Conclusie van de advocaat generaal
1. De ondernemingen van de groep Hewlett Packard importeren in de Gemeenschap multifunctionele apparaten, de HP Office Jet", die de functie van zowel printer, fotokopieerapparaat, faxapparaat als scanner hebben. Tussen 1995 en 1997 verstrekten de Italiaanse, de Britse en de Franse douaneautoriteiten bindende tariefinlichtingen waarbij de apparaten onder post 8471 92 20 (thans 8471 60 40) (afdrukeenheden) werden ingedeeld. Op grond van die indeling werd een douanerecht van 1,5 % geheven, dat met ingang van 1 januari 1998 zou komen te vervallen.
2. Op 3 november 1997 stelde de Commissie verordening (EG) nr. 2184/97 tot indeling van bepaalde goederen in de gecombineerde nomenclatuur vast, waarbij een apparaat met dezelfde vier functies als bovengenoemde apparaten van de groep Hewlett Packard werd ingedeeld onder post 8517 21 00 (telekopieertoestellen), met een bijbehorend douanerecht van 3,8 %.
3. Ofschoon de door de Franse autoriteiten gegeven tariefinlichting met betrekking tot haar producten gewijzigd noch ingetrokken was, achtte Hewlett Packard het daarop zinvol, deze autoriteiten met betrekking tot haar reeks multifunctionele apparaten om een nieuwe bindende tariefinlichting te verzoeken, om de indeling als afdrukeenheden bevestigd te krijgen.
4. Naar aanleiding van dit verzoek gaven de douaneautoriteiten op 2 april 1998 met inaanmerkingneming van verordening nr. 2184/97 een bindende tariefinlichting waarbij de betrokken apparaten werden ingedeeld onder post 8517 21 00 (telekopieertoestellen).
5. Hewlett Packard kwam tegen die tariefinlichting op voor het Tribunal d'instance de Paris 7 (Frankrijk).
6. Anders dan Hewlett Packard was het Tribunal van oordeel, dat verordening nr. 2184/97 wel toepassing kon vinden op de apparaten HP Office Jet", zodat deze inderdaad onder post 8517 21 00 moesten worden ingedeeld. Aangezien het evenwel twijfelde aan de geldigheid van die verordening, heeft het bij vonnis van 30 maart 1999 de volgende vraag ter prejudiciële beslissing aan het Hof voorgelegd:
Volgens het gemeenschappelijk douanetarief vallen telekopieertoestellen en afdrukeenheden niet onder dezelfde tariefpost. In geval van één, voor meerdere functies ontworpen machine wordt de tariefpost bepaald aan de hand van de hoofdfunctie die kenmerkend is voor het geheel.
Mocht de Commissie derhalve in punt 3 van verordening (EEG) nr. 2184/97 bepalen, dat alle multifunctionele telekopieertoestellen, die in hoofdzaak bestaan uit:
een modem,
een scanner, en
een afdrukinrichting,
en die zelfstandig kunnen werken of in samenhang met een computer kunnen worden gebruikt, onder tariefpost 8517 21 00 (telekopieertoestellen) vallen, waarmee de mogelijkheid wordt uitgesloten dat in elk concreet geval wordt nagegaan wat de facto de belangrijkste functie van het apparaat is, en aldus als grondregel wordt gesteld dat de afdrukinrichting van ondergeschikt belang is, ongeacht het apparaat, voorzover dit in de beschreven categorie valt?"
7. Alvorens die vraag te beantwoorden, zij om te beginnen herinnerd aan de gemeenschapsrechtelijke grondslagen waarop mijn redenering moet steunen.
De gecombineerde nomenclatuur
8. De gecombineerde nomenclatuur, opgenomen in bijlage I bij verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief, in de versie van wijzigingsverordening (EG) nr. 2086/97 van de Commissie van 4 november 1997, bevat onder meer de volgende posten:
8471 Automatische gegevensverwerkende machines en eenheden daarvoor; magnetische en optische lezers, machines voor het in gecodeerde vorm op dragers overzetten van gegevens en machines voor het verwerken van die gegevens, elders genoemd noch elders onder begrepen:
[...]
