Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Partijen
In zaak C-160/98,
betreffende een verzoek aan het Hof krachtens artikel 177 EG-Verdrag (thans artikel 234 EG) van de Giudice di pace di Genova (Italië), in het aldaar aanhangige geding tussen
Eridania SpA
en
Azienda Agricola San Luca di Rumagnoli Viannj,
"om een prejudiciële beslissing over de geldigheid van artikel 1, sub f, van verordening (EG) nr. 1188/97 van de Raad van 25 juni 1997 tot vaststelling voor het verkoopseizoen 1997/1998 van de afgeleide interventieprijzen voor witte suiker, de interventieprijs voor ruwe suiker, de minimumprijzen voor A-suikerbieten en B-suikerbieten, alsmede het bedrag van de vergoeding voor de verevening van de opslagkosten (PB L 170, blz 3), en van verordening (EEG) nr. 1785/81 van de Raad van 30 juni 1981 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector suiker (PB L 177, blz. 4), zoals gewijzigd bij verordening (EG) nr. 1107/95 van de Raad van 24 april 1995 (PB L 110, blz. 1),
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE
(Zesde kamer),
samengesteld als volgt: F. Macken, kamerpresident, N. Colneric (rapporteur), C. Gulmann, J.-P. Puissochet en V. Skouris, rechters,
advocaat-generaal: J. Mischo,
griffier: H. von Holstein, adjunct-griffier,
gelet op de schriftelijke opmerkingen ingediend door:
- Eridania SpA, vertegenwoordigd door C. Cacciapuoti en I. Vigliotti, avvocati, en B. O'Connor, solicitor,
- Raad van de Europese Unie, vertegenwoordigd door I. Díez Parra en J.-P. Hix als gemachtigden,
- Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door F. P. Ruggeri Laderchi als gemachtigde,
gezien het rapport ter terechtzitting,
gehoord de mondelinge opmerkingen van de Raad, vertegenwoordigd door F. P. Ruggeri Laderchi als gemachtigde, en de Commissie, vertegenwoordigd door L. Visaggio als gemachtigde ter terechtzitting van 15 februari 2001,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter zelfde terechtzitting,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij beschikking van 28 maart 1998, ingekomen ter griffie van het Hof op 22 april daaraanvolgend, heeft de Giudice di Pace di Genova krachtens artikel 177 EG-Verdrag (thans artikel 234 EG) twee prejudiciële vragen gesteld over de geldigheid van artikel 1, sub f, van verordening (EG) nr. 1188/97 van de Raad van 25 juli 1997 tot vaststelling voor het verkoopseizoen 1997/1998 van de afgeleide interventieprijzen voor witte suiker, de interventieprijs voor ruwe suiker, de minimumprijzen voor A-suikerbieten en B-suikerbieten, alsmede het bedrag van de vergoeding voor de verevening van de opslagkosten (PB L 170, blz. 3), en van verordening (EEG) nr. 1785/81 van de Raad van 30 juni 1981 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector suiker (PB L 177, blz. 4), in de versie van verordening (EG) nr. 1101/95 van de Raad van 24 april 1995 (PB L 110, blz. 1; hierna: "verordening nr. 1785/81").
2 Deze vragen zijn gerezen in een geding tussen Eridania SpA (hierna: "Eridania"), een Italiaanse suikerproducent, en Azienda Agricola San Luca di Rumagnoli Viannj (hierna: "Agricola"), een onderneming die Eridania suikerbieten heeft geleverd, betreffende de vraag of Italië voor het verkoopseizoen 1997/1998 terecht als een gebied met een tekort is gekwalificeerd, en dus terecht een afgeleide interventieprijs voor witte suiker voor de gebieden van deze lidstaat is toegepast, alsmede verhoogde minimumprijzen voor de bietentelers.
De gemeenschapsregeling
Verordening nr. 1785/81
3 In het kader van de gemeenschappelijke ordening der markten in de sector suiker (hierna: "GOM voor suiker") heeft verordening nr. 1785/81 in haar titel I een prijsregeling en in haar titel III een quotaregeling ingevoerd.
4 Wat de quotaregeling betreft, wordt aan iedere lidstaat een nationale basisproductiehoeveelheid toegekend, die onder de nationale producenten wordt verdeeld in de vorm van A- en B-productiequota. Voor deze twee quota geldt een afnamegarantie - in de vorm van een interventieprijs voor witte suiker - zowel op de gemeenschappelijke markt als in derde landen.
