Conclusie van de advocaat generaal
1 Met dit beroep vraagt de Commissie van de Europese Gemeenschappen het Hof, vast te stellen dat de Helleense Republiek, door niet binnen de gestelde termijn de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen om te voldoen aan richtlijn 93/43/EEG van de Raad van 14 juni 1993 inzake levensmiddelenhygiëne(1) (hierna: "richtlijn"), de krachtens die richtlijn op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen.
2 Volgens artikel 16 van de richtlijn moesten de lidstaten bedoelde wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen binnen 30 maanden na de kennisgeving van de richtlijn, dat wil zeggen uiterlijk op 14 december 1995, in werking doen treden. Volgens hetzelfde artikel moesten zij die bepalingen onverwijld aan de Commissie meedelen.
3 Omdat zij geen enkele mededeling over de implementatie van de richtlijn in Griekenland had ontvangen, leidde de Commissie de precontentieuze procedure van artikel 169 EG-Verdrag (thans artikel 226 EG) in.
4 Bij brief van 27 februari 1996 stelde zij de Helleense Republiek in gebreke en nodigde zij haar uit binnen twee maanden opmerkingen te maken.
5 Bij brief van 14 mei 1996 deelde de Griekse regering mee, dat de regeling tot uitvoering van de richtlijn in voorbereiding was.
6 Op 23 december 1996 zond de Commissie een met redenen omkleed advies aan de Helleense Republiek, waarin deze werd uitgenodigd binnen twee maanden aan de richtlijn te voldoen.
7 Toen niet op dit advies werd gereageerd, stelde de Commissie het onderhavige beroep in.
8 Hoewel zij concludeert tot verwerping van het beroep, betwist de Helleense Republiek het tegen haar ingebrachte bezwaar niet. In haar verweerschrift merkt zij immers op, dat de uitvoeringsregeling binnenkort door de bevoegde ministers zal worden ondertekend.
9 Ik nodig het Hof derhalve uit om, in de lijn van zijn rechtspraak(2), het beroep van de Commissie toe te wijzen.
10 Volgens artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering wordt de in het ongelijk gestelde partij in de kosten verwezen indien dat is gevorderd. Daar de Helleense Republiek in het ongelijk is gesteld, moet zij worden verwezen in de kosten, zoals de Commissie heeft gevorderd.
Conclusie
11 Gelet op het voorgaande geef ik het Hof in overweging:
1) vast te stellen dat de Helleense Republiek, door niet binnen de gestelde termijn de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen om te voldoen aan richtlijn 93/43/EEG van de Raad van 14 juni 1993 inzake levensmiddelenhygiëne, de krachtens die richtlijn op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen;
2) de Helleense Republiek te verwijzen in de kosten van de procedure.
(1) - PB L 175, blz. 1.
(2) - Zie bijvoorbeeld arresten van 15 oktober 1998, Commissie/België (C-283/97, Jurispr. blz. I-6081), en Commissie/Griekenland (C-386/97, Jurispr. blz. I-6127).
Full & Egal Universal Law Academy