Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
Procedure - Indiening van vordering bij Hof op basis van arbitragebeding - Eenzijdige opzegging van overeenkomst krachtens bedingen van die overeenkomst - Recht op terugbetaling van voorschotten, vermeerderd met contractuele interessen - Vordering tot schadevergoeding ongegrond
[EG-Verdrag, art. 181 (thans art. 238 EG)]
Partijen
In zaak C-41/98,
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door E. de March als gemachtigde, bijgestaan door A. Dal Ferro, avvocato, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg,
verzoekster,
tegen
Tecnologie Vetroresina SpA (TVR), gevestigd te Rome (Italië), vertegenwoordigd door G. Merla, avvocato,
verweerster,
betreffende een door de Commissie krachtens artikel 181 EG-Verdrag (thans artikel 238 EG) ingesteld beroep, strekkende tot veroordeling van Tecnologie Vetroresina SpA tot terugbetaling van een bedrag van 77 558,80 ECU, door de Commissie vooruitbetaald in het kader van contract BREU-0114-I(A), vermeerderd met contractuele interessen vanaf 1 februari 1990, en tot betaling van 7 700 ECU ter vergoeding van de door de Commissie geleden schade,
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE (Zesde kamer),
samengesteld als volgt: C. Gulmann (rapporteur), kamerpresident, J.-P. Puissochet en R. Schintgen, rechters,
advocaat-generaal: D. Ruiz-Jarabo Colomer,
griffier: H. A. Rühl, hoofdadministrateur,
gezien het rapport ter terechtzitting,
gehoord de pleidooien van partijen ter terechtzitting van 11 mei 2000,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 15 juni 2000,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van het Hof op 18 februari 1998, heeft de Commissie van de Europese Gemeenschappen krachtens een arbitragebeding in de zin van artikel 181 EG-Verdrag (thans artikel 238 EG) tegen de vennootschap Tecnologie Vetroresina SpA (hierna: TVR") beroep ingesteld strekkende tot veroordeling van deze vennootschap tot terugbetaling van een bedrag van 77 558,80 ECU, door de Commissie vooruitbetaald in het kader van contract BREU-0114-I(A) (hierna: contract"), vermeerderd met contractuele interessen ten belope van 24,97 ECU per dag, te rekenen vanaf 1 februari 1990, en tot betaling van een bedrag van 7 700 ECU ter vergoeding van de door de Commissie geleden schade.
2 Het contract is op 21 december 1989 gesloten tussen de Europese Economische Gemeenschap, vertegenwoordigd door de Commissie, en TVR, in het kader van de financiële steun verleend op basis van het specifieke programma voor onderzoek en technologische ontwikkeling op het gebied van industriële fabricagetechnologieën en toepassingen van geavanceerde materialen (BRITE/EURAM) voor de jaren 1989-1992, vastgesteld bij beschikking 89/237/EEG van de Raad van 14 maart 1989 (PB L 98, blz. 18).
3 Bij dat contract, gesloten voor een periode van zesendertig maanden ingaande op 1 januari 1990, verbond TVR zich ertoe, tegen betaling van financiële steun door de Europese Economische Gemeenschap het in de bijlage bij het contract omschreven onderzoeksproject uit te voeren.
4 Overeenkomstig de artikelen 1, lid 3, en 10, lid 2, van het contract, sloot TVR voor de uitvoering van een deel van het project twee samenwerkingsovereenkomsten, op 21 mei 1990 met Imperial College of Science and Technology and Medicine (hierna: ICSTM") respectievelijk op 30 mei 1990 met DSM Limburg BV (hierna: DSM").
5 Volgens artikel 3, lid 2, van bijlage II bij het contract ontheft het sluiten van samenwerkingsovereenkomsten TVR niet van haar verplichtingen en haar aansprakelijkheid jegens de Commissie met betrekking tot de uitvoering van het contract.
6 TVR is krachtens de artikelen 6, lid 1, van het contract en 6, lid 1, van bijlage II bij het contract verplicht de Commissie halfjaarlijkse verslagen over de vooruitgang van de werkzaamheden toe te zenden alsmede een tussentijds verslag na de eerste vijftien maanden van uitvoering van het contract, en dit binnen één maand na het einde van elke betrokken periode. TVR moet de Commissie bovendien een wetenschappelijk eindverslag voorleggen binnen twee maanden na de voltooiing, onderbreking of staking van de door de Commissie gefinancierde werkzaamheden.