5 Wat het prijzenstelsel betreft, is in artikel 3, leden 1, 4 en 5, van verordening nr. 1785/81 het volgende bepaald:
"1. Voor witte suiker wordt jaarlijks vastgesteld:
a) een interventieprijs voor de gebieden zonder tekort;
b) een afgeleide interventieprijs voor ieder gebied met een tekort.
(...)
4. De interventieprijs voor witte suiker wordt vóór 1 augustus vastgesteld voor het verkoopseizoen dat op 1 juli van het daaropvolgende jaar begint, volgens de procedure van artikel 43, lid 2, van het Verdrag.
(...)
5. Op voorstel van de Commissie stelt de Raad met gekwalificeerde meerderheid van stemmen ieder jaar tegelijk met de interventieprijs voor witte suiker (...) de afgeleide interventieprijzen vast.
(...)"
6 Om de suikerbietenproducenten billijke waarborgen te verschaffen wordt jaarlijks tegelijk met de suikerprijs een minimumprijs voor suikerbieten vastgesteld op basis van de overeenkomstig artikel 4 van verordening nr. 1785/81 vastgestelde basisprijs. Aangaande de minimumprijs voor suikerbieten bepaalt artikel 5, leden 1 tot en met 4, van deze verordening:
"1. Jaarlijks wordt tegelijk met de interventieprijs voor witte suiker een minimumprijs voor A-suikerbieten en een minimumprijs voor B-suikerbieten vastgesteld.
(...)
2. De minimumprijs voor A-suikerbieten komt overeen met 98 % van de basisprijs voor suikerbieten.
(...) De minimumprijs voor B-suikerbieten [komt] overeen met 68 % van de basisprijs voor suikerbieten.
3. Voor de gebieden waarvoor een afgeleide interventieprijs voor witte suiker is vastgesteld, worden de minimumprijzen voor A-suikerbieten en B-suikerbieten verhoogd met een bedrag gelijk aan het verschil tussen de afgeleide interventieprijs voor het betrokken gebied en de interventieprijs; op dit bedrag wordt de coëfficiënt 1,30 toegepast.
4. In de zin van deze verordening verstaat men onder A-suikerbieten en onder B-suikerbieten alle suikerbieten die worden verwerkt tot respectievelijk A-suiker of B-suiker (...)."
7 In artikel 6, leden 1 en 2, van verordening nr. 1785/81 is het volgende bepaald:
"1. (...) De suikerfabrikanten (zijn) verplicht bij de aankoop van suikerbieten:
(...)
ten minste een minimumprijs te betalen (...).
2. De in lid 1 bedoelde minimumprijs komt overeen:
a) in de gebieden zonder tekort:
- voor suikerbieten die zullen worden verwerkt tot A-suiker, met de minimumprijs voor A-suikerbieten;
- voor suikerbieten die zullen worden verwerkt tot B-suiker, met de minimumprijs voor B-suikerbieten;
b) in de gebieden met een tekort:
- voor suikerbieten die zullen worden verwerkt tot A-suiker, met de minimumprijs voor A-suikerbieten verhoogd overeenkomstig artikel 5, lid 3;
- voor suikerbieten die zullen worden verwerkt tot B-suiker, met de minimumprijs voor B-suikerbieten verhoogd overeenkomstig artikel 5, lid 3."
8 Voor de gebieden met een tekort in de zin van de GOM voor suiker zijn dus van toepassing de afgeleide interventieprijzen als bedoeld in artikel 3, leden 1, sub b, en 5, van verordening nr. 1785/81 en de minimumprijzen van bieten, verhoogd ingevolge artikel 5, lid 3, van deze verordening.
9 Dit stelsel staat bekend als "regionalisatie" en biedt de mogelijkheid, voor de gebieden met een tekort hogere prijzen vast te stellen dan de overeenkomstige prijzen voor de gebieden zonder tekort.
