Conclusie van de advocaat generaal
1. Deze zaak betreft een verzoek van de Appeal Commissioners, Ierland, om een prejudiciële beslissing over een onderwerp dat reeds in de zaak Peacock aan de orde was, namelijk de indeling voor douanedoeleinden van apparatuur die wordt gebruikt om computers in lokale netwerken (LAN's") onderling te verbinden. Aangezien dergelijke apparatuur niet enkel in zuiver lokale computernetwerken kan functioneren, kan zij meer algemeen worden omschreven als netwerkapparatuur".
2. Terwijl de zaak Peacock enkel een bepaalde soort apparatuur netwerkkaarten" betrof, waarvoor in de relevante periode geen gemeenschapsregeling bestond, wordt in de onderhavige zaak een vraag gesteld over de indeling van 58 met name genoemde apparaten, die in de voor de nationale procedure relevante periode kennelijk expliciet of naar analogie onder het toepassingsgebied vallen van Commissieverordeningen waarbij zij in de gecombineerde nomenclatuur (hierna: GN") zijn ingedeeld, en in het bijzonder over de geldigheid van die verordeningen zelf.
Feitelijke en juridische context van het geding
De aard van computernetwerken
3. Alvorens nader op de omstandigheden van de zaak in te gaan, is het wellicht nuttig ons een beeld te vormen van de algemene aard van computernetwerken. In de loop van het geding zijn hierover een aantal bijzonder nuttige opmerkingen gemaakt en meer informatie is voor het grote publiek beschikbaar op het grootste aller netwerken, het internet, waaruit ik eveneens informatie heb geput.
4. De eerste computers waren alleenstaande toestellen en de onderlinge uitwisseling van gegevens vond plaats via gegevensdragers. Computers konden worden verbonden met randapparatuur, waarmee gegevens konden worden ingevoerd en uitgevoerd tot de vroegste soorten behoorden printers, toetsenborden en beeldschermen. Aangezien deze computers vele bewerkingen tegelijkertijd aankonden, werden sommige ervan op een gegeven ogenblik voorzien van terminals zonder eigen verwerkingscapaciteit; via deze terminals konden verschillende gebruikers instructies geven aan de centrale verwerkingseenheid en kennisnemen van de resultaten.
5. De eerste computers waren groot en sommige zijn dat nog steeds. Dankzij de vooruitgang in de informatietechnologie hebben de huidige grote machines evenwel een veel grotere verwerkings- en opslagcapaciteit dan hun voorgangers van vergelijkbare omvang. Zo ook beschikken veel kleinere machines thans over een aanzienlijke capaciteit en zijn zij in veel huishoudens en kantoren in de ontwikkelde wereld gemeengoed geworden. Over het algemeen beschikt iedereen er op het werk over een eigen PC met eigen verwerkings- en opslagcapaciteit.
6. In de werkomgeving zijn afzonderlijke computers vaak zodanig onderling verbonden, dat zij gebruik kunnen maken van elkaars verwerkings- en opslagcapaciteit, bepaalde invoer- en uitvoerapparatuur met elkaar delen en gegevens kunnen uitwisselen. In het bijzonder kunnen werkstations gezamenlijk gebruik maken van printers en toegang geven tot grotere mainframes die grotere hoeveelheden informatie kunnen opslaan en verwerken.
7. Het is dus niet ongebruikelijk dat computers onderling in een netwerk worden verbonden. De kleinste netwerken, die gewoonlijk een enkel gebouw of een gebouwencomplex bestrijken, worden LAN's genoemd. Grotere gebieden kunnen worden bestreken door MAN's (metropolitan area networks of agglomeratienetwerken) en WAN's (wide area networks). Verschillende netwerken kunnen worden verbonden, zodat onderlinge communicatie mogelijk is; uiteindelijk staat het merendeel van deze netwerken (samen met vele thuiscomputers) wereldwijd met elkaar in verbinding en vormen zij samen het internet.
8. De fysieke verbinding tussen machines kan verschillende vormen aannemen, waaronder infrarode stralen. Meestal wordt er evenwel een soort kabel gebruikt binnen LAN's is dat gewoonlijk een coaxkabel, een kabel met getwiste aderparen of een glasvezelkabel. Om via de kabel te kunnen communiceren, moet elke computer beschikken over een netwerkkaart van het type dat in de zaak Peacock aan de orde was.
9. Bij WAN's of bij de onderlinge verbinding van geografisch gescheiden netwerken dient over het algemeen een deel van de communicatie te geschieden via een gehuurde of openbare telecommunicatielijn. Ten gevolge van technologische verschillen tussen computernetwerken en telecommunicatiesytemen diende deze communicatie aanvankelijk steeds te verlopen via een modem (modulator-demodulator), die digitale signalen, gebruikt door de meeste computers, aan beide uiteinden van een telecommunicatielijn omzet in analoge en omgekeerd. Vandaag de dag worden in telecommunicatienetwerken evenwel vaak digitale technieken toegepast en is niet meer steeds een modem vereist.
10. Een specifiek verschil tussen telecommunicatie- en LAN-technologie is dat bij eerstgenoemde voor elke communicatie een point-to-point-verbinding tussen de twee communicerende personen wordt gelegd. Is de communicatie beëindigd, dan wordt het contact verbroken" en staan de betrokkenen niet meer met elkaar in verbinding. In een LAN daarentegen staan alle computers die deel uitmaken van het netwerk, constant met elkaar in verbinding. Een bericht van een van deze machines aan een andere wordt over het gehele netwerk verzonden", maar enkel door de geadresseerde machine of machines ontvangen.
11. Indien slechts twee computers onderling waren verbonden, zou wellicht een verbindingskabel tussen beide kunnen volstaan. Indien daarentegen vele machines onderling verbonden worden, waarbij elke machine toegang moet hebben tot alle andere, zal vanzelfsprekend op een gegeven ogenblik een of ander verdeelapparaat nodig zijn om de kabels onderling te verbinden. Aangezien signalen die via de kabel worden verzonden, zwakker en onduidelijker worden naarmate de afstand toeneemt, kan er ook apparatuur nodig zijn om deze signalen door te sturen, te versterken of te corrigeren. Indien netwerken met verschillende standaarden onderling worden verbonden, is er een apparaat nodig om tussen beide te vertalen" of simpelweg om twee verschillende soorten kabels te verbinden. Overschrijdt het netwerk een zekere omvang, dan is het niet meer praktisch om letterlijk elke computer permanent berichten te laten verzenden en te laten luisteren" naar elke andere computer. Het zal dan wenselijk zijn om met behulp van apparatuur een LAN in kleinere, eenvoudiger te besturen onderdelen (vaak gekend als virtuele LAN's of VLAN's, een term die ook wordt gebruikt om groepen afzonderlijke netwerken aan te duiden die als één netwerk functioneren) te verdelen, waarbij berichten enkel naar die onderdelen worden verstuurd waar de geadresseerde componenten zich bevinden. Soms dient ook een oplossing te worden gezocht voor gevallen waarin verschillende machines van het netwerk tegelijkertijd trachten te communiceren en hun berichten met elkaar in botsing komen", of (in het bijzonder wanneer LAN's in verbinding staan met andere netwerken, waaronder het internet) voor gevallen waarin vermeden dient te worden dat bepaalde soorten berichten het netwerk binnendringen of verlaten.
12. LAN's en computernetwerken in het algemeen omvatten dus fysiek, naast de computers die er deel van uitmaken en de kabels tussen deze computers, diverse soorten apparatuur die volgens de beschrijving in de verwijzingsbeschikking verschillende taken kunnen vervullen, waaronder de controle, verwerking, formattering, routing, switching en bridging van informatie van een LAN-eenheid naar een andere. De bijlage bij de verwijzingsbeschikking omvat de volgende (geenszins uitputtende) lijst benamingen: repeater", router", bridge", concentrator", media interface module", hub", kanaalinterface", netwerkkaart", zend-en ontvangtoestel", adapter", multimedia access centre" en media filter".
13. Al deze apparaten vervullen weliswaar binnen de zojuist geschetste algemene context eigen, specifieke functies. Samengevat hebben zij als gezamenlijke taak, ervoor te zorgen dat alle toegelaten berichten, en alleen deze, het/de geadresseerde toestel(len) onvervormd en via de meest doeltreffende weg bereiken. Hiertoe vervullen zij, met gebruikmaking van verschillende technieken, een aantal taken, waaronder het controleren, corrigeren, regenereren en doorsturen van gegevens, het converteren van datatransmissies van de ene standaard in de andere en het filteren, omschakelen, (om)leiden, tijdelijk vasthouden of blokkeren van berichten. Alle in deze zaak aan de orde zijnde soorten apparaten vallen onder deze ruime categorie.
