Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
1 Fiscale bepalingen - Harmonisatie van wetgevingen - Indirecte belastingen op bijeenbrengen van kapitaal - Belasting in zin van richtlijn 69/335 - Begrip - Kosten die door notaris die ambtenaar is, bij onder richtlijn vallende verrichting worden geïnd en aan staat worden uitgekeerd - Daaronder begrepen
(Richtlijn 69/335 van de Raad)
2 Fiscale bepalingen - Harmonisatie van wetgevingen - Indirecte belastingen op bijeenbrengen van kapitaal - Vermeerdering van maatschappelijk kapitaal en wijziging van statuten van kapitaalvennootschap, vastgesteld bij notariële akte - Wezenlijk vormvoorschrift - Inning van kosten berekend aan hand van maatschappelijk kapitaal van vennootschap - Ontoelaatbaarheid
(Richtlijn 69/335 van de Raad, art. 10, sub c)
3 Fiscale bepalingen - Harmonisatie van wetgevingen - Indirecte belastingen op bijeenbrengen van kapitaal - Notariële akte waarin vermeerdering van maatschappelijk kapitaal van kapitaalvennootschap wordt vastgesteld - Rechten met karakter van vergoeding - Begrip - Rechten die recht evenredig zijn aan geplaatst kapitaal - Daarvan uitgesloten
(Richtlijn 69/335 van de Raad, art. 12, lid 1, sub e)
4 Fiscale bepalingen - Harmonisatie van wetgevingen - Indirecte belastingen op bijeenbrengen van kapitaal - Richtlijn 69/335 - Artikel 10 - Rechtstreekse werking
(Richtlijn 69/335 van de Raad, art. 10)
Samenvatting
1 Richtlijn 69/335 betreffende de indirecte belastingen op het bijeenbrengen van kapitaal moet, gelet op de doelstellingen van de richtlijn, met name de afschaffing van indirecte belastingen die dezelfde kenmerken als het kapitaalrecht vertonen, aldus worden uitgelegd, dat kosten die worden geïnd voor het opmaken van een notariële akte waarbij een onder de richtlijn vallende verrichting wordt vastgelegd, in het kader van een stelsel dat als kenmerk heeft dat de notaris ambtenaar van de staat is en dat de kosten ten dele worden uitgekeerd aan de staat ter financiering van diens taken, een belasting in de zin van de richtlijn zijn.
2 De kosten die verschuldigd zijn voor het opmaken van een notariële akte waarin de vermeerdering van het maatschappelijk kapitaal en de wijziging van de naam en de zetel van een kapitaalvennootschap worden vastgelegd, zijn, wanneer zij een belasting in de zin van richtlijn 69/335 vormen, in beginsel verboden op grond van artikel 10, sub c, van deze richtlijn, nu in de eerste plaats de vermeerdering van het maatschappelijk kapitaal verplicht in een notariële akte moet worden vastgelegd, zodat die akte een wezenlijke formaliteit is die verband houdt met de rechtsvorm van de vennootschap en een voorwaarde waaraan moet zijn voldaan opdat de vennootschap haar werkzaamheden kan uitoefenen en voortzetten, en in de tweede plaats de kosten die worden geïnd voor het opmaken van de akte waarin de wijziging van de naam of de zetel van de vennootschap wordt vastgelegd, worden berekend aan de hand van het maatschappelijk kapitaal van de vennootschap.
3 Een recht dat wordt geheven voor het opmaken van een notariële akte waarin de vermeerdering van het maatschappelijk kapitaal alsmede de wijziging van de naam en de zetel van een kapitaalvennootschap worden vastgelegd, waarvan het bedrag onbeperkt recht evenredig is aan het geplaatste maatschappelijk kapitaal, heeft niet het karakter van een vergoeding in de zin van artikel 12, lid 1, sub e, van richtlijn 69/335.
4 Artikel 10 van richtlijn 69/335 doet rechten ontstaan waarop justitiabelen zich kunnen beroepen voor de nationale rechter. Het verbod in deze bepaling is immers in voldoende nauwkeurige en onvoorwaardelijke bewoordingen gesteld, dat justitiabelen zich voor de nationale rechter daarop kunnen beroepen tegen een bepaling van nationaal recht die indruist tegen de richtlijn.
