Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
Landbouw - Harmonisatie van wetgevingen - Bescherming van gezondheid van planten - Richtlijn 77/93 - Verbod om in Italië uit derde landen afkomstige vruchten van de soort Citrus in te voeren - Latere richtlijn waarbij verbod is opgeheven - Toepassing van nationale regeling waarbij verbod is gehandhaafd - Ontoelaatbaarheid
(Richtlijn 77/93 van de Raad, art. 4, lid 2, sub a; richtlijnen van de Commissie 92/76, 95/40 en 96/15)
Samenvatting
$$Het krachtens artikel 4, lid 2, sub a, van richtlijn 77/93 betreffende de beschermende maatregelen tegen het binnenbrengen op het grondgebied van de lidstaten van voor planten schadelijke organismen, geldende verbod op de invoer van vruchten van de soort Citrus in het beschermde gebied Italië, is in die lidstaat niet meer van toepassing sedert 1 april 1996, op welke datum de erkenning van Italië als beschermd gebied krachtens richtlijn 92/76 tot erkenning van beschermde gebieden in de Gemeenschap waar bijzondere plantenziekterisico's bestaan, is verstreken ingevolge de richtlijnen 95/40 en 96/15, ook al was richtlijn 77/93 op die datum nog niet aangepast. Deze richtlijnen staan in de weg aan de toepassing van een nationale regeling die een dergelijk verbod na die datum in stand houdt.
Partijen
In zaak C-14/98,
betreffende een verzoek aan het Hof krachtens artikel 177 EG-Verdrag (thans artikel 234 EG) van de Pretore di Torino (Italië), in het aldaar aanhangige geding tussen
Battital Srl
en
Regione Piemonte,
om een prejudiciële beslissing over de uitlegging van richtlijn 77/93/EEG van de Raad van 21 december 1976 betreffende de beschermende maatregelen tegen het binnenbrengen op het grondgebied van de lidstaten van voor planten of voor plantaardige producten schadelijke organismen (PB 1977, L 26, blz. 20), zoals gewijzigd bij, met name, de richtlijnen 91/683/EEG van de Raad van 19 december 1991 (PB L 376, blz. 29) en 96/14/EG van de Commissie van 12 maart 1996 (PB L 68, blz. 24), alsmede van richtlijn 92/76/EEG van de Commissie van 6 oktober 1992 tot erkenning van beschermde gebieden in de Gemeenschap waar bijzondere plantenziekterisico's bestaan (PB L 305, blz. 12), zoals gewijzigd bij de richtlijnen 95/40/EG van de Commissie van 19 juli 1995 (PB L 182, blz. 14) en 96/15/EG van de Commissie van 14 maart 1996 (PB L 70, blz. 35),
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE
(Tweede kamer),
samengesteld als volgt: G. Hirsch, kamerpresident, G. F. Mancini en R. Schintgen (rapporteur), rechters,
advocaat-generaal: F. G. Jacobs
griffier: H. A. Rühl, hoofdadministrateur
gelet op de schriftelijke opmerkingen ingediend door:
- Battital Srl, vertegenwoordigd door G. Finocchio, advocaat te Savona,
- de Regione Piemonte, vertegenwoordigd door M. Lacognata en E. Salsotto, advocaten te Turijn,
- de Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door F. Ruggeri Laderchi, lid van haar juridische dienst, als gemachtigde,
gezien het rapport ter terechtzitting,
gehoord de mondelinge opmerkingen van Battital Srl, de Regione Piemonte en de Commissie, ter terechtzitting van 21 januari 1999,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 11 maart 1999,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij beschikking van 18 december 1997, ingekomen bij het Hof op 22 januari 1998, heeft de Pretore di Torino krachtens artikel 177 EG-Verdrag (thans artikel 234 EG) drie prejudiciële vragen gesteld over de uitlegging van richtlijn 77/93/EEG van de Raad van 21 december 1976 betreffende de beschermende maatregelen tegen het binnenbrengen op het grondgebied van de lidstaten van voor planten of voor plantaardige producten schadelijke organismen (PB 1977, L 26, blz. 20), zoals gewijzigd bij, met name, de richtlijnen 91/683/EEG van de Raad van 19 december 1991 (PB L 376, blz. 29) en 96/14/EG van de Commissie van 12 maart 1996 (PB L 68, blz. 24), alsmede van richtlijn 92/76/EEG van de Commissie van 6 oktober 1992 tot erkenning van beschermde gebieden in de Gemeenschap waar bijzondere plantenziekterisico's bestaan (PB L 305, blz. 12), zoals gewijzigd bij de richtlijnen 95/40/EG van de Commissie van 19 juli 1995 (PB L 182, blz. 14) en 96/15/EG van de Commissie van 14 maart 1996 (PB L 70, blz. 35).