7 Volgens artikel 5, leden 1 en 2, van het contract en artikel 36, lid 1, van bijlage II bij het contract, moet TVR de Commissie de jaarlijkse kostendeclaraties toezenden binnen één maand na het einde van elke betrokken periode, alsmede het volledige overzicht van de gemaakte kosten binnen drie maanden na de voltooiing, onderbreking of staking van de door de Commissie gefinancierde werkzaamheden. Krachtens artikel 5, lid 4, van het contract moeten ook de partners via TVR kostendeclaraties aan de Commissie doen toekomen.
8 Volgens artikel 4 van het contract omvat de totale financiële bijdrage van de Commissie een voorschot van 460 000 ECU, gevolgd door periodieke stortingen binnen twee maanden na goedkeuring van de kostendeclaraties en van de halfjaarlijkse verslagen over de vooruitgang van de werkzaamheden. Overeenkomstig artikel 39 van bijlage II bij het contract kunnen de kosten evenwel worden geverifieerd, zelfs nadat de Commissie deze heeft vergoed, en dit gedurende twee jaar na de ontbinding of de uitvoering van het contract.
9 In artikel 8, lid 2, sub d, van bijlage II bij het contract is bepaald, dat de Commissie het contract kan beëindigen indien een medecontractant een van zijn contractuele verplichtingen niet nakomt - tenzij de niet-nakoming te wijten is aan redelijke en gerechtvaardigde redenen van technische of economische aard -, nadat zij de betrokkene bij aangetekende brief met ontvangstbewijs in gebreke heeft gesteld en de medecontractant niet binnen een maand na de ingebrekestelling tot uitvoering is overgegaan.
10 Krachtens artikel 8, lid 4, eerste alinea, van bijlage II kan de Commissie in geval van toepassing van voornoemd artikel 8, lid 2, sub d, volledige of gedeeltelijke terugbetaling van de als financiële bijdrage betaalde bedragen eisen, waarbij zij in billijkheid en redelijkheid rekening houdt met de aard en de resultaten van de verrichte werkzaamheden en het nut daarvan voor de Commissie.
11 Volgens artikel 8, lid 4, tweede alinea, van die bijlage kunnen interessen worden gevorderd vanaf de datum waarop de medecontractant de betaalde bedragen heeft ontvangen, volgens de door het Europees Fonds voor Monetaire Samenwerking toegepaste rentevoet voor transacties in ecu, die op de eerste werkdag van elke maand wordt gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen, vermeerderd met 2 %.
12 In artikel 12 van bijlage II bij het contract komen partijen overeen, elk geschil over het contract, dat luidens artikel 11 daarvan door Italiaans recht wordt beheerst, aan het Hof van Justitie voor te leggen.
13 Op 21 december 1989 betaalde de Commissie TVR een voorschot van 460 000 ECU.
14 Niettegenstaande de aanvankelijke vertraging in de uitvoering van het project wegens interne moeilijkheden bij ICSTM, betaalde de Commissie TVR op 22 juli 1991 een bedrag van 128 418,20 ECU op basis van de verslagen betreffende de periode van 1 januari tot en met 31 december 1990.
15 Op 13 november 1991 zond TVR de Commissie een verslag over de vooruitgang van de werkzaamheden in de periode van 1 januari tot en met 31 oktober 1991.
16 Bij brief van 2 december 1991 wees de Commissie TVR erop, dat het derde halfjaarlijkse verslag betrekking diende te hebben op de periode van 1 januari tot en met 30 juni 1991. De Commissie herinnerde TVR ook aan haar verplichting om een tussentijds verslag op te stellen.
17 Bij brief van 20 januari 1992 deelde de Commissie TVR mee, dat hoewel de datum voor afgifte van het tussentijds verslag was uitgesteld tot september 1991 wegens de moeilijkheden in de beginfase van het project, zij dit verslag nog steeds niet had ontvangen. Zij maande TVR aan om onmiddellijk de nodige maatregelen te nemen teneinde te vermijden dat het project met ernstige wetenschappelijke en financiële problemen te maken zou krijgen.
