Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
Vrij verrichten van diensten - Direct verzekeringsbedrijf, met uitzondering van levensverzekeringsbranche, en direct levensverzekeringsbedrijf - Richtlijnen 92/49 en 92/96 - Verbod om stelselmatige mededeling van algemene en bijzondere voorwaarden van verzekeringspolissen te verlangen - Nationale wettelijke regeling volgens welke voorwaarden van bepaald type verzekeringsovereenkomst dat voor het eerst op nationale grondgebied op markt wordt gebracht, aan bevoegde minister moeten worden meegedeeld - Ontoelaatbaarheid
(Richtlijnen van de Raad 92/49, art. 6, 29 en 39, en 92/96, art. 5, 29 en 39)
Samenvatting
$$Een lidstaat die wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen handhaaft volgens welke verzekerings- of kapitalisatieondernemingen die voor het eerst op het nationale grondgebied een bepaald type verzekeringsovereenkomst op de markt brengen, de minister van Economische zaken en Financiën stelselmatig een inlichtingenfiche moeten doen toekomen met gegevens die deel uitmaken van de algemene voorwaarden van verzekeringspolissen, komt de verplichtingen niet na die op hem rusten krachtens de artikelen 6, 29 en 39 van richtlijn 92/49 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende het directe verzekeringsbedrijf, met uitzondering van de levensverzekeringsbranche, en houdende wijziging van de richtlijnen 73/239 en 88/357 (derde richtlijn schadeverzekering"), alsmede de artikelen 5, 29 en 39 van richtlijn 92/96 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende het directe levensverzekeringsbedrijf en tot wijziging van de richtlijnen 79/267 en 90/619 (derde richtlijn levensverzekeringen), op grond waarvan het een lidstaat verboden is, de stelselmatige mededeling te verlangen van de algemene en bijzondere voorwaarden van de verzekeringspolissen waarvan een onderneming op zijn grondgebied gebruik wil maken in haar betrekkingen met de verzekeringnemers.
( cf. punten 27, 35 en dictum )
Partijen
In zaak C-296/98,
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door C. Tufvesson, juridisch adviseur, en B. Mongin, lid van haar juridische dienst, als gemachtigden, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij C. Gómez de la Cruz, lid van haar juridische dienst, Centre Wagner, Kirchberg,
verzoekster,
tegen
Franse Republiek, vertegenwoordigd door K. Rispal-Bellanger, onderdirecteur bij de directie juridische zaken van het Ministerie van Buitenlandse zaken, en S. Seam, secretaris buitenlandse zaken bij die directie, als gemachtigden, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg ter Franse ambassade, Boulevard Joseph II 8 B,
verweerster,
betreffende een verzoek aan het Hof om vast te stellen dat de Franse Republiek, door artikel L. 310-8 van de Code des assurances te handhaven, volgens hetwelk verzekerings- of kapitalisatieondernemingen die voor het eerst in Frankrijk een bepaald type verzekeringsovereenkomst op de markt brengen, de minister van Economische zaken en Financiën hiervan kennis geven op de door deze laatste bij besluit bepaalde wijze, alsmede artikel A. 310-1 van die Code, volgens hetwelk de in de eerste alinea van artikel L. 310-8 bedoelde kennisgeving geschiedt in de vorm van een in het Frans gestelde fiche waarop de in de bijlage bij dit artikel genoemde gegevens zijn vermeld, de verplichtingen niet is nagekomen die op haar rusten krachtens het EG-Verdrag en de artikelen 6, 29 en 39 van richtlijn 92/49/EEG van de Raad van 18 juni 1992 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende het directe verzekeringsbedrijf, met uitzondering van de levensverzekeringsbranche, en houdende wijziging van de richtlijnen 73/239/EEG en 88/357/EEG (derde richtlijn schadeverzekering") (PB L 228, blz. 1), alsmede de artikelen 5, 29 en 39 van richtlijn 92/96/EEG van de Raad van 10 november 1992 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende het directe levensverzekeringsbedrijf en tot wijziging van de richtlijnen 79/267/EEG en 90/619/EEG (derde levensrichtlijn) (PB L 360, blz. 1),
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE (Vijfde kamer),
samengesteld als volgt: J. C. Moitinho de Almeida (rapporteur), president van de Zesde kamer, waarnemend voor de president van de Vijfde kamer, L. Sevón, C. Gulmann, J.-P. Puissochet en M. Wathelet, rechters,
advocaat-generaal: S. Alber
griffier: H. von Holstein, adjunct-griffier
gezien het rapport ter terechtzitting,
