hebben op de door hem gestelde vragen, omdat de vragen in zaak C-160/98 betrekking hebben op een ander verkoopseizoen en dus op een andere verordening. Het lijdt uiteraard geen twijfel dat de geldigheid van verordening (EG) nr. 1580/96 van de Raad van 30 juli 1996 tot vaststelling voor het verkoopseizoen 1996/1997 de afgeleide interventieprijzen voor witte suiker, de interventieprijs voor ruwe suiker, de minimumprijzen voor A- en B-suikerbieten alsmede het bedrag van de vergoeding voor de verevening van de opslagkosten(5) niet automatisch meebrengt dat verordening nr. 1188/97, die hetzelfde onderwerp betreft, zij het voor het verkoopseizoen 1997/1998, eveneens geldig is.
6. Het feit dat de maatregelen van deze verordening voor het verkoopseizoen 1997/1998 volkomen identiek zijn aan die voor het vorige verkoopseizoen, wil immers nog niet zeggen dat verordening nr. 1188/97 geen gebreken bevat die de geldigheid ervan kunnen aantasten. Zo is het bijvoorbeeld heel wel denkbaar dat de omstandigheden die voor het verkoopseizoen 1996/1997 een tekort in de Italiaanse suikervoorziening te zien gaven en derhalve vaststelling van een afgeleide interventieprijs voor witte suiker voor deze lidstaat noodzakelijk maakten, zich in het verkoopseizoen 1997/1998 niet meer voordeden. Aan de andere kant zie ik niet in welk belang er voor de nationale rechter mee gediend is wanneer het Hof zich, ditmaal naar aanleiding van verordening nr. 1188/97, opnieuw zou buigen over klachten ten aanzien van de datum van vaststelling van de afgeleide interventieprijzen voor een bepaald seizoen en de motiveringselementen die de verordening dient te bevatten, die geen enkel verband houden met de conjuncturele situatie op de markt. Deze klachten heeft het Hof reeds afgewezen toen het op verzoek van dezelfde rechter de geldigheid van de verordening toetste, die de prijzen voor het vorige verkoopseizoen had vastgesteld.
7. Nog minder reden zie ik voor een nieuw onderzoek van de klachten gericht tegen het in de basisverordening vastgelegde systeem van afgeleide interventieprijzen, welke klachten het Hof in het aangehaalde arrest van 6 juli 2000, Eridania, reeds verworpen heeft.
8. Zonder de klacht tegen de mogelijkheid van indeling van Italië bij de gebieden met een tekort voor het verkoopseizoen 1997/1998, zou het Hof mijns inziens alle reden hebben gehad had om - gezien deze herhaling van vragen waarop het reeds antwoord heeft gegeven - aan te nemen dat hier sprake was van de situatie bedoeld in artikel 104, lid 3, van het Reglement van de procesvoering.
9. Deze bepaling luidt:
"Wanneer een prejudiciële vraag kennelijk identiek is met een vraag waarover het Hof zich reeds heeft uitgesproken, wanneer het antwoord op een dergelijke vraag duidelijk uit de rechtspraak kan worden afgeleid of wanneer over het antwoord op de vraag redelijkerwijs geen twijfel kan bestaan, kan het Hof beslissen bij een met redenen omklede beschikking waarin, in voorkomend geval, naar het eerdere arrest of de betrokken rechtspraak wordt verwezen, na de verwijzende rechterlijke instantie daarvan in kennis te hebben gesteld en na de belanghebbenden bedoeld in artikel 20 van het statuut-EG, artikel 21 van het statuut-EGA en artikel 103, lid 3, van dit reglement in hun eventuele opmerkingen zomede de advocaat-generaal te hebben gehoord."
10. De nationale rechter verzoekt het Hof zich te buigen over de volgende twee vragen:
"1) Is verordening (EG) nr. 1188/97 van 25 juni 1997 (PB van 28 juni 1997), in het bijzonder artikel 1, sub f, daarvan, geldig, met name gelet op de leden 4 en 5 van artikel 3 van verordening (EEG) nr. 1785/81 en op artikel 190 EG-verdrag en uitgaande van de juiste beoordeling van de feiten zoals die zijn uiteengezet in punt I $ten principale' van het gedeelte $In rechte' van de onderhavige beschikking?
