Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
1. Harmonisatie van wetgevingen - Etikettering en presentatie van levensmiddelen - Richtlijn 79/112 - Verbod van etikettering die koper kan misleiden - Nationale regeling waarin dat verbod is overgenomen - Toelaatbaarheid
(Richtlijn 79/112 van de Raad, art. 2, lid 1, sub i)
2. Harmonisatie van wetgevingen - Etikettering en presentatie van levensmiddelen - Richtlijn 79/112 - Verplichting van lidstaten, handel te verbieden in producten waarop vermeldingen niet in voor koper gemakkelijk te begrijpen taal voorkomen - Draagwijdte - Voorschriften die verder gaan dan deze verplichting - Ontoelaatbaarheid - Schending van artikel 30 van Verdrag (thans, na wijziging, artikel 28 EG)
[EG-Verdrag, art. 30 (thans, na wijziging, artikel 28 EG); richtlijn 79/112 van de Raad, art. 14]
Samenvatting
1. Het gemeenschapsrecht verzet zich niet tegen een nationale regeling volgens welke de etikettering van levensmiddelen en de wijze waarop deze is uitgevoerd, de koper of de verbruiker niet mogen kunnen misleiden, met name ten aanzien van de kenmerken van die levensmiddelen, welke regeling in wezen in identieke bewoordingen is gesteld als artikel 2, lid 1, sub i, van richtlijn 79/112 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake etikettering en presentatie van levensmiddelen alsmede inzake de daarvoor gemaakte reclame.
( cf. punten 17, 29, dictum 1 )
2. Artikel 14 van richtlijn 79/112 inzake etikettering en presentatie van levensmiddelen alsmede inzake de daarvoor gemaakte reclame, verzet zich tegen een nationale regeling die het gebruik van een bepaalde taal voor de etikettering van levensmiddelen voorschrijft zonder de mogelijkheid open te laten dat een andere voor de koper gemakkelijk te begrijpen taal wordt gebruikt, of dat de koper via andere maatregelen wordt ingelicht. Een dergelijke verplichting vormt een door artikel 30 van het Verdrag (thans, na wijziging, artikel 28 EG) verboden maatregel van gelijke werking als een kwantitatieve invoerbeperking.
( cf. punten 25, 28-29, dictum 2 )
Partijen
In zaak C-366/98,
betreffende een verzoek aan het Hof krachtens artikel 177 EG-Verdrag (thans artikel 234 EG) van de Cour d'appel de Lyon (Frankrijk), in de aldaar dienende strafzaak tegen
Y. Geffroy
en
Casino France SNC, civielrechtelijk aansprakelijke partij,
om een prejudiciële beslissing over de uitlegging van artikel 30 EG-Verdrag (thans, na wijziging, artikel 28 EG) en artikel 14 van richtlijn 79/112/EEG van de Raad van 18 december 1978 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake etikettering en presentatie van levensmiddelen alsmede inzake de daarvoor gemaakte reclame (PB L 33, blz. 14), zoals gewijzigd bij richtlijn 93/102/EG van de Commissie van 16 november 1993 (PB L 291, blz. 14),
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE,
samengesteld als volgt: G. C. Rodríguez Iglesias, president, J. C. Moitinho de Almeida, D. A. O. Edward (rapporteur) en L. Sevón, kamerpresidenten, C. Gulmann, J.-P. Puissochet, P. Jann, H. Ragnemalm en M. Wathelet, rechters,
advocaat-generaal: D. Ruiz-Jarabo Colomer
griffier: L. Hewlett, administrateur
gelet op de schriftelijke opmerkingen ingediend door:
- Y. Geffroy en Casino France SNC, vertegenwoordigd door J.-L. Fourgoux, advocaat te Parijs,
- de Franse regering, vertegenwoordigd door K. Rispal-Bellanger, onderdirecteur bij de directie juridische zaken van het Ministerie van Buitenlandse zaken, en C. Vasak, adjunct-secretaris buitenlandse zaken bij die directie, als gemachtigden,
