Samenvatting
Trefwoorden
1 Niet-contractuele aansprakelijkheid - Voorwerp - Handelingen van gemeenschapsinstellingen of handelingen van personeelsleden van Gemeenschap - Begrip - Handelingen van primair gemeenschapsrecht - Daarvan uitgesloten - Schade voortvloeiend uit Europese Akte
[EG-Verdrag, art. 7 A (thans, na wijziging, art. 14 EG), 178 (thans art. 235 EG) en 215, tweede alinea (thans art. 288, tweede alinea, EG)]
2 Hogere voorziening - Middelen - Voor het eerst in hogere voorziening aangevoerd middel - Niet-ontvankelijkheid
('s Hofs Statuut-EG, art. 51)
3 Hogere voorziening - Middelen - Verkeerde beoordeling van feiten - Niet-ontvankelijkheid - Toetsing door Hof van beoordeling van bewijselementen - Uitgesloten behalve in geval van verkeerde opvatting
[EG-Verdrag, art. 168 A (thans art. 225 EG); 's Hofs Statuut-EG, art. 51]
Samenvatting
1 Met betrekking tot de aansprakelijkheid van de Gemeenschap uit rechtmatige daad, moet de oorzaak van de door de douane-expediteurs geleden schade als gevolg van de opheffing van de douane- en fiscale grenzen niet bij de Raad en de Commissie worden gezocht, doch in de inwerkingtreding van de Europese Akte. Immers, de directe en beslissende oorzaak van die schade is artikel 13 van de Europese Akte, waarbij in het EG-Verdrag een artikel 8 A (nadien artikel 7 A EG-Verdrag; thans, na wijziging, artikel 14 EG) is ingevoegd, bepalende "De interne markt omvat een ruimte zonder binnengrenzen". De Europese Akte nu is een handeling van primair gemeenschapsrecht en dus niet een handeling van de gemeenschapsinstellingen of een handeling van personeelsleden van de Gemeenschap in de uitoefening van hun functies, in de zin van artikel 215, tweede alinea, EG-Verdrag (thans artikel 288, tweede alinea, EG). Zij kan bijgevolg niet leiden tot niet-contractuele aansprakelijkheid van de Gemeenschap uit hoofde van rechtmatige daad.
2 Een middel dat voor het eerst in hogere voorziening voor het Hof wordt voorgedragen, is niet-ontvankelijk. Immers, zou het een partij worden toegestaan daar een middel op te werpen dat zij niet voor het Gerecht heeft aangevoerd, dan zou haar in feite worden toegestaan, bij het Hof, wiens bevoegdheid in hogere voorziening beperkt is, een geding aanhangig te maken met een ruimere strekking dan dat waarvan het Gerecht kennis heeft genomen. In hogere voorziening is het Hof dus enkel bevoegd te oordelen over de rechtsbeslissing die is gegeven ten aanzien van de middelen die voor de rechters in eerste aanleg zijn bepleit.
3 Enkel het Gerecht is bevoegd, in de eerste plaats, om de feiten vast te stellen, behoudens wanneer de materiële onjuistheid van zijn vaststellingen zou blijken uit het hem voorgelegde dossier, en, in de tweede plaats, om die feiten te beoordelen. Behalve in het geval van een verkeerde opvatting van de aan het Gerecht voorgelegde bewijselementen, vormt de beoordeling van de feiten dus geen rechtsvraag, die als zodanig onderworpen is aan toetsing door het Hof.
Full & Egal Universal Law Academy