8471 60 invoereenheden en uitvoereenheden, ook indien zij in dezelfde behuizing geheugeneenheden bevatten:
[...]
andere:
8471 60 40 afdrukeenheden
[...]
8471 60 90 andere"
en
8517 Elektrische toestellen voor lijntelefonie en voor lijntelegrafie, lijntelefoontoestellen met draagbare draadloze hoorn en toestellen voor telecommunicatie met draaggolf of voor digitale telecommunicatie daaronder begrepen; videofoontoestellen:
[...]
[...]
8517 21 00 telekopieertoestellen".
Verordening nr. 2184/97
9. Artikel 1 van verordening nr. 2184/97 bepaalt:
De goederen omschreven in kolom 1 van de in de bijlage opgenomen tabel worden in de gecombineerde nomenclatuur ingedeeld onder de corresponderende GN-codes vermeld in kolom 2 van voornoemde tabel."
10. Punt 3 van de bijlage bij de verordening luidt als volgt:
>lt>0
De regels voor de interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur
11. Algemene regels 1 en 6 voor de interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur luiden achtereenvolgens:
De tekst van de opschriften van de afdelingen, van de hoofdstukken en van de onderdelen van hoofdstukken wordt geacht slechts als aanwijzing te gelden; voor de indeling zijn wettelijk bepalend de bewoordingen van de posten en de aantekeningen op de afdelingen of op de hoofdstukken en voorzover dit niet in strijd is met de bewoordingen van bedoelde posten en aantekeningen de navolgende regels.
Voor de indeling van goederen onder de onderverdelingen van een post zijn wettelijk bepalend de bewoordingen van die onderverdelingen en de aanvullende aantekeningen, alsmede ,mutatis mutandis de vorenstaande regels, met dien verstande dat uitsluitend onderverdelingen van gelijke rangorde met elkaar kunnen worden vergeleken. Voor de toepassing van deze regel en voorzover niet anders is bepaald, zijn de aantekeningen op de afdelingen en op de hoofdstukken eveneens van toepassing."
12. Volgens aantekening 3 op afdeling XVI van de gecombineerde nomenclatuur worden [v]oorzover niet anders is bepaald, [...] combinaties van machines van verschillende soorten, die bestemd zijn om gezamenlijk te functioneren en die één geheel vormen, alsmede machines met twee of meer verschillende (afwisselende of aanvullende) functies, ingedeeld naar de hoofdfunctie die kenmerkend is voor het complex".
13. Bij lezing van de verwijzingsuitspraak blijkt, dat de nationale rechter verordening nr. 2184/97 aldus heeft uitgelegd, dat alle apparaten waarop de omschrijving" in de linkerkolom van de bijlage daarbij toepassing kan vinden, onder post 8517 21 00 moeten worden ingedeeld.
14. Hij heeft zich namelijk blijkbaar op het standpunt gesteld, dat de motivering" in de rechterkolom, te weten dat [d]e telecommunicatie- (telekopieer-) functie [...] de kenmerkende functie van dit toestel [vormt]", aldus moet worden begrepen, dat volgens de gemeenschapswetgever enkel de functie van faxapparaat de hoofdfunctie kan zijn van alle multifunctionele apparaten die aan de omschrijving in de linkerkolom beantwoorden.
15. Aan die uitlegging van de verordening heeft hij de conclusie verbonden, dat hij geen rekening mocht houden met de specifieke kenmerken van de HP Office Jet"-apparaten om ze onder een andere post in te delen.
16. Aangezien hij in verwarring verkeerde of er sprake was van een absoluut verbod van een beoordeling in concreto, was er voor de nationale rechter aanleiding om te twijfelen aan de geldigheid van de verordening en om gebruik te maken van de procedure van artikel 234 EG.
17. Ik zeg er meteen al bij dat, zo verordening nr. 2184/97 daadwerkelijk de bedoeling had te verbieden dat met de typische kenmerken van een bepaald multifunctioneel apparaat rekening werd gehouden, ik de verwarring van de nationale rechter alleen maar kan delen.