gehoord de pleidooien van partijen ter terechtzitting van 16 september 1999,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 28 oktober 1999,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij op 29 juli 1998 ter griffie van het Hof neergelegd verzoekschrift heeft de Commissie van de Europese Gemeenschappen krachtens artikel 169 EG-Verdrag (thans artikel 226 EG) het Hof verzocht vast te stellen dat de Franse Republiek, door artikel L. 310-8 van de Code des assurances te handhaven, volgens hetwelk verzekerings- of kapitalisatieondernemingen die voor het eerst in Frankrijk een bepaald type verzekeringsovereenkomst op de markt brengen, de minister van Economische zaken en Financiën hiervan kennis geven op de door deze laatste bij besluit bepaalde wijze, alsmede artikel A. 310-1 van die Code, volgens hetwelk de in de eerste alinea van artikel L. 310-8 bedoelde kennisgeving geschiedt in de vorm van een in het Frans gestelde fiche waarop de in de bijlage bij dit artikel genoemde gegevens zijn vermeld, de verplichtingen niet is nagekomen die op haar rusten krachtens het EG-Verdrag en de artikelen 6, 29 en 39 van richtlijn 92/49/EEG van de Raad van 18 juni 1992 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende het directe verzekeringsbedrijf, met uitzondering van de levensverzekeringsbranche, en houdende wijziging van de richtlijnen 73/239/EEG en 88/357/EEG (derde richtlijn schadeverzekering") (PB L 228, blz. 1), alsmede de artikelen 5, 29 en 39 van richtlijn 92/96/EEG van de Raad van 10 november 1992 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende het directe levensverzekeringsbedrijf en tot wijziging van de richtlijnen 79/267/EEG en 90/619/EEG (derde levensrichtlijn) (PB L 360, blz. 1).
Rechtskader
De gemeenschapsregeling
2 Artikel 6, in titel II, Toegang tot het verzekeringsbedrijf", van richtlijn 92/49 bepaalt:
Artikel 8 van richtlijn 73/239/EEG wordt vervangen door:
,Artikel 8
(...)
3. Deze richtlijn belet niet dat de lidstaten wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen handhaven of invoeren die voorzien in de goedkeuring van de statuten en in het mededelen van elk document dat voor de normale uitoefening van het toezicht vereist is.
De lidstaten stellen echter geen bepalingen vast waarin de voorafgaande goedkeuring of de systematische mededeling wordt geëist van de algemene en bijzondere voorwaarden van de verzekeringspolissen, de tarieven, en de formulieren en andere documenten waarvan de onderneming gebruik wil maken in haar betrekkingen met de verzekeringnemers.
De lidstaten kunnen de voorafgaande kennisgeving of de goedkeuring van voorgestelde tariefsverhogingen alleen als onderdeel van een algemeen prijscontrolesysteem handhaven of invoeren.
(...)"
3 Artikel 29 van richtlijn 92/49, dat deel uitmaakt van titel III, Harmonisatie van de uitoefeningsvoorwaarden", luidt:
De lidstaten stellen geen bepalingen vast waarin de voorafgaande goedkeuring of de systematische mededeling wordt geëist van de algemene en bijzondere voorwaarden van de verzekeringspolissen, de tarieven, en de formulieren en andere documenten waarvan een verzekeringsonderneming gebruik wil maken in haar betrekkingen met de verzekeringnemers. Voor het toezicht op de naleving van de nationale bepalingen betreffende de verzekeringsovereenkomsten kunnen zij alleen een niet-systematische mededeling van deze voorwaarden en andere documenten eisen, zonder dat dit vereiste voor de verzekeringsonderneming een voorwaarde vooraf voor de uitoefening van haar werkzaamheden mag vormen.
De lidstaten kunnen de voorafgaande kennisgeving of de goedkeuring van voorgestelde tariefsverhogingen alleen als onderdeel van een algemeen prijscontrolesysteem handhaven of invoeren."
4 Artikel 35 van richtlijn 92/49, dat is te vinden in titel IV, Bepalingen betreffende de vrije vestiging en het vrij verrichten van diensten", bepaalt:
Artikel 16 van richtlijn 88/357/EEG wordt vervangen door:
,Artikel 16
1. De bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst delen binnen één maand na de in artikel 14 bedoelde kennisgeving aan de lidstaat of de lidstaten op het grondgebied waarvan de verzekeringsonderneming voornemens is in het kader van het vrij verrichten van diensten werkzaamheden uit te oefenen, mee:
a) dat de verzekeringsonderneming de vereiste solvabiliteitsmarge bezit, berekend overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 16 en 17 van richtlijn 73/239/EEG;
b) de branches die de onderneming mag uitoefenen;
c) de aard van de risico's die de onderneming voornemens is in de lidstaat van dienstverrichting te dekken.