De verordeningen betreffende het seizoen 1997/1998
10 Op 25 juni 1997 heeft de Raad verordening (EG) nr. 1187/97 tot vaststelling voor het verkoopseizoen 1997/1998 van bepaalde prijzen in de sector suiker en van de standaardkwaliteit voor suikerbieten (PB L 170, blz. 1) vastgesteld. Deze stelt in artikel 1, lid 2, de interventieprijs voor witte suiker vast op 63,19 ecu per 100 kilogram, en in artikel 2 de basisprijs voor suikerbieten op 47,67 ecu per ton.
11 Op dezelfde datum heeft de Raad verordening nr. 1188/97 vastgesteld. Op grond van artikel 1, sub f, van deze verordening is de afgeleide interventieprijs voor witte suiker voor alle gebieden van Italië, dat tot de communautaire gebieden met een tekort wordt gerekend, vastgesteld op 65,53 ecu per 100 kilogram. In artikel 3 van dezelfde verordening is de minimumprijs voor A-suikerbieten vastgesteld op 46,72 ecu per ton, en de minimumprijs voor B-suikerbieten op 32,42 ecu per ton. Overeenkomstig artikel 5, lid 3, van verordening nr. 1785/81 zijn de in Italië toepasselijke minimumprijzen gelijk aan die prijzen, verhoogd met 3,042 ecu.
12 De tweede en de derde overweging van de considerans van verordening nr. 1188/97 luiden als volgt:
"(...) In artikel 3, lid 1, van verordening (EEG) nr. 1785/81 is bepaald dat voor ieder gebied met een tekort een afgeleide interventieprijs voor witte suiker moet worden vastgesteld; (...) bij deze vaststelling [moet] rekening (...) worden gehouden met de regionale verschillen in de suikerprijs waarvan mag worden aangenomen dat zij zich bij een normale oogst en een vrij handelsverkeer in suiker zullen voordoen wanneer de prijsvorming op de markt normaal verloopt;
[er valt] een tekort te verwachten (...) in de productiegebieden van Italië, Ierland, het Verenigd Koninkrijk, Portugal en Finland."
Het hoofdgeding en de prejudiciële vragen
13 Met het oog op de bevoorrading van een van haar fabrieken heeft Eridania met Agricola een overeenkomst voor de teelt van suikerbieten gesloten voor het productieseizoen 1997/1998. Hierin was bepaald, dat de suikerbieten zouden worden gekocht tegen de prijzen en onder de voorwaarden die zijn vastgesteld in de communautaire bepalingen en/of de nationale bepalingen en/of de bepalingen van de bedrijfstakovereenkomst 1997/1998.
14 Daarom heeft Eridania de minimumprijzen voor suikerbieten betaald, verhoogd overeenkomstig artikel 5, lid 3, van verordening nr. 1785/81, waardoor de prijzen hoger waren dan de minimumprijzen die golden in de gebieden zonder tekort.
15 Met het beroep in het hoofdgeding vordert Eridania terugbetaling van een bedrag van 1 224 242 ITL dat zij aan Agricola heeft betaald op grond van de verhoging van de suikerbietenprijs in verband met de regionalisatie.
16 De verwijzende rechter verklaart met betrekking tot de situatie van de suikermarkt in Italië, dat deze lidstaat in het verleden minder suiker produceerde dan hij verbruikte. Door de herstructurering die de Italiaanse industrie in de loop van de afgelopen vijfentwintig jaar heeft doorgevoerd, is in die situatie evenwel geleidelijk verandering gekomen, zodat er sinds 1990 niet meer aan de voorwaarden voor regionalisatie werd voldaan. Ondanks de informatie waarover de communautaire autoriteiten beschikten, is bij verordening nr. 1101/95 het regionalisatiestelsel voor de seizoenen 1995/1996 en 1996/1997 gehandhaafd.
17 In deze omstandigheden heeft de Giudice di Pace di Genova, die evenals Eridania twijfelt aan de geldigheid van de handhaving van het regionalisatiestelsel in Italië, de behandeling van de zaak geschorst en het Hof om een prejudiciële beslissing verzocht over de volgende vragen:
"1) Is verordening (EG) nr. 1188/97 van 25 juni 1997 (PB L 170), inzonderheid artikel 1, sub f, daarvan, geldig, met name gelet op artikel 3, leden 4 en 5, van verordening (EEG) nr. 1785/81 en op artikel 190 EG-Verdrag, waarbij voor de juiste beoordeling ook moet worden gelet op de feitelijke gegevens zoals nader toegelicht sub $I primair' van het gedeelte $In rechte' van de onderhavige beschikking?