- de Oostenrijkse regering, vertegenwoordigd door C. Stix-Hackl, Gesandte bij het Bondsministerie van Buitenlandse zaken, als gemachtigde,
- de regering van het Verenigd Koninkrijk, vertegenwoordigd door J. E. Collins, Assistant Treasury Solicitor, als gemachtigde, bijgestaan door D. Bethlehem, Barrister,
- de Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door R. B. Wainwright, juridisch hoofdadviseur, en O. Couvert-Castéra, bij de juridische dienst gedetacheerd nationaal ambtenaar, als gemachtigden,
gezien het rapport ter terechtzitting,
gehoord de mondelinge opmerkingen van Y. Geffroy en Casino France SNC, vertegenwoordigd door J.-L. Fourgoux; de Franse regering, vertegenwoordigd door S. Pailler, chargé de mission bij de directie juridische zaken van het Ministerie van Buitenlandse zaken, als gemachtigde, en C. Vasak, en de Commissie, vertegenwoordigd door O. Couvert-Castéra ter terechtzitting van 20 oktober 1999,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 25 november 1999,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij arrest van 16 september 1998, ingekomen bij het Hof op 14 oktober daaraanvolgend, heeft de Cour d'appel de Lyon krachtens artikel 177 EG-Verdrag (thans artikel 234 EG) een prejudiciële vraag gesteld over de uitlegging van artikel 30 EG-Verdrag (thans, na wijziging, artikel 28 EG) en artikel 14 van richtlijn 79/112/EEG van de Raad van 18 december 1978 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake etikettering en presentatie van levensmiddelen alsmede inzake de daarvoor gemaakte reclame (PB 1979, L 33, blz. 14), zoals gewijzigd bij richtlijn 93/102/EG van de Commissie van 16 november 1993 (PB L 291, blz. 14; hierna: richtlijn 79/112").
2 Deze vraag is gerezen in een strafrechtelijke procedure tegen Y. Geffroy, in zijn hoedanigheid van inkoper van de Casino-groep met vertegenwoordigingsbevoegdheid, en Casino France SNC (hierna: Casino"), in haar hoedanigheid van civielrechtelijk aansprakelijke partij, die worden vervolgd wegens het bezit voor de verkoop, de verkoop of het ten verkope aanbieden van levensmiddelen met een misleidende etikettering.
Het gemeenschapsrecht
3 Artikel 2, lid 1, van richtlijn 79/112 bepaalt:
De etikettering en de wijze waarop deze is uitgevoerd:
a) mogen de koper niet kunnen misleiden, onder meer:
i) ten aanzien van de kenmerken van het levensmiddel, en met name van de aard, identiteit, hoedanigheden, samenstelling, hoeveelheid, houdbaarheid, oorsprong of herkomst, wijze van vervaardiging of verkrijging,
(...)"
4 Artikel 5, lid 1, van deze richtlijn luidt als volgt:
De verkoopbenaming van een levensmiddel is de benaming vermeld in de wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen die daarop van toepassing zijn; bij het ontbreken van dergelijke bepalingen, is de verkoopbenaming de benaming die in de lidstaat waarin het levensmiddel aan de eindverbruiker of aan instellingen wordt verkocht, gebruikelijk is, dan wel een omschrijving van het levensmiddel en zo nodig van de wijze waarop dit kan worden gebruikt, die zo duidelijk is gesteld dat de koper de ware aard van het product kan begrijpen en het kan onderscheiden van soortgelijke producten waarmede het zou kunnen worden verward."
5 Artikel 14, tweede alinea, van de richtlijn bepaalt:
De lidstaten dragen er echter zorg voor, op hun grondgebied de handel te verbieden in levensmiddelen indien de in artikel 3 en in artikel 4, lid 2, bedoelde vermeldingen er niet op voorkomen in een voor de koper gemakkelijk te begrijpen taal, tenzij de koper door andere maatregelen wordt ingelicht. Deze bepaling staat het voorkomen van genoemde vermeldingen in meer dan één taal niet in de weg."