Partijen
In zaak C-56/98,
betreffende een verzoek aan het Hof krachtens artikel 177 EG-Verdrag (thans artikel 234 EG) van het Supremo Tribunal Administrativo (Portugal), in het aldaar aanhangig geding tussen
Modelo SGPS SA
en
Director-Geral dos Registos e Notariado,
in tegenwoordigheid van:
Ministério Público,
om een prejudiciële beslissing over de uitlegging van de artikelen 4, lid 3, 10 en 12, lid 1, sub e, van richtlijn 69/335/EEG van de Raad van 17 juli 1969 betreffende de indirecte belastingen op het bijeenbrengen van kapitaal (PB L 249, blz. 25), zoals gewijzigd bij richtlijn 85/303/EEG van de Raad van 10 juni 1985 (PB L 156, blz. 23),
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE
(Zesde kamer),
samengesteld als volgt: P. J. G. Kapteyn, kamerpresident, J. L. Murray en H. Ragnemalm (rapporteur), rechters,
advocaat-generaal: G. Cosmas
griffier: L. Hewlett, administrateur
gelet op de schriftelijke opmerkingen ingediend door:
- Modelo SGPS SA, vertegenwoordigd door C. Osório de Castro, advocaat te Porto,
- de Portugese regering, vertegenwoordigd door L. Fernandes, directeur van de juridische dienst van het directoraat-generaal Europese Gemeenschappen van het Ministerie van Buitenlandse zaken, Â. Seiça Neves, lid van deze dienst, en R. Barreira, adviseur bij het centrum voor juridische studies van het voorzitterschap van de Raad van Ministers, als gemachtigden,
- de Belgische regering, vertegenwoordigd door J. Devadder, bestuursdirecteur bij de juridische dienst van het Ministerie van Buitenlandse zaken, Buitenlandse handel en Ontwikkelingssamenwerking, als gemachtigde,
- de Duitse regering, vertegenwoordigd door C.-D. Quassowski, Regierungsdirektor bij het Bondsministerie van Economische zaken, en A. Dittrich, Ministerialrat bij het Bondsministerie van Justitie, als gemachtigden,
- de Oostenrijkse regering, vertegenwoordigd door C. Stix-Hackl, Gesandte bij het Bondsministerie van Buitenlandse zaken, als gemachtigde,
- de Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door A. M. Alves Vieira en H. Michard, leden van haar juridische dienst, als gemachtigden,
gezien het rapport ter terechtzitting,
gehoord de mondelinge opmerkingen van Modelo SGPS SA, vertegenwoordigd door C. Osório de Castro; de Portugese regering, vertegenwoordigd door L. Fernandes en A. César Machado, adviseur bij het centrum voor juridische studies van het voorzitterschap van de Raad van Ministers, als gemachtigde; de Belgische regering, vertegenwoordigd door A. Snoecx, adviseur bij de juridische dienst van het Ministerie van Buitenlandse zaken, Buitenlandse handel en Ontwikkelingssamenwerking, als gemachtigde; de Duitse regering, vertegenwoordigd door A. Dittrich; de Spaanse regering, vertegenwoordigd door S. Ortiz Vaamonde, abogado del Estado, als gemachtigde; de Franse regering, vertegenwoordigd door S. Seam, secretaris buitenlandse zaken bij de directie juridische zaken van het Ministerie van Buitenlandse zaken, als gemachtigde, en de Commissie, vertegenwoordigd door A. M. Alves Vieira en H. Michard, ter terechtzitting van 25 maart 1999,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 20 mei 1999,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij beschikking van 21 januari 1998, ingekomen bij het Hof op 24 februari daaraanvolgend, heeft het Supremo Tribunal Administrativo krachtens artikel 177 EG-Verdrag (thans artikel 234 EG) vier prejudiciële vragen gesteld over de uitlegging van de artikelen 4, lid 3, 10 en 12, lid 1, sub e, van richtlijn 69/335/EEG van de Raad van 17 juli 1969 betreffende de indirecte belastingen op het bijeenbrengen van kapitaal (PB L 249, blz. 25), zoals gewijzigd bij richtlijn 85/303/EEG van de Raad van 10 juni 1985 (PB L 156, blz. 23; hierna: "richtlijn").