De douane-indeling van goederen
14. Binnen de Gemeenschap worden goederen voor douanedoeleinden ingedeeld overeenkomstig de GN, die is gebaseerd op het wereldwijd geharmoniseerde systeem (hierna: GS"), waarmee het volledig overeenstemt wat de posten en de uit zes cijfers bestaande subposten betreft; enkel de onderverdelingen met zeven en acht cijfers zijn eigen aan de GN. Het GS is ingevoerd onder auspiciën van de Werelddouaneorganisatie (hierna: WDO"), de vroegere Internationale Douaneraad.
15. Binnen de Werelddouaneorganisatie bestaat een Comité voor het geharmoniseerd systeem (hierna: GS-Comité"), waarin de Europese Gemeenschap, als partij bij het GS-Verdrag, door de Commissie wordt vertegenwoordigd. Het GS-Comité heeft onder meer als taak, wijzigingen van het GS voor te stellen en toelichtingen bij dit systeem, indelingsadviezen, andere adviezen over interpretatiekwesties alsook aanbevelingen voor te bereiden teneinde een eenvormige uitlegging en toepassing van het GS te verzekeren. Dergelijke toelichtingen, standpunten over indelingen, adviezen en aanbevelingen worden geacht automatisch door de Raad van de WDO te zijn goedgekeurd, tenzij een verdragspartij een heronderzoek vraagt. Hoewel deze toelichtingen en standpunten geen bindende kracht hebben, worden zij wel als overtuigend beschouwd.
Relevante GN-posten
16. In de GN en het GS worden computers omschreven als automatische gegevensverwerkende machines".
17. Post 8471 van de GN luidt als volgt: Automatische gegevensverwerkende machines en eenheden daarvoor; magnetische en optische lezers, machines voor het in gecodeerde vorm op dragers overzetten van gegevens en machines voor het verwerken van die gegevens, elders genoemd noch elders onder begrepen".
18. Aangezien het in casu voornamelijk gaat om de indeling onder de juiste tariefpost, lijkt het mij niet nodig in detail op de verschillende onderverdelingen in te gaan. Bovendien zijn het GS en de GN in de voor de onderhavige zaak relevante periode met ingang van 1 januari 1996 ingrijpend gewijzigd en zijn de onderverdelingen vóór en na deze datum niet aan elkaar gelijk. Ik volsta met de vaststelling, dat de betrokken onderverdelingen in beide periodes onder meer digitale gegevensverwerkende machines, digitale verwerkingseenheden, invoer- en uitvoereenheden, opslag- en andere" eenheden, alsook randeenheden omvatten.
19. Tot eind 1995 omvatte post 8517: Elektrische toestellen voor lijntelefonie en voor lijntelegrafie, die voor het overseinen met draaggolf daaronder begrepen". Post 8517 82 90 omvatte toestellen voor telegrafie, andere dan faxtoestellen en andere dan voor het overseinen met draaggolf.
20. Sinds 1 januari 1996 luidt post 8517 als volgt: Elektrische toestellen voor lijntelefonie en voor lijntelegrafie, lijntelefoontoestellen met draagbare draadloze hoorn en toestellen voor telecommunicatie met draaggolf of voor digitale telecommunicatie daaronder begrepen; videofoontoestellen". De meeste overeenkomst met de vroegere post 8517 82 90 vertoont de huidige post 8517 50 90, die toestellen (andere dan telefoontoestellen, videofoontoestellen, faxtoestellen, telexapparaten of schakelapparaten voor telefonie of telegrafie) voor digitale telecommunicatie omvat.
21. Ten slotte is tijdens de procedure voor het Hof, als gevolg van een beslissing van het GS-Comité kort vóór de zitting in de onderhavige zaak, de indeling onder een post voorgesteld die oorspronkelijk noch door de partijen, noch door de nationale rechter of de Commissie in overweging was genomen. Het gaat om de sluitpost 8543: Elektrische machines, apparaten en toestellen, met een eigen functie, niet genoemd of niet begrepen onder andere posten van dit hoofdstuk".
Richtlijnen voor de interpretatie van het GS en de GN
Algemene regels
22. Zowel het GS als de GN worden voorafgegaan door dezelfde zes algemene interpretatieregels, die in het geval van de GN door de gemeenschapswetgever zijn vastgesteld en dus gemeenschapsrechtelijk bindend zijn. Zij worden dan ook soms omschreven als de wettelijke regels".
23. Volgens regel 1 zijn [...] voor de indeling [...] wettelijk bepalend de bewoordingen van de posten en de aantekeningen op de afdelingen of op de hoofdstukken en voorzover dit niet in strijd is met de bewoordingen van bedoelde posten en aantekeningen de navolgende regels". Van deze navolgende regels" kunnen we de regels 3 en 4 in gedachten houden, hoewel zij mijns inziens, zoals hierna zal blijken, niet op de onderhavige zaak behoeven te worden toegepast.
24. Regel 3 is van toepassing wanneer goederen op het eerste gezicht vatbaar zijn voor indeling onder twee of meer posten. Deze regel is opgebouwd in drie stappen: a) de post met de meest specifieke omschrijving geniet de voorkeur; b) mengsels of samengestelde goederen waarvan de indeling niet mogelijk is aan de hand van het bepaalde onder a, worden ingedeeld naar de stof of naar het goed waaraan zij hun wezenlijk karakter ontlenen; c) in de gevallen waarin de indeling aan de hand van het bepaalde onder a en b niet mogelijk is, wordt de post toegepast die in volgorde van nummering het laatst is geplaatst.
25. Regel 4 bepaalt: Goederen die niet kunnen worden ingedeeld overeenkomstig de vorenstaande regels, worden ingedeeld onder de post die van toepassing is op de goederen waarmede zij de meeste overeenkomst vertonen".
26. De regels 2 en 5 betreffen gevallen die hier niet aan de orde zijn. Vermelding verdient ten slotte regel 6, die evenwel enkel van toepassing is op de indeling onder onderverdelingen, terwijl in casu dient te worden nagegaan onder welke post de betrokken goederen dienen te worden ingedeeld. In wezen wordt in deze regel op het niveau van de onderverdelingen hetzelfde beginsel toegepast als vervat in regel 1.
Aantekeningen bij afdelingen en hoofdstukken
27. Elke afdeling en, binnen elke afdeling, elk hoofdstuk van de nomenclatuur wordt voorafgegaan door een aantal specifiekere aantekeningen. In deze zaak zijn de aantekeningen bij de hoofdstukken 84 en 85 aan de orde, die op hun beurt deel uitmaken van afdeling XVI. De aantekeningen bij afdeling XVI en bij hoofdstuk 85 lijken niet van beslissend belang voor de onderhavige zaak; over aantekening 5 bij hoofdstuk 84 daarentegen is uitvoerig gediscussieerd.
28. Vóór 1996 luidde deze aantekening als volgt:
A. Voor de toepassing van post 8471 wordt onder ,automatische gegevensverwerkende machines verstaan:
a) digitale machines, die:
1) het verwerkingsprogramma of de verwerkingsprogramma's en ten minste de gegevens die voor de uitvoering van dit programma of deze programma's onmiddellijk noodzakelijk zijn, kunnen opslaan;
2) vrij kunnen worden geprogrammeerd overeenkomstig de behoeften van de gebruiker;
3) door de gebruiker te bepalen rekenkundige bewerkingen kunnen uitvoeren;
4) zonder menselijke tussenkomst een verwerkingsprogramma kunnen uitvoeren, waarbij zij in staat moeten zijn de uitvoering van het programma gedurende het verwerkingsverloop door logische beslissing te wijzigen;
[de punten b en c betreffen analoge respectievelijk hybride automatische gegevensverwerkende machines en zijn niet relevant voor deze zaak.]