2) In geval van een bevestigend antwoord op de eerste vraag, is verordening (EEG) nr. 1785/81 van 30 juni 1981 (PB L 177), zoals later gewijzigd, inzonderheid de artikelen 3, lid 1, 5, lid 3 en 6, lid 2, ervan, geldig, gelet op de artikelen 40 en 30 tot en met 36 EG-Verdrag, en is bijgevolg ook artikel 1, sub f, van verordening (EG) nr. 1188/97 geldig, zoals nader toegelicht sub $II subsidiair' van het gedeelte $In rechte' van de onderhavige beschikking?"
18 In de eerste plaats zij erop gewezen, dat de Hof op 6 juli 2000 het arrest Eridania heeft gewezen (C-289/97, Jurispr. blz. I-5409, hierna: "arrest van 6 juli 2000"), waarin het soortgelijke vragen als die in het hoofdgeding heeft beantwoord. Bij brief van 25 september 2000 heeft het Hof de Giudice di Pace di Genova verzocht mede te delen of hij, gezien dat arrest, de onderhavige prejudiciële vragen wenste te handhaven. Bij brief van 20 oktober 2000 heeft de verwijzende rechter het Hof meegedeeld dat deze vragen werden gehandhaafd, met name omdat deze twee zaken verschillende seizoenen betroffen.
De eerste vraag
De te late vaststelling van verordening nr. 1188/97 en het gebrek aan motivering van de toepassing van de regionalisatie op Italië.
19 De eerste vraag is door het Hof reeds beantwoord in zijn arrest van 6 juli 2000, nu Eridania in die zaak reeds wees op de beweerde te late vaststelling van verordening (EG) nr. 1580/96 van de Raad van 30 juli 1996 tot vaststelling voor het verkoopseizoen 1996/1997 van de afgeleide interventieprijzen voor witte suiker, de interventieprijs voor ruwe suiker, de minimumprijzen voor A-suikerbieten en B-suikerbieten, alsmede het bedrag van de vergoeding voor de verevening van de opslagkosten (PB L 206, blz. 9), in strijd met artikel 3, leden 4 en 5, van verordening nr. 1785/81, en op de ontoereikende motivering van deze verordening, waar deze de regionalisatie op Italië toepaste.
20 Zo heeft het Hof in punt 34 van het arrest van 6 juli 2000 geoordeeld, dat de datum van 1 augustus in artikel 3, leden 4 en 5, van verordening nr. 1785/81 geen peremptoire datum is, zodat de niet-inachtneming van deze datum niet de ongeldigheid van verordening nr. 1580/96 tot gevolg kan hebben, voor zover daarin de interventieprijzen na 1 augustus zijn vastgesteld.
21 Wat de ontoereikende motivering betreft, heeft het Hof een gedetailleerd onderzoek verricht en in punt 44 van dat arrest verklaard, dat de motivering van verordening nr. 1580/96 betreffende de kwalificatie van Italië voor seizoen 1996/1997 als gebied met een tekort volstaat om te voldoen aan de eisen die in de rechtspraak van het Hof aan de motivering worden gesteld.
22 De aldus door het Hof in zijn arrest van 6 juli 2000 verrichte analyse betreffende verordening nr. 1580/96 geldt evenwel ook voor verordening nr. 1188/97. Afgezien van het feit dat zij verschillende seizoenen betreffen - 1996/1997 voor verordening nr. 1580/96 en 1997/1998 voor verordening nr. 1188/97 - zijn deze verordeningen identiek: zij zijn beide vastgesteld na afloop van de hiertoe in artikel 3, leden 4 en 5, van verordening nr. 1785/81 vastgestelde termijnen en de motivering ervan is, blijkens de tweede en derde overweging van de considerans ervan, identiek.
23 Aangezien Eridania in dit verband geen andere argumenten heeft verschaft dan die welke het Hof in het arrest van 6 juli 2000 heeft onderzocht, kan in dit verband bij wege van antwoord worden volstaan met te verwijzen naar voormeld arrest, dat nog steeds geldig is.