Zij stellen tegelijkertijd de betrokken onderneming daarvan in kennis.
Elke lidstaat op wiens grondgebied een verzekeringsonderneming voornemens is, in het kader van het vrij verrichten van diensten, de in branche 10 van punt A van de bijlage bij richtlijn 73/239/EEG ingedeelde risico's te dekken, met uitzondering van de wettelijke aansprakelijkheid van de vervoerder, kan eisen dat betrokken onderneming:
- de naam en het adres bekend maakt van de vertegenwoordiger van de verzekeringsonderneming bedoeld in artikel 12 bis, lid 4, van deze richtlijn;
- een verklaring overlegt waarin staat dat de onderneming is toegetreden tot het nationale bureau en het nationale garantiefonds van de lidstaat van dienstverrichting.
2. Wanneer de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst de in lid 1 bedoelde gegevens niet meedelen binnen de gestelde termijn, delen zij de redenen van deze weigering binnen diezelfde termijn aan de verzekeringsonderneming mee. Tegen deze weigering moet beroep openstaan bij de rechter in de lidstaat van herkomst.
3. De verzekeringsonderneming kan haar werkzaamheden aanvangen vanaf de officieel bevestigde datum waarop haar bericht is gegeven van de in lid 1, eerste alinea, bedoelde mededeling."
5 In dezelfde titel van richtlijn 92/49 bepaalt artikel 39, leden 2 en 3:
2. De lidstaat van het bijkantoor of de lidstaat van dienstverrichting stelt geen bepalingen vast waarin de voorafgaande goedkeuring of de systematische mededeling wordt geëist van de algemene en bijzondere voorwaarden van de verzekeringspolissen, de tarieven, en de formulieren en andere documenten waarvan een verzekeringsonderneming gebruik wil maken in haar betrekkingen met de verzekeringnemers. Voor het toezicht op de naleving van zijn nationale bepalingen betreffende verzekeringsovereenkomsten kan hij van een verzekeringsonderneming die op zijn grondgebied in het kader van het recht van vestiging of in het kader van het vrij verrichten van diensten het verzekeringsbedrijf wenst uit te oefenen, slechts een niet-systematische mededeling eisen van deze voorwaarden of andere documenten waarvan zij gebruik wenst te maken, zonder dat dit vereiste voor de verzekeringsonderneming een voorwaarde vooraf voor de uitoefening van haar werkzaamheden mag vormen.
3. De lidstaat van het bijkantoor of de lidstaat van dienstverrichting kan de voorafgaande kennisgeving of de goedkeuring van voorgestelde tariefsverhogingen alleen als onderdeel van een algemeen prijscontrolesysteem handhaven of invoeren."
6 Artikel 5, in titel II, Toegang tot het verzekeringsbedrijf", van richtlijn 92/96 bepaalt:
Artikel 8 van richtlijn 79/267/EEG wordt vervangen door:
,Artikel 8
(...)
3. De lidstaten stellen geen bepalingen vast waarin de voorafgaande goedkeuring of de systematische mededeling wordt geëist van de algemene en bijzondere voorwaarden van de verzekeringspolissen, de tarieven, de met name voor de berekening van de tarieven en de technische voorzieningen gehanteerde technische grondslagen en de formulieren en andere documenten waarvan de verzekeringsonderneming gebruik wil maken in haar betrekkingen met de verzekeringnemers.
Niettegenstaande de eerste alinea, en uitsluitend voor het toezicht op de naleving van de nationale bepalingen betreffende de actuariële beginselen, mag de lidstaat van herkomst een systematische mededeling van de voor de berekening van de tarieven en de technische voorzieningen gehanteerde technische grondslagen eisen, zonder dat dit vereiste voor de onderneming een voorwaarde vooraf voor de uitoefening van haar werkzaamheden mag vormen.
Deze richtlijn belet niet dat de lidstaten wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen handhaven of invoeren die voorzien in de goedkeuring van de statuten en in het mededelen van elk document dat voor de normale uitoefening van het toezicht vereist is.
(...)"