B. Automatische gegevensverwerkende machines kunnen voorkomen als apparatuur, bestaande uit een variabel aantal zich in afzonderlijke omhullingen bevindende eenheden die deel uitmaken van het systeem. Een eenheid wordt als een deel van de complete apparatuur aangemerkt, indien zij aan alle hierna omschreven voorwaarden voldoet, te weten:
a) zij moet, hetzij rechtstreeks, hetzij door tussenschakeling van één of meer andere eenheden, op de centrale verwerkingseenheid kunnen worden aangesloten;
b) zij moet speciaal zijn ontworpen om van een dergelijk systeem deel uit te maken (zij moet, tenzij het een gestabiliseerde voedingseenheid betreft, bijvoorbeeld in staat zijn gegevens te ontvangen of te leveren in een vorm code of signalen die bruikbaar is voor het systeem).
Dergelijke afzonderlijk aangeboden eenheden worden eveneens onder post 8471 ingedeeld.
Machines die een automatische gegevensverwerkende machine bevatten of daarmede in samenhang worden gebruikt en een eigen functie vervullen, worden niet onder post 8471 ingedeeld. Dergelijke machines worden ingedeeld onder de post die overeenkomstig hun functie in aanmerking komt of, bij ontbreken daarvan, onder een sluitpost."
29. Aantekening 5 bij hoofdstuk 84 is met ingang van 1 januari 1996 gewijzigd. Punt A is ongewijzigd gebleven, maar de rest van de aantekening luidt voortaan als volgt:
B. Automatische gegevensverwerkende machines kunnen voorkomen in de vorm van systemen bestaande uit een variabel aantal afzonderlijke eenheden. Met inachtneming van het bepaalde in letter E hierna, wordt een eenheid als een deel van een compleet systeem aangemerkt, indien zij aan alle hierna omschreven voorwaarden voldoet, te weten:
a) zij moet van de soort zijn die uitsluitend of hoofdzakelijk wordt gebruikt in een automatisch gegevensverwerkend systeem;
b) zij moet, hetzij rechtstreeks, hetzij door tussenschakeling van een of meer andere eenheden, op de centrale verwerkingseenheid kunnen worden aangesloten; en
c) zij moet in staat zijn gegevens te ontvangen of te leveren in een vorm codes of signalen die bruikbaar is voor het systeem.
C. Afzonderlijk aangeboden eenheden van een automatische gegevensverwerkende machine worden onder post 8471 ingedeeld.
D. Afdrukkers, toetsenborden, invoertoestellen met X-Y-coördinaten en schijvengeheugeneenheden die voldoen aan het bepaalde in letter B, onder b en c, hiervoor, zijn in alle gevallen in te delen als eenheden bedoeld bij post 8471.
E. Machines die een eigen functie, andere dan automatische gegevensverwerking, vervullen en die een automatische gegevensverwerkende machine bevatten of daarmede in samenhang worden gebruikt, worden ingedeeld onder de post die overeenkomstig hun functie in aanmerking komt of, bij ontbreken daarvan, onder een sluitpost.
[...]"
Toelichtingen bij het GS
30. In de hierboven in punt 15 genoemde toelichtingen worden diverse definities gegeven die in de onderhavige zaak van nut kunnen zijn, onder meer van automatische gegevensverwerking, automatische gegevensverwerkende machines, automatische gegevensverwerkende systemen en elektrische toestellen voor lijntelefonie en voor lijntelegrafie. Voorzover nodig zal ik verder naar deze definities verwijzen.
31. Bijzondere aandacht verdient evenwel punt D van de toelichtingen, met betrekking tot post 8471, waarin wordt gesproken van afzonderlijk aangeboden eenheden die een wezenlijk bestanddeel van een gegevensverwerkend systeem vormen". Gedurende de gehele voor de onderhavige zaak relevante periode werd hierin onder meer het volgende bepaald:
Naast de centrale verwerkingseenheden en invoer- en uitvoereenheden kunnen van dergelijke eenheden worden genoemd:
[...]
4) besturings- en aanpassingseenheden, zoals die welke dienen om de verbinding van de centrale verwerkingseenheid enerzijds en andere digitale gegevensverwerkende machines of groepen invoer- of uitvoereenheden, waartoe ook visuele presentatie-eenheden, verre-eindstations, enz. kunnen behoren, anderzijds, tot stand te brengen.
Deze groep heeft eveneens betrekking op kanaalaanpassingseenheden die dienen om twee digitale systemen met elkaar te verbinden.
5) signaalomzetters. Deze zorgen, aan de invoerzijde, ervoor dat de ingevoerde signalen door de machine worden verstaan, terwijl ze aan de uitvoerzijde de behandelde signalen omzetten in signalen die verder extern kunnen worden gebruikt.
[...]"
32. Later, op de 26e zitting van het GS-Comité, die kort voor de zitting in deze zaak werd afgesloten, werd blijkbaar eenparig besloten om deze aantekening door middel van een corrigendum te wijzigen en de tweede alinea van punt 4 te vervangen door:
Deze groep heeft eveneens betrekking op routers, bridges en hubs die dienen om de communicatie tussen de machines in lokale netwerken (LAN's) te controleren en te sturen en kanaalaanpassingseenheden, die dienen om twee digitale systemen (bijv. twee LAN's) met elkaar te verbinden."
33. Tegelijkertijd werd een nieuwe, tweede alinea aan punt 5 toegevoegd:
Deze groep heeft eveneens betrekking op glasvezelconverters die in LAN's worden gebruikt."
Bindende tariefinlichtingen
34. Teneinde handelaars in de Gemeenschap eenzelfde mate van rechtszekerheid met betrekking tot de douane-indeling van goederen te bieden, is een systeem van bindende tariefinlichtingen ingevoerd, dat momenteel wordt geregeld in artikel 12 van het communautair douanewetboek.
35. Hierin wordt in wezen bepaald, dat handelaars de douaneautoriteiten van hun land om informatie over de indeling van specifieke goederen kunnen verzoeken. De verstrekte tariefinlichting bindt de douaneautoriteiten gedurende een termijn van zes jaar tegenover de verkrijger van de inlichting en ten aanzien van de goederen die overeenstemmen met de in de inlichting omschreven goederen, tenzij de inlichting om een aantal welbepaalde redenen haar geldigheid verliest.
36. Indien de inlichting haar geldigheid verliest doordat zij wordt ingetrokken of gewijzigd, mag de verkrijger ervan zich nog gedurende een periode van zes maanden op deze inlichting beroepen; indien zij haar geldigheid verliest ten gevolge van de vaststelling van een verordening waarmee zij niet in overeenstemming is, kan in deze verordening een termijn worden vastgesteld gedurende welke nog een beroep kan worden gedaan op de inlichting.
Toepasselijke indelingsregels
37. Krachtens de artikelen 9 en 10 van verordening nr. 2658/87 kan de Commissie verordeningen betreffende de indeling van goederen onder de GN vaststellen.
38. Verordening nr. 1638/94 is vastgesteld op 5 juli 1994 en in werking getreden op 28 juli 1994. Bij deze verordening zijn de volgende goederen ingedeeld onder subpost 8517 82 90 van de GN (toestellen voor telegrafie, andere dan faxtoestellen en andere dan voor het overseinen met draaggolf):
1. Een aanpassingseenheid (adapter), aangebracht in een behuizing [...]
Het toestel (adapter) draagt zorg voor de overbrenging van gegevens, met een snelheid van 10 Mbps (megabits per seconde), tussen meerdere automatische gegevensverwerkende machines in een digitaal netwerk.
2. Een verbindingseenheid, aangebracht in een behuizing [...]
De eenheid zorgt voor de onderlinge digitale verbinding van twee netwerken van verschillende aard en voorziet in de gegevensuitwisseling tussen beide systemen.
3. Een zend- en ontvangtoestel, aangebracht in een behuizing [...]
Met dit toestel kunnen in totaal vier adapters aan een 50 Mbps (megabits per seconde)-netwerk worden aangesloten voor de digitale gegevensuitwisseling."
39. Deze indeling was volgens de verordening vastgesteld op basis van de algemene regels 1 en 6 voor de interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur, aantekening 5 op hoofdstuk 84, alsmede de tekst van de GN-codes 8517, 8517 82 en 8517 82 90".
40. Verordening nr. 1165/95 is vastgesteld op 23 mei 1995 en in werking getreden op 14 juni 1995. Bij deze verordening zijn, om dezelfde redenen als aangehaald in verordening nr. 1638/94, onder titel 8517 82 90 ingedeeld:
4. Een aanpassingseenheid (adapter) voor het gebruik in via kabels verbonden digitale automatische gegevensverwerkende machines die het mogelijk maakt om gegevens via een lokaal netwerk (LAN) zonder gebruikmaking van een modem uit te wisselen.