Het verwachte tekort tijdens het seizoen 1997/1998
24 De eerste vraag betreft vervolgens de juiste beoordeling van de feiten die hebben geleid tot de verwachting dat Italië tijdens het seizoen 1997/1998 met een tekort zou worden geconfronteerd. De specifieke feiten waarop in de verwijzingsbeschikking wordt gewezen, zijn niet aan de orde gekomen in het arrest van 6 juli 2000, waarin het Hof alleen heeft onderzocht of terecht rekening werd gehouden met een tekort tijdens het seizoen 1996/1997.
Argumenten van partijen
25 Eridania beschouwt de afgeleide interventieprijs voor witte suiker van 63,53 ecu per 100 kilogram als volstrekt ongerechtvaardigd, kennelijk onjuist en willekeurig, en is van mening dat de Raad de feiten heeft genegeerd of in ieder geval verdraaid.
26 Eridania betoogt dat de seizoenen 1993/1994, 1994/1995, en 1996/1997 zijn afgesloten met een productieoverschot. Volgens Eridania sloeg de verwachting dat er in het seizoen 1997/1998 in Italië een tekort zou optreden, dus nergens op.
27 Eridania verwijst naar een brief van 16 juni 1997 waarin de inzake landbouwbeleid bevoegde Italiaanse minister (hierna: "minister") de Commissie heeft meegedeeld dat de suikerproductie voor het verkoopseizoen 1997/1998 hoger zou gaan uitvallen dan verwacht. Hoewel hij wees op de moeilijkheid om het productieniveau concreet te voorspellen als gevolg van de notoire wisselvalligheid van het nationale rendement, heeft de minister evenwel verklaard dat het productieniveau de som van de A- en B-productiequota, namelijk 1 568 250 ton, niet zou gaan overschrijden. Eridania verwijt de Raad bij de invoering van richtlijn nr. 1188/97 op 25 juni 1997 geen rekening te hebben gehouden met die brief. In ieder geval had de Raad de minister om nadere informatie moeten vragen, te meer omdat de vertegenwoordigers van de Italiaanse industrie er al maandenlang, onder indiening van bewijsstukken, op wezen dat er in Italië een overschot ontstond.
28 Eridania baseert zich eveneens op de brief van 3 juli 1997 van de minister aan de Commissie, waaruit duidelijk zou blijken dat moet worden uitgegaan van een productie van 1 568 000 ton.
29 Volgens Eridania had verordening nr. 1188/97 naar aanleiding van laatstgenoemde brief moeten worden gewijzigd. Eridania benadrukt in dit verband dat zowel de vertegenwoordigers van de Italiaanse suikerindustrie als het Europees Comité van suikerfabrikanten (hierna: "CEFS") de gemeenschapsinstanties vóór de invoering van deze verordening documenten hebben toegestuurd waaruit duidelijk bleek dat in het seizoen 1997/1998 een aanzienlijk overschot zou ontstaan.
30 De Raad betoogt met betrekking tot de relevante datum voor de beoordeling van de gegevens, dat de verwachtingen inzake productiecijfers voortdurend moeten worden bijgesteld. In ieder geval moest hij uitgaan van de meest recente cijfers die ten tijde van de vaststelling van de prijzen beschikbaar waren.
31 Volgens de Raad was op grond van de cijfers voor het seizoen 1997/1998 in Italië een tekort te verwachten. De gegevens die de Italiaanse regering tot aan de vaststelling van verordening nr. 1188/97 op 25 juni 1997 had verstrekt, wezen op een suikerproductie van 1 440 000 ton plus een overgedragen hoeveelheid van 10 000 ton van het seizoen 1996/1997, en op een suikerverbruik van 1 483 000 ton, en daarmee op een voorzienbaar tekort van 33 000 ton.
32 De Raad ontkent dat de minister in zijn brief van 16 juni 1997 het verwachte productiecijfer van 1 440 000 ton voor het seizoen 1997/1998 zou hebben gewijzigd. Hoewel in de brief werd aangegeven dat het productieniveau het maximumniveau van 1 568 250 niet kon overschrijden, bevatte deze geen exact cijfer voor de verwachte productie, noch een verzoek aan de Commissie om het eerder meegedeelde voorlopige cijfer door een nieuw te vervangen.
33 De Raad voegt hieraan toe, dat de Italiaanse delegatie tijdens de vergadering van het beheerscomité voor suiker van 18 juni 1997 bij de mededeling van de voorlopige cijfers voor het seizoen 1997/1998 voor Italië overigens ook geen nauwkeuriger cijfers had verstrekt.
