Conclusie van de advocaat generaal
1 Richtlijn 95/21/EG van de Raad betreffende de naleving, met betrekking tot de schepen die gebruikmaken van havens in de Gemeenschap en varen in de onder de jurisdictie van de lidstaten vallende wateren, van internationale normen op het gebied van de veiligheid van schepen, voorkoming van verontreiniging en leef- en werkomstandigheden aan boord (havenstaatcontrole)(1), is vastgesteld op 19 juni 1995. Artikel 20, lid 1, ervan bepaalt: "De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk op 30 juni 1996 aan deze richtlijn te voldoen. Zij stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis."
2 Daar zij geen enkel bericht had ontvangen over de implementatie van de richtlijn door Italië, nodigde de Commissie overeenkomstig artikel 169 EG-Verdrag (thans artikel 226 EG) de Italiaanse regering uit, haar opmerkingen kenbaar te maken.
3 Op 30 april 1997 deed de Italiaanse regering de Commissie weten, dat richtlijn 95/21 was opgenomen in bijlage D van het ontwerp van communautaire wet 1995-1996.
4 Van mening dat geen maatregelen tot implementatie van de richtlijn waren getroffen, zond de Commissie de Italiaanse regering op 24 november 1997 een met redenen omkleed advies in de zin van artikel 169 van het Verdrag, waarin zij haar uitnodigde die maatregelen binnen twee maanden te treffen.
5 Op 13 februari 1998 zonden de Italiaanse autoriteiten de Commissie een ontwerp-uitvoeringsverordening; op 26 mei 1998 deelden zij haar mee, dat wet nr. 128(2) op 24 april 1998 was vastgesteld. In bijlage D bij die wet werd, naast een aantal andere nog bij ministeriële verordeningen uit te voeren richtlijnen, ook richtlijn 95/21 vermeld.
6 Op 12 augustus 1998 stelde de Commissie het onderhavige beroep in. Zij verzoekt het Hof vast te stellen dat de Italiaanse Republiek, door niet de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen ten uitvoering van richtlijn 95/21 vast te stellen, de krachtens die richtlijn en het EG-Verdrag op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen, met verwijzing van de Italiaanse Republiek in de kosten.
7 Als verweer voert de Italiaanse regering aan, dat de verplichtingen ingevolge het Memorandum van overeenstemming inzake havenstaatcontrole, ondertekend te Parijs op 26 januari 1982, en de desbetreffende resoluties van de Internationale Maritieme Organisatie, die in wezen de inhoud van de richtlijn vormen, in Italië zijn uitgevoerd door middel van een reeks circulaires uit de jaren 1977-1998 van het Ministerie van Koopvaardij en het Ministerie van Vervoer en Scheepvaart. Voorts verklaart zij, dat de procedure tot vaststelling van de uitvoeringsverordening van richtlijn 95/21 zich in een gevorderd stadium bevindt.
8 Wat de door de Italiaanse regering genoemde en overgelegde circulaires betreft, heeft het Hof steeds geoordeeld, dat eenvoudige administratieve praktijken, die naar hun aard volgens goeddunken van de administratie kunnen worden gewijzigd en waaraan onvoldoende bekendheid is gegeven, niet zijn te beschouwen als een correcte uitvoering van verplichtingen ingevolge het Verdrag.(3) De hier bedoelde circulaires vallen in die categorie en de Italiaanse regering kan er zich derhalve niet op beroepen.
9 Wat de ontwerp-uitvoeringsverordening betreft, alsook de omstandigheid dat richtlijn 95/21 genoemd wordt in bijlage D bij wet nr. 128 van 24 april 1998, is het voorts vaste rechtspraak van het Hof, dat de vraag of een lidstaat zijn verplichtingen al dan niet is nagekomen, moet worden beoordeeld naar de situatie bij afloop van de in het met redenen omkleed advies gestelde termijn.(4) Dus ook indien de richtlijn door middel van die maatregelen ten uitvoer zou zijn gelegd, kunnen zij in deze zaak toch niet in aanmerking worden genomen.
Conclusie
10 Mitsdien geef ik het Hof in overweging:
1) vast te stellen dat de Italiaanse Republiek, door niet de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen om te voldoen aan richtlijn 95/21/EG van de Raad van 19 juni 1995 betreffende de naleving, met betrekking tot de schepen die gebruikmaken van havens in de Gemeenschap en varen in de onder de jurisdictie van de lidstaten vallende wateren, van internationale normen op het gebied van de veiligheid van schepen, voorkoming van verontreiniging en leef- en werkomstandigheden aan boord (havenstaatcontrole), de krachtens die richtlijn en het EG-Verdrag op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen;
2) de Italiaanse Republiek te verwijzen in de kosten van de procedure.
(1) - PB L 157, blz. 1.
(2) - De zogenoemde "communautaire wet 1995-1997", Gewoon supplement GURI nr. 88 van 7 mei 1998.
(3) - Zie, laatstelijk, arrest van 16 december 1997, Commissie/Italië (C-136/96, Jurispr. blz. I-7321, punt 16).
(4) - Ibid., punt 14.
Full & Egal Universal Law Academy