7 Artikel 29 van richtlijn 92/96, dat deel uitmaakt van titel III, Harmonisatie van de uitoefeningsvoorwaarden", luidt:
De lidstaten stellen geen bepalingen vast waarin de voorafgaande goedkeuring of de systematische mededeling wordt geëist van de algemene en bijzondere voorwaarden van de verzekeringspolissen, de tarieven, de met name voor de berekening van de tarieven en de technische voorzieningen gehanteerde technische grondslagen en de formulieren en andere documenten waarvan de verzekeringsonderneming gebruik wil maken in haar betrekkingen met de verzekeringnemers.
Niettegenstaande de eerste alinea, en uitsluitend voor het toezicht op de naleving van de nationale bepalingen betreffende de actuariële beginselen, kan de lidstaat van herkomst de systematische mededeling van de voor de berekening van de tarieven en de technische voorzieningen gehanteerde technische grondslagen eisen, zonder dat dit vereiste voor de onderneming een voorwaarde vooraf voor de uitoefening van haar werkzaamheden mag vormen.
(...)"
8 Artikel 35 van richtlijn 92/96, dat is te vinden in titel IV, Bepalingen betreffende de vrije vestiging en het vrij verrichten van diensten", bepaalt:
Artikel 14 van richtlijn 90/619/EEG wordt vervangen door:
,Artikel 14
1. De bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst delen binnen één maand na de in artikel 11 bedoelde kennisgeving aan de lidstaat of lidstaten op het grondgebied waarvan de onderneming voornemens is in het kader van het vrij verrichten van diensten werkzaamheden uit te oefenen, mee:
a) dat de verzekeringsonderneming de vereiste solvabiliteitsmarge bezit, berekend overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 19 en 20 van richtlijn 79/267/EEG;
b) de branches die de onderneming mag uitoefenen;
c) de aard van de verbintenissen die de onderneming voornemens is aan te gaan in de lidstaat van dienstverrichting.
Zij stellen tegelijkertijd de betrokken onderneming daarvan in kennis.
2. Wanneer de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst de in lid 1 bedoelde gegevens niet meedelen binnen de gestelde termijn, delen zij de redenen van deze weigering binnen diezelfde termijn aan de verzekeringsonderneming mee. Tegen deze weigering moet beroep openstaan bij de rechter in de lidstaat van herkomst.
3. De verzekeringsonderneming kan haar werkzaamheden aanvangen vanaf de officieel bevestigde datum waarop haar bericht is gegeven van de in lid 1, eerste alinea, bedoelde mededeling."
9 In dezelfde titel van richtlijn 92/96 bepaalt artikel 39, lid 2:
De lidstaat van het bijkantoor of de lidstaat van dienstverrichting stelt geen bepalingen vast waarin de voorafgaande goedkeuring of de systematische mededeling wordt geëist van de algemene en bijzondere voorwaarden van de verzekeringspolissen, de tarieven, de technische grondslagen die met name voor de berekening van de tarieven en de technische voorzieningen worden gehanteerd, en de formulieren en andere documenten waarvan de onderneming gebruik wil maken in haar betrekkingen met de verzekeringnemers. Voor het toezicht op de naleving van zijn nationale bepalingen betreffende verzekeringsovereenkomsten kan hij van een verzekeringsonderneming die op zijn grondgebied in het kader van het recht van vestiging of in het kader van het vrij verrichten van diensten het verzekeringsbedrijf wenst uit te oefenen, slechts een niet-systematische mededeling eisen van de voorwaarden en van de andere documenten waarvan zij gebruik wenst te maken, zonder dat dit vereiste voor de verzekeringsonderneming een voorwaarde vooraf voor de uitoefening van haar werkzaamheden mag vormen."
De nationale wettelijke regeling
10 Artikel L. 310-8 van de Franse Code des assurances bepaalt:
Verzekerings- of kapitalisatieondernemingen die voor het eerst in Frankrijk een bepaald type verzekeringsovereenkomst op de markt brengen, geven de minister van Economische zaken en Financiën hiervan kennis op de door deze laatste bij besluit bepaalde wijze.
De minister kan de mededeling verlangen van contractuele documenten of reclamemateriaal betreffende een verzekerings- of kapitalisatieverrichting.
Indien een document in strijd met de wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen blijkt te zijn, kan de minister, na advies van de raadgevende commissie voor het verzekeringswezen, verlangen dat het wordt gewijzigd of besluiten tot intrekking ervan. In urgente gevallen is het advies van de raadgevende commissie voor het verzekeringswezen niet vereist."
11 Artikel A. 310-1 van de Code bepaalt:
De in de eerste alinea van artikel L. 310-8 bedoelde kennisgeving geschiedt in de vorm van een in het Frans gestelde fiche waarop de in de bijlage bij dit artikel genoemde gegevens zijn vermeld."