34 De minister had de Commissie bij brief van 3 juli 1997 verzocht, het cijfer van 1 440 000 ton als verwachte Italiaanse suikerproductie voor het seizoen 1997/1998 te vervangen door 1 568 000 ton. Op dat moment was verordening nr. 1188/97 echter reeds vastgesteld en was het verkoopseizoen al begonnen.
35 In dit verband betoogt de Raad dat de prijzen in beginsel vóór het begin van het verkoopseizoen moeten worden vastgesteld en dat later ingediende gegevens niet voor de vaststelling van vooruitzichten in aanmerking kunnen worden genomen. Het was dan ook niet mogelijk, de beslissing tot vaststelling van de prijzen uit te stellen tot een datum na het begin van het seizoen.
36 De Commissie betoogt eveneens, dat op 25 juni 1997, de datum waarop verordening nr. 1188/97 werd vastgesteld, alle beschikbare cijfers wezen op een fysieke productie van 1 440 000 ton.
37 De Commissie erkent echter dat de Associazione Nazionale fra gli Industriali dello Zucchero dell'Alcool e del Lievito (nationale vereniging van suikerproducenten, hierna: "Assozucchero") bij brief van 30 mei 1997, onder verwijzing naar een studie van de Universiteit van Bologna, had meegedeeld dat op basis van het gemiddelde rendement in Italië en gezien de bebouwde oppervlakte, voor het seizoen 1997/1998 een productie van 1 568 000 ton was te verwachten. Volgens de informatie van de Commissie had de Associazione nazionale bieticoltori (nationale vereniging van suikerbietentelers) de resultaten van deze studie echter bij brief van 23 juni 1997 formeel aangevochten.
38 De Commissie geeft aan dat een van haar vertegenwoordigers tijdens de vergadering van het beheerscomité voor suiker van 11 juni 1997 de lidstaten heeft verzocht om alle noodzakelijke controles uit te voeren en bijgewerkte cijfers inzake de verwachte productie in te dienen. De Italiaanse autoriteiten hebben bij brief van 16 juni 1997 verklaard dat het hun onmogelijk was, nieuwe gegevens over de Italiaanse productie in te dienen, en daarbij gepleit voor de vaststelling van prijzen per regio. Tijdens de vergadering van het beheerscomité voor suiker van 18 juni 1997 hebben de Italiaanse autoriteiten geen twijfels geformuleerd over de door hen gepresenteerde cijfers, en zij bleven dus tot en met 2 juli 1997 bij een verwachte productie van 1 440 000 ton. Pas bij brief van 3 juli 1997 hebben de Italiaanse autoriteiten de raming van de productie verhoogd.
Beoordeling door het Hof
39 In wezen verwijt Eridania de Raad en de Commissie dat zij zich voor de verwachte productie op onrealistische cijfers hebben gebaseerd, aangezien de twee instellingen noch rekening hebben gehouden met de bijstelling van de cijfers die de minister in zijn brief van 16 juni 1997 heeft gemeld en bij brief van 3 juli 1997 heeft geconcretiseerd, noch met de door de vertegenwoordigers van de Italiaanse suikerindustrie en de CEFS ingediende documenten waaruit duidelijk bleek dat in het seizoen 1997/1998 een aanzienlijk overschot zou ontstaan.
40 Vooraf moet erop worden gewezen, dat de Raad en de Commissie, zoals het Hof in punt 47 van het arrest van 6 juli 2000 heeft verklaard, de verhouding tussen de omvang van een nog niet geoogste productie en de omvang van een nog niet begonnen verbruik moeten onderzoeken, en dus prognoses moeten opstellen op basis van de door de lidstaten meegedeelde gegevens die zowel - wat de ontwikkeling van het verbruik betreft - op het lopende seizoen betrekking hebben, als - wat de ontwikkeling van de beschikbare productie betreft - op de vooruitzichten voor het komende seizoen.
41 Wat de uiterste datum voor de vaststelling van de prognoses betreft, moet worden vastgesteld dat, zoals de Raad heeft verklaard, de interventieprijzen en de maximumprijzen moeten worden vastgesteld vóór het begin van het verkoopseizoen, namelijk op 1 juli zoals in artikel 2, lid 1, van verordening nr. 1785/81 is vastgesteld.