2 Deze vragen zijn gerezen in een geschil tussen Modelo SGPS SA (hierna: "Modelo") en de Director-Geral dos Registos e Notariado, over de betaling van notariskosten die in rekening zijn gebracht voor het opstellen van authentieke geschriften waarbij de vermeerdering van het vennootschappelijk kapitaal, alsook de wijziging van de naam en van de zetel van Modelo werden vastgelegd.
De communautaire wetgeving
3 De richtlijn beoogt blijkens de considerans ervan de bevordering van het vrije kapitaalverkeer, dat wordt beschouwd als een van de essentiële voorwaarden voor de totstandkoming van een economische unie waarvan de kenmerken overeenkomen met die van een binnenlandse markt. De verwezenlijking van dit doel vereist ter zake van het heffen van belasting op het bijeenbrengen van kapitaal, dat de thans in de lidstaten van kracht zijnde indirecte belastingen worden afgeschaft en dat in de plaats daarvan een belasting wordt toegepast die binnen de gemeenschappelijke markt slechts eenmaal wordt geheven en waarvan de hoogte in alle lidstaten gelijk is (arrest van 2 december 1997, Fantask e.a., C-188/95, Jurispr. blz. I-6783, punt 13).
4 Artikel 4, lid 1, van de richtlijn bepaalt het volgende:
"Aan het kapitaalrecht zijn de volgende verrichtingen onderworpen:
a) de oprichting van een kapitaalvennootschap;
b) (...)
c) de vermeerdering van het vennootschappelijk kapitaal van een kapitaalvennootschap door inbreng van zaken van welke aard ook;
(...)"
5 Ingevolge artikel 4, lid 3, van de richtlijn is een wijziging in de akte van oprichting of de statuten van een kapitaalvennootschap geen oprichting in de zin van lid 1, sub a.
6 In artikel 4, lid 2, van de richtlijn worden de verschillende verrichtingen genoemd waarover de lidstaten onder bepaalde voorwaarden vrij zijn wel of geen kapitaalrecht te heffen.
7 Verder voorziet de richtlijn, overeenkomstig de laatste overweging van de considerans ervan, in de afschaffing van andere indirecte belastingen die dezelfde kenmerken vertonen als het kapitaalrecht. Deze belastingen, waarvan de heffing verboden is, worden met name genoemd in artikel 10 van de richtlijn, dat luidt als volgt:
"Behoudens het kapitaalrecht heffen de lidstaten met betrekking tot de op het maken van winst gerichte vennootschappen, verenigingen of rechtspersonen geen enkele andere belasting, in welke vorm ook, ter zake van:
a) de in artikel 4 bedoelde verrichtingen;
b) de inbreng, de leningen of de prestaties, verricht binnen het kader van de in artikel 4 bedoelde verrichtingen;
c) de inschrijving of elke andere formaliteit die een op het maken van winst gerichte vennootschap, vereniging of rechtspersoon vanwege haar rechtsvorm in acht moet nemen alvorens met haar werkzaamheden te kunnen beginnen."
8 Artikel 12, lid 1, van de richtlijn geeft een uitputtende opsomming van de andere belastingen en rechten dan het kapitaalrecht, waaraan kapitaalvennootschappen in afwijking van artikel 10 kunnen worden onderworpen ter zake van de in dit artikel bedoelde verrichtingen (arrest van 2 februari 1988, Dansk Sparinvest, 36/86, Jurispr. blz. 409, punt 9). Artikel 12 van de richtlijn noemt in lid 1, sub e, de "rechten met het karakter van een vergoeding".
De nationale wetgeving
9 Volgens de Portugese notariswet, vastgesteld bij wetsbesluit nr. 47619 van 31 maart 1967, is voor bepaalde akten de vorm van een authentiek geschrift vereist, dat wil zeggen de vastlegging in een door een notaris opgemaakt document. Dit geldt onder meer voor "akten van oprichting, wijziging, ontbinding en eenvoudige liquidatie van handelsmaatschappijen (...) alsmede akten van wijziging van vennootschapsovereenkomsten" (artikel 89, sub e, van de notariswet).
10 Het bedrag van de voor de opstelling van notariële akten verschuldigde kosten is vastgesteld bij het tarief van notariskosten (hierna: "tarief"), zoals gewijzigd bij de bijlage bij wetsbesluit nr. 397/83 van 2 november 1983.