18. We zouden dan immers te maken hebben met een verordening waarmee onder het voorwendsel van toepassing van aantekening 3 op afdeling XVI van de gecombineerde nomenclatuur als regel zou worden gesteld, dat de hoofdfunctie van multifunctionele apparaten die zowel kunnen faxen, printen, scannen als kopiëren en die beantwoorden aan de omschrijving van de linkerkolom van de bijlage, noodzakelijkerwijs de faxfunctie is.
19. Mijns inziens is deze uitlegging van verordening nr. 2184/97 evenwel niet op haar plaats, te meer daar de Commissie, die de verordening heeft vastgesteld, in haar opmerkingen in bijzonder heldere en overtuigende bewoordingen een geheel andere uitlegging geeft.
20. Om te beginnen zij met de Commissie opgemerkt, dat een indelingsverordening door haar, na advies van het Comité douanewetboek, wordt vastgesteld wanneer de indeling van een specifiek product moeilijkheden kan opleveren of controversieel is.
21. Het betreft hier geen abstracte indeling, omdat een probleem in verband met een specifiek product moet worden opgelost. Zoals de Commissie stelt, heeft evenwel een indelingsverordening die niet een bepaalde marktdeelnemer en een bepaalde transactie geldt, doch van toepassing is op het gros van de producten die identiek zijn aan het door het Comité douanewetboek onderzochte product, een algemene strekking.
22. De indelingsverordening vormt de toepassing van een algemene regel op een specifiek geval en behelst dus een aanwijzing over de uitlegging van die regel, waarvan de instantie die is belast met de indeling van een identiek of soortgelijk product, gebruik kan maken.
23. De Commissie rechtvaardigt die dialectische benadering, waarmee de tegenstelling tussen het bijzondere en het algemene kan worden opgelost, op drie gronden:
Er moet absoluut een coherente uitlegging van de gecombineerde nomenclatuur veilig worden gesteld en de redenering naar analogie vormt een bijdrage daartoe.
Het is wenselijk de gelijke behandeling van de marktdeelnemers te waarborgen, waarmee het slecht zou zijn gesteld indien aan marktdeelnemers die in soortgelijke omstandigheden verkeerden, uiteenlopende antwoorden zouden worden verstrekt.
Zou de redenering naar analogie ten slotte zich niet uitstrekken tot soortgelijke goederen als die waarop de verordening van de Commissie rechtstreeks het oog heeft, dan zou dat de marktdeelnemers ertoe kunnen aanzetten de aldus vastgestelde indeling te ontduiken door sommige kenmerken van hun producten marginaal te wijzigen uitsluitend met het doel om zich te onttrekken aan een indeling waarvan de gevolgen economisch ongunstig zouden blijken te zijn."
24. Deze overwegingen, die mij uitermate legitiem voorkomen, betekenen evenwel geenszins dat, zoals de Commissie opmerkt, de gekozen oplossing in een voor een specifiek product vastgestelde indelingsverordening zonder meer en automatisch op een soortgelijk product kan worden overgebracht. Er is integendeel grote voorzichtigheid geboden, zoals trouwens telkens wanneer van een analogieredenering gebruik wordt gemaakt.
25. De indeling van verordening nr. 2184/97 kan dus niet worden geacht te gelden voor elk multifunctioneel apparaat met dezelfde functies, ongeacht de typische kenmerken ervan.
26. Voorts moet wat in de rechterkolom van de bijlage bij de verordening als motivering" van de indeling staat vermeld, in zijn geheel worden gelezen. Er wordt namelijk verduidelijkt, dat [d]e indeling is vastgesteld op basis van de algemene regels 1 en 6 voor de interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur, aantekening 3 op afdeling XVI, alsmede de tekst van de GN-codes 8517 en 8517 21 00".
27. Indeling onder post 8517 21 00 heeft dus plaatsgevonden met toepassing van onder meer aantekening 3 op afdeling XVI, volgens welke de hoofdfunctie van het apparaat in aanmerking moet worden genomen.