2) Indien de eerste vraag bevestigend wordt beantwoord, is verordening (EEG) nr. 1785/81 van 30 juni 1981 (PB van 1 juli 1981), zoals later gewijzigd, met name de artikelen 3, lid 1, 5, lid 3 en 6, lid 2, ervan, geldig en is dientengevolge ook verordening (EG) nr. 1188/97, met name artikel 1, sub f, ervan geldig, gelet op de argumenten genoemd in punt II $subsidiair' van het gedeelte $In rechte' van de onderhavige beschikking?"
11. Om de zojuist genoemde redenen ben ik van mening, dat het onderzoek zich dient te beperken tot de eerste vraag, die erop neerkomt of de Raad in zijn verordening nr. 1188/97 Italië terecht als een gebied met een tekort heeft gekwalificeerd voor het verkoopseizoen 1997/1998.
12. Alle andere punten die besloten liggen in de vragen van de Giudice di pace te Genua, zijn reeds beantwoord in het arrest van 6 juli 2000, Eridania. Naar mijn mening bestaat er geen enkele reden om dit arrest in twijfel te trekken, en zou het Hof in zijn arrest de nationale rechter naar deze uitspraak dienen te verwijzen.
13. Handelde de Raad onwettig door in de considerans van verordening nr. 1188/97 te kennen te geven dat "een tekort te verwachten valt in de productiegebieden van Italië", en in artikel 1 van deze verordening te bepalen: "voor de gebieden met een tekort in de Gemeenschap wordt de afgeleide interventieprijs voor witte suiker per 100 kilogram vastgesteld op (...) f) 65,53 ecu voor alle gebieden van Italië", waardoor de Italiaanse suikerproducenten, ingevolge artikel 6 van de basisverordening, bij de aankoop van suikerbieten een overeenkomstig artikel 5 van de basisverordening verhoogde prijs dienden te betalen?
14. Ik wil kort erop wijzen - deze punten zijn zowel in mijn conclusie als in het arrest in de aangehaalde zaak C-289/97 reeds aan de orde geweest - dat er volgens de basisverordening sprake is van een tekort wanneer het totaal van de beschikbare productie lager is dan de consumptie, en de beschikbare productie overeenkomt met het totaal van de tijdens het seizoen geproduceerde hoeveelheden A- en B-suiker, vermeerderd met de hoeveelheid C-suiker die met inachtneming van de gemeenschapsregels is overgedragen.
15. Ook wijs ik er op dat zowel Eridania als de nationale rechter een onjuiste opvatting lijken te hebben van het mechanisme van prijsvaststelling - iets wat de Commissie in haar opmerkingen ook al aangeeft - aangezien de indeling van een gebied als een gebied met een tekort voor een bepaald verkoopseizoen door de Raad niet geschiedt op basis van geconstateerde productie- en consumptiecijfers, maar op basis van prognoses over de productie en consumptie die aan de hand van de beschikbare gegevens redelijkerwijs in dat seizoen verwacht mogen worden.
16. Terzijde merk ik op, dat indien de prijzen werden vastgesteld vóór de datum genoemd in artikel 3, lid 4 van de basisverordening, te weten 1 augustus van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin - vanaf 1 juli - het seizoen een aanvang neemt - sinds het arrest van 6 juli 2000, Eridania, weten wij dat dit geen dwingende datum is - de prognoses zonder enige concrete aanwijzing over de mogelijke productie in het betrokken seizoen zouden moeten worden opgesteld.
17. De vaststelling van de prijzen zou dan immers geschieden op een tijdstip waarop in de meeste lidstaten de suikerbietenoogst van het seizoen voorafgaande aan het betrokken seizoen nog niet had plaatsgehad. Op dat moment zou men dus nog geen enkele indicatie hebben over de toekomstige aanplant op basis waarvan juist de productie in het betrokken seizoen zou kunnen worden geraamd.
18. Op dat moment zou overigens ook nog niets bekend zijn over een eventuele overdracht van de in het voorafgaande seizoen geproduceerde C-suiker naar het betrokken seizoen: of er wel C-suikerhoeveelheden zullen zijn, is nog onzeker, terwijl ook nog voor uitvoer uit de Gemeenschap in plaats van voor overdracht zou kunnen worden gekozen.