6 Bij richtlijn 97/4/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 januari 1997 houdende wijziging van richtlijn 79/112 (PB L 43, blz. 21) is artikel 14, tweede alinea, van richtlijn 79/112 geschrapt en vervangen door een nieuw artikel 13 bis, dat onder meer verlangt, dat de etikettering van levensmiddelen in een voor de verbruiker gemakkelijk te begrijpen taal is gesteld, en dat de lidstaten toestaat, met inachtneming van de bepalingen van het Verdrag, voor te schrijven, dat de door richtlijn 79/112 verplicht gestelde vermeldingen ten minste in één of meer officiële talen van de Gemeenschap op de etikettering zijn aangebracht.
Het nationale recht
7 De bepalingen van decreet nr. 84-1147 van 7 november 1984 houdende toepassing van de wet van 1 augustus 1905 inzake fraude en vervalsing op het gebied van producten of diensten wat de etikettering en presentatie van levensmiddelen betreft (JORF van 21 december 1984; hierna: decreet nr. 84-1147"), zijn opgenomen in de Franse Code de la consommation.
8 Artikel R. 112-7, eerste alinea, van de Code de la consommation (voorheen artikel 3 van decreet nr. 84-1147) bepaalt:
De etikettering en de wijze waarop deze is uitgevoerd, mogen de koper of de verbruiker niet kunnen misleiden onder meer ten aanzien van de kenmerken van het levensmiddel en in het bijzonder de aard, identiteit, hoedanigheden, samenstelling, hoeveelheid, houdbaarheid, conservering, oorsprong of herkomst, wijze van vervaardiging of verkrijging."
9 Artikel R. 112-8 van de Code de la consommation (voorheen artikel 4 van decreet nr. 84-1147) preciseert:
De in dit hoofdstuk bedoelde vermeldingen op de etikettering dienen gemakkelijk begrijpelijk te zijn en te worden gesteld in de Franse taal, zonder andere afkortingen dan die welke zijn voorgeschreven door de internationale reglementering of overeenkomsten. Zij moeten op een duidelijk zichtbare plaats en in duidelijk leesbare en onuitwisbare letters zijn aangebracht. Zij mogen in geen geval verborgen, bedekt of gescheiden zijn door andere aanduidingen of afbeeldingen."
Het hoofdgeding en de prejudiciële vraag
10 Bij een controle op 5 juni 1996 in de hypermarkt Géant (Établissements Casino) te Clermont-Ferrand hebben ambtenaren van de Direction de la concurrence, de la consommation et de la répression des fraudes du Puy de Dôme (hierna: DGCCRF") de volgende feiten vastgesteld:
- bepaalde dranken, te weten 432 flessen Coca-Cola, 47 flessen cider Merry Down en 22 flessen gemberbier Red Raw waren niet voorzien van Franstalige etiketten, behoudens voor wat betreft de inhoud en, met betrekking tot de flessen bier, het alcoholpercentage ervan;
- op de reclame waren flessen cider van de merken OD Pirat en Shock afgebeeld die volgens de inspecteurs van de DGCCRF niet in aanmerking kwamen voor de benaming cider", die alleen mag worden gebruikt voor alcoholhoudende dranken op basis van appels;
- ook op de etiketten op de rekken van de producten OD Pirat, Snake Bite en Blackadder waren deze producten ten onrechte aangeduid als cider.
11 De ambtenaren van de DGCCRF hebben van hun vaststellingen proces-verbaal opgemaakt. Tijdens zijn verhoor heeft Geffroy verklaard:
- inzake het ontbreken van Franstalige etikettering: dat de flessen Coca-Cola waren gekocht in Groot-Brittannië, dat het om een algemeen bekend product ging en dat de consument geen hinder kon ondervinden van Engelstalige etiketten, welke taal iedereen gemakkelijk begrijpt; dat er bovendien een bordje stond met de vertaling van deze etiketten, doch dat één van de klanten dit waarschijnlijk achter in het rek had doen belanden; dat de leveranciers van cider van het merk Merry Down en van bier van het merk Red Raw bij vergissing niet de Franstalige stickers hadden meegeleverd die waren bestemd om op de dranken te worden aangebracht, hoewel hierom was verzocht;
- inzake de benaming cider: dat voor drie producten weliswaar op de rekken etiketten waren aangebracht waarop zij werden aangeduid als cider, doch dat deze producten in de rekken tussen het bier waren terechtgekomen.