28. Er is derhalve geen reden om te twijfelen aan de verklaring van de Commissie, dat indeling onder post 8517 21 00 heeft plaatsgevonden omdat in concreto is vastgesteld dat de hoofdfunctie de functie van faxapparaat was, ook al kan de verordening elliptisch voorkomen wat de redenen betreft waarom de Commissie tot die conclusie is gekomen. Hoe dan ook wordt in de verordening op geen enkele wijze gesteld, dat de omstandigheid dat één van de functies van een multifunctioneel apparaat de faxfunctie is, noodzakelijkerwijs tot de slotsom leidt, dat deze functie de overhand heeft en bepalend is voor de indeling.
29. Werd dit wel gesteld, zou er trouwens sprake zijn van een interne contradictie, omdat de verordening weliswaar zegt uitvoering te geven aan aantekening 3 op afdeling XVI, doch tegelijkertijd elk belang zou ontzeggen aan het onderzoek dat deze regel voorschrijft. Die contradictie zou de geldigheid van de verordening alleen maar kunnen aantasten.
30. Ten slotte is bij een latere verordening, verordening (EG) nr. 517/1999 van de Commissie van 9 maart 1999 houdende indeling van bepaalde goederen in de gecombineerde nomenclatuur, waarop zowel Hewlett Packard als de Commissie attent maken, voorzover dat nodig mocht zijn, bevestigd dat het nooit de bedoeling was van verordening nr. 2184/97 om stelselmatig een doorslaggevend belang toe te kennen aan de faxfunctie van multifunctionele apparaten die zowel kunnen scannen, printen, faxen als kopiëren.
31. Punt 2 van de bijlage bij die verordening luidt als volgt:
>lt>1
32. Zoals de Commissie opmerkt, bestaan verordening nr. 517/1999 en verordening nr. 2184/97 naast elkaar en heeft de afwijkende indeling op grond van verordening nr. 517/1999 van een multifunctioneel apparaat dat mogelijkerwijs overeenkomsten vertoont zowel met het apparaat dat op grond van verordening nr. 2184/97 is ingedeeld als met de apparaten van de reeks HP Office Jet", uiteraard te maken met de beoordeling in concreto, aan de hand waarvan kon worden vastgesteld, dat het de facto niet ging om een product dat identiek was aan het in 1997 ingedeelde product. Het betreft hier een geval waarin sprake is van soortgelijke en niet van identieke producten en waarin het feit dat het om soortgelijke producten gaat niet volstaat ter rechtvaardiging van de analoge toepassing van een eerdere indelingsverordening.
33. Bovendien ben ik, anders dan de Franse regering, niet de mening toegedaan, dat punt 1 van verordening nr. 517/1999 de zienswijze bevestigt, dat de faxfunctie automatisch zou moeten worden beschouwd als de hoofdfunctie van elk apparaat dat die functie bezit. Het ging in dat geval immers om een apparaat dat niet alleen kon faxen, scannen, printen en kopiëren, doch dat ook de functies van lijntelefonie en telefoonbeantwoording kon verrichten. Het apparaat kon dus niet onder post 8471 Automatische gegevensverwerkende machines en eenheden daarvoor [...]" worden ingedeeld. De enige mogelijke indeling was die onder post 8517 Elektrische toestellen voor lijntelefonie en voor lijntelegrafie [...]".
34. Is er geen sprake van twee identieke apparaten, lijdt het dus geen twijfel dat het onderzoek van de typische kenmerken van elk apparaat bepalend is voor de indeling ervan, en niet een van de functies waarvan willekeurig is vastgesteld dat die in beginsel de hoofdfunctie is.
35. De nationale rechter vraagt het Hof niet, zoals nochtans door Hewlett Packard was gesuggereerd, onder welke post de apparaten van de reeks HP Office Jet" moeten worden ingedeeld, en het Hof behoeft zich mijns inziens daarover dan ook niet uit te spreken.
36. In haar opmerkingen verschaft Hewlett Packard het Hof evenwel heel wat gegevens die haars inziens voor die indeling relevant zijn, en de Franse regering geeft op haar beurt in haar opmerkingen een aantal redenen om die producten, onafhankelijk van de toepassing van verordening nr. 2184/97, onder post 8517 21 00 in te delen.