Met een dergelijke kaart kan een automatische gevensverwerkende machine worden gebruikt als een invoer-/uitvoereenheid voor een andere machine of voor een centrale verwerkingseenheid.
[...]"
41. Deze beschrijving stemt overeen met die van de netwerkkaarten die in de zaak Peacock aan de orde waren.
42. Volgens artikel 2 van de verordeningen nr. 1638/94 en nr. 1165/95 kon gedurende drie maanden een beroep worden gedaan op de door de douaneautoriteiten van de lidstaten verstrekte bindende tariefinlichting die niet in overeenstemming was met de indeling van deze verordeningen.
De feiten
43. Cabletron Systems Ltd (hierna: Cabletron"), appellante in het hoofdgeding, voert van buiten de Gemeenschap de hierboven in punt 12 genoemde apparatuur in Ierland in.
44. In 1993 deelden de Revenue Commissioners de Ierse instantie bevoegd voor douaneaangelegenheden en verweerders in het hoofdgeding op Cabletrons verzoek een bindende tariefinlichting mee, waarbij 43 soorten apparaten onder post 8471 99 10 van de GN (andere randeenheden voor automatische gegevensverwerkende machines) werden ingedeeld. Voor al deze gevallen werd als rechtvaardigingsgrond voor de indeling van de goederen" verwezen naar de algemene regels 1 en 6 en aantekening 5 B bij hoofdstuk 84.
45. Na de vaststelling van de verordeningen nr. 1638/94 en nr. 1165/95 werden deze bindende tariefinlichtingen door de Revenue Commissioners ingetrokken en vervangen door andere inlichtingen, waarbij de betrokken goederen onder post 8517 82 90 (elektrische toestellen voor lijntelegrafie, andere dan faxtoestellen) werden ingedeeld. Als grond voor deze herziening werden aantekening 5 B, laatste lid, bij hoofdstuk 84 en de tekst van de verordeningen aangehaald. Een aantal goederen waren uitdrukkelijk gedekt door de verordeningen, terwijl andere volgens de Revenue Commissioners voldoende overeenstemming daarmee vertoonden, zodat dezelfde indeling naar analogie kon worden toegepast.
46. Na de wijziging van de GN werden de goederen in 1996 door de Revenue Commissioners onder de nieuwe post 8517 50 90 (andere toestellen voor digitale telecommunicatie) ingedeeld. Later dat jaar hebben zij op Cabletrons verzoek om indeling van 22 soorten apparaten bindende tariefinlichtingen afgegeven, waarbij 16 soorten goederen onder post 8517 50 90 werden ingedeeld en de overige 6 aan bestaande tariefinlichtingen onderworpen bleven, aangezien de basis voor de indeling ervan ongewijzigd was gebleven.
47. Aangezien het douanetarief voor post 8517 op dat ogenblik aanzienlijk hoger was dan voor post 8471, stelde Cabletron beroep in bij de Appeal Commissioners tegen de indeling door de Revenue Commissioners.
Verzoek om een prejudiciële beslissing
48. Voor de Appeal Commissioners stelde Cabletron in het kort: (i) dat veel van de betrokken goederen niet beantwoordden aan de definities van de verordeningen nr. 1638/94 en nr. 1165/95, maar onder post 8471 dienden te worden ingedeeld, en (ii) dat de indeling bij deze verordeningen van adapters, verbindingseenheden, zend- en ontvangtoestellen en netwerkkaarten onder post 8517 op een kennelijk onjuiste interpretatie van het GS berustte, aangezien dergelijke goederen gelet op de fysieke beschrijving en het doel ervan onder post 8471 dienden te worden ingedeeld. De Revenue Commissioners voerden aan, dat de door hen toegepaste indeling niet op een kennelijke fout berustte en in overeenstemming was met de verordeningen nr. 1638/94 en nr. 1165/95, het gemeenschappelijk douanetarief en de douanepraktijk van de Europese Gemeenschap. Tijdens een hoorzitting, die kennelijk acht dagen duurde, riepen beide partijen getuigen-deskundigen op ter bevestiging van hun standpunt.
49. De Appeal Commissioners hebben zowel ten aanzien van de feiten als ten aanzien van de rechtsvragen ten gunste van Cabletron beslist. Na de deskundigen te hebben gehoord, aanvaardden zij in wezen, dat alle betrokken goederen enkel voor het gebruik in LAN's zijn ontworpen en vervaardigd en dat LAN's, die als distibutieve computersystemen fungeren, voor de toepassing van aantekening 5 B bij hoofdstuk 84 van de GN automatische gegevensverwerkende machines in de vorm van een systeem zijn. Alle betrokken soorten apparaten voldoen aan de in deze aantekening gegeven definitie van een eenheid, maar kunnen niet worden gebruikt in een telecommunicatiesysteem, waarin andere technieken worden toegepast.
50. De Appeal Commissioners zijn evenwel van oordeel, dat de uitkomst van het geding afhangt van vragen over het gemeenschapsrecht en hebben de volgende prejudiciële vragen gesteld:
1) Is verordening nr. 1638/94 geldig, voorzover daarbij de in de punten 1, 2 en 3 van de bijlage bij deze verordening beschreven goederen onder GN-code 8517 82 90 worden ingedeeld?
2) Is verordening nr. 1165/95 geldig, voorzover daarbij de in punt 4 van de bijlage bij deze verordening beschreven goederen onder GN-code 8517 82 90 worden ingedeeld?
3) Moet de gecombineerde nomenclatuur aldus worden uitgelegd, dat de in de bijlage hierbij genoemde goederen als automatische gegevensverwerkende machines en eenheden daarvoor; magnetische en optische lezers, machines voor het in gecodeerde vorm op dragers overzetten van gegevens en machines voor het verwerken van die gegevens, elders genoemd noch elders onder begrepen" (i) hetzij na 1 januari 1996, (ii) hetzij tussen 28 april 1993 en 31 december 1995, (iii) hetzij in beide periodes onder tariefpost 8471 moeten worden ingedeeld?
4. Indien een van de onderdelen van de derde vraag voor een of meerdere van de in de bijlage hierbij genoemde goederen ontkennend moet worden beantwoord, moet de gecombineerde nomenclatuur dan aldus worden uitgelegd, dat deze goederen vóór 1 januari 1996 als elektrische toestellen voor lijntelefonie en voor lijntelegrafie, die voor het overseinen met draaggolf daaronder begrepen" of na 1 januari 1996 als elektrische toestellen voor lijntelefonie en voor lijntelegrafie, lijntelefoontoestellen met draagbare draadloze hoorn en toestellen voor telecommunicatie met draaggolf of voor digitale telecommunicatie daaronder begrepen; videofoontoestellen" onder tariefpost 8517 moeten worden ingedeeld?
51. In de bijlage bij de verwijzingsbeschikking worden 58 goederen genoemd, zonder nadere beschrijving. Cabletron heeft bij haar schriftelijke opmerkingen kopieën overgelegd van de voor deze goederen afgegeven bindende tariefinlichtingen, die een korte beschrijving van deze goederen bevatten, samen met kopieën van uitgebreidere beschrijvingen van twintig van deze goederen.
De overeenkomst inzake informatietechnologie
52. Op 13 december 1996 is te Singapore de overeenkomst inzake de handel in informatietechnologieproducten (hierna: ITO") gesloten, die in 1997 in werking is getreden. De partijen bij deze overeenkomst, waaronder de Europese Gemeenschap, nemen samen 90 % van de wereldhandel in informatietechnologieproducten voor hun rekening.
53. Deze overeenkomst voorziet in de wederzijdse afschaffing van alle douanerechten op informatietechnologieproducten tegen 1 januari 2000, met progressieve verminderingen in 1997, 1998 en 1999. De Gemeenschap heeft bijgevolg met ingang van 1 januari 2000 het conventioneel recht voor alle onderverdelingen van de posten 8471 en 8517 afgeschaft.