2 Deze vragen zijn gerezen in een geding tussen de vennootschap naar Italiaans recht Battital Srl (hierna: "Battital"), importeur in de Regione Piemonte van uit derde landen afkomstige plantaardige producten, en de Regione Piemonte, over een boete die laatstgenoemde aan Battital heeft opgelegd omdat deze een administratieve onregelmatigheid had begaan door 250 kg sinaasappels uit Zuid-Afrika en 680 kg citroenen afkomstig uit Argentinië in te voeren en te houden voor verkoop op het Italiaanse grondgebied.
De toepasselijke gemeenschapsregeling
3 Artikel 4, lid 2, sub a, van richtlijn 77/93, zoals gewijzigd bij richtlijn 91/683, luidt als volgt:
"De lidstaten schrijven voor dat met ingang van 1 januari 1993 de in bijlage III, deel B, genoemde planten, plantaardige producten of andere materialen niet in de betrokken beschermde gebieden op hun grondgebied mogen worden binnengebracht."
4 Artikel 2, lid 1, sub h, van richtlijn 77/93, zoals gewijzigd bij richtlijn 91/638, geeft de volgende definitie van "beschermd gebied":
"een gebied in de Gemeenschap waarin:
- een of meer van de in deze richtlijn vermelde schadelijke organismen die in een of meer delen van de Gemeenschap worden aangetroffen, niet endemisch zijn noch voorkomen, hoewel de omstandigheden daar voor de ontwikkeling daarvan gunstig zijn,
- of het gevaar bestaat dat bepaalde schadelijke organismen als gevolg van de ecologisch gunstige omstandigheden voor bijzondere culturen, worden aangetroffen hoewel deze organismen niet endemisch zijn, noch in de Gemeenschap voorkomen,
en dat, omdat het aan de in het eerste en het tweede streepje vastgestelde voorwaarden voldoet, (...) volgens de procedure van artikel 16 bis als zodanig is erkend."
5 Artikel 16 bis van richtlijn 77/93, ingevoegd bij richtlijn 89/439/EEG van de Raad van 26 juni 1989 (PB L 212, blz. 106), betreft de procedure inzake het verlenen aan de Commissie van de bevoegdheid om de regeling inzake de erkenning van beschermde gebieden vast te stellen.
6 Bijlage III bij richtlijn 77/93, zoals gewijzigd bij richtlijn 92/103/EEG van de Commissie van 1 december 1992 (PB L 363, blz. 1), somt de planten, plantaardige producten en andere materialen op die niet mogen worden binnengebracht in de lidstaten (deel A) of in bepaalde beschermde gebieden (deel B). Deel B bevat twee kolommen.
7 De linkerkolom bevat een opsomming van de planten, plantaardige producten en andere materialen waarop het verbod van toepassing is, en vermeldt met name:
"3. Vruchten van Citrus L., Fortunella Swingle, Poncirus Raf., en hybriden daarvan, met uitzondering van Citrus paradisi Macf., van oorsprong uit derde landen." De bedoelde vruchten behoren tot de familie van de citroenen, de sinaasappels en de pompelmoezen.
8 De rechterkolom somt de beschermde gebieden op waarbinnen het verbod van toepassing is, waaronder Italië.
9 Artikel 1 van richtlijn 92/76 bepaalt het volgende:
"De in de bijlage opgenomen gebieden van de Gemeenschap worden tot en met 31 december 1994 erkend als $beschermd gebied' als bedoeld in artikel 2, lid 1, onder h, eerste alinea, van richtlijn 77/93/EEG, voor het (de) naast hun naam in de bijlage vermelde schadelijke organisme(n)."
10 Artikel 2 van die richtlijn luidt als volgt:
"Tot verdere erkenning na de in artikel 1 genoemde datum of tot wijziging van de lijst van de in artikel 1 bedoelde beschermde gebieden wordt volgens de procedure van artikel 16 bis van richtlijn 77/93/EEG besloten (...)"