18 Na te hebben vastgesteld dat vertraging was ontstaan in de mededeling van de periodieke verslagen over de vooruitgang van de werkzaamheden, bedoeld in artikel 6, lid 1, van het contract, maande de Commissie TVR bij brief van 23 januari 1992 aan om haar die verslagen zo spoedig mogelijk toe te zenden en herinnerde zij TVR eraan, dat de Commissie overeenkomstig artikel 8, lid 2, sub d, van bijlage II bij het contract, het contract kon beëindigen indien een medecontractant een van zijn contractuele verplichtingen niet nakwam.
19 Op 30 januari 1992 zond het TVR de Commissie een reeks documenten, waaronder het tussentijds verslag.
20 De Commissie stelde een externe deskundige aan, professor Goedel, om de door TVR verrichte werkzaamheden te controleren. In zijn evaluatieverslag van 6 februari 1992 gaf deze deskundige een negatief advies over de op die datum geboekte resultaten.
21 Bij brief van 25 maart 1992 bracht de Commissie TVR op de hoogte van haar voornemen om het contract te beëindigen, met name wegens het totale gebrek aan coördinatie tussen de partners, de ongerechtvaardigde vertragingen in de uitvoering van de werkzaamheden en de afwezigheid van resultaten die was vastgesteld tijdens de halverwege het project gehouden evaluatievergadering.
22 In haar brief van 15 april 1992 aan de Commissie betoogde TVR, dat de voorwaarden voor beëindiging van het contract niet waren vervuld. Zij voerde met name aan, dat zij haar onderzoekswerk had verricht overeenkomstig het herziene tijdschema.
23 Bij brief van 10 juni 1992 verzocht de Commissie TVR om overlegging van de volledige overzichten van de kosten die alle partners van TVR in 1991 en van 1 januari tot en met 31 mei 1992 hadden gemaakt en waarvoor nog geen betalingen waren verricht. De Commissie herinnerde TVR eraan, dat krachtens artikel 8, lid 2, sub d, van bijlage II bij het contract, artikel 8, lid 4, van die bijlage zou worden toegepast indien aan haar verzoek niet werd voldaan.
24 In september 1992 aanvaardde de Commissie onder meer de kostendeclaratie die TVR haar op 2 juli 1992 had toegezonden. Op 23 maart 1993 zond de Commissie verweerster evenwel een afrekening waarin zij de in die kostendeclaratie genoemde bedragen met betrekking tot de periode van 1 januari tot en met 31 mei 1992 sterk verminderde. Ondanks de bezwaren van TVR vorderde de Commissie dus de terugbetaling van een bedrag van 109 444,80 ECU, zijnde het verschil tussen de bedragen die reeds aan verweerster waren betaald en de helft van de aanvaarde kosten, terwijl de Commissie overeenkomstig artikel 3, lid 2, van het contract 50 % van de in aanmerking komende kosten voor haar rekening nam.
25 In augustus 1993 gelastte de Commissie de vennootschap Reconta Ernst & Young het betrokken project aan een accountantsonderzoek te onderwerpen voor de periode van 1 januari 1990 tot en met 31 december 1992. Het accountantsverslag, van 8 september 1994, concludeerde, dat de door TVR geboekte kosten, behoudens enkele uitzonderingen, correct waren uit het oogpunt van de boekhoudkundige regels en de bewoordingen van het contract. De arbeidskosten waren zelfs lager dan de werkelijk gemaakte kosten.
26 Bij brief van 6 juni 1995 liet de Commissie TVR weten dat zij het bedrag waarvan zij terugbetaling eiste, verminderde tot 77 558,80 ECU.