19. Er kan dus niet worden ontkend dat de basisverordening, waar zij spreekt over gebieden met een tekort, doelt op gebieden waarvoor op het moment waarop de Raad de prijzen vaststelt, in het komende seizoen een tekort voorzienbaar is.
20. Het heeft derhalve weinig zin om - zoals Eridania doet, zoals wij in het vervolg nog zullen zien - de kwalificatie van een gebied als een gebied met een tekort aan te vechten op grond van gegevens die pas beschikbaar waren na de datum waarop de Raad deze kwalificatie aanvaardde, en zelfs pas na het begin van het seizoen, dat wil zeggen op een moment waarop de prijzen al vastgesteld moesten zijn, teneinde ernstige verstoringen van de gemeenschappelijke marktordening voor suiker te vermijden.
21. Voor het seizoen 1997/1998 stelde de Raad voor Italië een afgeleide interventieprijs voor witte suiker vast, en ging er dus van uit dat er voor dat seizoen een tekort voorzienbaar was, op 25 juni 1997, dus slechts enkele dagen voor de aanvang van het seizoen, dat volgens de basisverordening op 1 juli begint.
22. Redelijkerwijs kon dan ook niet worden verwacht dat de Raad zijn besluit zou uitstellen om zo zijn analyse van de marktsituatie voor het betrokken seizoen eventueel te kunnen preciseren. Over welke betrouwbare gegevens beschikte de Raad op die datum?
23. Zoals de Raad zeer terecht aangeeft, beschikt hij niet over een administratieve infrastructuur om zelf de gegevens te verzamelen op basis waarvan een vergelijking gemaakt zou kunnen worden tussen een te verwachten consumptie en een te verwachten productie.
24. De Raad moet dus afgaan op de door de Commissie verstrekte gegevens. De Commissie staan echter ook niet meer middelen ter beschikking om de informatie rechtstreeks in te winnen bij hen die beroepsmatig bij de suikersector betrokken zijn, laat staan om deze informatie te kunnen verifiëren. Daarom bepaalt artikel 39 van de basisverordening, dat de Commissie en de lidstaten elkaar de gegevens verstrekken die nodig zijn voor de toepassing van deze verordening. Deze samenwerking is geregeld in verordening nr. 779/96 van de Commissie van 29 april 1996 houdende uitvoeringsbepalingen van de basisverordening betreffende de mededelingen in de sector suiker(6). Hoofdstuk IV van deze verordening bevat een gedetailleerde beschrijving van de informatie die de lidstaten de Commissie dienen te verstrekken, en geeft nauwkeurig aan met welke regelmaat deze berichtgeving dient plaats te vinden.
25. Toen de Raad op 25 juni 1997 de betwiste verordening vaststelde, gaven de gegevens die hem door de Italiaanse regering waren meegedeeld, voor het seizoen 1997/1998 een voorziene consumptie aan van 1 483 000 ton. Dit cijfer, dat onder de 1 532 000 ton ligt waarop de consumptie in het seizoen 1996/1997 was geraamd, doch aansluit bij een gestage daling van de Italiaanse suikerconsumptie en bij de eind december 1996 geconstateerde ontwikkeling van de werkelijke consumptie in dat seizoen, wordt door Eridania niet betwist. Deze houding van een onderneming die zich verzet tegen het bestaan van een tekort en dus alle belang heeft bij de presentatie van berekeningen die op een zo laag mogelijke consumptie duiden, lijkt de betrouwbaarheid van deze raming alleen maar te onderstrepen.
26. Op diezelfde datum beschikte de Raad over een schatting van de beschikbare productie van 1 450 000 ton (1 440 000 ton feitelijk te produceren en 10 000 ton van het voorgaande seizoen over te dragen suiker). Deze door de Italiaanse regering gepresenteerde schatting dateert van 9 april van datzelfde jaar, de datum waarop het beheerscomité "suiker" bijeenkwam, en is gebaseerd op een ingezaaid oppervlakte van 275 000 hectare, met een suikeropbrengst tussen de 5 en 5,5 ton per hectare.