11 Artikel 1, lid 1, van het tarief bepaalt, dat de waarde van een notariële akte in het algemeen gelijk is aan die van de zaken waarop de akte betrekking heeft. In artikel 1, lid 2, van het tarief wordt de waarde van elk type van notariële akte nader bepaald: voor akten van oprichting van een vennootschap, wijziging van de vennootschapsovereenkomst of ontbinding van een vennootschap is die waarde gelijk aan het bedrag van het kapitaal (artikel 1, lid 2, sub e), voor kapitaalvermeerderingen, met of zonder wijziging van de vennootschapsovereenkomst, het bedrag van de vermeerdering (artikel 1, lid 2, sub f), en voor kapitaalvermeerderingen gepaard gaande met gedeeltelijke wijziging van andere clausules dan die waarop de vermeerdering rechtstreeks betrekking heeft, het bedrag van de vermeerdering of het bedrag van het gewijzigde kapitaal, al naar gelang hetgeen de hoogste kosten oplevert (artikel 1, lid 2, sub g).
12 Artikel 5 van het tarief bepaalt dat, indien de akte waarop de authentieke geschriften betrekking hebben, een bepaalde waarde heeft, de vaste kosten bedoeld in artikel 4 van het tarief worden verhoogd met variabele kosten, waarvan het bedrag, berekend over de totale waarde van de akte, per schijf van 1 000 ESC, tot 200 000 ESC 10 ESC beloopt, tussen 200 000 en 1 000 000 ESC 5 ESC, tussen 1 000 000 en 10 000 000 ESC 4 ESC en boven 10 000 000 ESC 3 ESC.
13 Artikel 27, lid 1, sub c, van het tarief bepaalt, dat de in artikel 5 bedoelde kosten voor geschriften die een gedeeltelijke wijziging van de vennootschapsovereenkomst, verlenging of voortzetting van de vennootschap betreffen, de helft bedragen.
Het hoofdgeding
14 Modelo besloot haar maatschappelijk kapitaal te vermeerderen van 7 240 000 000 ESC tot 14 000 000 000 ESC en haar naam en zetel te wijzigen. Op 31 december 1992 liet zij daartoe bij notariskantoor nr. 6 van de stad Porto authentieke geschriften opmaken. Uit dien hoofde werd haar verzocht 21 006 000 ESC aan kosten te betalen.
15 Modelo kwam tegen de invordering van de kosten op bij het Tribunal Tributário de Primeira Instância do Porto, dat haar beroep verwierp. Voor het Supremo Tribunal Administrativo betoogde zij vervolgens, dat de betwiste kosten in werkelijkheid een belasting zijn, waarvan de hoogte derhalve niet door de regering dient te worden bepaald, maar door het parlement, dat het gevorderde bedrag niet in verhouding staat tot de verleende diensten en dat de inning ervan onverenigbaar is met de richtlijn.
16 Het Supremo Tribunal Administrativo vroeg zich af, of het tarief in overeenstemming was met de richtlijn en besloot de behandeling van de zaak te schorsen teneinde het Hof de volgende prejudiciële vragen te stellen:
"1) Kan een particulier zich op artikel 10 van richtlijn 69/335/EEG van de Raad beroepen in zijn betrekkingen met de staat, ook wanneer deze de richtlijn niet in nationaal recht ten uitvoer heeft gelegd?
2) Geldt het verbod van artikel 10 van richtlijn 69/335/EEG ook voor de in artikel 4, lid 3, van deze richtlijn bedoelde verrichtingen, zodat daarover niet alleen geen kapitaalrecht, maar evenmin enige andere belasting, in welke vorm dan ook, mag worden geheven?
3) Moeten de artikelen 10 en 12, lid 1, sub e, van richtlijn 69/335/EEG aldus worden uitgelegd, dat zij eraan in de weg staan dat de hoogte van het bedrag dat aan de notaris verschuldigd is voor het opmaken van een (wettelijk verplicht) authentiek geschrift van een besluit tot kapitaalvermeerdering of wijziging van de statuten van een vennootschap, gekoppeld is aan het bedrag van de kapitaalvermeerdering respectievelijk van het kapitaal, en niet aan de kosten van de verleende dienst?