27 TVR verrichtte geen enkele terugbetaling.
De ontvankelijkheid
28 TVR beroept zich op niet-ontvankelijkheid van het door de Commissie ingediende verzoek tot gedeeltelijke terugbetaling van het voorschot, vermeerderd met de contractuele interessen, en tot schadevergoeding. De Commissie heeft het Hof immers niet verzocht het contract wegens niet-uitvoering te ontbinden. Het contract moet dus worden geacht nog steeds te bestaan en gevolgen te hebben. De Commissie kan derhalve geen beroep doen op het recht op terugbetaling bedoeld in artikel 1458 Codice Civile (hierna: Italiaans burgerlijk wetboek"), te meer daar de door de Commissie ingeleide procedure tot ontbinding van het contract nooit is afgerond.
29 De Commissie betoogt dat haar verzoek om terugbetaling en schadevergoeding gebaseerd is op de beëindiging van het contract krachtens het in artikel 8, lid 2, sub d, van bijlage II bij het contract opgenomen beding. In die omstandigheden ligt het verzoek tot vaststelling van beëindiging van het contract stilzwijgend vervat in de verzoeken om terugbetaling van de financiering en vergoeding van de schade.
30 Dienaangaande zij enerzijds opgemerkt, dat wanneer de wet of het contract bepaalt dat de medecontractanten het contract eenzijdig kunnen beëindigen in geval van niet-nakoming van een contractuele verplichting, elke partij bij het contract die van deze mogelijkheid gebruik heeft gemaakt, de rechter in voorkomend geval kan verzoeken om bij een declaratoir vonnis vast te stellen, dat het contract van rechtswege teniet is gegaan [zie, in die zin, arresten van de Corte suprema di cassazione (Italiaanse Hof van Cassatie) van 12 december 1979, nr. 6489, Mass. Foro it. 1979, blz. 1309, en 5 april 1990, nr. 2802, Mass. Foro it. 1990, blz. 406].
31 Anderzijds zij eraan herinnerd, dat de Corte suprema di cassazione aanvaardt, dat een niet-geformuleerd verzoek kan worden geacht stilzwijgend te zijn ingediend en feitelijk deel uit te maken van het beroep in rechte, wanneer dit verzoek onverbrekelijk verbonden is met het voorwerp en de grondslag van het beroep (zie, met name, arrest van de Corte suprema di cassazione van 14 juni 1991, nr. 6727, Mass. Foro it. 1991, blz. 582).
32 In casu merkt de Commissie in haar verzoekschrift op, dat zij wegens de niet-uitvoering van het contract door TVR gebruik heeft gemaakt van het in artikel 8, lid 2, sub d, van bijlage II bij het contract opgenomen beding, en dat TVR haar een reeks einddocumenten heeft toegestuurd, met name de kostendeclaraties, die volgens het contract binnen een termijn van drie maanden na de onderbreking van de door de Commissie gefinancierde werkzaamheden moesten worden toegezonden. De Commissie preciseert, dat aangezien zij de door TVR opgegeven bedragen niet allemaal aanvaardde, zij TVR vervolgens heeft verzocht om terugbetaling van een deel van de voor de uitvoering van het contract voorgeschoten bedragen. Op die grond vraagt de Commissie het Hof onder meer om TVR krachtens artikel 8, lid 4, eerste alinea, van bijlage II bij het contract te veroordelen tot gedeeltelijke terugbetaling van de als financiële bijdrage ontvangen bedragen.
33 Aangezien de Commissie haar recht op terugbetaling krachtens artikel 8, lid 4, eerste alinea, van bijlage II bij het contract geldend maakt met het betoog dat het contract teniet is gegaan volgens de procedure van artikel 8, lid 2, sub d, van bijlage II bij het contract, veronderstelt haar vordering noodzakelijkerwijs, dat het Hof vaststelt dat het contract inderdaad teniet is gegaan.
34 Bijgevolg moet ervan worden uitgegaan, dat de Commissie in casu stilzwijgend een verzoek heeft ingediend strekkende tot vaststelling, dat het contract krachtens voornoemde procedure van rechtswege teniet is gegaan.