12 Volgens de bijlage bij artikel A. 310-1 van de Code dienen de verzekeringsondernemingen de volgende fiches mee te delen:
I. - Fiche voor het op de markt brengen van een nieuw type
levensverzekeringsovereenkomst
1. Naam en adres van de contracterende verzekeringsonderneming.
2. Handelsnaam van de overeenkomst.
3. Kenmerken van de overeenkomst:
a) Omschrijving in de overeenkomst van de geboden dekkingen;
b) Looptijd van de overeenkomst;
c) Wijze van betaling van de premies;
d) Termijn voor en wijze van opzegging van de overeenkomst;
e) Te vervullen formaliteiten bij intreden van het schadegeval;
f) Aanvullende inlichtingen betreffende bepaalde categorieën van overeenkomsten:
- levensverzekerings- of kapitalisatieovereenkomsten: door verzekeringsonderneming in rekening gebrachte kosten en vergoedingen voor afkoop;
- andere overeenkomsten met afkoopwaarden: in rekening gebrachte kosten in geval van afkoop;
- fractieverzekeringen: opsomming van de referentiewaarden en aard van de activa die daarvan deel uitmaken;
- collectieve overeenkomst: formaliteiten voor opzegging en overdracht;
g) Inlichtingen over de premies voor de hoofddekkingen en de aanvullende dekkingen.
4. Gegarandeerd minimumrendement en deelneming:
a) Gegarandeerd rentepercentage en duur van die garantie;
b) Bestaan van gegarandeerde minimumafkoopwaarden, van een getrouwheidsgarantie en van premievrije waarden;
c) Wijze van berekening van toewijzing van winstdeling.
5. Tijdstip van het op de markt brengen van de overeenkomst.
II. - Fiche voor het op de markt brengen van een nieuw type
schadeverzekeringsovereenkomst
1. Naam en adres van de contracterende verzekeringsonderneming.
2. Handelsnaam van de overeenkomst.
3. Omschrijving in de overeenkomst van de geboden dekkingen onder vermelding van het nummer van de categorieën van verrichtingen (artikel R. 321-1 van de Code des assurances).
4. Betreft het een collectieve overeenkomst (1)?
Ja
Nee
Zo ja, formaliteiten voor opzegging en overdracht vermelden.
5. Voorziet de overeenkomst uitsluitend in de dekking van grote risico's in de zin van artikel L. 111-6 van de Code des assurances (1)?
Ja
Nee
6. Voorziet de overeenkomst uitsluitend in de dekking van risico's in Frankrijk (1)?
Ja
Nee
7. Wordt volgens de overeenkomst uitsluitend Frans recht toegepast (1)?
Ja
Nee
8. Doelgroep (1)
Particuliere sector
Andere
9. Tijdstip van het op de markt brengen van de overeenkomst.
(1) Aankruisen wat van toepassing is."
De precontentieuze procedure
13 Daar de Commissie van mening was, dat de artikelen L. 310-8 en A. 310-1 van de Franse Code des assurances niet in overeenstemming waren met de voor de lidstaten uit de artikelen 6, 29 en 39 van richtlijn 92/49 en de artikelen 5, 29 en 39 van richtlijn 92/96 voortvloeiende verplichtingen, voor zover die nationale bepalingen de verzekeringsondernemingen verplichten tot stelselmatige mededeling van de algemene voorwaarden van de overeenkomsten die zij voor het eerst op het Franse grondgebied op de markt willen brengen, maande zij de Franse regering bij brief van 17 januari 1997 aan, binnen een termijn van twee maanden haar opmerkingen betreffende die inbreuk op de bepalingen van die richtlijnen te maken.
14 Bij brief van 25 maart 1997 stelden de Franse autoriteiten, dat de lidstaten op grond van de richtlijnen 92/49 en 92/96 de overeenkomsten achteraf steekproefsgewijs mogen controleren om na te gaan of de nationale bepalingen betreffende de verzekeringsovereenkomsten of het actuariële beginsel worden nageleefd. Artikel L. 310-8 van de Franse Code des assurances heeft tot doel een dergelijke controle, die zowel uit voorzorg als ter bescherming van de verzekerden nodig is, mogelijk en doeltreffend te maken. De in die bepaling neergelegde verplichting is huns inziens niet in strijd met het gemeenschapsrecht, aangezien de gevraagde inlichtingen verschillen van de gegevens en documenten waarvan de voorafgaande of stelselmatige mededeling bij de richtlijnen 92/49 en 92/96 is verboden, en de mededeling van de in die Code bedoelde fiches voor het op de markt brengen (fiches de commercialisation") geschiedt niet in het kader van een voorafgaande goedkeuring van de verzekeringsovereenkomsten, nu die mededeling kan geschieden nadat de eerste overeenkomsten op de markt zijn gebracht. In bovengenoemde brief erkenden de Franse autoriteiten evenwel de noodzaak om de betrokken artikelen van de Code des assurances op eventuele redactionele onduidelijkheden te onderzoeken.