11 In de bijlage bij richtlijn 92/76 is in de punten a) 17, b) 3, c) 5 en d) 3, Italië vermeld als één van de gebieden die beschermd zijn tegen het binnenbrengen van "alle onbekende niet-Europese organismen die schadelijk zijn voor vruchten van Citrus L., Fortunella Swingle, Poncirus Raf. en hybriden daarvan", ongeacht of het gaat om aantasting van die vruchten door insecten, mijten en nematoden, door bacteriën, door schimmels of door virussen en virusachtige organismen.
12 Uit de zesde overweging van de considerans van richtlijn 92/76 blijkt, dat de erkenning van de in die richtlijn genoemde gebieden slechts voorlopig was. Aanvankelijk waren de gebieden voorlopig erkend tot en met 31 december 1994. De erkenning werd verlengd tot 1 juli 1995 bij richtlijn 94/61/EG van de Commissie van 15 december 1994 tot verlenging van de in artikel 1 van richtlijn 92/76 vastgestelde periode van voorlopige erkenning van bepaalde beschermde gebieden (PB L 330, blz. 63), waarin tevens was gepreciseerd, dat de verlenging van de erkenning voorlopig was. De periode werd vervolgens bij richtlijn 95/40 verlengd tot 1 april 1996 voor met name de erkenning van Italië als tegen schadelijke organismen beschermd gebied. Ook in die richtlijn was bepaald, dat de periode van erkenning voorlopig verlengd was.
13 Bij artikel 1 van richtlijn 96/15 is de datum waarop de erkenning van bepaalde beschermde gebieden een einde neemt, gewijzigd. Deze richtlijn heeft evenwel met betrekking tot de status van Italië als tegen schadelijke organismen beschermd gebied 1 april 1996 als einddatum bevestigd. Artikel 1, lid 1, van deze richtlijn bepaalt immers:
"Richtlijn 92/76/EEG wordt als volgt gewijzigd:
1) Artikel 1, eerste alinea, wordt vervangen door:
$De in de bijlage opgenomen gebieden van de Gemeenschap worden erkend als "beschermd gebied" als bedoeld in artikel 2, lid 1, onder h, eerste alinea, van richtlijn 77/93/EEG voor het (de) naast hun naam in de bijlage vermelde schadelijke organisme(n); de bij de letters a), onder 17, b) onder 3, c), onder 5, en d), onder 3, vermelde gebieden worden erkend voor een periode die op 1 april 1996 verstrijkt (...)'"
14 De zevende en de achtste overweging van de considerans van richtlijn 96/15 luiden als volgt:
"Overwegende dat moet worden bepaald dat besluiten tot verlenging van de in artikel 1 bedoelde erkenningsperiode en wijziging van de in artikel 1 bedoelde lijst van beschermde gebieden worden genomen overeenkomstig de procedure van artikel 16 bis van richtlijn 77/93/EEG (...)
Overwegende dat, tenzij de erkenning wordt verlengd tot na de in artikel 1 vermelde data, de betrokken $beschermde gebieden' op die data niet langer $beschermd gebied' in de zin van richtlijn 77/93/EEG, inclusief de bijlagen, zijn."
15 Overeenkomstig artikel 2, lid 1, eerste alinea, van richtlijn 96/15, dienden de lidstaten met ingang van 1 april 1996 aan deze richtlijn te voldoen.
De toepasselijke nationale regeling
16 Artikel 8 van wetsbesluit nr. 536 van 30 december 1992 bepaalt:
"Het Ministerie van Land- en Bosbouw [thans Ministerie van Agrarische hulpbronnen] dient bij besluit de beschermde gebieden te erkennen aan de hand van de communautaire criteria (...)"
17 Volgens artikel 9 van dat wetsbesluit staat op het binnenbrengen op het Italiaanse grondgebied van verboden planten, een administratieve boete van 10 tot 60 miljoen LIT.
18 Artikel 10 van het besluit van het Ministerie van Land- en Bosbouw van 18 juni 1993 bepaalt:
"Het is verboden de in bijlage III, deel B, genoemde planten, plantaardige producten en andere materialen in de desbetreffende beschermde gebieden binnen te brengen."
19 Bijlage III, deel B, punt 3, verbiedt het binnenbrengen van "vruchten van Citrus, Fortunella Swingle, Poncirus Raf., en hybriden daarvan, met uitzondering van Citrus paradisi Macf Merr, van oorsprong uit derde landen". Als beschermd gebied vermeldt deel B van bijlage III "Italië".