27. Het is waar dat de Italiaanse regering de Commissie bij brief van 16 juni had laten weten - de Raad spreekt dit geenszins tegen - dat het cijfer van 1 440 000 ton, dat was vastgesteld op een tijdstip waarop de oogstverwachtingen wegens de klimatologische omstandigheden niet erg gunstig waren, naar alle waarschijnlijkheid naar boven zou moeten worden bijgesteld, aangezien de vooruitzichten voor de komende oogst zich uiteindelijk toch leken te verbeteren.
28. In deze brief noemde de Italiaanse regering evenwel geen nieuw cijfer dat de eerder genoemde 1 440 000 ton zou kunnen vervangen, en dekte zich in door te wijzen op het zeer wisselende suikergehalte dat de bieten de afgelopen jaren te zien gaven.
29. De Italiaanse regering volstond met de bevestiging dat de productie in elk geval niet zou uitkomen boven de 1 568 250 ton, dat wil zeggen de som van de aan Italië toegekende A- en B-quota.
30. Deze mededeling van de Italiaanse regering vormde het antwoord op het verzoek van de Commissie aan de lidstaten tijdens de vergadering van het beheerscomité van 11 juni om geactualiseerde gegevens over te leggen.
31. Voor de Commissie was het immers zaak om, met nog drie weken te gaan voor het begin van het nieuwe verkoopseizoen, te bepalen of zij haar in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen(7) gepubliceerde voorstel tot vaststelling van een afgeleide interventieprijs voor witte suiker voor Italië diende te handhaven.
32. Tijdens een nieuwe vergadering van het beheerscomité "suiker" op 18 juni, de laatste vergadering voordat de Raad zijn besluit nam, bracht de Italiaanse regering geen nieuwe ramingen naar voren. Ik kan dan ook alleen maar constateren dat de Commissie, rekening houdend met de gegevens die zij krachtens verordening nr. 779/96 via officiële kanalen verkregen had, en ondanks de door haar getoonde bereidheid ook recentere gegevens in aanmerking te nemen, geen enkele reden had om terug te komen op haar voorstel van eind maart, aangezien zij immers beschikte over ramingen die wezen op een te verwachten tekort.
33. Eridania stelt echter, dat de Commissie niet blindelings had mogen afgaan op de door de Italiaanse regering verstrekte cijfers, omdat zowel Eridania als de diverse beroepsorganisaties van suikerproducenten de Commissie herhaaldelijk naar behoren geïnformeerd hadden over het feit dat de door de Italiaanse regering meegedeelde productieprognoses volslagen irrealistisch, om niet te zeggen uit de lucht gegrepen waren.
34. Ter ondersteuning van haar stelling overlegt Eridania een uitgebreide briefwisseling tussen de Commissie en de Raad enerzijds en de Associazione Nazionale fra gli Industriali dello Zuccherodell'Alcool e del Lievito en het Europees Comité van suikerfabrikanten anderzijds, waaruit blijkt dat de Italiaanse suikerproducenten al vanaf januari 1997 een suikerproductie voorzagen van 1 560 000 ton, meer dus dan de 1 483 000 ton bedragende consumptie, en dat de suikerindustrie zich heftig verzette toen de Commissie in maart met voorstellen kwam die uitgingen van een tekort voor Italië.
35. Deze protesten waren niet alleen gebaseerd op de waargenomen ontwikkeling van de Italiaanse suikerconsumptie en -productie in de voorafgaande jaren, maar ook op een wetenschappelijk rapport over de hoeveelheid suiker die de bieten, gelet op de mate van rijpheid van de bieten in het voorjaar van 1997, na de komende oogst in Italië naar verwachting zouden opleveren.
36. Naast haar schriftelijke protesten legt Eridania het verslag over van de werkzaamheden van de paritaire groep van het raadgevend comité voor suiker, die op 14 april 1997 bijeenkwam.
37. Blijkens dit verslag heeft de vertegenwoordiger van de Italiaanse suikerindustrie in de loop van deze vergadering erop gewezen, dat de door de Commissie aangegeven schatting van het teeltareaal in Italië volgens hem duidelijk te laag was. Hij heeft verklaard "dat de Commissie onmogelijk de regionalisatie van de Italiaanse suikerprijs kan voorstellen, omdat er in Italië sprake is van een overschot" (bijlage 20 bij de opmerkingen van Eridania).