15 Aangezien die verklaringen geen wijziging brachten in haar oordeel dat er sprake was van inbreuk op de richtlijnen 92/49 en 92/96, deed de Commissie de Franse Republiek op 30 december 1997 een met redenen omkleed advies toekomen, waarin zij alle in de aanmaningsbrief geformuleerde grieven handhaafde en deze laatste verzocht, de nodige maatregelen te treffen om binnen twee maanden na de kennisgeving ervan aan het advies te voldoen.
16 Toen een antwoord van de Franse autoriteiten op het met redenen omkleed advies uitbleef, heeft de Commissie, die van oordeel was dat die autoriteiten de artikelen L. 310-8 en A. 310-1 van de Code des assurances niet hadden gewijzigd, of althans hadden verzuimd haar van een dergelijke wijziging in kennis te stellen, besloten het onderhavige beroep in te stellen.
Ten gronde
17 Ter terechtzitting heeft de Franse regering laten weten, dat, teneinde er geen twijfel over te laten bestaan dat de mededeling van de fiche geen noodzakelijke voorwaarde voor het op de markt brengen van nieuwe verzekeringsovereenkomsten is, de tekst van artikel L. 310-8 van de Code des assurances is gewijzigd bij artikel 91, lid 1, van wet nr. 99-532 van 25 juni 1999 inzake spaargelden en financiële zekerheid (JORF van 29 juni 1999, blz. 9487). In de nieuwe versie bepaalt artikel L. 310-8:
Binnen drie maanden nadat zij een nieuw type verzekeringsovereenkomst op de markt hebben gebracht, geven de verzekerings- of kapitalisatieondernemingen de minister van Economische zaken hiervan kennis op de door deze laatste bij besluit bepaalde wijze."
18 De Franse regering betwist niet, dat het de lidstaten op grond van de richtlijnen 92/49 en 92/96 verboden is, de verzekeringsondernemingen te verplichten tot stelselmatige mededeling van de algemene voorwaarden van de overeenkomsten die zij voor het eerst op hun grondgebied op de markt willen brengen, en dat op grond van die richtlijnen slechts een steekproefsgewijze controle achteraf van die voorwaarden is toegestaan.
19 Zij stelt evenwel, dat de gemeenschapsregeling geen enkele omschrijving bevat van het begrip algemene voorwaarden van verzekeringspolissen". Volgens de rechtsleer gaat het om clausules die gemeen zijn aan eenzelfde categorie van overeenkomsten die door dezelfde verzekeraar zijn gesloten. In de fiches behoeft geen enkel gegeven te worden verstrekt dat deel uitmaakt van de algemene voorwaarden van verzekeringspolissen in bovenbedoelde zin; door middel daarvan worden enkel beknopte gegevens doorgegeven zonder dat het mogelijk is een gedetailleerd oordeel te vellen over de algemene voorwaarden van de verzekeringspolissen.
20 De door de Commissie voorgestelde omschrijving van de algemene voorwaarden van verzekeringspolissen ontneemt volgens de Franse regering het nuttig effect aan artikel 8, lid 3, eerste alinea, van de Eerste richtlijn (73/239/EEG) van de Raad van 24 juli 1973 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de toegang tot het directe verzekeringsbedrijf, met uitzondering van de levensverzekeringsbranche, en de uitoefening daarvan (PB L 228, blz. 3), zoals gewijzigd bij artikel 6 van richtlijn 92/49, en aan artikel 8, lid 3, derde alinea, van de Eerste richtlijn (79/267/EEG) van de Raad van 5 maart 1979 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de toegang tot het directe levensverzekeringsbedrijf, en de uitoefening daarvan (PB L 63, blz. 1), zoals gewijzigd bij artikel 5 van richtlijn 92/96. Die in identieke bewoordingen gestelde artikelen bepalen: Deze richtlijn belet niet dat de lidstaten wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen handhaven of invoeren die voorzien in de goedkeuring van de statuten en in het mededelen van elk document dat voor de normale uitoefening van het toezicht vereist is."