20 Artikel 10 van het besluit van het Italiaanse Ministerie van Agrarische hulpbronnen van 31 januari 1996 bevat het volgende verbod:
"Het is verboden de in bijlage III, deel B, genoemde planten, plantaardige producten en andere materialen in de desbetreffende beschermde gebieden binnen te brengen, te verhandelen en te houden."
21 Krachtens een advies van het directoraat-generaal landbouw- en landbouwindustriebeleid van het Ministerie van Agrarische hulpbronnen, en in afwachting van de vaststelling door de Commissie van nieuwe communautaire bepalingen, bleef naar Italiaans recht het op het besluit van 31 januari 1996 gebaseerde verbod op het binnenbrengen en verhandelen van de in geding zijnde planten en plantaardige producten in Italië van kracht.
22 Bijlage VI bij het besluit van 31 januari 1996 stemt overeen met de bijlage bij richtlijn 92/76 en noemt de gebieden die tegen bijzondere schadelijke organismen zijn beschermd. De punten a) 17, b) 3, c) 5 en d) 3, waarin Italië wordt genoemd als tegen schadelijke organismen beschermd gebied, zijn met ingang van 4 januari 1998 opgeheven bij ministerieel besluit van 27 november 1997 tot omzetting van de richtlijnen 96/14 en 96/15.
Het hoofdgeding
23 Op 4 oktober 1996 stelde de gerechtelijke politie te Turijn op de groente- en fruitmarkt te Turijn bij procesverbaal vast, dat Battital een administratieve onregelmatigheid had begaan, doordat zij voor verkoop op Italiaans grondgebied, een beschermd gebied wat de invoer uit derde landen van plantaardige producten van de soort Citrus betreft, 250 kg sinaasappels uit Zuid-Afrika en 680 kg citroenen afkomstig uit Argentinië in haar bezit had. Daarop werden de citrusvruchten in beslag genomen en vernietigd, en legde de president van de Regione Piemonte Battital een administratieve boete op van 20 miljoen LIT.
24 Battital verzocht de verwijzende rechter om nietigverklaring van deze beschikking, stellende dat uit de richtlijnen 95/40, 96/14 en 96/15 volgde, dat de tegen invoer van citrusvruchten uit derde landen beschermde gebieden met ingang van 1 april 1996 waren afgeschaft, zodat de sinaasappels en citroenen waarover het ging in het hoofdgeding, in Italië konden worden ingevoerd en verkocht.
25 De Regione Piemonte daarentegen stelde, dat Italië volgens de communautaire regeling met betrekking tot voornoemde citrusvruchten een beschermd gebied was gebleven.
De prejudiciële vragen
26 In die omstandigheden heeft de Pretore circondariale di Torino besloten de behandeling van de zaak te schorsen en het Hof de volgende drie prejudiciële vragen te stellen:
"1) Geldt ingevolge artikel 1 van richtlijn 95/40/EG van de Commissie van 19 juli 1995, artikel 2 van richtlijn 96/14/EG van de Commissie van 12 maart 1996, en artikel 1 van richtlijn 96/15/EG van de Commissie van 14 maart 1996, in Italië (of in bepaalde Italiaanse regio's) nog steeds een verbod op het binnenbrengen van organismen van de soort Citrus?
2) Is dit verbod per 1 april 1996 opgeheven?
3) Is het besluit van 31 januari 1996 van het Ministerie van Agrarische hulpbronnen tot omzetting van richtlijn 95/40/EG in nationaal recht, wat de betrokken bepalingen betreft, onverenigbaar met de opheffing van het verbod op de invoer op Italiaans grondgebied (of een deel daarvan) van plantaardige organismen van de soort Citrus, zoals die lijkt voort te vloeien uit richtlijn 95/40/EG van 19 juli 1995 juncto artikel 2 van richtlijn 96/14/EG van 12 maart 1996 en artikel 1 van richtlijn 96/15/EG van 14 maart 1996?"
27 Om te beginnen moet worden vastgesteld dat, zoals de Commissie terecht heeft opgemerkt, de derde vraag betrekking heeft op de verenigbaarheid met het gemeenschapsrecht van de Italiaanse regeling tot omzetting van de in geding zijnde richtlijnen.