4) Zo ja, is het dan gelet op de artikelen 10 en 12, lid 1, sub e, van richtlijn 69/335/EEG toelaatbaar, dat bedoeld bedrag de werkelijke kosten van de specifiek verleende dienst klaarblijkelijk in onredelijke mate te boven gaat?"
De prejudiciële vragen
17 In wezen beoogt de verwijzende rechter met deze vragen in de eerste plaats te vernemen, of de betaling van notariskosten te beschouwen is als een belasting in de zin van de richtlijn. Zo ja, dan wenst hij vervolgens te vernemen, of notariskosten onder het verbod van artikel 10 van de richtlijn vallen, dan wel of hier sprake is van een recht met het karakter van een vergoeding in de zin van artikel 12, lid 1, sub e, van de richtlijn. Ten slotte vraagt de verwijzende rechter, of artikel 10 van de richtlijn rechten doet ontstaan waarop particulieren zich voor de nationale rechter kunnen beroepen.
De kwalificatie als belasting in de zin van de richtlijn
18 Blijkens een van de antwoorden die de Portugese regering op de door het Hof gestelde vragen heeft gegeven, is de notaris in Portugal staatsambtenaar, met dezelfde rechten en verplichtingen als andere ambtenaren, en bestaat zijn bezoldiging uit een vast bedrag, dat naar dezelfde maatstaven wordt bepaald als voor alle staatsambtenaren gelden, en uit een variabel bedrag, bestaande in een aandeel in de geïnde kosten.
19 De notaris stelt maandelijks een overzicht van de geïnde kosten op. Van het totaal worden de volgens bepaalde percentages berekende bedragen die de notaris en zijn medewerkers toekomen, afgetrokken. Het saldo wordt gestort in de Cofre dos Conservadores, Notários e Funcionários de Justiça (kas van registerhouders, notarissen en gerechtsambtenaren; hierna: "kas").
20 Volgens de Portugese regering betaalt de kas het vaste deel van het salaris van de notaris en de overige ambtenaren, alsook de kosten van de beroepsopleiding van notarissen, de kosten van aankoop van burelen en meubilair voor notariskantoren en, na goedkeuring door het Ministerie van Justitie, andere uitgaven op gerechtelijk gebied.
21 Dit betekent, dat een deel van de litigieuze kosten, die verschuldigd zijn op grond van door de staat uitgevaardigde voorschriften, door particulieren aan de staat wordt betaald ter financiering van taken van die staat.
22 Gelet op de doelstellingen van de richtlijn, met name de afschaffing van indirecte belastingen die dezelfde kenmerken als het kapitaalrecht vertonen, moeten notariskosten die voor een onder de richtlijn vallende verrichting door staatsambtenaren worden geïnd en die ten dele aan de staat worden uitgekeerd om overheidsuitgaven te dekken, worden aangemerkt als belasting in de zin van de richtlijn.
23 Blijkens het voorafgaande moet de richtlijn aldus worden uitgelegd, dat kosten die worden geïnd voor het opmaken van een notariële akte waarbij een onder de richtlijn vallende verrichting wordt vastgelegd, in het kader van een stelsel dat als kenmerk heeft dat de notaris staatsambtenaar is en dat de kosten ten dele worden uitgekeerd aan de staat ter financiering van diens taken, een belasting in de zin van de richtlijn zijn.
Het verbod van artikel 10 van de richtlijn
24 Ingevolge artikel 10, sub c, van de richtlijn zijn, behoudens het kapitaalrecht, belastingen die worden geheven voor de inschrijving of elke andere formaliteit die een vennootschap vanwege haar rechtsvorm in acht moet nemen alvorens met haar werkzaamheden te kunnen beginnen, verboden. Dit verbod vindt zijn rechtvaardiging in het feit, dat hoewel de betrokken belastingen niet de inbreng van kapitaal als zodanig treffen, zij niettemin worden geheven ter zake van formaliteiten die verband houden met de rechtsvorm van de vennootschap, dat wil zeggen het voor het bijeenbrengen van kapitaal gebruikte instrument, zodat de handhaving van deze belastingen eveneens de doelstellingen van de richtlijn dreigt te doorkruisen (arrest van 11 juni 1996, Denkavit Internationaal e.a., C-2/94, Jurispr. blz. I-2827, punt 23).