42 In het onderhavige geval heeft de Raad verordening nr. 1188/97 vastgesteld op 25 juni 1997 en aldus rekening gehouden met de datum van 1 juli 1997, waarop het seizoen 1997/1998 is geopend.
43 Op dat moment beschikte de Raad over de cijfers die hem door de lidstaten waren meegedeeld overeenkomstig verordening (EG) nr. 779/96 van de Commissie van 29 april 1996 houdende uitvoeringsbepalingen van verordening (EEG) nr. 1758/81 van de Raad betreffende de mededelingen in de sector suiker (PB L 106, blz. 9).
44 Overeenkomstig de aldus door de Italiaanse regering aan de Commissie meegedeelde cijfers, bedroeg de door eerstgenoemde uitgevoerde raming van het verbruik 1 483 000 ton, wat overeenkomt met de informatie waarover ook de Raad beschikte. Dit cijfer wordt overigens door Eridania niet betwist.
45 Op 25 juli 1997 beschikte de Raad ook over een productieraming van 1 450 000 ton, omvattende een verwachte fysieke productie van 1 440 000 ton voor het seizoen 1997/1998 en een overgedragen hoeveelheid van 10 000 ton van het voorafgaande seizoen. Dit cijfer is door de Italiaanse regering verstrekt tijdens de vergadering van het beheerscomité voor suiker van 9 april 1997.
46 Op basis van deze cijfers kon de Raad voor Italië voor het seizoen 1997/1998 op goede gronden een tekort voorzien.
47 Het valt niet te ontkennen dat de minister bij brief van 16 juni 1997 aan de Commissie heeft meegedeeld dat de oogst waarschijnlijk groter zou zijn dan verwacht. Het kan de Raad echter niet worden verweten, dat hij zijn raming niet heeft bijgesteld. De Italiaanse regering heeft in die brief namelijk slechts aangegeven dat de hoeveelheid van 1 568 250 ton, die overeenkomt met het totaal van de aan Italië toegekende A- en B-quota, in ieder geval niet zou worden overschreden, maar heeft geen exact cijfer gegeven wegens de notoire wisselvalligheid van het nationale rendement. Overigens komt Eridania niet op tegen het feit dat een cijfermatige raming ontbreekt.
48 Tijdens een latere vergadering van het beheerscomité voor suiker op 18 juni, die was bedoeld om de ramingen een laatste maal te verifiëren, heeft de Italiaanse regering heeft geen nieuwe cijfers ingediend.
49 Daardoor beschikte de Commissie ten tijde van de vaststelling van verordening nr. 1188/97 door de Raad slechts over de officiële cijfers die op grond van verordening nr. 779/96 waren verkregen, en had zij dus geen reden om terug te komen op het eind maart 1997 door haar geformuleerde voorstel voor een verordening van de Raad (PB C 101, blz. 6).
50 Deze raming van de lopende productie en het toekomstige verbruik, en het daarop gebaseerde voorstel om Italië bij de gebieden met een tekort in te delen, kunnen niet ongeldig worden verklaard met als motivering dat verschillende beroepsorganisaties van suikerproducenten de Commissie herhaalde malen hadden meegedeeld dat de verwachte productiecijfers voortvloeiend uit de mededelingen van de Italiaanse regering volstrekt irreëel waren.
51 Onweersproken is, dat de Commissie en de Raad, zoals blijkt uit de gedetailleerde analyse van de advocaat-generaal in de punten 34, 35 en 36 van zijn conclusie, via een uitgebreide correspondentie van de Assozucchero en de CEFS wisten dat de Italiaanse suikerproducenten vanaf januari 1997 een suikerproductie van 1 560 000 ton verwachtten, die dus hoger was dan het aangenomen verbruik van 1 483 000 ton.