54. De ITO heeft betrekking op de GS-posten 8471 en 8571 en de verdere onderverdelingen ervan, alsook, onder andere, op alle netwerkapparatuur: apparatuur voor lokale netwerken (LAN's) en wide area networks (WAN's), met inbegrip van producten die uitsluitend of hoofdzakelijk bestemd zijn voor de onderlinge verbinding van automatische gegevensverwerkende machines en eenheden daarvan in een netwerk dat voornamelijk dient voor het gezamenlijke gebruik van bronnen zoals centrale verwerkingseenheden, opslagapparatuur en invoer- of uitvoerapparatuur met inbegrip van adapters, hubs, in-line repeaters, converters, concentrators, bridges en routers en platen met gedrukte schakelingen, die in automatische gegevensverwerkende machines dienen te worden aangebracht en eenheden daarvan", ongeacht hun indeling in het GS.
Het arrest Peacock
55. Op 19 oktober 2000, nadat de schriftelijke procedure in de onderhavige zaak was afgesloten, oordeelde het Hof, dat aantekening 5 B bij hoofdstuk 84 van de GN (in de vóór 1 januari 1986 geldende versie) zich niet verzette tegen de indeling onder post 8471 van netwerkkaarten die zijn bestemd om in automatische gegevensverwerkende machines te worden geïnstalleerd, en dat die kaarten dus tussen juli 1990 en mei 1995, als eenheden van dergelijke machines, onder post 8471 moesten worden ingedeeld.
56. Het Hof was in het bijzonder van oordeel, dat netwerkkaarten uitsluitend [zijn] bestemd voor automatische gegevensverwerkende machines, [...] rechtstreeks daarop [zijn] aangesloten, en [dat] hun functie erin [bestaat] gegevens te leveren en te ontvangen in een voor die machines bruikbare vorm. Netwerkkaarten zijn dus vergelijkbaar met ieder ander middel waarmee een automatische gegevensverwerkende machine gegevens ontvangt of levert, in die zin dat zij geen functie vervullen die zij zonder een dergelijke machine zouden kunnen uitoefenen." Derhalve konden deze kaarten niet op grond van het laatste lid van aantekening 5 B bij hoofdstuk 84 van de GN van post 8471 worden uitgesloten, aangezien zij geen eigen functie vervullen. Zij voldoen evenwel aan alle in deze aantekening gestelde voorwaarden voor eenheden", aangezien zij op de centrale eenheid kunnen worden aangesloten en speciaal zijn ontworpen om van een automatisch gegevensverwerkend systeem deel uit te maken".
De 26e zitting van het GS-Comité
57. Ik heb reeds verwezen naar twee wijzigingen die op de 26e zitting van het GS-comité in november 2000, kort voor de terechtzitting in deze zaak, in de toelichtingen zijn aangebracht. Tijdens die zitting zijn nog een aantal andere beslissingen genomen die relevant zijn voor de die hier aan de orde zijnde indelingen en die tijdens de mondelinge behandeling zijn besproken.
58. In de eerste plaats werd besloten LAN-repeaters onder post 8543 elektrische machines, apparaten en toestellen, met een eigen functie, niet genoemd of niet begrepen onder andere posten van dit hoofdstuk in te delen, nadat de afgevaardigden van de Verenigde Staten en de Europese Gemeenschap het niet eens waren geworden over de vraag, of een onderscheid kon worden gemaakt tussen repeaters gebruikt in computernetwerken en repeaters in telecommunicatiesystemen. Het comité besliste met 16 stemmen tegen 13 om LAN repeaters niet onder post 8471 in te delen. Vervolgens stelde het zich op het standpunt dat kennelijk zonder stemming werd aanvaard dat aangezien deze repeaters niet voor lijntelefonie of lijntelegrafie konden worden gebruikt, zij onder de sluitpost 8543, meer bepaald onder de sluitpost 8543 89 (andere"), moesten worden ingedeeld.
59. In de tweede plaats werd bij eenparigheid beslist om transmissiebesturingscomputers of routers (met inbegrip van ,LAN bridges)", Synchronous-Network-Architecture (SNA) clusterbesturingseenheden (met inbegrip van afstandsbedieningen)", Multistation access units, die passieve local area network (LAN) hubs zijn" en glasvezelconverters" die in LAN's worden gebruikt, overeenkomstig aantekening 5 B bij hoofdstuk 84 eveneens onder subpost 8471 80 in te delen, aangezien aantekening 5 E hierop niet van toepassing was. Soortgelijke beslissingen waren reeds voordien, in 1997 en 1998, bij meerderheid genomen, maar de Commissie had daarbij een voorbehoud gemaakt voor de Gemeenschap, waardoor deze beslissingen niet in werking waren getreden. De beslissing van november 2000 is evenwel kennelijk bij eenparigheid genomen.
60. Tenslotte werd met 25 stemmen tegen 5 beslist om de ENW-9500-Fast Ethernet Adapter" onder subpost 8471 80 in te delen. Dergelijke goederen vertonen gelijkenis met die welke door het Hof in de zaak Peacock onder post 8471 zijn ingedeeld.
Procedure voor het Hof
61. Er zijn schriftelijke opmerkingen ingediend door de partijen in het hoofdgeding, de Nederlandse regering en de Commissie. Cabeltron, de Revenue Commissioners en de Commissie hebben ter terechtzitting pleidooi gehouden.
Beoordeling
62. Er dient meteen te worden opgemerkt, dat het hof onmogelijk een uitspraak kan doen over de precieze aard van alle 58 betrokken goederen. De Appeal Commissioners hebben hierover uitvoerige getuigenverklaringen gehoord en een aantal feitelijke vaststellingen verricht. Er zijn in deze zaak verschillende verklaringen afgelegd, maar het is niet de eigenlijke taak van het Hof om over dit soort zaken uitspraak te doen. Het staat enkel aan de nationale rechter om de aard van de in te delen goederen vast te stellen.
63. Tijdens de mondelinge behandeling is evenwel gebleken, dat zowel Cabletron, de Revenue Commissioners als de Commissie het eens zijn met de opvatting van de Appeal Commissioners, dat alle betrokken goederen zijn bestemd voor gebruik in een LAN, en Cabletrons verklaring dat de partijen het ook erover eens zijn dat een LAN een automatische gegevensverwerkende machine in de vorm van een systeem is, is evenmin tegengesproken.
64. Ik zal bij de beoordeling van de zaak uitgaan van deze veronderstelling.
65. Verder zijn de partijen het erover eens dat op enkele mogelijke uitzonderingen na, die als gevolg van de recente beslissing van het GS-Comité over de indeling van repeaters onder post 8543 zouden kunnen vallen alle betrokken goederen hetzij onder post 8471 hetzij onder post 8517 moeten worden ingedeeld. Ik zal de zaak vanuit deze invalshoek benaderen en voorlopig in het midden laten, of deze goederen onder post 8543 kunnen worden ingedeeld.
66. De Revenue Commissioners, de Nederlandse regering en de Commissie stelden aanvankelijk in wezen, dat de betrokken goederen, hoewel zij voldoen aan alle criteria voor eenheden van gegevensverwerkende machines in de vorm van een systeem in de zin van aantekening 5 B bij hoofdstuk 84, niettemin door de laatste alinea van deze aantekening (of, na 1 januari 1996, door aantekening 5 E) van post 8471 zijn uitgesloten, omdat zij een eigen functie (andere dan gegevensverwerking) vervullen, namelijk telecommunicatie in de vorm van gegevensoverdracht.
67. Dit was de situatie vóór het arrest Peacock.
68. Sinds dit arrest staat vast, dat netwerkapparatuur die beantwoordt aan de definitie van eenheden" in aantekening 5 B, niet kan worden geacht een eigen functie" te vervullen waardoor zij van post 8471 zou zijn uitgesloten, wanneer zij geen functie heeft die zij zonder een automatische gegevensverwerkende machine zou kunnen vervullen.
69. Ter terechtzitting aanvaardden de Revenue Commissioners en de Commissie, dat althans vóór de inwerkingtreding van verordening nr. 1638/94 aan deze negatieve voorwaarde was voldaan. Zij stelden evenwel, dat deze verordeningen niet kennelijk onjuist zijn en dus niet nietig mogen worden verklaard. Doordat in de tekst van post 8517 met ingang van 1 januari 1996 ook werd verwezen naar toestellen voor digitale telecommunicatie", was de inhoud van deze post volgens de Commissie zodanig gewijzigd, dat hij voortaan ook toestellen voor digitale gegevensoverdracht omvatte; bijgevolg was netwerkapparatuur niet langer door aantekening 5 E bij hoofdstuk 84 van post 8471 uitgesloten, maar viel zij veeleer specifiek onder post 8517, zodat post 8471, aantekening 5 E en het arrest Peacock niet langer relevant waren.
