Samenvatting
Trefwoorden
Prejudiciële vragen - Ontvankelijkheid - Vragen gesteld zonder voldoende precisering van juridische en feitelijke context - Vragen gesteld in context die bruikbaar antwoord uitsluit
[EG-Verdrag, art. 177 (thans art. 234 EG); 's Hofs Statuut-EG, art. 20]
Samenvatting
Wegens het vereiste om tot een voor de nationale rechter nuttige uitlegging van het gemeenschapsrecht te komen, is het noodzakelijk dat deze een omschrijving geeft van het feitelijk en juridisch kader waarin de gestelde vragen moeten worden geplaatst, of althans de feiten uiteenzet waarop die vragen zijn gebaseerd.
De in de verwijzingsbeschikkingen verstrekte gegevens en gestelde vragen dienen niet enkel om het Hof in staat te stellen een bruikbaar antwoord te geven, doch ook om de regeringen der Lid-Staten en de andere belanghebbende partijen de mogelijkheid te bieden, overeenkomstig artikel 20 van 's Hofs Statuut-EG opmerkingen te maken. Het Hof dient erop toe te zien, dat deze mogelijkheid gewaarborgd blijft, nu ingevolge genoemde bepaling alleen de verwijzingsbeschikkingen ter kennis van de belanghebbende partijen worden gebracht.
Bijgevolg is kennelijk niet-ontvankelijk, doordat het Hof niet in staat wordt gesteld een nuttige uitlegging van het gemeenschapsrecht te geven, het verzoek van een nationale rechter die in zijn verwijzingsbeschikking niets vermeldt over de feitelijke en juridische situatie in de bij hem aanhangige zaak, noch over de redenen waarom hij het noodzakelijk acht het Hof vragen te stellen.
Full & Egal Universal Law Academy