12 Bij vonnis van het Tribunal de police de Saint-Étienne van 18 november 1997 werd Geffroy veroordeeld tot betaling van 506 geldboeten wegens het bezit voor de verkoop, de verkoop of het ten verkope aanbieden van levensmiddelen met een misleidende etikettering (501 boeten van 50 FRF - één boete per product - wegens schending van de verplichting tot Franstalige etikettering en 5 geldboeten van 2 000 FRF wegens misleidende etikettering). Casino werd daarbij civielrechtelijk aansprakelijk verklaard.
13 Geffroy, Casino en het Openbaar ministerie hebben tegen dit vonnis hoger beroep ingesteld bij de Cour d'appel de Lyon. Aangezien deze rechterlijke instantie betwijfelde of de Franse regeling verenigbaar is met het gemeenschapsrecht, heeft zij de behandeling van de zaak geschorst en de zaak naar het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen [verwezen] met een verzoek om uitlegging van het [EG-]Verdrag, meer bepaald over de vraag of de bepalingen van artikel 30 van bovengenoemd Verdrag in samenhang met die van artikel 14 van richtlijn 79/112 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 18 december 1978 zich verzetten tegen een nationale wettelijke regeling als die van decreet nr. 84-1147 van 7 december 1984 ter uitvoering van de destijds geldende wet van 1 augustus 1905, zoals gewijzigd bij de artikelen L. 213-1 en volgende van de Code de la consommation".
De prejudiciële vraag
14 De verwijzende rechter wenst te vernemen, of sommige bepalingen van het gemeenschapsrecht zich verzetten tegen de toepassing van een nationale regeling als decreet nr. 84-1147. Dit decreet, dat is opgenomen in de Franse Code de la consommation, bepaalt onder meer, dat de etikettering op levensmiddelen de koper of de verbruiker niet mag kunnen misleiden en dat alle vermeldingen die de Franse regeling voorschrijft, in de Franse taal dienen te worden gesteld.
15 In die omstandigheden moet worden aangenomen dat de verwijzende rechter met zijn vraag wenst te vernemen, of artikel 30 van het Verdrag en artikel 14 van richtlijn 79/112 zich verzetten tegen een nationale regeling die enerzijds bepaalt, dat de etikettering van levensmiddelen en de wijze waarop deze is uitgevoerd, de koper of de verbruiker niet mogen kunnen misleiden, met name ten aanzien van de kenmerken van die levensmiddelen, en die anderzijds het gebruik van een bepaalde taal voor de etikettering van levensmiddelen voorschrijft.
16 In dit stadium zij erop gewezen, dat de wijziging van artikel 14 van richtlijn 79/112 en de toevoeging van een nieuw artikel 13 bis, als vermeld in punt 6 van dit arrest, van latere datum zijn dan de bij de verwijzende rechter aangebrachte feiten en daarop dus niet van toepassing zijn.
Het eerste onderdeel van de prejudiciële vraag
17 Artikel 2, lid 1, sub i, van richtlijn 79/112 bepaalt, dat de etikettering en de wijze waarop deze is uitgevoerd, de koper niet mogen kunnen misleiden, met name ten aanzien van de kenmerken van het levensmiddel, zoals de aard, identiteit, hoedanigheden, samenstelling, hoeveelheid, houdbaarheid, oorsprong of herkomst, wijze van vervaardiging of verkrijging ervan. Uiteraard bestaat er geen enkel beletsel om de formulering van deze gemeenschapsbepaling over te nemen in een nationale regeling, zoals in feite is geschied in artikel R. 112-7 van de Code de la consommation.