21 Zou het begrip algemene voorwaarden van verzekeringspolissen zich, zoals de Commissie betoogt, uitstrekken tot elk constitutief element van de contractuele betrekking tussen verzekeraar en verzekerde, dan zou de uitdrukking document dat voor de normale uitoefening van het toezicht vereist is" immers zinledig zijn.
22 Volgens de Franse regering zijn de fiches documenten die vereist zijn voor de normale uitoefening van een dergelijk steekproefsgewijs toezicht achteraf. Dat toezicht kan immers niet worden uitgeoefend wanneer niet op grond van de in de fiches gevraagde inlichtingen kan worden uitgemaakt hoeveel en welke soort verzekeringsovereenkomsten het betreft.
23 Naar het oordeel van de Franse regering volstaan de van de lidstaat van herkomst verkregen inlichtingen daartoe niet, aangezien de overeenkomsten die in de lidstaat van vrije dienstverrichting op de markt worden gebracht, niet dezelfde zijn als die welke in de lidstaat van herkomst op de markt worden gebracht.
24 De Commissie houdt vast aan haar betoog in het met redenen omkleed advies en voegt daaraan toe, dat de nieuwe tekst van artikel L. 310-8 van de Franse Code des assurances weliswaar voorziet in een controle achteraf van de algemene voorwaarden van verzekeringsovereenkomsten, doch het stelselmatige karakter van een dergelijke controle handhaaft, die daardoor in strijd is met de vereisten van de richtlijnen 92/49 en 92/96. Hoe dan ook kan die wijziging, die is vastgesteld na afloop van de in het met redenen omkleed advies gestelde termijn van twee maanden, niet worden geacht een einde te hebben gemaakt aan de aan de Franse Republiek in het kader van dit beroep wegens niet-nakoming verweten inbreuk.
25 Opgemerkt zij, dat bij een levensverzekeringsovereenkomst de verzekeringsondernemingen in een fiche om inlichtingen wordt verzocht over de kenmerken van de overeenkomst, zoals onder meer de omschrijving in de overeenkomst van de geboden dekkingen, de looptijd van de overeenkomst, de wijze van betaling van de premies, de termijn voor en de wijze van opzegging van de overeenkomst, de te vervullen formaliteiten bij intreden van het schadegeval, de premies voor de hoofddekkingen en de aanvullende dekkingen, het tijdstip van het op de markt brengen, alsmede het gegarandeerd minimumrendement, met inbegrip van het gegarandeerd rentepercentage
26 Bij een schadeverzekeringsovereenkomst hebben de inlichtingen waarom de verzekeringsondernemingen in de fiche wordt verzocht, betrekking op de omschrijving in de overeenkomst van de geboden dekkingen, de formaliteiten voor opzegging en overdracht, het soort gedekte risico's, de lokalisatie daarvan in Frankrijk, de uitsluitende toepassing van Frans recht in de overeenkomst, de doelgroep, alsmede het tijdstip van het op de markt brengen.
27 Op grond van de artikelen 6, 29 en 39 van richtlijn 92/49 en de artikelen 5, 29 en 39 van richtlijn 92/96 is het een lidstaat verboden, de stelselmatige mededeling te verlangen van de algemene en bijzondere voorwaarden van de verzekeringspolissen waarvan een onderneming op zijn grondgebied gebruik wil maken in haar betrekkingen met de verzekeringnemers.
28 Door middel van de fiches wordt de verzekeringsondernemingen evenwel verzocht, de autoriteiten van de betrokken lidstaat stelselmatig een reeks van gegevens mee te delen - zoals de in de punten 25 en 26 van dit arrest genoemde gegevens - die deel uitmaken van de algemene voorwaarden van verzekeringsovereenkomsten.
29 De verplichting van stelselmatige mededeling van dergelijke gegevens vormt een vereiste dat in strijd is met het vrij op de markt brengen van verzekeringsproducten in de Gemeenschap, dat de richtlijnen 92/49 en 92/96 beogen te verwezenlijken.
30 Wel kan de lidstaat op het grondgebied waarvan de vrije dienstverrichting plaatsvindt, krachtens artikel 6 van richtlijn 92/49 en artikel 5 van richtlijn 92/96 toezicht uitoefenen op de verzekeringsovereenkomsten die op zijn grondgebied op de markt worden gebracht.