25 Dit verbod treft niet alleen de rechten die worden geheven bij de inschrijving van nieuwe vennootschappen, maar ook de rechten die verschuldigd zijn ter zake van de inschrijving van kapitaalvermeerderingen van deze vennootschappen, daar ook deze worden geheven in verband met een wezenlijke formaliteit die verband houdt met de rechtsvorm van de betrokken vennootschappen. Ofschoon de inschrijving van een kapitaalvermeerdering formeel geen procedure is die een kapitaalvennootschap in acht moet nemen alvorens met haar werkzaamheden te kunnen beginnen, is zij niettemin een voorwaarde om die werkzaamheden uit te oefenen en voort te zetten (arrest Fantask e.a., reeds aangehaald, punt 22).
26 Nu de vermeerdering van het maatschappelijk kapitaal van een kapitaalvennootschap naar Portugees recht verplicht in een notariële akte moet worden vastgelegd, moet worden vastgesteld, dat die akte een wezenlijke formaliteit is die verband houdt met de rechtsvorm van de vennootschap en een voorwaarde waaraan moet zijn voldaan opdat de vennootschap haar werkzaamheden kan uitoefenen en voortzetten.
27 Bovendien moet een heffing in de vorm van kosten die worden geïnd voor het opmaken van notariële akten waarin de wijziging van de naam en de zetel van een kapitaalvennootschap wordt vastgelegd, worden geacht dezelfde kenmerken te vertonen als het kapitaalrecht, voor zover die heffing wordt berekend aan de hand van het maatschappelijk kapitaal van de vennootschap. Anders zouden de lidstaten immers weliswaar kunnen afzien van het heffen van belasting op kapitaalinbreng als zodanig, maar hetzelfde kapitaal toch kunnen belasten in geval van wijziging van de statuten van een kapitaalvennootschap. Het doel van de richtlijn zou daarmee kunnen worden omzeild.
28 Derhalve moet worden geantwoord, dat de kosten die verschuldigd zijn voor het opmaken van een notariële akte waarin de vermeerdering van het maatschappelijk kapitaal en de wijziging van de naam en de zetel van een kapitaalvennootschap worden vastgelegd, in beginsel verboden zijn op grond van artikel 10, sub c, van de richtlijn, wanneer zij een belasting in de zin van de richtlijn vormen.
De uitzondering van artikel 12, lid 1, sub e, van de richtlijn
29 Het onderscheid tussen de door artikel 10 van de richtlijn verboden belastingen en rechten met het karakter van een vergoeding brengt mee, dat deze laatste uitsluitend retributies omvatten waarvan het bedrag wordt berekend op basis van de kosten van de verrichte dienst. Een retributie waarvan het bedrag geen enkel verband houdt met de kosten van een bepaalde dienst, of waarvan het bedrag niet wordt berekend op basis van de kosten van de verrichting waarvoor zij de tegenprestatie is, maar op basis van de totale beheers- en investeringskosten van de met die verrichting belaste dienst, moet worden beschouwd als een belasting waarvoor enkel het in artikel 10 van de richtlijn neergelegde verbod geldt (zie arrest van 20 april 1993, Ponente Carni en Cispadana Costruzioni, C-71/91 en C-178/91, Jurispr. I-1915, punten 41 en 42).
30 Tevens moet worden opgemerkt, dat een recht waarvan het bedrag onbeperkt evenredig is aan het geplaatste nominale kapitaal, naar zijn aard geen recht met het karakter van een vergoeding in de zin van de richtlijn kan zijn. Ook al zou er in bepaalde gevallen een verband bestaan tussen de complexiteit van een verrichte dienst en de omvang van het geplaatste kapitaal, dan nog immers zal de hoogte van een dergelijk recht in het algemeen geen verband houden met de kosten die de administratie die de dienst heeft verricht, in het concrete geval heeft gemaakt (zie in deze zin arrest Fantask e.a., reeds aangehaald, punt 31).
31 Ofschoon het recht in casu wordt geheven volgens een degressieve schaal, is het verschuldigde bedrag niettemin recht evenredig aan het geplaatste nominale kapitaal. Aangezien het recht boven een bedrag van 10 000 000 ESC bovendien wordt geheven tegen het niet geringe tarief van 0,3 %, zonder dat enig plafond is vastgesteld, kan het oplopen tot een aanzienlijk bedrag.