38. Gelet op de door Eridania overgelegde stukken kan niet worden ontkend, hetgeen de Raad en de Commissie overigens ook niet doen, dat de gemeenschapsinstellingen er zeer wel van op de hoogte waren dat de door Italië overgelegde productieramingen duidelijk te laag leken volgens de Italiaanse en zelfs ook de Europese suikerproducenten.
39. Tegelijkertijd stel ik echter vast, dat deze tegenwerping van de marktdeelnemers die - ingeval Italië als gebied met een tekort zou worden gekwalificeerd - een hogere aankoopprijs voor suikerbieten zouden moeten betalen, inging tegen de argumenten van andere marktdeelnemers, de Italiaanse bietentelers, die volkomen tegenovergestelde belangen hebben. Deze laatsten hebben zich immers gedurende de gehele periode van voorbereiding van de prijsbesluiten voor het verkoopseizoen 1997/1998, net als in de voorafgaande jaren, heftig verzet tegen elk voorstel om Italië buiten het voor gebieden met een tekort geldende systeem te brengen. Dit blijkt met name uit het verslag van de vergadering van de paritaire groep van het raadgevend comité voor suiker van 14 april 1997, overgelegd door Eridania, evenals uit de brief aan de Commissie van 23 juni 1997, die deze als bijlage bij haar opmerkingen heeft overgelegd (bijlage II).
40. De Commissie, die voorstellen diende te doen, en de Raad, wiens taak het is de prijzen vast te stellen, zagen zich aldus geconfronteerd met ramingen van de Italiaanse regering die de bijval kregen van de groep marktdeelnemers die een duidelijk belang erbij hadden, doch werden bestreden door de andere groep met tegengestelde belangen.
41. Mijns inziens zijn de Commissie en de Raad volstrekt legitiem afgegaan op de mededelingen van de Italiaanse regering, toen deze in antwoord op het verzoek van de Commissie van 11 juni om geactualiseerde gegevens over te leggen, de eerder meegedeelde cijfers bevestigde. Aangenomen moet immers worden dat de Italiaanse regering niet de onpartijdigheid uit het oog heeft verloren die, wanneer het om het verzamelen van objectieve gegevens gaat, verwacht mag worden van een overheid die bestookt wordt met tegenstrijdige eisen van lijnrecht tegenover elkaar staande belangengroepen.
42. Ik ben zelfs van mening dat de gemeenschapsinstellingen, tenzij zij over overtuigende aanwijzingen beschikten dat de eerder medegedeelde gegevens opzettelijk misleidend waren, geen andere keuze hadden dan zich te baseren op de door de Italiaanse regering overgelegde cijfers.
43. Ik zie althans niet in, op welke grond zij deze cijfers buiten beschouwing hadden kunnen laten, nu de Italiaanse regering met het doorgeven van die gegevens een verplichting nakwam die haar werd opgelegd door verordening nr. 779/96, en aldus niet anders kon dan zich zo strikt mogelijk te houden aan de verplichting tot loyale samenwerking vastgelegd in artikel 5 EG (thans artikel 10 EG), waarvan de strekking reeds vele malen in de rechtspraak van het Hof aan de orde is geweest.
44. Het kan weliswaar vreemd lijken - en Eridania brengt dit uiteraard naar voren - dat terwijl de Italiaanse regering op 16 juni nog had laten weten niet in staat te zijn nieuwe productiecijfers te verstrekken ten opzichte van die in april en aankondigde dat de cijfers naar alle waarschijnlijkheid naar boven zouden moeten worden bijgesteld, diezelfde regering op 3 juli, een dag of tien nadat de Raad, uitgaande van een te verwachten tekort, een afgeleide interventieprijs voor witte suiker voor Italië had vastgesteld, wel in staat was de Commissie een nieuwe prognose van de beschikbare productie te presenteren, die exact overeenkwam met de som van de aan Italië toegekende A- en B-quota.