31 Die lidstaat beschikt evenwel reeds over inlichtingen betreffende de verzekeringsbranches waarin de onderneming haar diensten mag verrichten en de aard van de risico's die zij voornemens is te dekken, alsmede over een verklaring waaruit blijkt dat de onderneming de vereiste solvabiliteitsmarge bezit, die hem door de bevoegde autoriteiten van de andere lidstaten worden meegedeeld op grond van artikel 16 van de Tweede richtlijn (88/357/EEG) van de Raad van 22 juni 1988 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende het directe verzekeringsbedrijf, met uitzondering van de levensverzekeringsbranche, tot vaststelling van bepalingen ter bevordering van de daadwerkelijke uitoefening van het vrij verrichten van diensten en houdende wijziging van richtlijn 73/239 (PB L 172, blz. 1), en artikel 14 van de Tweede richtlijn (90/619/EEG) van de Raad van 8 november 1990 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende het directe levensverzekeringsbedrijf, tot vaststelling van de bepalingen ter bevordering van de daadwerkelijke uitoefening van het vrij verrichten van diensten en houdende wijziging van richtlijn 79/267 (PB L 330, blz. 50), zoals gewijzigd bij artikel 35 van richtlijn 92/49 respectievelijk richtlijn 92/96.
32 Artikel 6 van richtlijn 92/49 en artikel 5 van richtlijn 92/96 bieden de lidstaat op het grondgebied waarvan het vrij verrichten van diensten plaatsvindt, eveneens de mogelijkheid achteraf steekproefsgewijs te verzoeken om inlichtingen betreffende de algemene voorwaarden van in die lidstaat op de markt gebrachte verzekeringspolissen. Die bepalingen verzetten zich er evenwel tegen, dat stelselmatig om dergelijke inlichtingen wordt verzocht.
33 Derhalve kan de stelselmatige mededeling, door middel van fiches, van gegevens die deel uitmaken van de algemene voorwaarden van verzekeringspolissen, niet worden aangemerkt als een maatregel die vereist is voor de normale uitoefening, krachtens artikel 6 van richtlijn 92/49 en artikel 5 van richtlijn 92/96, van het toezicht van de lidstaat op het grondgebied waarvan het vrij verrichten van diensten plaatsvindt.
34 In die omstandigheden moet het beroep van de Commissie als gegrond worden beschouwd.
35 Mitsdien moet worden vastgesteld dat de Franse Republiek, door artikel L. 310-8 juncto artikel A. 310-1 van de Code des assurances te handhaven, volgens welke verzekerings- of kapitalisatieondernemingen die voor het eerst in Frankrijk een bepaald type verzekeringsovereenkomst op de markt brengen, de minister van Economische zaken en Financiën stelselmatig een inlichtingenfiche moeten doen toekomen met gegevens die deel uitmaken van de algemene voorwaarden van verzekeringspolissen, de krachtens de artikelen 6, 29 en 39 van richtlijn 92/49 en de artikelen 5, 29 en 39 van richtlijn 92/96 op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen.
Beslissing inzake de kosten
Kosten
36 Ingevolge artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering wordt de in het ongelijk gestelde partij in de kosten verwezen, voor zover dit is gevorderd. Daar de Franse Republiek in het ongelijk is gesteld, dient zij overeenkomstig de vordering van de Commissie in de kosten te worden verwezen.
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE (Vijfde kamer),
rechtdoende, verstaat:
1) Door artikel L. 310-8 juncto artikel A. 310-1 van de Code des assurances te handhaven, volgens welke verzekerings- of kapitalisatieondernemingen die voor het eerst in Frankrijk een bepaald type verzekeringsovereenkomst op de markt brengen, de minister van Economische zaken en Financiën stelselmatig een inlichtingenfiche moeten doen toekomen met gegevens die deel uitmaken van de algemene voorwaarden van verzekeringspolissen, is de Franse Republiek de verplichtingen niet nagekomen die op haar rusten krachtens de artikelen 6, 29 en 39 van richtlijn 92/49/EEG van de Raad van 18 juni 1992 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende het directe verzekeringsbedrijf, met uitzondering van de levensverzekeringsbranche, en houdende wijziging van de richtlijnen 73/239/EEG en 88/357/EEG (derde richtlijn schadeverzekering"), alsmede de artikelen 5, 29 en 39 van richtlijn 92/96/EEG van de Raad van 10 november 1992 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende het directe levensverzekeringsbedrijf en tot wijziging van de richtlijnen 79/267/EEG en 90/619/EEG (derde levensrichtlijn).
2) De Franse Republiek wordt verwezen in de kosten.
Full & Egal Universal Law Academy