Arrest van het Gerecht (Vierde kamer – uitgebreid) van 17 maart 2005 − Eurocoton / Raad
(Zaak T‑192/98)
„Dumping – Verwerping door Raad van voorstel voor verordening van Commissie tot instelling van definitief antidumpingrecht – Ontbreken van voor goedkeuring van verordening vereiste gewone meerderheid – Motiveringsplicht”
1. Beroep tot nietigverklaring – Handelingen waartegen beroep kan worden ingesteld – Begrip – Handelingen die bindende rechtsgevolgen sorteren – Verwerping van voorstel voor verordening tot instelling van antidumpingrecht – Invloed van regelgevende aard van antidumpingprocedure – Geen (Art. 230 EG; verordening nr. 384/96 van de Raad, art. 6, lid 9) (cf. punten 30‑32)
2. Handelingen van de instellingen – Motivering – Verplichting – Omvang – Verwerping van voorstel voor verordening tot instelling van definitief antidumpingrecht (Art. 253 EG; verordening nr. 384/96 van de Raad) (cf. punt 35)
Voorwerp
Nietigverklaring van het besluit van de Raad van 5 oktober 1998 houdende verwerping van het voorstel voor een verordening (EG) van de Raad tot instelling van een definitief antidumpingrecht op de invoer van ongebleekte weefsels van katoen van oorsprong uit de Volksrepubliek China, Egypte, India, Indonesië en Pakistan, tot definitieve inning van het voorlopige recht ingesteld bij verordening (EG) nr. 773/98 van de Commissie van 7 april 1998 (PB L 111, blz. 19), en tot beëindiging van de antidumpingprocedure ten aanzien van Turkije, ingediend door de Commissie van de Europese Gemeenschappen op 21 september 1998 [document COM (1998) 540 def.]
Dictum
Het besluit van de Raad van 5 oktober 1998 houdende verwerping van het voorstel voor een verordening (EG) van de Raad tot instelling van een definitief antidumpingrecht op de invoer van ongebleekte weefsels van katoen van oorsprong uit de Volksrepubliek China, Egypte, India, Indonesië en Pakistan, tot definitieve inning van het voorlopige recht ingesteld bij verordening (EG) nr. 773/98 (PB L 111, blz. 19), en tot beëindiging van de antidumpingprocedure ten aanzien van Turkije, ingediend door de Commissie van de Europese Gemeenschappen op 21 september 1998 [document COM (1998) 540 def.], wordt nietig verklaard.
De Raad van de Europese Unie wordt verwezen in de kosten.
Het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland draagt zijn eigen kosten.
Full & Egal Universal Law Academy