45. Anders dan Eridania stelt, kon deze nieuwe prognose echter geen gevolgen meer hebben voor de vaststelling van de prijzen. De prijzen moeten immers elk jaar absoluut vóór 1 juli worden vastgesteld, de datum van aanvang van het verkoopseizoen, iets waarvan de Italiaanse regering zeer wel op de hoogte was. Hieruit de conclusie trekken dat de Italiaanse regering bewust informatie heeft achtergehouden, gaat mij echter te ver.
46. Ik kan mij goed voorstellen, dat de Italiaanse suikerproducenten zich gefrustreerd hebben gevoeld toen zij, op een tijdstip waarop de Raad hier geen rekening meer mee kon houden, bevestigd zagen wat zij al maanden beweerden, namelijk dat er voor het verkoopseizoen 1997/1998 in Italië waarschijnlijk geen sprake zou zijn van een tekort.
47. Wellicht was die frustratie minder groot geweest, wanneer de gewijzigde cijfers van de Italiaanse regering pas later, bijvoorbeeld eind juli, meegedeeld waren. Maar wat zou men dan wel niet - en terecht - de Italiaanse regering hebben verweten als zij, terwijl zij begin juli reeds over de nieuwe cijfers beschikte, toezending hiervan aan de Commissie opzettelijk had uitgesteld om de ongelukkige samenloop van omstandigheden te vermijden van de vaststelling van een prijs uitgaande van een tekort, en de publicatie, enkele dagen later, van cijfers die dit tekort uitsluiten.
48. Dat was duidelijk het achterhouden van informatie en een schending van de verplichtingen van verordening nr. 779/96 geweest.
49. Maar zelfs indien de op 3 juli door de Italiaanse regering meegedeelde cijfers de Raad vóór de vergadering van 25 juni bekend waren geweest, dan had dit nog niet noodzakelijkerwijs betekend dat geen afgeleide interventieprijs voor witte suiker in Italië was vastgesteld. De Raad had het eraan toe te kennen belang immers kunnen relativeren, gegeven het structurele tekort waarmee Italië in het verleden te kampen had.
50. Dit volgt naar mijn mening heel duidelijk uit het bovengenoemde arrest van 6 juli 2000, Eridania, waarin het Hof oordeelde dat:
"Wanneer de Raad bij de uitvoering van het landbouwbeleid in de suikersector een complexe economische situatie moet beoordelen, geldt zijn discretionaire bevoegdheid niet slechts de aard en draagwijdte van de vast te stellen bepalingen, doch tot op zekere hoogte ook de vaststelling van de basisgegevens (zie arresten van 29 oktober 1980, Roquette Frères/Raad, 138/79, Jurispr. blz. 3333, punt 25, en 25 juni 1997, Italië/Commissie, C-285/94, Jurispr. blz. I-3519, r.o. 23)" (r.o. 48).
51. Zeker, de uitoefening van deze discretionaire bevoegdheid zou niet buiten het toezicht van het Hof vallen, en het staat voor mij nog niet vast dat in het systeem van jaarlijkse prijsvaststelling van de basisverordening de situatie in het verleden grond kan zijn om niet onmiddellijk rekening te houden met een duidelijke kentering in de trend, of, anders gezegd, dat het feit dat een seizoen een overschot lijkt te zullen opleveren, beschouwd zou mogen worden als een toevallige gebeurtenis die niet dwingt tot afschaffing - al was het maar tijdelijk - van de regionalisatie die in alle voorgaande seizoenen is toegepast. Maar, zoals ditzelfde arrest aangeeft, "bij zijn controle op de uitoefening van zulk een bevoegdheid mag de rechter alleen nagaan, of daarbij geen kennelijke dwaling of misbruik is begaan en of het betrokken gezagsorgaan niet kennelijk de grenzen van zijn beoordelingsbevoegdheid heeft overschreden (zie arrest Roquette Frères, reeds aangehaald, punt 25)".
52. Los van het feit dat 30 juni binnen het stelsel van de gemeenschappelijke marktordening voor suiker een uiterste datum vormt voor de vaststelling van de prijzen, is het dus maar de vraag of, zoals Eridania stelt, de door de Italiaanse regering op 3 juli ingediende cijfers de Raad ertoe hadden moeten brengen zijn "fout te erkennen" en gevolg te geven aan het verzoek van de Italiaanse suikerproducenten in hun brief van 10 juli om verordening nr. 1188/97 te wijzigen.