De juiste indeling vóór de vaststelling van de verordeningen
70. De indeling van de goederen van Cabletron in deze periode kan niet worden aangevochten, aangezien bindende tariefinlichtingen aan Cabletron waren meegedeeld, waarbij 43 goederen onder GN-post 8471 waren ingedeeld, en zij hierop een beroep mocht doen tot de intrekking ervan of, indien deze inlichtingen niet in overeenstemming waren met een van de verordeningen, tot drie maanden na de inwerkingtreding van de betrokken verordening. Het is evenwel nuttig om vooraf na te gaan of deze indeling in beginsel correct was.
71. Vaststaat, dat alle betrokken goederen overeenkomstig de criteria van aantekening 5 B hetzij rechtstreeks, hetzij door tussenschakeling van één of meer andere eenheden op de centrale verwerkingseenheid kunnen worden aangesloten, dat zij speciaal zijn ontworpen om van een dergelijk systeem deel uit te maken en dat zij in staat zijn gegevens te ontvangen of te leveren in een vorm die bruikbaar is voor het systeem. Evenmin wordt betwist, dat zij in overeenstemming met het arrest Peacock geen functie vervullen die zij zonder een automatische gegevensverwerkende machine zouden kunnen uitoefenen.
72. De zaak Peacock had weliswaar slechts betrekking op één soort netwerkapparatuur, doch niet alleen zijn de partijen het erover eens, dat alle betrokken goederen voldoen aan de criteria waarop het Hof zijn arrest in die zaak heeft gebaseerd, maar lijken al deze goederen ook onder de ruime definities te vallen die in de punten 4 en 5 van aantekening I D in de toelichtingen bij het GS worden gegeven met betrekking tot post 8471: besturings- en aanpassingseenheden zoals die welke dienen om de verbinding van de centrale verwerkingseenheid enerzijds en andere digitale gegevensverwerkende machines of groepen invoer- of uitvoereenheden anderzijds tot stand te brengen", kanaalaanpassingseenheden die dienen om twee digitale systemen met elkaar te verbinden" of signaalomzetters" die voor de invoer of de uitvoer worden gebruikt.
73. Dit wordt nog duidelijker door de recent goedgekeurde wijzigingen van de toelichtingen bij het GS, die betrekking hadden op routers, bridges en hubs die worden gebruikt om de communicatie tussen de machines in lokale netwerken (LAN's) te controleren en te sturen, en kanaalaanpassingseenheden die worden gebruikt om twee digitale systemen (bijvoorbeeld LAN's) onderling te verbinden".
74. Deze wijzigingen zijn weliswaar pas zeer onlangs en lang na de voor deze zaak relevante periode aangebracht, doch dit geschiedde bij wijze van corrigendum", hetgeen erop wijst dat de strekking van de vorige, minder expliciete versie ongewijzigd bleef. Zij werden tevens unaniem goedgekeurd, waaruit blijkt dat de communautaire autoriteiten er volledig mee akkoord gingen.
75. Bijgevolg mag mijns inziens worden aangenomen, dat de betrokken goederen vóór de vaststelling van verordening nr. 1638/94 of verordening nr. 1165/95, al naar gelang van het geval, onder post 8471 dienden te worden ingedeeld.
Geldigheid van de verordeningen
Algemeen
76. Het is vanzelfsprekend wenselijk, dat in twijfelgevallen een mechanisme bestaat om de indeling van goederen in de GN te specifiëren. De Commissie is bevoegd om daartoe verordeningen vast te stellen.
77. Het Hof heeft de beginselen die deze bevoegdheid beheersen, als volgt omschreven:
[...] de Raad [heeft] de Commissie, handelend in nauwe samenwerking met de douanedeskundigen van de lidstaten, een ruime beoordelingsbevoegdheid gelaten bij de verduidelijking van de inhoud van de posten die voor de indeling van een goed in aanmerking komen [...].
De bevoegdheid van de Commissie [...] machtigt haar evenwel niet om de inhoud van de tariefposten te wijzigen die zijn vastgesteld op basis van het bij het Internationale Verdrag ingevoerde geharmoniseerde systeem, ten aanzien waarvan de Gemeenschap zich bij artikel 3 van dit verdrag heeft verbonden om de draagwijdte van de posten niet te wijzigen.
Bijgevolg dient te worden onderzocht, of de Commissie [...] in feite [de betrokken post] van de gecombineerde nomenclatuur heeft gewijzigd en aldus de grenzen van de haar [...] verleende bevoegdheden had overschreden."
78. In de zaak Goldstar Europe is het Hof ter beantwoording van deze vraag nagegaan, of de Commissie bij de indeling een kennelijke beoordelingsfout" had gemaakt.
79. Tijdens de mondelinge behandeling van de onderhavige zaak is gediscussieerd over de vraag, wanneer indien eenmaal is vastgesteld dat de indeling onjuist is deze fout kennelijk" is en de verordening dus ongeldig.
80. De partijen zijn het er over eens zo lijkt het dat het niet volstaat dat de fout duidelijk is geworden als gevolg van een latere beslissing van het Hof of het GS-comité, maar dat de fout voor een deskundige waarnemer", aldus de Commissie ten tijde van de vaststelling van de verordening zelf een kennelijke moet zijn geweest.
81. Daarmee is evenwel nog geen antwoord gegeven op de vraag, in hoeverre de fout kennelijk moet zijn.
82. Mijns inziens mag het Hof in een zaak als de onderhavige niet schromen, het standpunt van de Commissie te toetsen.
83. Bestaat er werkelijk twijfel, dan is het belangrijk dat de Commissie deze in het belang van de rechtszekerheid binnen de Gemeenschap kan wegwerken, maar het is ook belangrijk dat het gemeenschapsrecht niet in conflict komt met de strekking van het GS. Het streven om de bevoegdheid van de Commissie om de werkelijke twijfelgevallen bij verordening te regelen, niet al te zeer in te perken, moet worden verzoend met de noodzaak om de uitoefening van die bevoegdheid te controleren, wanneer de Gemeenschap hierdoor in conflict komt met de eenvormige internationale praktijk die het GS tot stand wil brengen.
84. Het gaat hier om de juiste indeling van de goederen in overeenstemming met de verplichting van de Gemeenschap om het GS-Verdrag na te leven. Nader onderzoek is mijns inziens wel gerechtvaardigd, wanneer posten of onderverdelingen ter discussie staan waarvan de betekenis op dat hogere niveau is vastgesteld en die voor gemeenschapsdoeleinden enkel nog nadere uitlegging behoeven, maar niet zozeer wanneer de Commissie over een grotere discretionaire bevoegdheid beschikt, bijvoorbeeld bij het bepalen van de juiste uit acht cijfers bestaande subpost, hetgeen een louter gemeenschapsrechtelijke aangelegenheid is. In het eerste geval (zoals het onderhavige) kan een verordening ongeldig zijn omdat zij niet voldoet aan de internationale verplichtingen van de Gemeenschap; in het tweede geval zal de verordening niet ongeldig zijn, tenzij de indeling kennelijk in strijd is met de GN.
De onderhavige zaak
85. De Revenue Commissioners en de Commissie stellen in wezen, dat gelet op de onzekerheid die in het midden van de jaren negentig op internationaal vlak bestond over de juiste indeling van netwerkapparatuur, de Commissie niet kan worden geacht een kennelijke" fout te hebben begaan door dergelijke apparatuur onder post 8517 in te delen. Volgens Cabletron was het in 1994 en 1995 reeds even duidelijk als nu, dat het feit dat onderdelen van netwerkapparatuur gegevens overdragen met het oog op de verwerking ervan binnen een netwerk, nog niet betekent dat deze apparaten een eigen functie vervullen die verschilt van gegevensverwerking, zodat het kennelijk onjuist was om de laatste alinea van aantekening 5 B bij hoofdstuk 84 op deze apparatuur toe te passen.