35 De exceptie van niet-ontvankelijkheid kan derhalve niet worden aanvaard.
De beëindiging van het contract
36 De Commissie betoogt, dat zij het contract heeft beëindigd, met name omdat TVR bij de uitvoering van de werkzaamheden aanzienlijke vertraging had opgelopen en niet in staat was gebleken om haar taak als belangrijkste medecontractant naar behoren te vervullen. De Commissie wijst erop, dat zij TVR bij brief van 23 januari 1992 eerst in gebreke heeft gesteld, en vervolgens, wegens de inertie van TVR, het contract bij aangetekende brief van 25 maart 1992 heeft beëindigd. De Commissie voegt daaraan toe, dat zelfs al moet die laatste brief als de werkelijke ingebrekestelling worden aangemerkt, het contract overeenkomstig artikel 8, lid 2, sub d, van bijlage II bij het contract en de artikelen 1454 en 1456 van het Italiaans burgerlijk wetboek van rechtswege teniet is gegaan na afloop van de termijn van een maand na deze laatste brief, zodat een verzoek om vaststelling door de rechter overbodig is. Ter terechtzitting is de Commissie afgestapt van het standpunt dat de brief van 23 januari 1992 de ingebrekestelling vormde, en heeft zij gepreciseerd dat het contract van rechtswege teniet is gegaan door de inertie van TVR na de ingebrekestelling bij brief van 25 maart 1992.
37 TVR brengt daartegen in dat die ingebrekestelling, die zij heeft beantwoord bij brief van 15 april 1992, waarin zij de door de Commissie gestelde tekortkomingen één voor één heeft betwist, niet is gevolgd door een formele brief houdende beëindiging van het contract. Nu het contract dus nooit door een formele verklaring in die zin is ontbonden, kan het Hof die beëindiging niet vaststellen.
38 De argumenten van TVR kunnen niet worden aanvaard.
39 Dienaangaande zij opgemerkt, dat de ingebrekestelling van 25 maart 1992 hoe dan ook is gevolgd door een brief waaruit duidelijk bleek, dat de Commissie het contract als beëindigd beschouwde. Bij brief van 10 juni 1992 herinnerde de Commissie TVR er immers aan, dat zij deze bij brief van 25 maart 1992 in kennis had gesteld van haar besluit om het contract te beëindigen. De Commissie verzocht TVR bovendien om haar een volledig overzicht toe te zenden van de kosten die door alle partners waren gemaakt in de periode van 1 januari 1991 tot en met 31 mei 1992. Krachtens artikel 5, leden 2 en 4, van het contract moeten die kostendeclaraties aan de Commissie worden toegezonden binnen drie maanden na de voltooiing, onderbreking of staking van de door de Commissie gefinancierde werkzaamheden.
40 Overigens blijkt uit het dossier, dat TVR ondanks de ingebrekestelling van 25 maart 1992 niet binnen de gestelde termijn van een maand bepaalde werkzaamheden heeft uitgevoerd die volgens het contract reeds voltooid hadden moeten zijn. Zo heeft TVR in haar brief van 15 april 1992, vermeld in punt 37 van dit arrest, zelf erkend dat de constructie van een prototype voor een uitrusting voor draadwikkeling nog steeds niet was voltooid. Volgens het contract had dat prototype evenwel voltooid moeten zijn vóór het einde van de vierentwintigste maand van de looptijd van het contract, te weten 31 december 1991. Dienaangaande zij opgemerkt, dat een vertraging van enkele maanden in de verwezenlijking van het belangrijkste voorwerp van het contract als ernstig moet worden aangemerkt, te meer daar TVR de Commissie niet van die vertraging op de hoogte had gebracht, in strijd met artikel 2, lid 2, van het contract.
41 Blijkens het voorgaande waren de materiële en de formele vereisten voor beëindiging van het contract vervuld.
42 Mitsdien moet worden vastgesteld, dat het contract teniet is gegaan uiterlijk op de dag waarop TVR de brief van de Commissie van 10 juni 1992 heeft ontvangen.
De terugbetaling van het voorschot
43 Luidens artikel 8, lid 4, eerste alinea, van bijlage II bij het contract kan de Commissie, in geval van beëindiging van het contract omdat een medecontractant zijn verplichtingen niet is nagekomen, volledige of gedeeltelijke terugbetaling eisen van de door haar als financiële bijdrage betaalde bedragen, waarbij zij in billijkheid en redelijkheid rekening houdt met de aard en de resultaten van de verrichte werkzaamheden en het nut daarvan voor de Commissie.