37. De Commissie gaat daarentegen niet echt in op dit vraagstuk en stelt slechts dat de apparaten van de reeks HP Office Jet" door haar zeer summier opgesomde substantiële verschillen vertonen met het apparaat waarover de indeling van verordening nr. 2184/97 handelt. Dit voorbehoud is volstrekt begrijpelijk, aangezien uit enkele lezing van de verwijzingsuitspraak onvoldoende nauwkeurig blijkt, wat de kenmerken van die apparaten zijn.
38. Overigens betreft de verwarring van de nationale rechter, zoals die in de verwijzingsuitspraak naar voren komt, niet de wijze waarop de HP Office Jet"-producten moeten worden ingedeeld, aangezien uit de door die rechter gevolgde redenering blijkt dat hij volledig op de hoogte is van de te ondernemen stappen, doch de vraag of indeling op grond van verordening nr. 2184/97 mogelijk is.
39. Daarom is het mijns inziens buiten kijf dat de betrokken producten zonder al te veel moeilijkheden kunnen worden ingedeeld, wanneer het Hof in zijn arrest eenmaal de belemmering uit de weg heeft geruimd die deze verordening voor de nationale rechter lijkt te vormen.
40. De hoofdfunctie van de betrokken apparaten moet worden bepaald door zorgvuldig na te gaan wat de prestaties van die apparaten in hun verschillende mogelijke functies zijn, door die prestaties te vergelijken met die van apparaten die maar één van die specifieke functies verrichten, door te beoordelen in hoeverre zij zelfstandig kunnen werken ten opzichte van de computer waarop zij kunnen worden aangesloten, en door na te gaan of al dan niet belang toekomt aan het feit dat de apparaten op het tijdstip van invoer niet van een faxkaart zijn voorzien.
41. Niet in de beschouwing moeten daarentegen worden betrokken enkele door Hewlett Packard aangevoerde aspecten, zoals de traditioneel door die onderneming vervaardigde producten, die niets van doen hebben met de in de gecombineerde nomenclatuur aangehouden indelingscriteria.
42. Ook al behoeft dus geen uitspraak te worden gedaan over de indeling van de apparaten van de reeks HP Office Jet", er moet wel een antwoord in overweging worden gegeven voor de door de nationale rechter gestelde vraag inzake de geldigheid. Gelet op wat mijns inziens de juiste uitlegging van verordening nr. 2184/97 moet zijn, ligt dit antwoord als het ware voor de hand. Deze verordening is volstrekt geldig, aangezien daarbij multifunctionele apparaten waarvan de functie van faxapparaat de facto de hoofdfunctie is, onder post 8517 21 00 worden ingedeeld, en niet als hoofdregel wordt gesteld dat alle apparaten die de functie van zowel printer, fotokopieerapparaat, faxapparaat als scanner hebben, als telekopieertoestellen dienen te worden ingedeeld.
43. Er zou weliswaar enig voorbehoud kunnen worden gemaakt met betrekking tot de wijze waarop de motivering van die indeling is geformuleerd, omdat, zoals uit de door de verwijzende rechter gestelde vraag blijkt, die motivering het gevaar van een onjuiste uitlegging niet geheel uitsluit. Het ware verreweg beter geweest als de redenen om de faxfunctie als hoofdfunctie aan te merken, nader waren uitgewerkt, waardoor had kunnen worden vastgesteld dat die hoofdfunctie uit een concreet onderzoek was gebleken. Dat de motivering in casu niet volmaakt is, kan mijns inziens als zodanig de geldigheid van de betrokken verordening evenwel niet reeds aantasten, te meer daar, zoals ik meen te hebben aangetoond, uit aandachtige lezing van de gehele motivering in de rechterkolom van de bijlage, via de verwijzing naar aantekening 3 op afdeling XVI, kan worden opgemaakt dat de indeling het resultaat is van een concreet onderzoek.
Conclusie
44. Gelet op een en ander, geef ik het Hof in overweging het Tribunal d'instance de Paris 7 te antwoorden, dat bij onderzoek van de gestelde vraag niet is gebleken van enige grond voor ongeldigheid van punt 3 van de bijlage bij verordening (EG) nr. 2184/97 van de Commissie van 3 november 1997 tot indeling van bepaalde goederen in de gecombineerde nomenclatuur.
Full & Egal Universal Law Academy