28 Volgens vaste rechtspraak (zie inzonderheid de arresten van 15 juli 1964, Costa, 6/64, Jurispr. blz. 1199, op blz. 1217; 12 oktober 1978, Eggers, 13/78, Jurispr. blz. 1935, punt 19, en 1 april 1982, Holdijk e.a., 141/81, 142/81 en 143/81, Jurispr. blz. 1299, punt 8) staat het evenwel niet aan het Hof om zich in het kader van een krachtens artikel 177 van het Verdrag aanhangig gemaakte procedure uit te spreken over de verenigbaarheid van nationale rechtsvoorschriften met de bepalingen van het gemeenschapsrecht, maar is het wel bevoegd om de nationale rechter alle uitleggingsgegevens te verschaffen betreffende het gemeenschapsrecht, welke die rechterlijke instantie in staat stellen de verenigbaarheid van die voorschriften met de gemeenschapsregeling te beoordelen.
29 Voor een antwoord op de prejudiciële vragen moet worden onderzocht, tot welke datum het verbod van richtlijn 77/93, zoals gewijzigd bij richtlijn 96/14, en richtlijn 92/76, zoals gewijzigd bij de richtlijnen 95/40 en 96/15, op het binnenbrengen van citrusvruchten (Citrus L., Poncirus Raf., Fortunella Swingle en hybriden daarvan) in Italië gold, en of het gemeenschapsrecht eraan in de weg staat dat de nationale autoriteiten het invoerverbod voor dergelijke vruchten na die datum handhaven.
30 De discussie tussen de partijen in het hoofdgeding heeft voornamelijk betrekking op de verhouding tussen richtlijn 77/93, houdende het oorspronkelijke verbod van invoer van citrusvruchten in Italië, en richtlijn 92/76, die Italië tot 1 april 1996 de status van beschermd gebied met betrekking tot bepaalde schadelijke organismen verleende.
31 De Regione Piemonte stelt, dat deze twee richtlijnen, en de respectievelijke wijzigingen ervan, een verschillende werkingssfeer hebben, zodat richtlijn 92/76 richtlijn 77/93 niet zou hebben gewijzigd. Het verbod op het binnenbrengen van citrusvruchten uit derde landen is volgens de Regione bijgevolg ook van kracht gebleven na 1 april 1996, toen Italië de status van beschermd gebied uit hoofde van richtlijn 92/76, zoals gewijzigd bij de richtlijnen 95/40 en 96/15, verloor.
32 Battital en de Commissie daarentegen zijn van mening, dat het invoerverbod voor een vrucht die mogelijk drager is van een schadelijk organisme, slechts een uitvloeisel is van het verbod van invoer van het organisme zelf, zodat de opheffing van het tweede verbod noodzakelijkerwijze de opheffing van het eerste verbod met zich brengt. Zo gezien had Italië, zodra het geen tegen schadelijke organismen beschermd gebied meer was, niet langer het recht om de invoer van citrusvruchten te verbieden.
33 Zoals de advocaat-generaal in de punten 28 tot en met 35 van zijn conclusie heeft opgemerkt, tonen de opeenvolgende wijzigingen van de richtlijnen 77/93 en 92/76 aan, dat hun respectievelijke bepalingen nauw met elkaar verbonden zijn, in die zin dat richtlijn 92/76 bestemd was om richtlijn 77/93 aan te vullen.
34 Het begrip beschermd gebied is immers in richtlijn 77/93 ingevoegd bij richtlijn 91/683, en het is ingevolge die wijziging dat bij richtlijn 92/76 een lijst is vastgesteld van gebieden die als beschermd gebied in de zin van artikel 2, lid 1, sub h, van richtlijn 77/93 zijn erkend. Het invoerverbod van bijlage III, deel B, bij richtlijn 77/93, hangt dus rechtstreeks af van de erkenning van een beschermd gebied ingevolge richtlijn 92/76.
35 Uit de tekst zelf van richtlijn 77/93 volgt overigens, dat voor de erkenning van een beschermd gebied een bepaalde procedure geldt, die is neergelegd in artikel 16 bis van die richtlijn, zoals ingevoegd bij richtlijn 89/439, zodat een dergelijke erkenning niet impliciet uit andere bepalingen kan worden afgeleid.
36 In die omstandigheden wordt het uit artikel 4, lid 2, sub a, en bijlage III, deel B, bij richtlijn 77/93 voortvloeiende invoerverbod zonder voorwerp zodra de erkenning van een beschermd gebied uit hoofde van de bijlage bij richtlijn 92/76, afloopt ingevolge de richtlijnen 95/40 en 96/15, ook al was richtlijn 77/93 op dat ogenblik nog niet gewijzigd.