18 Wat de toepassing van een dergelijke nationale regeling op een concreet geval betreft, zij eraan herinnerd, dat het in het kader van de bevoegdheidsverdeling tussen de communautaire en de nationale rechterlijke instanties in beginsel niet aan het Hof staat om uitspraak te doen op de vraag, of de etikettering van bepaalde producten de koper of de verbruiker kan misleiden, dan wel uit te maken of een verkoopbenaming al dan niet misleidend is. Dat is een taak van de nationale rechter, ook al gaat het om bepalingen die in wezen identiek zijn aan bepalingen van gemeenschapsrecht.
19 Dit is slechts anders, indien het Hof de gegevens van het dossier waarover het beschikt, voldoende acht en de oplossing duidelijk lijkt (zie, in die zin, arrest van 16 juli 1998, Gut Springenheide en Tusky, C-210/96, Jurispr. blz. I-4657, punt 30). Zoals de advocaat-generaal evenwel in de punten 32 tot en met 35 van zijn conclusie heeft opgemerkt, beschikt het Hof in casu niet over de nodige gegevens om dienaangaande uitspraak te kunnen doen.
20 Dit neemt niet weg, dat het Hof in zijn uitspraak op een verzoek om een prejudiciële beslissing in voorkomend geval preciseringen kan geven teneinde de nationale rechterlijke instantie bij haar beslissing te leiden (zie, in die zin, arrest van 4 juli 2000, Haim, C-424/97, Jurispr. blz. I-5123, punt 58).
21 In dit verband zij erop gewezen, dat de omstandigheid dat de samenstelling van alcoholhoudende dranken op basis van appels, die in een lidstaat legaal zijn geproduceerd en onder de benaming cider" in de handel zijn gebracht, niet voldoet aan de voorwaarden van de regeling van een andere lidstaat inzake de productie van cider, nog niet betekent, dat het onder de benaming cider" in de handel brengen van die dranken in laatstgenoemde lidstaat kan worden verboden op grond dat het gebruik van die benaming de consument in die lidstaat zou kunnen misleiden (zie, met betrekking tot foie gras, arrest van 22 oktober 1998, Commissie/Frankrijk, C-184/96, Jurispr. blz. I-6197, punt 24).
22 Het Hof heeft echter niet uitgesloten, dat wanneer een onder een bepaalde benaming aangeboden levensmiddel qua samenstelling of vervaardiging zozeer verschilt van de binnen de Gemeenschap algemeen onder die benaming bekendstaande goederen dat het niet kan worden geacht tot dezelfde categorie te behoren, de lidstaten van de belanghebbenden kunnen verlangen dat zij de benaming wijzigen (zie arrest van 22 september 1988, Deserbais, 286/86, Jurispr. blz. 4907, punt 13, en arrest Commissie/Frankrijk, reeds aangehaald, punt 23).
23 Wanneer het om een minder groot verschil gaat, moet een adequate etikettering voldoende worden geacht om de koper of de verbruiker de nodige inlichtingen te kunnen verschaffen. Het staat aan de verwijzende rechter om te beoordelen, of zulks het geval is in het hoofdgeding.
Het tweede onderdeel van de prejudiciële vraag
24 Aangaande de taalvereisten die een lidstaat op het gebied van de etikettering van levensmiddelen mag opleggen, zij eraan herinnerd, dat het Hof zich hierover reeds herhaalde malen heeft uitgesproken.
25 Allereerst heeft het Hof in zijn arrest van 18 juni 1991, Piageme (C-369/89, Jurispr. blz. I-2971), voor recht verklaard, dat artikel 30 van het Verdrag en artikel 14 van richtlijn 79/112 eraan in de weg staan, dat een nationale regeling het uitsluitende gebruik van een bepaalde taal voor de etikettering van levensmiddelen voorschrijft zonder de mogelijkheid open te laten dat een andere voor de koper gemakkelijk te begrijpen taal wordt gebruikt, of dat de koper via andere maatregelen wordt ingelicht.
