Samenvatting
Trefwoorden
Procedure - Interventie - Belanghebbende personen - Geding betreffende nietigverklaring van verordening houdende bepaalde technische maatregelen voor instandhouding van visbestanden - Marktdeelnemers - Territoriale lichamen - Ontvankelijkheid - Voorwaarden
('s Hofs Statuut-EG, art. 37, tweede alinea, en 46, eerste alinea)
Samenvatting
$$Onder belang bij de beslissing van het rechtsgeding, in de zin van artikel 37, tweede alinea, van 's Hofs Statuut, moet worden verstaan een rechtstreeks en dadelijk belang bij de toewijzing respectievelijk afwijzing van het gevorderde. De gemeenschapsrechter verifieert met name, of de interveniënt rechtstreeks door de bestreden handeling wordt geraakt en of zijn belang bij de uitkomst van het geding vaststaat.
Een dergelijk belang bestaat in het kader van een beroep tot nietigverklaring van een verordening die het gebruik, door vaartuigen die de vlag van een lidstaat voeren, van drijfnetten voor de visserij op bepaalde soorten vis verbiedt, voor in een lidstaat gevestigde marktdeelnemers die bij hun visserijactiviteiten gebruikmaken van de in die verordening bedoelde techniek, aangezien die verordening hun zou kunnen beletten een deel van hun visserijactiviteiten voort te zetten, met alle gevolgen van dien voor hun inkomen.
Een dergelijk belang bezit eveneens een territoriaal lichaam, wanneer is komen vast te staan, dat zijn sociaal-economische structuur hoofdzakelijk van de in de bestreden verordening bedoelde activiteit afhangt en de handhaving van die verordening een algeheel herstructureringsplan noodzakelijk zou maken.
Is echter niet-ontvankelijk het interventieverzoek van een territoriaal lichaam waarvan het belang bestaat in het gevaar van een achteruitgang van arbeidsplaatsen en activiteiten van marktdeelnemers gevestigd in een op zijn grondgebied gelegen gemeente, die wordt vertegenwoordigd door een andere interveniënt, wanneer niet is aangetoond, dat haar sociaal-economische structuur hoofdzakelijk van die activiteiten afhangt. Het algemene belang dat een dergelijk lichaam eventueel heeft bij een beslissing die gunstig is voor de economische bloei van die ondernemingen en, bijgevolg, voor de werkgelegenheid in de streek waar zij hun activiteiten uitoefenen, kan op zich namelijk een interventie in het geding niet rechtvaardigen, daar het daarbij slechts om een indirect en verwijderd belang gaat. Daarenboven is het ondersteld belang van een andere interveniënt geen rechtstreeks belang bij de beslissing van het rechtsgeding.
Full & Egal Universal Law Academy