53. Die cijfers zijn immers, gezien de geciteerde rechtspraak, op zich niet afdoende om de indeling van Italië bij de gebieden met een tekort als onjuist te kwalificeren.
54. Hoe het ook zij, mijns inziens mocht de Raad op de datum waarop hij zijn besluit nam, gelet op de gegevens die de Commissie hem had meegedeeld en die zij zelf van de Italiaanse regering had gekregen, uitgaan van een tekort in Italië en derhalve voor die lidstaat een afgeleide interventieprijs voor witte suiker vaststellen.
55. Alvorens af te sluiten, wil ik nog opmerken dat Eridania in haar opmerkingen stelt dat verordening nr. 1188/97 ongeldig zou zijn wegens het verstoren van de markt en strijd met het beginsel van communautaire preferentie. Deze grieven zijn evenwel niet genoemd door de verwijzende rechter, zodat ze, formeel gezien, thans niet besproken hoeven te worden, hetgeen ook door de Raad is opgemerkt. Enkele woorden volstaan echter om aan te tonen, dat zij in geen geval kunnen slagen.
56. Eridania's kritiek richt zich in feite op de door de Raad gemaakte keuzes met betrekking tot het niveau van bevoorrading van de gemeenschappelijke markt, en zij trekt de juistheid van die keuzes in twijfel op grond van de verbintenissen die de Gemeenschap is aangegaan in het kader van de Algemene overeenkomst inzake tarieven en handel (GATT). Het behoeft nauwelijks betoog, dat Eridania hierbij uit het oog verliest dat deze keuzes, die tot de ruime beoordelingsbevoegdheid behoren die de Raad is toegekend bij het sturen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid, behoudens klaarblijkelijke fouten niet door de rechter kunnen worden getoetst.
57. Dezelfde fout maakt Eridania wanneer zij beweert, dat de op Italië toegepaste regionalisatie in strijd zou zijn met het beginsel van communautaire preferentie. Zoals het Hof immers al oordeelde in zijn arrest van 14 juli 1994, Griekenland/Raad(8), "is die preferentie in geen geval een wettelijk vereiste waarvan schending de ongeldigheid van de betrokken handeling meebrengt".
Conclusie
58. Ik kan dan ook alleen maar constateren, dat geen van de klachten gericht tegen de geldigheid van verordening nr. 1188/97 gegrond is. Ik geef het Hof dan ook in overweging om, zowel gelet op mijn inleidende opmerkingen als op de door mij gemaakte gevolgtrekking, de vragen van de Giudice di pace te Genova onder verwijzing naar het arrest van 6 juli 2000 in zaak C-289/97, Eridania, te beantwoorden als volgt:
"Bij onderzoek van de gestelde vragen is niet gebleken van feiten of omstandigheden die de geldigheid kunnen aantasten van verordening (EG) nr. 1188/97 van de Raad van 25 juni 1997 tot vaststelling voor het verkoopseizoen 1997/1998 van de afgeleide interventieprijzen voor witte suiker, de interventieprijs voor ruwe suiker, de minimumprijzen voor A- en B-suikerbieten, alsmede het bedrag van de vergoeding voor de verevening van de opslagkosten, en van verordening (EEG) nr. 1785/81 van de Raad van 30 juni 1981 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector suiker."
(1) - Nog niet gepubliceerd in Jurisprudentie.
(2) - Verordening van 25 juni 1997 tot vaststelling voor het verkoopseizoen 1997/1998 van de afgeleide interventieprijzen voor witte suiker, de interventieprijs voor ruwe suiker, de minimumprijzen voor A- en B-suikerbieten alsmede het bedrag van de vergoeding voor de verevening van de opslagkosten (PB L 170, p. 3).
(3) - PB L 177, p. 4.
(4) - PB L 110, p. 1.
(5) - PB L 206, p. 9.
(6) - PB L 106, p. 9.
(7) - PB C 101, p. 6.
(8) - (C-353/92, Jurispr. blz. I-3411, r.o. 50).
Full & Egal Universal Law Academy