26 Voorts heeft het Hof in zijn arrest van 12 oktober 1995, Piageme e.a. (C-85/94, Jurispr. blz. I-2955) geoordeeld, dat artikel 14 van richtlijn 79/112 eraan in de weg staat, dat een lidstaat, gelet op het vereiste van een voor de kopers gemakkelijk te begrijpen taal, het gebruik van de taal verplicht stelt die overwegend wordt gesproken in het gebied waar het product te koop wordt aangeboden, ook wanneer het gelijktijdig gebruik van een andere taal niet wordt uitgesloten.
27 Tot slot heeft het Hof in het arrest van 14 juli 1998, Goerres (C-385/96, Jurispr. blz. I-4431) voor recht verklaard, dat artikel 14 van richtlijn 79/112 zich niet verzet tegen een nationale regeling die, wat de taalvereisten betreft, het gebruik van een bepaalde taal voor de etikettering van levensmiddelen voorschrijft, maar tevens als alternatief het gebruik van een andere voor de koper gemakkelijk te begrijpen taal toestaat.
28 Uit deze rechtspraak volgt, dat artikel 30 van het Verdrag en artikel 14 van richtlijn 79/112 aldus moeten worden uitgelegd, dat zij zich verzetten tegen een nationale regeling als die in het hoofdgeding, die het gebruik van een bepaalde taal voor de etikettering van levensmiddelen voorschrijft zonder de mogelijkheid open te laten dat een andere voor de koper gemakkelijk te begrijpen taal wordt gebruikt, of dat de koper via andere maatregelen wordt ingelicht.
29 Mitsdien moet de prejudiciële vraag worden beantwoord als volgt:
- artikel 30 van het Verdrag en artikel 14 van richtlijn 79/112 verzetten zich niet tegen een nationale regeling volgens welke de etikettering van levensmiddelen en de wijze waarop deze is uitgevoerd, de koper of de verbruiker niet mogen kunnen misleiden, met name ten aanzien van de kenmerken van die levensmiddelen;
- artikel 30 van het Verdrag en artikel 14 van richtlijn 79/112 staan eraan in de weg, dat een nationale regeling het uitsluitende gebruik van een bepaalde taal voor de etikettering van levensmiddelen voorschrijft zonder de mogelijkheid open te laten dat een andere voor de koper gemakkelijk te begrijpen taal wordt gebruikt, of dat de koper via andere maatregelen wordt ingelicht.
Beslissing inzake de kosten
Kosten
30 De kosten door de Franse en de Oostenrijkse regering en de regering van het Verenigd Koninkrijk, alsook door de Commissie, wegens indiening van hun opmerkingen bij het Hof gemaakt, komen niet voor vergoeding in aanmerking. Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de nationale rechterlijke instantie over de kosten heeft te beslissen.
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE,
uitspraak doende op de door de Cour d'appel de Lyon bij arrest van 16 september 1998 gestelde vraag, verklaart voor recht:
1) Artikel 30 EG-Verdrag (thans, na wijziging, artikel 28 EG) en artikel 14 van richtlijn 79/112/EEG van de Raad van 18 december 1978 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake etikettering en presentatie van levensmiddelen alsmede inzake de daarvoor gemaakte reclame, zoals gewijzigd bij richtlijn 93/102/EG van de Commissie van 16 november 1993, verzetten zich niet tegen een nationale regeling volgens welke de etikettering van levensmiddelen en de wijze waarop deze is uitgevoerd, de koper of de verbruiker niet mogen kunnen misleiden, met name ten aanzien van de kenmerken van die levensmiddelen.
2) Artikel 30 van het Verdrag en artikel 14 van richtlijn 79/112 staan eraan in de weg, dat een nationale regeling het uitsluitende gebruik van een bepaalde taal voor de etikettering van levensmiddelen voorschrijft zonder de mogelijkheid open te laten dat een andere voor de koper gemakkelijk te begrijpen taal wordt gebruikt, of dat de koper via andere maatregelen wordt ingelicht.
Full & Egal Universal Law Academy