52 Ook de suikerfabrikanten hebben de in maart 1997 geformuleerde voorstellen van de Commissie, die op een verwacht tekort waren gebaseerd, fel bestreden. Tijdens de vergadering van 14 april 1997 van de paritaire groep van het Raadgevend Comité voor suiker, die op grond van artikel 40 van verordening nr. 1785/81 is ingesteld bij besluit 87/75/EEG van de Commissie van 7 januari 1987 (PB L 45, blz. 16), heeft de vertegenwoordiger van de Italiaanse suikerindustrie verklaard dat de Commissie onmogelijk een regionalisatie van de suikerprijs in Italië had kunnen voorstellen, aangezien Italië een overschot had. Zoals de Commissie zelf heeft verklaard, heeft de Assozucchero wederom, bij brief van 30 mei 1997, onder verwijzing naar de studie van de Universiteit van Bologna, een geraamde productie van 1 568 000 ton meegedeeld.
53 Tegenover deze talrijke pleidooien voor een kwalificatie van Italië als gebied met een overschot, stonden echter die van de vertegenwoordigers van de bietentelers.
54 In deze situatie had de Commissie geen andere mogelijkheid dan zich aan de door de Italiaanse regering ingediende cijfers te houden. Laatstgenoemde kwam hiermee namelijk een verplichting na die haar door verordening nr. 779/96 was opgelegd, en kon hierbij niet anders dan zich zo strikt mogelijk houden aan de verplichting tot loyale samenwerking, die is neergelegd in artikel 5 EG (thans artikel 10 EG).
55 De kwalificatie van Italië als gebied met een tekort kan ook niet als ongeldig worden beschouwd op grond dat de Raad heeft geweigerd zijn beoordeling te wijzigen na de mededeling door de Italiaanse regering op 3 juli 1997 van de cijfers betreffende een verwachte productie van 1 568 000 ton was te verwachten.
56 Enerzijds moet de Raad de interventieprijzen immers vóór het begin van het verkoopseizoen, dus vóór 1 juli, vaststellen, en in de tweede plaats is niet voorzien in een mogelijkheid om de prijzen na het begin van het seizoen te wijzigen.
57 Daarom was de Raad in ieder geval niet gehouden om zijn raming te herzien en verordening nr. 1188/97 te wijzigen.
58 Uit een en ander volgt, dat bij onderzoek van de door de Commissie bij de vaststelling van de interventieprijs voor Italië verrichte raming van de voor het seizoen 1997/1998 beschikbare suikerproductie, die door de Raad in verordening nr. 1188/97 ongewijzigd is overgenomen, uit dien hoofde niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de geldigheid van die verordening kunnen aantasten.
De tweede vraag
59 De tweede vraag behoeft niet meer gedetailleerd te worden onderzocht, aangezien het Hof dezelfde vraag in wezen reeds heeft onderzocht in het arrest van 6 juli 2000, en heeft vastgesteld dat niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de geldigheid van verordening nr. 1785/81 kunnen aantasten. Noch de specifieke omstandigheden van het seizoen 1997/1998, noch de argumenten van Eridania die identiek zijn aan de argumenten in de zaak die tot het genoemde arrest heeft geleid, kunnen het antwoord van het Hof wijzigen of nuanceren.
60 Daarom dient op de twee vragen van de verwijzende rechter te worden geantwoord, dat uit het onderzoek ervan niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de geldigheid van de verordeningen nrs. 1188/97 en 1785/81 kunnen aantasten.
Beslissing inzake de kosten
Kosten
61 De kosten door de Raad en door de Commissie wegens indiening van hun opmerkingen bij het Hof gemaakt, kunnen niet voor vergoeding in aanmerking komen. Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de nationale rechterlijke instantie over de kosten heeft te beslissen.
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE (Zesde kamer),
uitspraak doende op de door de Giudice di pace di Genova bij beschikking van 28 maart 1998 gestelde vragen, verklaart voor recht:
Uit het onderzoek van de gestelde vragen is niet gebleken van feiten of omstandigheden die de geldigheid kunnen aantasten van verordening (EG) nr. 1188/97 van de Raad van 25 juni 1997 tot vaststelling voor het verkoopseizoen 1997/1998 van de afgeleide interventieprijzen voor witte suiker, de interventieprijs voor ruwe suiker, de minimumprijzen voor A-suikerbieten en B-suikerbieten, alsmede het bedrag van de vergoeding voor de verevening van de opslagkosten, en van verordening (EEG) nr. 1785/81 van de Raad van 30 juni 1981 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector suiker, zoals gewijzigd bij verordening (EG) nr. 1101/95 van de Raad van 24 april 1995.
Full & Egal Universal Law Academy