32 In die omstandigheden moet worden geantwoord, dat een recht dat wordt geheven voor het opmaken van een notariële akte waarin de vermeerdering van het maatschappelijk kapitaal alsmede de wijziging van de naam en de zetel van een kapitaalvennootschap worden vastgelegd, zoals de in het hoofdgeding aan de orde zijnde kosten, waarvan het bedrag onbeperkt recht evenredig is aan het geplaatste maatschappelijk kapitaal, niet het karakter heeft van een vergoeding in de zin van artikel 12, lid 1, sub e, van de richtlijn.
De rechtstreekse werking van artikel 10 van de richtlijn
33 Volgens vaste rechtspraak kunnen in alle gevallen waarin de bepalingen van een richtlijn inhoudelijk gezien onvoorwaardelijk en voldoende nauwkeurig zijn, particulieren zich voor de nationale rechter op die bepalingen beroepen tegenover de staat, wanneer deze hetzij heeft verzuimd aan de richtlijn binnen de gestelde termijn uitvoering te geven, hetzij dit op onjuiste wijze heeft gedaan (zie met name arrest van 23 februari 1994, Comitato di coordinamento per la difesa della cava e.a., C-236/92, Jurispr. I-483, punt 8).
34 Zoals het Hof reeds eerder heeft verklaard, is het verbod van artikel 10 van de richtlijn in voldoende nauwkeurige en onvoorwaardelijke bewoordingen gesteld opdat de justitiabelen er zich voor de nationale rechter op kunnen beroepen tegenover een bepaling van nationaal recht die indruist tegen de richtlijn (arrest van 5 maart 1998, Solred, C-347/96, Jurispr. blz. I-937, punt 29).
35 Derhalve moet worden vastgesteld, dat artikel 10 van de richtlijn rechten verleent waarop particulieren zich voor de nationale rechter kunnen beroepen.
Beslissing inzake de kosten
Kosten
36 De kosten door de Portugese, de Belgische, de Duitse, de Spaanse, de Franse en de Oostenrijkse regering, alsmede door de Commissie wegens indiening van hun opmerkingen bij het Hof gemaakt, kunnen niet voor vergoeding in aanmerking komen. Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de nationale rechterlijke instantie over de kosten heeft te beslissen.
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE (Zesde kamer),
uitspraak doende op de door het Supremo Tribunal Administrativo bij beschikking van 21 januari 1998 gestelde vragen, verklaart voor recht:
1) Richtlijn 69/335/EEG van de Raad van 17 juli 1969 betreffende de indirecte belastingen op het bijeenbrengen van kapitaal, zoals gewijzigd bij richtlijn 85/303/EEG van de Raad van 10 juni 1985, moet aldus worden uitgelegd, dat kosten die worden geïnd voor het opmaken van een notariële akte waarbij een onder de richtlijn vallende verrichting wordt vastgelegd, in het kader van een stelsel dat als kenmerk heeft dat de notaris staatsambtenaar is en dat de kosten ten dele worden uitgekeerd aan de staat ter financiering van diens taken, een belasting in de zin van de richtlijn zijn.
2) De kosten die verschuldigd zijn voor het opmaken van een notariële akte waarin de vermeerdering van het maatschappelijk kapitaal en de wijziging van de naam en de zetel van een kapitaalvennootschap worden vastgelegd, zijn, wanneer zij een belasting in de zin van richtlijn 69/335, zoals gewijzigd bij richtlijn 85/303, vormen, in beginsel verboden op grond van artikel 10, sub c, van deze richtlijn.
3) Een recht dat wordt geheven voor het opmaken van een notariële akte waarin de vermeerdering van het maatschappelijk kapitaal alsmede de wijziging van de naam en de zetel van een kapitaalvennootschap worden vastgelegd, zoals de in het hoofdgeding aan de orde zijnde kosten, waarvan het bedrag onbeperkt recht evenredig is aan het geplaatste maatschappelijk kapitaal, heeft niet het karakter van een vergoeding in de zin van artikel 12, lid 1, sub e, van richtlijn 69/335, zoals gewijzigd bij richtlijn 85/303.
4) Artikel 10 van richtlijn 69/335, zoals gewijzigd bij richtlijn 85/303, verleent rechten waarop particulieren zich voor de nationale rechter kunnen beroepen.
Full & Egal Universal Law Academy