44 Volgens de Commissie blijkt uit de door TVR overgelegde bewijsstukken en het accountantsverslag van Reconta Ernst & Young, dat TVR haar een bedrag van 77 558,80 ECU moet terugbetalen. De Commissie preciseert, dat zij de door TVR verrichte werkzaamheden op twee niveaus heeft geëvalueerd: zij heeft Reconta Ernst & Young belast met een financiële evaluatie en professor Goedel met een technische evaluatie. Zij beklemtoont dat het accountantskantoor enkel een financiële controle kon verrichten, die verschilt van een technische evaluatie. Met andere woorden, met een accountantsonderzoek kunnen de kosten van een manuur worden berekend, maar kan niet worden bepaald of het vanuit technisch oogpunt redelijk is om tien uur te wijden aan een handeling die slechts twee uur vereist. Om die reden moet een financiële evaluatie vergezeld gaan van een technische evaluatie, welke in casu door professor Goedels is verricht, die tot een negatieve conclusie is gekomen.
45 TVR betoogt dat de Commissie zichzelf tegenspreekt, aangezien zij eerst de volledige kostendeclaratie heeft aanvaard en vervolgens terugbetaling heeft gevorderd van een bedrag van 109 444,80 ECU. Het onsamenhangend optreden van de Commissie wordt nog verergerd doordat zij vervolgens haar verzoek om terugbetaling heeft verminderd tot een bedrag van 77 558,80 ECU, niettegenstaande de resultaten van het accountantsonderzoek van Reconta Ernst & Young, volgens welke TVR ten hoogste 22 000 000 ITL verschuldigd is. TVR stelt voorts, dat de Commissie niet heeft bewezen dat het daadwerkelijk aan het project bestede aantal uren overschat was. Met betrekking tot de technische evaluatie merkt TVR op, dat professor Goedel haars inziens niet is ingegaan op het probleem betreffende de arbeidsuren.
46 Om te beginnen moet het middel worden afgewezen dat TVR ontleent aan een beweerde tegenstrijdigheid in het gedrag van de Commissie, die eerst de volledige kostendeclaratie heeft aanvaard om deze vervolgens te verwerpen. Volgens artikel 39 van bijlage II bij het contract kunnen de kostendeclaraties immers worden geverifieerd, zelfs nadat de Commissie de kosten heeft vergoed, en dit gedurende twee jaar na de beëindiging of de voltooiing van het contract. De Commissie kan dus in voorkomend geval haar eerdere goedkeuring van de kosten binnen voormelde tijdslimiet corrigeren. Dit heeft de Commissie in casu nu juist gedaan.
47 Vervolgens moet ook het middel worden afgewezen dat TVR ontleent aan een vermeende incoherentie van de Commissie, die in tegenspraak met de resultaten van het accountantsonderzoek, de terugbetaling van een bedrag van 77 558,80 ECU is blijven vorderen. Dat onderzoek houdt in wezen in, dat aan de hand van de boekhouding wordt geverifieerd, of de in rekening gebrachte kosten overeenstemmen met de kosten die de betrokken onderneming daadwerkelijk heeft gemaakt. Zelfs wanneer de in rekening gebrachte kosten precies overeenstemmen met de daadwerkelijk door de betrokken onderneming gemaakte kosten, heeft dit geen invloed op het technisch onderzoek van de gelijkwaardigheid van de gefactureerde kosten met de contractuele prestaties zoals die door die onderneming zijn geleverd.
48 Bijgevolg moet nog worden onderzocht, of het dossier bewijselementen bevat die het door de Commissie aangevoerde recht op terugbetaling in gedrang brengen.
49 In haar tussentijds verslag van 30 januari 1992 en in haar brief van 15 april daaraanvolgend heeft TVR de vooruitgang beschreven die was geboekt met de werkzaamheden die zij ter uitvoering van het contract diende te verrichten. In haar brief van 29 maart 1993 heeft TVR een gedetailleerd overzicht gegeven van de kosten die zij in verband met de diverse in het contract bedoelde handelingen had gemaakt. In haar brief van 6 juni 1995, waarbij zij haar eerdere vaststelling van voor vergoeding in aanmerking komende kosten heeft gecorrigeerd, heeft de Commissie die kosten in dezelfde volgorde opgesomd als TVR.