37 Bovendien blijkt uit de met richtlijn 77/93 nagestreefde doelstelling, dat de gemeenschapswetgever de nadruk heeft gelegd op de bescherming tegen het binnenbrengen of het verspreiden van schadelijke organismen in de beschermde gebieden, terwijl vruchten en planten slechts aan de orde zijn voor zover zij dragers van dergelijke schadelijke organismen kunnen zijn.
38 Zoals Battital en de Commissie terecht hebben onderstreept, vormt het verbod op de invoer van planten derhalve een aanvullend verbod dat zijn bestaansreden verliest zodra een einde komt aan de tijdelijke erkenning van een gebied als gebied dat is beschermd tegen schadelijke organismen die de planten kunnen aantasten.
39 Daaruit volgt, dat het wegvallen van de status van tegen het binnenbrengen van schadelijke organismen beschermd gebied, noodzakelijkerwijze het einde betekent van het verbod van invoer van vruchten van de soort Citrus.
40 Wat meer in het bijzonder een zaak als die van het hoofdgeding betreft, impliceren de gecombineerde bepalingen van de richtlijnen 77/93 en 92/76, zoals gewijzigd, dat het invoerverbod voor citrusvruchten in Italië op 1 april 1996 is verstreken.
41 Uit een en ander volgt, dat een nationale regeling die na voornoemde datum het invoerverbod voor citrusvruchten behoudt, niet kan worden gerechtvaardigd onder verwijzing naar de communautaire regeling inzake plantenziekten.
42 Bovendien zijn de lidstaten niet bevoegd om eenzijdig maatregelen te treffen teneinde de invoer van citrusvruchten op hun grondgebied te verbieden, behoudens de uitzonderlijke situatie bedoeld in artikel 15 van richtlijn 77/93, zoals gewijzigd bij richtlijn 90/168/EEG van de Raad van 26 maart 1990 (PB L 92, blz. 49), en bij richtlijn 91/683, die evenwel in het hoofdgeding niet aan de orde is.
43 Ten slotte doen de in het hoofdgeding aan de orde zijnde bepalingen van richtlijnen 77/93 en 92/76, zoals gewijzigd, rechten ontstaan waarop justitiabelen zich voor de nationale rechter rechtstreeks kunnen beroepen. Deze bepalingen zijn immers in voldoende nauwkeurige en onvoorwaardelijke bewoordingen gesteld, zodat justitiabelen zich daarop kunnen beroepen tegen iedere met die richtlijnen strijdige bepaling van nationaal recht.
44 Gelet op bovenstaande overwegingen, moeten de vragen worden beantwoord als volgt:
Het verbod krachtens artikel 4, lid 2, sub a, van richtlijn 77/93 op de invoer van vruchten van de soort Citrus in het beschermde gebied Italië, is in die lidstaat niet meer van toepassing sedert 1 april 1996, op welke datum de erkenning van Italië als beschermd gebied krachtens richtlijn 92/76, is verstreken ingevolge de richtlijnen 95/40 en 96/15.
Deze richtlijnen staan in de weg aan de toepassing van een nationale regeling die een dergelijk verbod na die datum in stand houdt.
Beslissing inzake de kosten
Kosten
45 De kosten door de Commissie wegens indiening van haar opmerkingen bij het Hof gemaakt, kunnen niet voor vergoeding in aanmerking komen. Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de nationale rechterlijke instantie over de kosten heeft te beslissen.
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE (Tweede kamer),
uitspraak doende op de door de Pretore di Torino bij beschikking van 18 december 1997 gestelde vragen, verklaart voor recht:
Het krachtens artikel 4, lid 2, sub a, van richtlijn 77/93/EEG van de Raad van 21 december 1976 betreffende de beschermende maatregelen tegen het binnenbrengen op het grondgebied van de lidstaten van voor planten of voor plantaardige producten schadelijke organismen, geldende verbod op de invoer van vruchten van de soort Citrus in het beschermde gebied Italië, is in die lidstaat niet meer van toepassing sedert 1 april 1996, op welke datum de erkenning van Italië als beschermd gebied krachtens richtlijn 92/76/EEG van de Commissie van 6 oktober 1992 tot erkenning van beschermde gebieden in de Gemeenschap waar bijzondere plantenziekterisico's bestaan, is verstreken ingevolge de richtlijnen 95/40/EG van de Commissie van 19 juli 1995 en 96/15/EG van de Commissie van 14 maart 1996.
Deze richtlijnen staan in de weg aan de toepassing van een nationale regeling die een dergelijk verbod na die datum in stand houdt.
Full & Egal Universal Law Academy