Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
Lidstaten - Verplichtingen - Uitvoering van richtlijnen - Niet-betwiste niet-nakoming
(EG-Verdrag, art. 169)
Partijen
In zaak C-26/98,
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door H. C. Støvlbæk, lid van haar juridische dienst, en M. Shotter, bij de juridische dienst gedetacheerd nationaal ambtenaar, als gemachtigden, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij C. Gómez de la Cruz, lid van haar juridische dienst, Centre Wagner, Kirchberg,
verzoekster,
tegen
Ierland, vertegenwoordigd door M. A. Buckley, Chief State Solicitor, als gemachtigde, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg ter Ierse ambassade, Route d'Arlon 28,
verweerder,
betreffende een verzoek om vast te stellen dat Ierland, door niet binnen de gestelde termijn de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen, of daarvan mededeling te doen, die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 94/26/EG van de Commissie van 15 juni 1994 tot aanpassing aan de stand van de techniek van richtlijn 79/196/EEG van de Raad inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten betreffende elektrisch materieel bestemd voor gebruik in "explosieve omgeving", dat aan bepaalde beveiligingswijzen voldoet (PB L 157, blz. 33), niet aan de krachtens die richtlijn op hem rustende verplichtingen heeft voldaan,
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE
(Zesde kamer),
samengesteld als volgt: P. J. G. Kapteyn, kamerpresident, G. Hirsch, G. F. Mancini, H. Ragnemalm (rapporteur) en R. Schintgen, rechters,
advocaat-generaal: S. Alber
griffier: R. Grass
gezien het rapport van de rechter-rapporteur,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 25 juni 1998,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij op 29 januari 1998 ter griffie van het Hof neergelegd verzoekschrift heeft de Commissie van de Europese Gemeenschappen krachtens artikel 169 EG-Verdrag het Hof verzocht vast te stellen dat Ierland, door niet binnen de gestelde termijn de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen, of daarvan mededeling te doen, die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 94/26/EG van de Commissie van 15 juni 1994 tot aanpassing aan de stand van de techniek van richtlijn 79/196/EEG van de Raad inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten betreffende elektrisch materieel bestemd voor gebruik in "explosieve omgeving", dat aan bepaalde beveiligingswijzen voldoet (PB L 157, blz. 33; hierna: "richtlijn"), niet aan de krachtens de richtlijn op hem rustende verplichtingen heeft voldaan.
2 Artikel 2, lid 1, van de richtlijn bepaalt, dat de lidstaten de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking moesten doen treden om uiterlijk op 31 maart 1995 aan de richtlijn te voldoen, en dat zij de Commissie daarvan onverwijld in kennis dienden te stellen.
3 Daar zij bij het verstrijken van de in de richtlijn genoemde termijn geen kennisgeving over maatregelen tot uitvoering van de richtlijn had ontvangen, zond de Commissie de Ierse regering op 2 augustus 1995 een aanmaningsbrief.
4 Bij brief van 27 februari 1996 deelde de Ierse regering de Commissie mee, dat nog geen enkele maatregel tot uitvoering van de richtlijn was vastgesteld.
5 Daarom bracht de Commissie op 30 september 1996 een met redenen omkleed advies uit, waarin zij de Ierse regering verzocht, de nodige maatregelen te treffen om binnen een termijn van twee maanden na kennisgeving van dit advies aan de uit de richtlijn voortvloeiende verplichtingen te voldoen.
6 Bij brief van 27 maart 1997 deelde de Ierse regering de Commissie mee, dat de maatregelen die nodig waren voor de uitvoering van de richtlijn, waarschijnlijk in september 1997 zouden worden voltooid.
7 Daar zij echter geen informatie ontving, dat de implementatieprocedure was afgesloten, heeft de Commissie het onderhavige beroep ingesteld.
8 Ierland betwist de niet-nakoming niet, doch wijst erop, dat de implementatieprocedure loopt en binnenkort zal worden afgesloten.
9 Daar de uitvoering van de richtlijn niet binnen de daarin gestelde termijn heeft plaatsgevonden, moet het beroep van de Commissie gegrond worden verklaard.
10 Mitsdien moet worden vastgesteld dat Ierland, door niet binnen de gestelde termijn de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen om aan de richtlijn te voldoen, de krachtens de richtlijn op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen.
Beslissing inzake de kosten
Kosten
11 Volgens artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering wordt de in het ongelijk gestelde partij in de kosten verwezen, voor zover zulks is gevorderd. Aangezien de Commissie heeft geconcludeerd tot verwijzing van Ierland in de kosten en laatstgenoemde in het ongelijk is gesteld, dient het in de kosten te worden verwezen.
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE (Zesde kamer),
rechtdoende, verstaat:
1) Door niet binnen de gestelde termijn de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 94/26/EG van de Commissie van 15 juni 1994 tot aanpassing aan de stand van de techniek van richtlijn 79/196/EEG van de Raad inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten betreffende elektrisch materieel bestemd voor gebruik in "explosieve omgeving", dat aan bepaalde beveiligingswijzen voldoet, is Ierland de krachtens die richtlijn op hem rustende verplichtingen niet nagekomen.
2) Ierland wordt in de kosten verwezen.
Full & Egal Universal Law Academy