50 Uit die stukken blijkt evenwel, dat in alle gevallen waarin de Commissie slechts een deel van de door TVR in rekening gebrachte kosten heeft erkend, de werkzaamheden waarop deze kosten betrekking hadden niet overeenkomstig het contract waren voltooid of voor die opdracht meer personeel was gebruikt dan contractueel was overeengekomen. In het enige geval waarin de Commissie iedere terugbetaling heeft geweigerd, ging het om kosten in verband met werkzaamheden die volgens het contract niet moesten worden uitgevoerd door TVR, maar door een van haar partners, te weten ICSTM.
51 De stukken in het dossier brengen het door de Commissie aangevoerde recht op terugbetaling dus niet in gedrang.
52 Derhalve moet de door de Commissie ingediende vordering tot terugbetaling worden toegewezen en moet verweerster worden veroordeeld tot terugbetaling aan de Commissie van een bedrag van 77 558,80 ECU.
De interessen
53 De Commissie vordert tevens veroordeling van TVR tot betaling van de contractuele interessen over het bedrag van 77 558,80 ECU, te rekenen vanaf 1 februari 1990.
54 TVR heeft dienaangaande geen argumenten aangevoerd.
55 Volgens artikel 8, lid 4, tweede alinea, van bijlage II bij het contract moet de gebrekige partij in geval van beëindiging van het contract op initiatief van de Commissie niet alleen de door de Commissie als voorschot betaalde bedragen terugbetalen, maar ook de interessen - tegen de contractuele rentevoet - over deze bedragen vanaf de datum waarop bedoelde partij deze bedragen heeft ontvangen. De toepasselijke rentevoet is de door het Europees Fonds voor Monetaire Samenwerking toegepaste rentevoet voor zijn transacties in ecu, zoals die op de eerste werkdag van elke maand wordt bekendgemaakt, vermeerderd met 2 %.
56 Aangezien TVR de Commissie uit hoofde van de hoofdverbintenis 77 558,80 ECU dient terug te betalen, dient zij haar uit hoofde van de bijkomende verbintenis tevens de contractuele interessen over dat bedrag betalen, te rekenen vanaf 1 februari 1990, op welke datum zij onbetwist een voorschot van 460 000 ECU had ontvangen.
De vergoeding van de schade
57 Onder verwijzing naar artikel 1453 van het Italiaans burgerlijk wetboek vordert de Commissie bovendien veroordeling van TVR tot betaling van een bedrag van 7 700 ECU ter vergoeding van de schade die de Commissie stelt te hebben geleden door de niet-uitvoering van het contract.
58 Dienaangaande wijst zij er in de eerste plaats op, dat enkele van haar ambtenaren een groot aantal uren hebben besteed aan het toezicht op de werkzaamheden van verweerster en haar herhaaldelijk hebben verzocht de termijnen voor het opstellen van de wetenschappelijke verslagen in acht te nemen. In de tweede plaats heeft de Commissie een beroep moeten doen op een accountantskantoor om de werkzaamheden van TVR vanuit boekhoudkundig oogpunt te controleren. In de derde plaats heeft de Commissie niet de eventuele voordelen bedoeld in artikel 19 van bijlage II bij het contract genoten, dat wil zeggen het voordeel dat zij had kunnen halen uit de kennis die was verworven met het door haar gefinancierde onderzoek of uit de octrooien die zij daarvoor had kunnen aanvragen. In de vierde plaats heeft de Commissie schade geleden door een contract te sluiten met een partij die haar verbintenissen niet is nagekomen, omdat dit haar geloofwaardigheid aantast ten aanzien van iedereen die mogelijkerwijs geïnteresseerd zou kunnen zijn in het sluiten van een contract met de Commissie.