86. Het standpunt van Cabletron lijkt mij bijzonder overtuigend. Een computernetwerk beantwoordt aan de definitie van een systeem bestaande uit een variabel aantal afzonderlijke eenheden" in aantekening 5 B. De voornaamste functie ervan bestaat in het gezamenlijk gebruik van gegevensverwerkende en opslagcapaciteit voor de te verwerken gegevens. Het is dan ook duidelijk, dat de gegevens doeltreffend en onvervormd van een deel van het systeem naar een ander moeten worden overgedragen en dat de apparatuur die daarvoor wordt gebruikt, deel uitmaakt van het systeem en bij de gegevensoverdracht geen functie vervult die niet gericht is op gegevensverwerking.
87. Dit standpunt vindt steun in de tekst van de posten 8471 en 8517. Eerstgenoemde post is duidelijk bedoeld voor gegevensverwerkende apparatuur, laatstgenoemde voor toestellen voor telefonie en telegrafie. De gegevensoverdracht die enkel plaatsvindt ten behoeve van een gegevensverwerkende machine, vertoont veel meer overeenkomst met gegevensverwerking dan met telefonie of telegrafie. De terminologie van het GS en de GN behoeft weliswaar niet steeds op basis van het gezonde verstand volgens haar gebruikelijke betekenis te worden uitgelegd, doch er moet wel een overtuigende reden zijn om van deze betekenis af te wijken.
88. In de toelichtingen bij het GS wordt gegevensverwerking omschreven als de bewerking van alle soorten informatie in tevoren met het oog op een bepaald doel of doeleinden vastgestelde logische volgorde", en gegevensverwerkende machines als machines die, door logisch op elkaar betrekking hebbende bewerkingen overeenkomstig tevoren vastgelegde instructies (programma) uit te voeren, gegevens verstrekken die als zodanig kunnen worden gebruikt of, in sommige gevallen, wederom als gegeven voor andere bewerkingen van de informatieverwerking kunnen dienen". Nergens uit deze definities blijkt, dat apparaten van de in verordening nr. 1638/94 of nr. 1165/95 bedoelde soorten hiervan zouden zijn uitgesloten; de betrokken goederen lijken daarentegen zeer goed aan deze definities te beantwoorden.
89. Weliswaar wordt verder in de toelichtingen bij het GS telefonie of telegrafie omschreven als het overbrengen van het gesproken woord of van een ander geluid, dan wel van in tekens omgezette teksten, afbeeldingen of andere gegevens", doch de verwijzing naar gegevensoverdracht in deze definitie is van zeer ondergeschikt belang en kennelijk bedoeld om te vermijden dat een product dat duidelijk een toestel voor lijntelefonie of lijntelegrafie" is, uitgesloten zou zijn van post 8517, enkel omdat de inhoud van het overgedragen bericht niet onder een van de genoemde categorieën zou vallen.
90. Uit de vermelding in deze toelichtingen, dat besturing- en aanpassingseenheden, zoals die welke dienen om de verbinding van de centrale verwerkingseenheid enerzijds en andere digitale gegevensverwerkende machines of groepen invoer- of uitvoereenheden, anderzijds", kanaalaanpassingseenheden die worden gebruikt om twee digitale systemen onderling te verbinden", signaalomzetters" die bij de in- en uitvoer worden gebruikt, onder post 8471 vallen, blijkt anderzijds duidelijk de bedoeling om soortgelijke producten als die welke bij beide verordeningen nr. 1638/94 en nr. 1165/95 zijn ingedeeld, als eenheden van gegevensverwerkende machines in de vorm van een systeem in te delen.
91. De Commissie stelt evenwel, dat toentertijd geen internationale consensus en in zekere mate zelfs grote onenigheid bestond over de juiste indeling van netwerkapparatuur, zodat niet van haar kon worden verwacht dat zij zou voorzien dat later overeenstemming over de indeling onder post 8471 zou ontstaan.
92. Het antwoord hierop ligt volgens mij besloten in de verklaringen van de Commissie zelf, waaruit blijkt dat de onenigheid grotendeels op economische overwegingen berustte.
93. Handelaars en exporterende landen zijn duidelijk gebaat bij een indeling onder een post waarop een lager tarief van toepassing is, en importerende landen of douane-unies, zoals de Gemeenschap bij een indeling waarvoor een hoger tarief geldt. Het is dan ook interessant om vast te stellen, dat toen de tarieven onder post 8471 lager waren dan onder post 8517, de exporterende landen pleitten voor indeling onder eerstgenoemde post, en de Europese Gemeenschap voor indeling onder laatstgenoemde post. Na de inwerkingtreding van de ITO en de afschaffing van alle rechten voor beide posten heeft de Gemeenschap kennelijk, om welke reden dan ook, haar bezwaren tegenover de indeling onder post 8471 laten varen.
94. Maar deze overwegingen helpen ons, zoals de Commissie terecht heeft gesteld, niet verder bij de beantwoording van de vraag, hoe de betrokken goederen moeten worden ingedeeld.
95. Mijns inziens had de Commissie uit de tekst van de posten in het bijzonder gelezen in samenhang met de toen geldende toelichtingen moeten begrijpen, dat de netwerkapparaten die onder de verordeningen nr. 1638/94 en nr. 1165/95 vielen, niet onder post 8517 konden worden ingedeeld. De onenigheid, die haar oorsprong vond in de uiteenlopende belangen, had haar oordeel niet mogen vertroebelen. Gelet op hetgeen ik in de punten 82 tot en met 84 heb uiteengezet, is deze fout mijns inziens van dien aard, dat zij de verordeningen ongeldig maakt.
Wijziging van de tekst van post 8517
96. Volgens de Commissie dient netwerkapparatuur ongeacht aantekening 5 E, het arrest Peacock en de verordeningen, overeenkomstig de algemene interpretatieregels 1 en 3, sub a, onder post 8517 te worden ingedeeld, aangezien deze post vanaf 1 januari 1996, datum waarop zij is gewijzigd, de post met de meest specifieke omschrijving is.
97. De wijzigingen die met ingang van die datum aan het GS en de GN zijn aangebracht, lijken mij evenwel geen invloed te hebben op de inhoud van de posten 8471 en 8517, hoewel zij wel gevolgen hebben voor de onderverdeling ervan, hetgeen niet relevant is in de onderhavige zaak.
98. De tekst van post 8517 is weliswaar gewijzigd, doch deze wijziging was mijns inziens niet relevant voor de soort goederen die hier aan de orde is. Er werd bijkomend verwezen naar lijntelefoontoestellen met draagbare draadloze hoorn en videofoontoestellen, die hier beide niet aan de orde zijn. Daarnaast werd evenwel ook de zinsnede die voor het overseinen met draaggolf daaronder begrepen" uitgebreid tot [...] toestellen voor telecommunicatie met draaggolf of voor digitale telecommunicatie daaronder begrepen", wijziging waarbij even dient te worden stilgestaan.
99. De invoeging van de term toestellen voor telecommunicatie" enkel in de Engelse versie van het GS, niet in de Franse, waarin hij reeds voorkwam diende duidelijk enkel om een coherente zinsopbouw te verkrijgen.
100. Bovenal, en anders dan de Commissie ter terechtzitting heeft gesteld, betekent de invoeging van een verwijzing naar toestellen voor digitale telecommunicatie volgens mij niet, dat dergelijke toestellen voordien waren uitgesloten.
101. De voornaamste onder deze post vallende groep blijft zoals voorheen die van elektrische toestellen voor lijntelefonie en voor lijntelegrafie". Het feit dat er tot 31 december 1995 enkel sprake was van toestellen voor het overseinen met draaggolf, betekent niet dat andere systemen waren uitgesloten. De onderverdelingen 8517 81 en 8517 82 vielen immers onder de groep andere toestellen" en volgden onmiddellijk op subpost 8517 40, andere toestellen voor het overseinen met draaggolf", waaruit blijkt dat deze onderverdelingen verwezen naar toestellen, andere dan voor het overseinen met draaggolf. De nieuwe verwijzing weerspiegelt wijzigingen in de heersende technologie, maar dat neemt niet weg dat in beide formuleringen de producten die vóór de zinsnede daaronder begrepen" worden opgesomd, slechts als niet exhaustieve voorbeelden kunnen worden opgevat.
102. Elektrische toestellen voor lijntelefonie en voor lijntelegrafie vallen dus na 1 januari 1996, zoals voordien, onder post 8517, ongeacht of zij dienen voor digitale telecommunicatie. Bovendien betekent het feit dat apparatuur die beantwoordt aan de criteria voor eenheden van een automatische gegevensverwerkende machine die de vorm aanneemt van een systeem, zoals bedoeld in post 8471, gebruik maakt van kabels en digitale technieken, nog niet dat zij vóór of na die datum naar post 8517 moet worden overgeheveld.
