Conclusie van de advocaat generaal
1. In een beroep krachtens artikel 169 EG-Verdrag (thans artikel 226 EG) verzoekt de Commissie van de Europese Gemeenschappen het Hof vast te stellen, dat de Portugese Republiek heeft verzuimd richtlijn 96/43/EG van de Raad van 26 juni 1996 tot wijziging en codificering van richtlijn 85/73/EEG om de financiering van de keuringen en veterinaire controles van levende dieren en bepaalde dierlijke producten te garanderen en tot wijziging van de richtlijnen 90/675/EEG en 91/496/EEG (hierna: richtlijn") in haar nationale rechtsorde om te zetten.
2. Artikel 4, lid 1, eerste en tweede alinea, van de richtlijn bepaalt:
De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om:
i) op 1 juli 1996 aan de bepalingen van artikel 7 en van bijlage A, hoofdstuk I, punt 1, onder e, te voldoen;
ii) op 1 januari 1997 aan de bepalingen van hoofdstuk II en hoofdstuk III, afdeling II, van bijlage A en hoofdstuk II van bijlage C te voldoen;
iii) op 1 juli 1997 aan de overige wijzigingen te voldoen.
De lidstaten beschikken over een aanvullende termijn die tot 1 juli 1999 kan lopen, om aan de bepalingen van hoofdstuk III, afdeling I, van bijlage A, te voldoen."
3. Omdat de Commissie geen mededeling had ontvangen over de omzetting van deze richtlijn in de Portugese rechtsorde en zij evenmin over andere informatie beschikte waaruit zij kon concluderen dat de Portugese Republiek haar verplichting tot omzetting van de richtlijn was nagekomen, heeft zij op 5 november 1997 de procedure van artikel 169 van het Verdrag ingeleid door de Portugese regering aan te manen haar opmerkingen te maken.
4. Deze liet daarop weten, dat een ontwerp voor een wetsdecreet ter omzetting van de richtlijn in nationaal recht in voorbereiding was.
5. Op 24 augustus 1998 heeft de Commissie de Portugese Republiek een met redenen omkleed advies toegezonden, waarin zij een termijn van twee maanden stelde om aan de richtlijn te voldoen.
6. Aangezien de Commissie geen reactie van de Portugese autoriteiten ontving, heeft zij op 17 maart 1999 besloten het onderhavige beroep wegens niet-nakoming tegen de Portugese Republiek in te stellen.
7. In haar verweerschrift van 18 mei 1999 betoogt de Portugese regering, dat het ontwerp voor een wetsdecreet door de ministerraad is goedgekeurd en dat de Commissie daarvan in kennis is gesteld bij brief van 18 maart 1999. Zij zet uiteen, dat dit ontwerp op 28 april 1999 aan de Commissie is overgelegd met de mededeling dat het weldra in de Diário da República zou worden gepubliceerd. De Portugese regering verzoekt het Hof de procedure te schorsen tot 30 juni 1999, datum waarop zij het Hof het wetsdecreet ter omzetting van de richtlijn zal doen toekomen, te beslissen dat de vaststelling van dit wetsdecreet een einde maakt aan het verzuim, en de Commissie in de kosten te veroordelen.
8. Op 2 juli 1999, dat wil zeggen na sluiting van de schriftelijke procedure, heeft de Portugese regering ter griffie van het Hof een kopie neergelegd van wetsdecreet nr. 208/99 van 11 juni 1999 waarmee de richtlijn wordt omgezet. Bij brief van 23 juni 1999 heeft zij de Commissie van de omzetting van de richtlijn in kennis gesteld.
9. Het is vaste rechtspraak dat het bestaan van een niet-nakoming moet worden beoordeeld op basis van de situatie waarin de lidstaat zich bevond aan het einde van de in het met redenen omkleed advies gestelde termijn, en dat het Hof met sedertdien opgetreden wijzigingen geen rekening kan houden".
10. Uit de stukken van het dossier blijkt, dat de omzetting van de bepalingen van artikel 4, lid 1, eerste alinea, van de richtlijn niet binnen de gestelde termijn heeft plaatsgevonden. De omstandigheid dat de betrokken bepalingen inmiddels zijn omgezet, doet niet af aan het bestaan van het verzuim. Het beroep van de Commissie is derhalve op dit punt gegrond.
11. Dit geldt niet ten aanzien van de bepalingen van artikel 4, lid 1, tweede alinea; voor de omzetting daarvan beschikken de lidstaten over een aanvullende termijn die tot 1 juli 1999 kan lopen".
12. Deze termijn was nog niet verstreken op de door de Commissie voorgeschreven datum waarop de Portugese Republiek aan het met redenen omklede advies moest voldoen.
13. Het beroep moet dus worden afgewezen voor zover het betrekking heeft op de vaststelling van de nodige maatregelen om te voldoen aan het bepaalde in artikel 4, lid 1, tweede alinea, van de richtlijn.
14. Aangezien de Commissie tot veroordeling van de Portugese Republiek in de kosten heeft geconcludeerd en deze lidstaat mijns inziens voor het grootste deel in het ongelijk moet worden gesteld, geef ik het Hof in overweging de Portugese Republiek in de kosten van de procedure te verwijzen.
Conclusie
15. Concluderend geef ik het Hof in overweging:
1) Vast te stellen dat de Portugese Republiek, door niet binnen de gestelde termijn de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke maatregelen te nemen om te voldoen aan het bepaalde in artikel 4, lid 1, eerste alinea, van richtlijn 96/43/EG van de Raad van 26 juni 1996 tot wijziging en codificering van richtlijn 85/73/EEG om de financiering van de keuringen en veterinaire controles van levende dieren en bepaalde dierlijke producten te garanderen en tot wijziging van de richtlijnen 90/675/EEG en 91/496/EEG, de krachtens die bepaling op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen.
2) Het beroep af te wijzen voor het overige.
3) De Portugese Republiek in de kosten te verwijzen."
Full & Egal Universal Law Academy