59 TVR beweert dat de door de Commissie gestelde schade niet is aangetoond.
60 Om te beginnen zij eraan herinnerd, dat het contract luidens artikel 11 daarvan door Italiaans recht wordt beheerst.
61 Gesteld al dat artikel 1453 van het Italiaans burgerlijk wetboek - op grond waarvan een medecontractant de gebrekige partij kan aanspreken tot schadevergoeding - enkel van toepassing is wanneer het contract door de rechter is ontbonden, dit neemt niet weg, dat de schuldenaar die niet precies de verschuldigde prestatie verricht, krachtens artikel 1218 van dat wetboek verplicht is tot schadevergoeding indien hij niet aantoont dat niet-uitvoering onmogelijk is om een reden die hem niet toerekenbaar is.
62 Onderzocht moet dus worden, of de Commissie kan aantonen dat zij de gestelde schade daadwerkelijk heeft geleden.
63 Met betrekking tot de kosten die beweerdelijk zijn veroorzaakt door het extra werk dat de ambtenaren van de Commissie hebben moeten verrichten bij het toezicht op de uitvoering van het contract, zij opgemerkt dat artikel 4, lid 3, van het contract juncto artikel 8, lid 2, sub d, van bijlage II bij het contract de Commissie de mogelijkheid bood, tijdig de consequenties te verbinden aan de niet-nakoming door haar medecontractant van de door deze aangegane verbintenissen door de contractuele verhouding voortijdig eenzijdig te beëindigen (zie, in die zin, arrest van 10 juni 1999, Commissie/Montorio, C-334/97, Jurispr. blz. I-3387, punt 53).
64 Nu de Commissie de niet-nakoming door TVR van haar verbintenissen gedurende bepaalde tijd heeft getolereerd alvorens het contract te beëindigen, vormen de bijkomende kosten in verband met het toezicht op de uitvoering van het contract gedurende die periode geen aan TVR toerekenbare schade.
65 Met betrekking tot de beweerde schade bestaande in het honorarium van het accountantskantoor, zij opgemerkt, dat de Commissie nooit heeft getracht een causaal verband aan te tonen tussen het gedrag van TVR en de noodzaak van een accountantsonderzoek. In die omstandigheden kan het honorarium van het accountantskantoor in geen geval aan TVR worden toegerekend.
66 Wat de andere onderdelen van de door de Commissie gestelde schade betreft, deze heeft niet nauwkeurig en overtuigend aangetoond die inderdaad te hebben geleden.
67 De schadevordering van de Commissie moet dus worden verworpen.
De tegenvordering
68 TVR verzoekt het Hof, te verklaren dat de Commissie gehouden is tot uitvoering van het contract en, bijgevolg, de Commissie te veroordelen tot betaling van de bedragen die nodig zijn voor de voltooiing van het contract.
69 De Commissie meent dat zij geen verplichtingen meer heeft jegens TVR, aangezien de contractuele verhouding op regelmatige wijze is verbroken wegens niet-nakoming door TVR van haar contractuele verplichtingen.
70 Aangezien het bedrag van de Commissie gegrond is verklaard, moet de tegenvordering van TVR worden afgewezen.
71 Krachtens artikel 2, lid 1, van verordening (EG) nr. 1103/97 van de Raad van 17 juni 1997 over enkele bepalingen betreffende de invoering van de euro (PB L 162, blz. 1), moet de verwijzing naar de ecu worden vervangen door een verwijzing naar de euro, tegen een koers van één euro voor één ecu.
Beslissing inzake de kosten
Kosten
72 Volgens artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering wordt de in het ongelijk gestelde partij in de kosten verwezen, voorzover dit is gevorderd. Aangezien TVR op de voornaamste punten in het ongelijk is gesteld, dient zij overeenkomstig de vordering van de Commissie in de kosten te worden verwezen.
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE (Zesde kamer),
rechtdoende:
1) Veroordeelt Tecnologie Vetroresina SpA (TVR) tot betaling aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen van het bedrag van 77 558,80 euro, vermeerderd met interessen tegen de contractuele rentevoet, te rekenen vanaf 1 februari 1990 tot de dag van volledige betaling van de schuld.
2) Verwerpt het beroep voor het overige.
3) Wijst de tegenvordering van Tecnologie Vetroresina SpA (TVR) af.
4) Verwijst Tecnologie Vetroresina SpA (TVR) in de kosten.
Full & Egal Universal Law Academy