Mogelijke indeling onder post 8543
103. Zoals ik reeds heb gesteld, heeft het GS-Comité van de WDO in november 2000 besloten om LAN-repeaters onder post 8543 in te delen, nadat was komen vast te staan dat partijen het niet eens werden over de vraag of de repeaters gebruikt in computernetwerken, van die in telecommunicatienetwerken konden worden onderscheiden. Met een kleine meerderheid werd beslist, dat repeaters van post 8471 waren uitgesloten, en vervolgens, zonder stemming, dat zij niet voor lijntelefonie of voor lijntelegrafie konden worden gebruikt en dus onder de sluitpost 8543 89 dienden te worden ingedeeld.
104. Deze beslissing is kennelijk een compromis en wellicht geen zeer geslaagd compromis. Aangezien het enkel gaat om een beginselverklaring, is deze beslissing nog niet definitief geworden. De Commissie heeft ter terechtzitting verklaard, dat de Verenigde Staten waarschijnlijk een voorbehoud zouden formuleren. Wanneer deze beslissing definitief wordt, heeft zij enkel juridisch gezag wat de indeling onder de GN betreft, en kan zij in geen geval met terugwerkende kracht voor de in de onderhavige zaak in te delen goederen gelden. De beslissing van het GS-Comité om LAN-repeaters onder post 8543 in te delen kan mijns inziens in deze zaak dan ook buiten beschouwing worden gelaten. Er is evenwel één punt waarop ik nader de aandacht wens te vestigen.
105. Zoals ik reeds heb opgemerkt, bevat de gecombineerde nomenclatuur van de Gemeenschap een verdere onderverdeling van de uit zes cijfers bestaande onderverdelingen van het GS. Subpost 8543 89 bevat momenteel elf onderverdelingen en enkel de sluitpost daarvan, 8543 89 95 (andere"), lijkt LAN-repeaters of andere soorten netwerkapparatuur te kunnen omvatten; de tien overige onderverdelingen hebben alle betrekking op andere specifieke soorten apparatuur. Voor goederen die onder post 8543 89 95 vallen, is volgens de voor de jaren 2000 en 2001 geldende versie van de GN een recht van 3,7 % verschuldigd.
106. Overeenkomstig de ITO, waarnaar ik in de punten 52 en 54 heb verwezen, heeft de Gemeenschap zich evenwel verbonden tot de volledige afschaffing van alle douanerechten, niet alleen voor alle goederen die onder meer onder de posten 8471 en 8517 vallen, maar meer in het algemeen voor alle netwerkapparatuur, ongeacht de indeling ervan onder het GS.
107. Als gevolg van haar internationale verplichtingen is het dus uitgesloten dat de Gemeenschap computernetwerkapparatuur met ingang van 1 januari 2000 onder subpost 8543 89 zou indelen, zolang zij de structuur van de onderverdelingen van deze subpost en/of het percentage van het volgens deze subpost verschuldigde recht niet wijzigt. In geen geval kan het recht van 3,7 % worden geheven dat op dit ogenblik zou voortvloeien uit de indeling onder subpost 8543 89 95.
Gevolgen van de beslissing dat netwerkapparatuur onder post 8471 moet worden ingedeeld
108. Ter terechtzitting wierp de Commissie op, dat een uitspraak over de indeling van de in deze zaak aan de orde zijnde goederen belangrijke economische gevolgen kan hebben voor andere soorten goederen zoals digitale camera's, fax- en fotokopieertoestellen.
109. Volgens mij is deze vrees ongegrond.
110. In de door mij voorgestelde oplossing moet onder post 8471 worden ingedeeld alle netwerkapparatuur die voldoet aan de criteria die in het arrest Peacock zijn gesteld voor eenheden van automatische gegevensverwerkende systemen, die niet reeds buiten deze post vallen omdat zij een eigen functie hebben die zij zonder een automatische gegevensverwerkende machine zouden kunnen vervullen. Mijns inziens omvat deze categorie alle 58 in de bijlage bij de verwijzingsbeschikking genoemde goederen en alle vier bij de verordeningen nr. 1638/94 en nr. 1165/95 ingedeelde goederen die in deze zaak aan de orde zijn. Digitale camera's, fax- en fotokopieertoestellen hebben evenwel duidelijk een functie die zij zonder automatische gegevensverwerkende machine kunnen vervullen, en dergelijke goederen zijn dus volgens het arrest Peacock van post 84714 uitgesloten op grond van aantekening 5 E bij hoofdstuk 84 van de GN.
Gevolgen in de tijd van de nietigverklaring van de verordeningen nr. 1638/94 en nr. 1165/95
111. De Revenue Commissioners hebben het Hof voor het eerst ter terechtzitting verzocht om in geval van nietigverklaring van de betrokken verordeningen de terugwerkende kracht van het arrest te beperken, zodat er enkel een beroep op kan worden gedaan door personen die vóór de datum van de uitspraak beroep in rechte hebben ingesteld of een volgens het nationale recht daarmee gelijk te stellen bezwaar hebben ingediend.
112. Indien het Hof op een verzoek om een prejudiciële beslissing vaststelt dat een handeling van de Gemeenschap ongeldig is, heeft deze uitspraak in beginsel erga omnes- en ex tunc-werking, zodat eenieder in elke procedure de ongeldigheid van deze handeling kan aanvoeren.
113. Het Hof heeft evenwel in uitzonderingsgevallen gebruik gemaakt van de indirect door artikel 174, lid 2, EG-Verdrag (thans artikel 231 EG) geboden mogelijkheid om de terugwerkende kracht van de nietigverklaring te beperken, wanneer dwingende redenen van rechtszekerheid dit rechtvaardigen.
114. Een dergelijke maatregel kan evenwel niet worden genomen, zonder dat de dwingende redenen van rechtszekerheid uitvoerig zijn toegelicht, hetgeen in casu niet is gebeurd. Er is enige informatie verstrekt over de voor de nationale rechtscolleges in verschillende lidstaten aanhangige gedingen (die niet door de voorgestelde beperking zouden worden getroffen), maar er is niets gezegd over het mogelijke aantal of belang van de procedures die thans nog niet zijn ingeleid, maar misschien nog zullen worden ingeleid. Er is niet uiteengezet, waarom de rechtszekerheid met betrekking tot de vroeger geheven rechten zou moeten prevaleren boven de correcte uitlegging van de GN, en de Commissie heeft zich ter terechtzitting niet uitgesproken over het verzoek van de Revenue Commissioners.
115. Ik zie dan ook geen reden om de terugwerkende kracht van de voorgestelde nietigverklaring in de tijd te beperken. In elk geval zou een eventuele nietigverklaring enkel praktische gevolgen hebben voor de periode tot 1 januari 2000, en artikel 236, lid 2, van het communautair douanewetboek voorziet in een termijn van drie jaar om de terugbetaling of kwijtschelding van niet wettelijk verschuldigde douanerechten aan te vragen.
116. Ik stel dan ook voor, de vragen van de Appeal Commissioners te beantwoorden als volgt:
1) Verordening (EG) nr. 1638/94 van de Commissie is ongeldig, voorzover daarbij de in de punten 1 tot en met 3 van de bijlage bij deze verordening beschreven adapters, verbindingseenheden en zend- en ontvangtoestellen onder post 8517 van de gecombineerde nomenclatuur worden ingedeeld.
2) Verordening (EG) nr. 1165/95 van de Commissie is ongeldig voorzover daarbij de in punt 4 van de bijlage bij deze verordening beschreven adapterkaarten onder post 8517 van de gecombineerde nomenclatuur worden ingedeeld.
3) Onderdelen van computernetwerkapparatuur die hetzij rechtstreeks, hetzij door tussenschakeling van één of meer andere eenheden op de centrale verwerkingseenheid kunnen worden aangesloten, speciaal zijn ontworpen om van een dergelijk systeem deel uit te maken, in staat zijn gegevens te ontvangen of te leveren in een vorm die bruikbaar is voor het systeem, en die geen functie hebben die zij zonder een automatische gegevensverwerkende machine zouden kunnen vervullen, moeten zowel vóór als na 1 januari 1996 onder post 8471 van de gecombineerde nomenclatuur worden ingedeeld."
Full & Egal Universal Law Academy