Conclusie van de advocaat generaal
1 In dit beroep op grond van artikel 169, tweede alinea, EG-Verdrag, wenst de Commissie van de Europese Gemeenschappen door het Hof te zien vastgesteld, dat de Helleense Republiek, door niet binnen de gestelde termijn de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen - of, subsidiair, aan de Commissie mee te delen - om te voldoen aan richtlijn 92/101/EEG van de Raad van 23 november 1992 tot wijziging van richtlijn 77/91/EEG betreffende de oprichting van de naamloze vennootschap, alsook de instandhouding en wijziging van haar kapitaal(1), de krachtens het EG-Verdrag en die richtlijn op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen.
2 Artikel 3 van deze richtlijn bepaalt: "De lidstaten dienen voor 1 januari 1994 de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om aan deze richtlijn te voldoen. Zij stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis."
3 De Helleense Republiek erkent, dat richtlijn 92/101 nog niet in haar rechtsstelsel is omgezet. Evenwel is een ontwerp-presidentieel decreet in voorbereiding, waarbij de nationale wetgeving aan de richtlijn zal worden aangepast.
4 Nu ontegenzeglijk en onweersproken vaststaat, dat de omzetting van richtlijn 92/101 niet binnen de daarin gestelde termijn heeft plaatsgevonden, moet het beroep van de Commissie worden toegewezen.(2)
Conclusie
5 Ik geef het Hof daarom in overweging om het beroep van de Commissie toe te wijzen en
1) vast te stellen dat de Helleense Republiek, door niet binnen de gestelde termijn de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen om te voldoen aan richtlijn 92/101/EEG van de Raad van 23 november 1992 tot wijziging van richtlijn 77/91/EEG betreffende de oprichting van de naamloze vennootschap, alsook de instandhouding en wijziging van haar kapitaal, de krachtens genoemde richtlijn op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen;
2) de Helleense Republiek te verwijzen in de kosten.
(1) - PB L 347, blz. 64.
(2) - Zie in deze zin onder meer arrest van 29 oktober 1998, Commissie/Luxemburg (C-410/97, Jurispr. blz. I-6813).
Full & Egal Universal Law Academy